Inzicht (5) Scherper waarnemen = groter inzicht

Alvorens strategieën te geven om scherper waar te nemen en je inzicht te vergroten, eerst een aantal gedachten die de noodzaak aantonen om niet te snel te beweren dat je goed hebt waargenomen.

Ik zie ik zie wat jij niet ziet
Je ziet wat je ziet, je ziet niet wat er ‘is’. De wereld ‘is’ voor jou zoals jij hem waarneemt, omdat je hem waarneemt zoals jij hem met jouw beperkingen kunt waarnemen. Waarnemen is geloven … dat je ziet wat je ziet, dat je hoort wat je hoort, dat je ruikt wat je ruikt, dat je proeft wat je proeft, dat je voelt wat je voelt, dat je denkt wat je denkt. Je ziet datgene wat jij gelooft dat bestaat. Je gelooft dat wat jij waarneemt bestaat, zelfs al bestaat het niet. Wanneer je gelooft dat iets niet bestaat, bestaat het voor jou niet en neem je het niet waar, zelfs al bestaat het.
Je neemt waar met de kennis die je op dit ogenblik bezit én zonder de kennis die je niet bezit. Het niet bezitten van kennis is evenzeer bepalend voor wat je wel of niet waarneemt als het bezitten van bepaalde kennis. Aangezien je niet weet wat je niet weet, weet je ook niet wat je niet waarneemt van al datgene wat er wél waar te nemen is. Niet bewust zijn van het feit dat wanneer je waarneemt je tegelijkertijd iets niet waarneemt creëert enge kennis.

Verandering waarnemen
Veranderingen moeten al bijzonder groot zijn wil je ze opmerken. Een baby die groeit, de botten aan de bomen in de lente, je merkt pas een verandering op wanneer die flink groot is. Het oefenen om kleine veranderingen waar te nemen is nodig om te weten wat ‘verandering’ is. Wat voor jou ‘vast’ is en ‘onbeweeglijk’ is enkel zo omdat je als mens de enorme traagheid of de superhoge snelheid niet kunt waarnemen. We drukken verandering immers uit in een mensenmaat, bv. grootte, afstand en snelheid. Wat bv. voor jou ‘stilte’ betekent is enkel zo omdat je de zeer hoge of lage tonen niet opmerkt. Voor veel mensen is ‘stilte’ het niet verstoord worden door luide geluiden, want het constant geruis van het verkeer zijn ze al gewoon en horen ze niet meer. Wat we ‘geluid’ noemen is de uitdrukking van een mensenmaat. Voor al onze zintuigen (tien of meer) hebben we een mensenmaat. (1)

We zijn allemaal blind
Een kleurenblinde kan nooit uit eigen ervaring ontdekken dat hij kleurenblind is. Zelfs al test hij zichzelf in verschillende omstandigheden. De kleurenblinde ziet wel degelijk kleuren! Weliswaar anders dan de niet-kleurenblinden maar toch ziet hij kleuren. Het verandert niets aan zijn waarnemen om tegen een kleurenblinde te zeggen dat hij kleurenblind is. De kleurenblinde heeft immers een persoonlijke ervaring bij het waarnemen die even waardevol is als de ervaring van diegene die beweert niet kleurenblind te zijn. Hij moet dus op anderen vertrouwen die beweren dat hij kleurenblind is.
We zijn allemaal ‘blind’ voor iets. We hebben allemaal een gebrek – aangeboren of door het leven veroorzaakt – dat nooit kan worden hersteld of ongedaan worden gemaakt! We zijn allemaal in mindere of meerdere mate vormenblind, geurenblind, smakenblind, gevoelensblind, aanrakingsblind, gedachtenblind, verbandenblind, begrippenblind, enz.
kleuren = je kunt bepaalde kleuren niet zien
vormen = je kunt bepaalde vormen niet waarnemen
geuren = je kunt bepaalde geuren niet ruiken
smaken = je kunt bepaalde smaken niet proeven
gevoelens = je kunt bepaalde gevoelens niet voelen
aanrakingen = je kunt bepaalde aanrakingen niet ervaren
gedachten = je kunt bepaalde gedachten niet denken, je kunt slechts op een beperkt aantal meta-niveau’s denken
verbanden = je kunt bepaalde verbanden niet leggen
begrippen = je kunt bepaalde begrippen niet vatten, zelfs al heeft men ze je uitvoerig uitgelegd
In al deze gevallen geldt zoals voor een kleurenblinde = je kunt je blindheid niet via eigen ervaring ontdekken, je hebt anderen nodig om jou er opmerkzaam op te maken én je dient hen te vertrouwen wanneer ze beweren dat er iets valt waar te nemen dat jij niet kunt waarnemen.

