
Je kunt dit bericht hier downloaden als pdf.
Een belangrijk thema in relaties is de verhouding tussen binding en verbinding, tussen afhankelijkheid en onafhankelijkheid, tussen leiden-volgen en samen leiden. Zorgt dit voor conflicten? Ja, alleszins levert dit spanningen op. Al gaat het in veel gevallen ogenschijnlijk slechts om details in het gedrag van de ander.
Het thema ‘binding of verbinding’ is belangrijk in iedere intense relatie. Dit geldt niet alleen voor ouders-kinderen maar verder in het leven voor elke relatie die je aangaat.
Al vrij snel ervaar je als kind dat je aan de hand wordt gehouden (letterlijk) daar waar jij liever je eigen weg wilt gaan. Op een bepaald moment gaat het bij zo’n ‘handje vasthouden’ niet meer om veiligheid, voel je dan.
Je ervaringen als peuter en kleuter met relatiesystemen beïnvloeden de wijze waarop je relaties vormt als volwassene. Ze sturen mee je keuzes, je communicatiepatronen en de manier waarop je een relatiesysteem opzet, vorm geeft en uitbouwt.(1)
Even terug naar je prille begin
Als baby heb je nood aan ‘hechting’ (binding) om je te ontwikkelen en om gezond te groeien. Hechting (binding) is bij de start noodzakelijk, dat is zeer duidelijk. Aangezien elk relatiesysteem interafhankelijk wordt opgezet (het werkt reeds tussen de moeder en het kind in de baarmoeder) is er in de beginfase van je leven sprake van een ‘ongelijke binding’ want de macht van de verzorger is veel groter dan die van jou als afhankelijk wezentje.
Als peuter heb je een relatie met meerdere personen. Je leert al snel dat de individuele zorgverleners deel zijn van een kleine groep (het gezin) en dat dit groepje deel is van een grotere groep (de familie en de vrienden). Je ervaart dat er meerdere vormen van relatie bestaan. Je ervaart en leert dat je een ander relatiesysteem hebt met elke zorgverlener. Wat je van de ene niet krijgt vraag je gewoon aan de andere.
Er komt echter een eerste moment waarop je als peuter kunt leren je met kleine stappen te ont-hechten (ont-binden) van je lieve verzorgers en je met elk van hen te ver-binden (bv. wat de tweejarige in de nee-houding probeert). Je leert op dat moment als peuter/kleuter ook je te ver-binden met anderen (je grootouders, je verzorgers in de kinderopvang of de kleuterschool). De verandering van binding naar verbinding is een moeilijke opdracht zowel voor de ouders als voor het kind zelf. Soms houden ouders te lang en te stevig liefdevol vast. Later ervaart een volwassene dan nog steeds de bezorgde hand van de ouder.
Je leert als kind het onderscheid tussen een bindende en een verbindende relatie (al gebruik je deze woorden uiteraard niet) via je ouders, je grootouders en je verzorgers, hoe ze met jou omgaan én met elkaar. Je leert dit ook via je bindende of verbindende relatie met verschillende vriendjes.
Een aantal kinderen ervaart echter dat er ook zoiets bestaat als een ‘losse’ band (in wekelijkheid voor het kind een ‘onvrije’ relatie!). Dat gebeurt wanneer je als kind onzekerheid beleeft rond wie voor jou gaat zorgen en hoe dan en wanneer je voelt dat niemand werkelijk om jou geeft. In die situatie is er noch binding noch verbinding. Voor een baby en opgroeiend kind is dit levensbedreigend.
Tenslotte leer je als peuter dat je met vele mensen gewoon geen relatie hebt. Je loopt op straat de meeste mensen en honden voorbij zonder hen aan te kijken en te groeten.(2) In veel gezinnen krijg je als kind zelfs uitdrukkelijke signalen (verbaal of non-verbaal) met welke mensen je geen relatie mág hebben. Dit is een vorm van binding eisen door de volwassenen. Later ontdek je dit een vorm van binding is (een eis) in vele groepen en gemeenschappen.
Als volwassene bindend óf verbindend leven? Of is het en-en?
