Hoe laat je processen … processen zijn?

Alice Baber (1928-1982) 
The Way of the Wind (1977)

Een volgend element in de reeks Pad-vindend Leiderschap:
Hoe laat je processen processen zijn en maak je er geen ‘object’ van?
Met onze gewone wijze van omgaan met de dingen (= het lijnig grondpatroon) (1) willen we alle fenomenen duidelijk kunnen vatten, beschrijven en onderzoeken. Dan kunnen we ze manipuleren, controleren en begrijpen. Daarvoor zonderen we de fenomenen af, we zetten ze in een uniek vakje: een boom is niet de struik die ernaast groeit; een beuk is geen eik.
Een ander kenmerk van zo omgaan met de dingen is dat we heel wat processen omzetten in een ‘object’, in een afzonderlijk fenomeen met specifieke kenmerken. We ‘object-iveren’ processen, letterlijk, we maken het tot een object.
Bewustzijn is een proces maar om te beschrijven, te praten over en te onderzoeken hoe de werking verloopt, maken we er ‘hét bewustzijn’ van.

“Emoties, gevoelens, bewustzijn, proto-zelf, zelf en autobiografisch zelf zijn processen, interafhankelijke processen, geen ‘dingen’. De ontwikkeling daarvan startte bij het eerste leven op aarde, bij de eerste neuronen. Een autobiografisch zelf ontwikkelde als laatste bij de mens en bestaat niet buiten deze ontwikkelingsstroom! (2)
Deze processen omvormen tot objecten is een kunstgreep ontstaan uit de behoefte van de ‘moderne mens’ om snel en effectief complexe ideeën over te dragen; processen zijn evenwel géén objecten of autonome fenomenen.”
(3)

We zijn ons niet bewust van dit ‘object-iveren’ omdat we op deze manier hebben geleerd te praten over ‘bewustzijn’. Eens we een ‘object’ hebben gecreëerd, gaan we op zoek naar een duidelijke lokalisatie, een omschrijving, de begrenzingen en de effecten van zijn aanwezigheid. Waar situeert zich ‘het bewustzijn’? Wat doet het? Hoe kunnen we het manipuleren?
Andere processen waarmee we dit doen zijn bijvoorbeeld: onbewust zijn, zelf, geest, ziel, ziek zijn, liefde, leven, willen, enz. We zetten deze processen om in in een ‘object’: hét onbewuste, hét zelf, dé geest, dé ziel, dé ziekte, dé liefde, hét leven, dé wil (al of niet vrij), enz.
Van een proces maken we een ‘iets’. Dat heeft voordelen voor onze gewone, dagelijkse communicatie (4), deze houding maakt het makkelijker om er over te praten, maar tegelijk verbergt het de werkelijkheid en zet het ons op een verkeerd spoor.
We gaan dan op zoek naar ‘het zelf’. We maken categorieën: het unieke zelf, het authentiek zelf, het ware zelf, het Zelf, het natuurlijke zelf, enz. We starten onnodige en onzinnige debatten en discussies over waar ‘het zelf’ zich bevindt; hoe je het aanspreekt en er soms niet naar luistert; we maken van ‘het zelf’ een persoon en kunnen zelfs spreken van meerdere ‘zelven’ (sommigen stellen ‘het zelf’ gelijk met een sociale rol); we zetten ‘het zelf’ af tegen andere objecten (die we maken van andere processen) zoals ‘het ego’, ‘het onbewuste’, ‘het imago’, ‘de indentiteit’, enz.

Om eens een ander geluid te laten horen:
duizenden jaren geleden kon je uit de Upanishads vernemen: … Strikt genomen is het zelf de bron noch van actie noch van wil. Het staat stil en observeert zichzelf terwijl het kijkt, hoort en denkt. Het is niet degene die ziet, noch degene die besluit te kijken, maar het bewustzijn van zien, van kijken. … Het zelf is dat op grond waarvan het subject van het bewustzijn zelf-bewust is, maar zelf geen object van bewustzijn is. … We bereiken het zelf niet rechtstreeks, maar vangen het op in zijn activiteit van voelen en denken. … Het zelf is zo moeilijk te vinden, juist omdat het altijd in ons aanwezig is, in alles wat we doen. (5)
Daarnaast is er de visie van de Boeddha dat we allemaal lijden door het vasthouden aan een persoonlijk ‘zelf’. De Boeddha verwerpt het idee dat er een onzichtbaar, onveranderlijk ‘identiteitscentrum’ is dat ten grondslag ligt aan alle cognitie, alle bewustzijn. De boeddhistische filosoof Nagarjuna (2e eeuw) zal later waarschuwen voor het geloof dat er een ‘zelf’ bestaat én het geloof dat er ‘geen-zelf’ bestaat (een foute interpretatie van de Boeddha). Beide standpunten maken ‘zelf’ tot een object.

Hoe kan je dan communiceren wanneer je processen processen laat en je er geen ‘object’ van maakt?
• De grootste uitdaging ligt niet in het feit dat je van processen een ‘object’ maakt, maar dat je gelooft dat het ‘object’ de werkelijkheid is.
Leer het woord ‘is’ te vervangen door een ander, actief werkwoord, een proces-term: verwijzen, vertegenwoordigen, tonen, representeren, aangeven, aanbieden, ….
Akkoord, dit is best moeilijk want dat vraagt dat je aandacht geeft aan je taalgebruik.
Je kunt vertellen wat je doet of wat je ziet dat de ander doet i.p.v. te zeggen wie je ‘bent’ of wie de ander ‘is’.
• Stel meer vragen, zoek daarbij de vragen die je uitdagen tot verandering. Stel alles in vraag.
• Wees terug dat nieuwsgierig kind dat verwonderd naar de wereld kijkt. Stop met op automatische piloot te kijken, je de dingen voor te stellen en te praten. Alles rondom jou zijn processen, werkelijk alles. Alles wat je doet toont jou (je zelf) als een systemisch proces!
• Leer systemisch te kijken naar de fenomenen. (6) Dan weet je dat bv. een organisatie of een project niet louter een aanwijsbaar, juridisch ‘object’ is maar een systeem dat groeit doordat vele processen en condities op een specifieke manier samenkomen en samenwerken. Je zet nog een andere stap wanneer je ziet dat een organisatie jou een systemisch proces toont en dat ieder element in de organisatie op zich een systemisch proces vertegenwoordigt én inter-afhankelijk werkt: medewerkers, leidinggevenden, stakeholders, leveranciers, klanten, maar ook structuren, regels, doelstellingen.

(1) Lees het hoofdstuk ‘Het lijnig grondpatroon’ p.17 in: Drie grondpatronen om je leven te be-leven → Korte teksten
(2) De neuronen in onze hersenen hebben dezelfde vorm en kenmerken als de eerste neuron die honderden miljoenen jaren geleden verscheen in de kwallen!
(3) Damasio, Antonio, Het zelf wordt zich bewust. Hersenen, bewustzijn, ik.
Amsterdam, Wereldbibliotheek 2010 – A.Damasio is hoogleraar neurowetenschappen
(4) Over de tien vormen van taalgebruik lees je meer in: Talen en taalgebruik → Korte teksten
(5) uit: Adamson, Peter & Ganeri, Jonardon, Classical Indian Philosophy, Oxford University Press 2020, hoofdstuk 5 – Indra’s Search: The Self in the Upaniṣads
De Upanishads werden samengesteld tussen -600 en -200 in India en bouwden op de nog oudere Veda’s.
(6) Lees het hoofdstuk ‘Het systemisch grondpatroon’ p.26 in: Drie grondpatronen om je leven te be-leven → Korte teksten