‘Inzicht’ ontwikkelen? (1)

Dit jaar wil ik regelmatig stilstaan bij het fenomeen ‘inzicht ontwikkelen’ en ‘voortschrijdend inzicht’.
Ik stel vast: a) dat meningen vlot als ‘feiten’ worden gepresenteerd; b) dat er vaak op een onheldere manier wordt ‘gedacht’ zowel door mensen met ‘gezond verstand’ en mensen met ‘geschoold verstand’; c) hoe snel wordt gezegd dat iets ‘is’: “Dit is zo.”; d) dat er een groot gebrek is aan kennis van ‘wetenschappelijk onderzochte inzichten’ rond de acties waarnemen, interpreteren, voelen, denken, concluderen.

Niemand is vrij van ‘fouten’. Dus iemand met de vinger wijzen vind ik ongepast.
Niemand ‘is’ zijn of haar mening, iemand ‘heeft’ een mening.
Niemand ‘is’ een leugenaar, iemand ‘liegt’ soms (tot vaak).
Niemand ‘is‘ dom, iemand hanteert een slordige, ongefundeerde gedachtengang.

Dus ik begin vandaag aan deze rubriek.
(1)
Ik start met het begrip ‘kennis’, ‘kennis opbouwen’ en ‘kennis inzetten’. (1)
Wat houdt voor jou ‘kennis hebben’ over een onderwerp in?
Welke acties zijn voor jou noodzakelijk en/of onmisbaar en wat onderscheid ze?
☐ helder de fenomenen waarnemen
☐ data of gegevens verzamelen
☐ onderscheid maken tussen relevante en niet-relevante gegevens
☐ onderscheid maken tussen de vier soorten ‘feiten’ (2)
☐ gebruik maken van het eerste-, het tweede- en het derde-persoon perspectief (3)
☐ iets ‘informatie’ noemen en zo gebruiken
☐ gegevens en informatie ordenen
☐ gegevens en informatie delen
☐ de gegevens en de informatie met elkaar verbinden
☐ reflecteren op je waarnemingen, de gegevens en de samenhangen
☐ een samenhang van gegevens begrijpen
☐ een samenhang van gegevens kunnen verklaren
☐ bewust een denk-kader hanteren (Welke zijn mijn uitgangspunten en aannames?) (4)
☐ een kennis-kader hanteren (Wat is dit ‘verschijnsel’?)
☐ een verklarings-kader hanteren (Waardoor verschijnt dit?) (5)
☐ een betekenis-kader hanteren (Waarom verschijnt dit?)
☐ inzichten ontwikkelen
☐ inzichten efficiënt toepassen

Je kunt deze lijst van acties ook gebruiken als check-list om je eigen beweringen of die van anderen kritisch te onderzoeken. Dan hou je een uitspraak tegen het licht van elk van deze punten en stelt er kritische vragen bij.

————-
(1) Over het onderscheid tussen ‘begrippen’ en ‘woorden’ lees je meer in het eerste hoofdstuk ‘Begrippen zijn de kleinste bouwstenen’ in de tekst: Talen en taalgebruik → Korte teksten
(2) Vier soorten ‘feiten’: personal based facts; community based facts; practice based facts; evidence based facts. Lees meer in de tekst: Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten → Korte tekst
(3) lees over het eerste- tweede- en derde-persoon perspectief in het hoofdstuk ‘Drie perspectieven’ in de tekst: Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten → Korte teksten
(4) Lees ook meer over denkpatronen in de tekst: Drie grondpatronen om je leven te be-leven → Korte teksten
(5) Over het belangrijke onderscheid tussen verklaren (Waardoor?) en betekenis geven (Waarom?) lees je meer
in het hoofdstuk ‘Negen acties die helpen een ‘feit’ te creëren’ in de tekst: Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten → Korte teksten
Tevens in het hoofdstuk ‘Waardoor?’ of ‘Waarom?’ in de tekst: De kunst van het vragen en het Vragenkompas → Korte teksten