Belangrijk vooraf: verbindende communicatie (zoals dat wordt aangeleerd) valt niet volledig samen met een verbindende relatie. Verbindende communicatie kán een onderdeel zijn van een verbindende relatie maar leidt niet automatisch tot een verbindend relatiesysteem. Niet zelden bevestigt en ondersteunt de communicatie zelfs een bindende relatie. Het onderscheid tussen een bindende en een verbindende relatie ligt niet op het terrein van de vorm van communicatie, maar op het niveau van het relatiesysteem.
Je kunt in het ene relatiesysteem je bindend opstellen en in een ander relatiesysteem je verbindend beleven én je kunt binnen eenzelfde relatiesysteem je soms bindend opstellen en soms verbindend. Het ‘juiste’ evenwicht vinden, dat is de opdracht; het is een evenwichtsoefening die je samen uitvoert en die werkt niet met strenge normen, “Zo hoort het.” (= een bindende uitspraak ook al wordt die erg lief gecommuniceerd).
• Binding in een relatie geeft een gevoel van veiligheid, zekerheid en stabiliteit. Je bent er altijd voor elkaar … zoals dat (onuitgesproken) afgesproken is. Binding krijgt vorm met regels en normen en afspraken en traditie. Onzekerheid is de (onuitgesproken) ondertoon. Wat betekent bv. ‘trouw zijn’ in de relatie? Hoe druk je dat uit, hoe geef je dat vorm? Wie strikt bindend leeft verlangt voortdurend aandacht van de ander om zeker te zijn dat de binding er nog is. Je mag wel veranderen maar niet teveel, zeker niet te bruusk. Je wilt de ander niet verliezen en hij mag niet weggaan, zelfs niet voor even, dat is de afspraak.
Wie verbindend leeft kan op ieder moment voelen of er verbinding is of niet. Je dwingt de ander niet om op een bepaalde manier verbinding te maken of om die dynamiek ongewijzigd aan te houden. Bij verbinding sta je open voor de wijze waarop jijzelf of de ander vandaag de relatie wil invullen, ook al is dat anders dan in het verleden. Bij verbinding sta je open voor verrassingen, bij jezelf en bij de ander. Je kunt genieten van het veranderen van de krachtpunten van de relatie. Sommigen voelen zich daar onzeker bij en willen de relatie toch iets meer ‘gesloten’, iets meer bindend.
• Wie bindend leeft, leeft in een wereld van afhankelijkheid. Bij een gevoel van ‘teveel’ ontstaat er beklemming in de relatie en een ‘probleem’ dat moet worden ‘opgelost’. Niet zelden klinkt op zo’n moment de kreet: “Ik wil vrij zijn!”. Een bindende relatie is voor altijd ‘aan’ of voor altijd ‘uit’.
Familiale banden – dé bindende relaties bij uitstek – mag je niet verbreken. Uit een sterk bindende relatie kan je je moeilijk zacht ‘bevrijden’. Een van de kenmerken van familiebinding is de (onuitgesproken) stelling: “Mijn vriend moet ook jouw vriend zijn, mijn ‘vijand’ ook jouw ‘vijand’.”
Een verbindende relatie houdt je niet vast en daar voel je geen behoefte om je te ‘bevrijden’. Wie verbindend leeft beweegt bewust in een open wereld van interafhankelijkheid en verantwoordelijkheid. Je weet dat je met honderden mensen interafhankelijk verbonden bent om te kunnen leven zoals je vandaag leeft. Je kunt genieten van de interafhankelijkheid met je geliefden. Niets ‘moet’, het is geen onvoorwaardelijke relatie, wel een waarin je de verantwoordelijkheid neemt om open en eerlijk jezelf uit te drukken. Openheid, wederzijdse aandacht en respect zijn belangrijk. Bij verbinding kan en mag je fouten maken, verliezen, misschien zelfs even loslaten en je terug (anders) verbinden.
• Bij een bindend gesprek wil je dat er overeenkomst is over de betekenis van woorden (“Hoe kan je anders praten met elkaar?!”) en dat je het zoveel mogelijk eens wordt. Je gaat er vanuit dat begrepen worden en de ander begrijpen mogelijk is, nee, zelfs noodzakelijk. Je mag in een gesprek niet het gevoel krijgen te verliezen want dan is het gesprek voorbij en de relatie in gevaar. Wie bindend leeft heeft minder aandacht voor zijn taal. De woorden doen er zo niet toe, als het maar mooi en liefdevol over komt. De binding is er immers toch, dat is afgesproken.