Wat is ‘werkelijkheid’?
Je kunt jezelf niet controleren op wat je waarneemt. Anderen kunnen niet controleren of datgene wat jij zegt dat jij waarneemt datgene is wat jij werkelijk waarneemt. Toch zoeken we allemaal bij anderen de bevestiging dat wat we menen dat we waarnemen ook zo door anderen wordt waargenomen. Je hebt anderen nodig om met jezelf akkoord te gaan dat je ziet wat je ziet, hoort wat je hoort, enz. Het is deel van het ‘mensenspel’ om elkaar te bevestigen in het feit dat wat je werkelijkheid noemt ‘werkelijk’ is. Wat mensen niet kunnen waarnemen behoort niet tot hun ‘werkelijkheid’. Wat voor iemand ‘werkelijkheid’ is is niet alleen afhankelijk van zijn waarneming maar tevens van zijn geloof dat hij ziet wat hij ziet èn dat hij dat juist interpreteert.Het is voor geen enkel mens mogelijk alle verbanden waar te nemen in hun totale vierdimensionale interafhankelijkheid en hoe ze elkaar beïnvloeden.Uitspraken over de ‘werkelijkheid’ moeten steeds worden aangevuld met “voor zover ik kan waarnemen en begrijpen” èn met de respectvolle openheid dat anderen met evenveel recht de ‘werkelijkheid’ anders beleven en hanteren.

Dé grote valkuil: ‘waarnemen’ verwarren met ‘verklaren’
Luister eens aandachtig naar jezelf, naar wat je communiceert, je doet wellicht zoals iedereen = je deelt overwegend verklaringen, conclusies en meningen, soms vage vaststellingen uit derde hand. Het is erg moeilijk om eerst duidelijk te zeggen wat je zelf hebt waargenomen of waar je de gegevens hebt gehaald. Nog moeilijker is het om aan te geven wat je uit de gegevens selecteert als belangrijk, om vervolgens te vertellen wat de waarnemingen jou doen, hoe je er innerlijk op reageert en welke behoeften dit bij jou oproept. Wees gerust, deze vaststelling geldt voor alle mensen, we zijn allemaal ‘slordig’ in onze communicatie.

Scherper waarnemen = meer inzicht. Maar hoe?
Het is leerzaam om strategieën te hanteren die je in alle situaties helpen om je beperkingen te ‘overbruggen’.
De algemeen beste strategie is: stel vragen, voortdurend, duidelijke vragen, open vragen. Stel die vragen aan jezelf maar ook aan anderen. Stel vooral niet-bevestigende vragen. (2)
Een tweede strategie is: maak gebruik van de zintuigen van anderen. Zij zien wat jij niet ziet. Vraag naar wat zij waarnemen, opmerken, gewaarworden, vaststellen. Hou het simpel, vraag gewoon “Wat zie jij?”, “Wat ruik jij?”, enz. Vraag niet wat zij “er van vinden” (dan vraag je om hun mening) maar vraag wat zij hebben waargenomen en aan welke gegevens zij waarde hechten.
Een derde strategie: heb oog voor het ‘midden’ van het gesprek en welke informatie in het midden wordt gelegd en vooral welke gegevens er ontbreken. “Over welke gegevens beschikken wij niet?”. (3)
Een vierde strategie: vraag in gesprekken aandacht voor het ‘thema’. Het thema is datgene waar het op dat moment écht om gaat. Het ligt meestal verscholen onder de meningen en argumenten. Het thema is niet het onderwerp van het gesprek, niet datgene waarover er veel wordt gepraat of waar argumenten voor worden gegeven.(4)
Een vijfde strategie: deel je waarnemingen met anderen zonder (onmiddellijk) je conclusies te geven of je verklaring of je mening.
Tenslotte een strategie die je steeds bij de hand hebt: stel regelmatig bij jezelf de vraag “Wat haal ik hier uit voor mezelf?” of “Wat leer ik hier uit?” Oordeel niet maar noteer de punten die voor jouw kennisontwikkeling nuttig zijn.

———
(1) Over de verschillende zintuigen lees meer in het hoofdstuk ‘Zintuigen en wat je er mee doet’ in de tekst: Medeleven Empathie Mededogen → Korte teksten
(2) Lees meer in De kunst van het vragen en het Vragenkompas → Korte teksten
(3) Lees meer in: Hoe hou je het gesprek ‘in het midden’? → Korte teksten
(4) Over het onderscheid tussen het onderwerp van een gesprek en het thema van het gesprek lees je meer in het hoofdstuk ‘Communicatie draait rond vijf elementen’ in de tekst: Kies je voor een dialoog? Wat doe je dan? → Korte teksten

Inzicht (4) Wat zit verborgen in iedere mening?

Een inzicht delen, een mening geven
Wanneer jij je inzicht deelt geef je je persoonlijke kijk op de zaken, dat is een mening. Iedereen weet het, niet iedere mening getuigt van inzicht. Vandaar de vele kritische vragen die je kunt stellen bij elke mening.
Bij het geven van een mening denk je wellicht aan een concrete inhoud, aan ‘wat’ wordt gecommuniceerd. Weet dat tegelijk met ‘wat’ er wordt gedeeld het belangrijk is te weten ‘wat niet’ wordt gecommuniceerd. Het kan erger, wanneer er net door iets te vertellen of te tonen, gewild of ongewild, iets wordt verzwegen of verborgen gehouden.
Naast het ‘wat’ is ‘hoe’ ze wordt gecommuniceerd eveneens een essentieel deel van een mening, samen met ‘wanneer’ en ‘waar’ ze wordt gedeeld.
Wat, hoe, waar en wanneer vormen samen het systeem van ‘een inzicht delen’ of ‘een mening geven’. Wanneer jij je mening geeft of wanneer je een mening ontvangt voor welk aspect heb jij voornamelijk oog en oor en aan welk aspect schenk jij zelden aandacht?