Bij een verbindend gesprek zoek je om de ander te verstaan zoals de ander zich uitdrukt, ook al begrijp je hem niet. Je weet dat misverstanden integraal deel zijn van mens-zijn. Het volstaat om ieder je woordenwolk te schrijven rond een belangrijk begrip om vast te stellen dat je de woorden gans anders invult en beleeft dan de ander.(3) Respect voor ieders beleving van de taal/talen, dàt is de basis voor een verbindend gesprek. Wie verbindend leeft kiest voor een zorgvuldige taal, verbaal en non-verbaal. Je voelt de kracht en tegelijk de framing én de valkuil van woorden. Het verbindend element van een gesprek is het thema dat je in het open midden legt en waar je samen een weg naar een antwoord voor zoekt.(4)
• In een bindende relatie leiden harde woorden tot een terechtwijzing, een ruzie, een afwijzing, een breuk, een strijd, een gevecht en niet zelden tot een scheiding.
In een verbindende relatie mogen harde woorden klinken. Je mag er even ‘zo’ zijn. Er zal spanning zijn maar tevens aandacht voor de intenties onder de harde woorden. Je hoeft je niet ‘perfect’ te gedragen. Je krijgt ruimte om je achteraf te verontschuldigen voor de harde woorden.
• In een bindende relatie is er steeds een of andere vorm van relationele ongelijkheid. Er is sprake van leiden en volgen, soms erg subtiel. Je zou kunnen spreken van ‘gelijke binding’ wanneer een volwassene zich vrijwillig bindt aan een (geestelijk) leider. Er zijn vandaag mensen in het bedrijfsleven die pleiten voor een fase van ‘hechting’ door de medewerker aan de leidinggevende omdat zij dat zien als goed leiderschap. Dat geeft echter meer nadelen dan voordelen en vooral veel gevaren voor onkritisch volgen. De relationele gelijkheid is in zo’n situatie een illusie. De leider bindt zich nooit op gelijke wijze aan de volger.
Een verbindende relatie bouwt voortdurend op relationele gelijkheid. De relatie bestaat uit samen leiden en samen volgen.
Een gelukte relatie?
Gaat het om een ‘gelukkige relatie’ of om een ‘gelukte relatie’? Waar laat jij het idee van van afhangen?
Een bindende relatie kan beide partners een gelukkig leven geven. Ze kunnen daarbij vlot verbindend communiceren zolang ze maar de onuitgesproken regels en afspraken van de binding volledig respecteren.
Partners in een verbindende relatie leven niet noodzakelijk gelukkiger of ongelukkiger. In hun relatie bestaan er geen ‘eeuwig vaste patronen’ en dus is er meer beweging. Het avontuur kan soms flink wat misverstanden en spanningen opleveren, maar net dat kan omgezet worden in een volgende sterke ver-binding.
Soms klinkt de situatie anders.
“Liever een (uitsluitend) bindende relatie en niet zo gelukkig dan helemaal geen relatie.”
“Liever helemaal geen relatie en minder gelukkig dan een (uitsluitend) bindende relatie.”
“Meerdere verbindende vriendenrelaties maken mij voldoende gelukkig.”
In ieder relatiesysteem zoek je in elke fase het ‘juiste’ evenwicht tussen de mate van binding en verbinding. Een (uitsluitend) bindende relatie is niet ‘beter’ dan een (uitsluitend) verbindende en omgekeerd. Het is een keuze en een levenshouding.
Hoeveel aandacht en ruimte is er nodig voor de ene houding en hoeveel voor de andere houding? Hoe druk je je zorg voor elkaar uit?
Hoe dan ook, je leeft met verschillende relatiesystemen.
——-
Noten
(1) Over relatiesystemen, lees het vorige bericht Elk relatiesysteem heeft zijn eigen conflicten
(2) In sommige culturen is dat anders. Daar groet je iedereen die je tegenkomt. Het gaat vaak om situaties waar je niet met honderden of duizenden tegelijk het pad kruist, bv. in een grote stad.
(3) Hoe je een woordenwolk schrijft lees je in de tekst Wat is een woordenwolk? → Korte teksten
(4) Lees meer in Hoe hou je een gesprek ‘in het midden’? → Korte teksten