Wat zit verborgen in iedere mening?
In iedere mening steken allerlei zaken die soms duidelijk zichtbaar zijn maar meestal echter verborgen blijven, ook voor wie de mening geeft. Dit geldt zowel voor de ‘expert’ die wordt geïnterviewd, voor de boeken die je leest, voor de berichten die je volgt op het internet en de sociale media, voor wat een kunstenaar jou presenteert, als voor wat je verneemt van je familie of vrienden.
Iedere mening is zoals een foto, een stukje geknipt uit een breder beeld, een klein stuk uit de werkelijkheid bekeken vanuit een beperkte hoek.
In iedere mening steken volgende elementen, gedeeltelijk of volledig verborgen:
• Een beroep doen op feiten of gegevens, meestal uit de derde of vierde hand, zelden uit de eerste hand. Er is geen inzicht of mening zonder feiten. (1) Stel jij de kritische vraag: Op welke feiten baseert hij zich? Wat is de bron voor die bewering? Maar ook: Welke gegevens worden hier verzwegen? Wat wordt hiermee niet gezegd?
• Een gedachtengang gebaseerd op een denkpatroon en een denkmethode. Zelden volgt een mening van A tot Z een logische of rationele weg; dat hoeft ook niet maar het moet wel helder zijn hoe de gedachtengang dan wel verloopt. In de gedachtengang sluipen makkelijk: associaties, denksprongen, veronderstellingen, gissingen, vooroordelen, algemeenheden, vage woorden, platitudes, enz. Stel jij de kritische vraag: Wacht even, hoe verloopt hier de gedachtengang? Hoe worden de gegevens aan elkaar gekoppeld? Welk denkpatroon wordt hier gehanteerd? (2)
• Een specifiek taalgebruik. Vooral de woorden die gekozen worden verraden of het hier gaat om dagelijks taalgebruik dan wel of de spreker zorgvuldig of nauwkeurig haar woorden kiest. (3) Woorden drukken een specifieke visie uit. Woorden hebben tegelijk én een betekenis én een beleving én roepen beelden op. Veel meningen werken niet met woorden met een definities maar bereiken jou via metaforen, analogieën, voorbeelden, gelijkenissen of symbolen. Stel jij de kritische vraag: Hoe helder formuleert hij zijn mening en is de vorm voor mij voldoende om daar op in te gaan? Welke begrippen die zij gebruikt stel ik nu reeds in vraag? Op welke woorden legt zij de nadruk en wat wil ze daar mee uitdrukken? Welke beelden worden mij voorgespiegeld?
• Steunen op een reeks aannames, waarden en normen die bepalen wat wel en wat niet mag worden gedeeld en op welke manier wel of niet. Ieder inzicht en iedere mening ondersteunt tegelijk een bepaalde mens- en maatschappijvisie. Stel jij de kritische vraag: Welke aannames vormen de basis van deze mening? Welke waarden worden op deze manier verdedigd? Welk gegeven, onderwerp of thema is hier taboe? Welke woorden of uitingen mogen niet worden gebruikt en om welke reden?
• Voldoening zoeken van persoonlijke belangen, behoeften en intentie. Ieder die een mening geeft wil iets in ruil, iets waar hij persoonlijk belang aan hecht. Zoals bv.: bevestiging krijgen ‘Ja, je hebt gelijk.’ of erkend worden ‘Jij bent deskundig in deze zaak.’ of een thema in de aandacht brengen of een meningenspel uitlokken (bv. met een boude uitspraak ‘Alle Walen lopen 100 jaar achter.’). Stel jij de kritische vraag: Voor welke behoefte van haar wil zij voldoening? Welk is zijn persoonlijk belang in deze zaak? Wat is zijn intentie? Wat gebeurt er indien ze van mij geen gelijk krijgt, gaan we dan in de strijd?
• Rekening houden met de relatie met anderen en hun belangen. Zeer vaak zijn er anderen bij betrokken wanneer er een mening wordt gegeven. Soms zijn dat medestanders waar een beroep op wordt gedaan ‘Wij zijn allemaal overtuigd dat …’. Soms is er op de achtergrond een autoriteit die de mening moet stutten. Soms zit er een ‘sponsor’ achter de schermen. Stel jij de kritische vraag: Wie heeft er allemaal ‘winst’ bij dat deze mening nu op tafel wordt gelegd? Wie is er allemaal bij betrokken die hier niet wordt vernoemd? Op wie steunt hij om dit te beweren?
• Een doel nastreven, men wil iets bereiken. Iedere mening wil niet alleen een reactie uitlokken, het wil ook een doel bereiken. Dat kan niet enkel eenvoudig ‘gelijk halen’ zijn maar het kan ook bv. : zoeken naar een oplossing; zelfstandigheid verwerven; jou verleiden; een beslissing doorduwen; twijfel zaaien; een subsidie binnenhalen; een tegenstander belachelijk maken; enz. Stel jij de kritische vraag: Wat wil hij bereiken met het delen van deze mening op dit moment, op deze manier? Wat is zijn verborgen agenda? Waar begin ik aan wanneer ik reageer op haar?
• Het is een actie binnen een bepaalde strategie. Hoe de mening wordt gegeven, op welk tijdstip, wie er bij aanwezig zijn, op welke plek het gebeurt, … het zijn allemaal factoren die de context vormen en die in veel gevallen onderdeel zijn van een strategie. De strategie kan zijn: er voor zorgen dat een visie helder op tafel komt op het juist moment; werken aan een probleem. Maar het kan ook: jou doen twijfelen; een lopende discussie ontregelen; een ander team uit elkaar spelen; achter de schermen werken; de indruk wekken jou in vertrouwen te nemen; een valkuil voor jou klaarleggen; gewoon tijd winnen; enz. Stel jij de kritische vraag: Is het nuttig om er nu op in te gaan, op deze plek, op dit moment? Reageer ik op de mening of op de strategie? Wat kan ik verliezen door net nu te reageren? Wat kan ik winnen door niet te reageren en mijn eigen strategie te volgen?
Al deze elementen werken samen. Een mening is een cocktail van deze elementen.

Een mening ontvangen en er op reageren
Het ontvangen van een mening is meer dan het luisteren naar wat iemand zegt of schrijft of het kijken naar wat wordt getoond. In welke mate laat je datgene wat naar jou wordt gestuurd even in het midden liggen en neem je bewust het bericht of een deel ervan op? (4) Hoeveel ruimte in jezelf laat jij voor kritische vragen alvorens de mening te bevestigen of tegen te spreken? Hoe toon je dat je eerst een antwoord wil op jouw kritische vragen?
Het gaat hier om een wederzijdse actie: een inzicht delen door de een en die ontvangen door de ander werken op elkaar in. Zo gaan ‘ongezonde’ meningen even snel de wereld rond als ‘gezonde’.
Ook bij het ontvangen werken wat, hoe, waar en wanneer samen. De mate waarin je aandacht geeft kan een mening versterken. Besef je wat je allemaal bevestigt bv. door een ‘like’ aan te klikken of door een bericht te delen? Besef je dat door een mening te citeren en tegen te spreken je die mening bevestigt?! (de hersenen van de lezer of de luisteraar houden geen rekening met ‘neen’ of ‘niet’.)
Stel jij jezelf de kritische vraag: Wil ik door wat ik doe de mening van de ander versterken? Indien je antwoord ‘neen’ is, wat drijft je dan om te reageren? Wat houd je tegen om te zwijgen? Welk gevaar dreigt er volgens jou wanneer je niet reageert op een mening? Wat is jouw ‘winst’ wanneer je een gesprek voert, communiceert of onderhandelt vertrekkend van je eigen inzichten? Hoe breng je je eigen visie zonder een meningenspel uit te lokken?
Het blijft steeds nuttig om kritische vragen te stellen. Hiermee helpt je de ander of jezelf (bij een innerlijk gesprek) om orde op zaken te krijgen. (5)

Het meningenspel
Wat in geen enkel geval productief is, is het meestappen in een ‘meningenspel’ = mening boven mening, boven mening, boven mening, … Dit spel is bedoeld om de krachten te meten of een positie te verdedigen (maatschappelijk, intellectueel, relationeel, politiek). Het meningenspel kan boeiend verlopen (bv. via een goed geleide discussie) doch is in de meeste gevallen onvruchtbaar als het gaat om het ontwikkelen van inzichten. Je bevestigt hiermee alleen je mening. Via een gesprek met mensen die een tegengestelde mening hebben versterkt je alleen je eigen visie, je verandert niet van mening, blijkt uit onderzoek. Een discussie of een debat kan je strategisch gebruiken bv. om je gelijk te halen, materiële winst te boeken, een verkiezing te winnen, een beleid te verdedigen, een bepaalde visie te propageren, mensen te overtuigen, enz. Het is een valkuil om te veronderstellen dat een goed geleid debat sowieso nieuwe inzichten oplevert. In plaats van in het meningenspel te stappen kan je leren kritische vragen te stellen. Daar kan je wel van leren. Dat kan best op een verbindende of waarderende manier, zodat het geen terechtwijzing wordt of deel van het ik-weet-het-beter spel.

———-
(1) Lees meer over de vier soorten feiten in: Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten → Korte teksten
(2) Over denkpatronen lees je meer in: Drie grondpatronen om je leven te be-leven → Korte teksten
(3) Over de tien kwaliteiten van taalgebruik lees je meer in: Talen en taalgebruik → Korte teksten
(4) Lees meer in: Hoe hou je het gesprek ‘in het midden’? → Korte teksten
(5) Het Vragenkompas is daarbij een effectieve hulp: De kunst van het vragen en het Vragenkompas → Korte teksten

Inzicht (3) Dat iets ‘werkt’ is op zich geen kennis

Iedereen beroept zich wel eens op “Het wérkt, dus is het juist! Dat weten we. Het resultaat bewijst het.” Wat ‘werkt’ heb je geleerd doordat je het enkele malen met goed gevolg hebt geprobeerd of omdat iemand het jou heeft aangeraden (die beweert dat zij het verschillende keren heeft gebruikt met goed resultaat) of het behoort tot de traditie van je groep.
Welke aanpak ‘werkt’ om tot rust te komen op een stresserend moment?
Wat ‘werkt’ wanneer allerlei zaken misgaan binnen je team?
Wat ‘werkt’ wanneer de artsen je niet kunnen helpen met een ernstige kwaal?
Wat ‘werkt’ wanneer je partner je zonder meer heeft verlaten?
Wat ‘werkt’ om een onoplosbare uitdaging aan te pakken?
Wat ‘werkt’ het best wanneer je diep in de put zit en verdriet voelt?
Wat ‘werkt’ wanneer je het niet eens bent met het gevoerde beleid?

Wanneer iets ‘werkt’ voor jou, werkt het, punt.
Wat ‘werkt’ levert een ‘terugkerende persoonlijke ervaring’ op, maar dat is nog geen ‘kennis’. Handelen op basis van de vaststelling dat ‘het werkt’ kan echter wel nuttig en verantwoord zijn, zelfs zonder dat je kunt verklaren waardoor het werkt.
Dit klinkt misschien irrationeel vanuit één perspectief, vanuit een ander perspectief kan het best wel rationeel zijn. Bijvoorbeeld: Door gewoon te doen wat ‘werkt’ … is mijn aanpak nuttig, efficiënt en effectief binnen de mij gegunde tijd en met mijn beperkte middelen, of … krijgen mijn gevoelens en behoeften de noodzakelijke ruimte, zonder dat ik daarom ‘emotioneel’ reageer, of … hanteer ik een beeldende taal die hier veel effectiever werkt ook zonder dat ik daar een rationele uitleg bij kan geven?
Je kunt handelen vanuit datgene wat voor jou ‘werkt’, zelfs zonder dat je weet hoe het ‘werkt’, zolang je maar niet stelt dat jij hiermee het ‘grote inzicht’ bezit en dat al het andere in de schaduw staat of niet ‘werkt’.

Om het even wat voor jou ‘werkt’, het werkt … voor jou.
Wat ‘werkt’ voor jou, doet het daarom niet voor een ander.
De eerste stap naar ‘kennis’ en ‘iets weten’ zijn kritisch reflecterende vragen: Hoe werkt het? Waardoor ‘werkt’ datgene wat ik doe? Onder welke condities ‘werkt’ het (niet)? (1)
Je geeft dan een verklaring voor dat wat je ervaart en vaststelt. De herhaalde vaststelling en je overtuiging dat iets ‘werkt’ is nog geen ‘verklaring’! Daarenboven is de verklaring die jij geeft voor het feit dat iets voor jou ‘werkt’ niet zomaar ‘correct’ of draagt niet zomaar bij aan ‘kennis’. Zelfs niet indien de mensen om je heen voor wie het ook ‘werkt’ het eens zijn met de verklaring.
Terecht vraag je respect voor jouw overtuiging dat je de dingen correct ziet en dat jouw verklaring klopt. Er is respect voor wat jij beleeft of ervaart en hoe je daar naar kijkt. Het gaat dan wel om ‘persoonlijke feiten’ en ‘persoonlijke kennis’. Wanneer je je ervaringen en je ‘kennis’ deelt met anderen kan je steunen op ‘kennis aanvaard binnen een groep of een gemeenschap’. (2)
Het blijft echter nog steeds beperkte kennis, geen ‘algemeen aanvaarde, onderzochte kennis’. (3)

Heb je daar een heldere verklaring voor?
Een herhaalde ervaring, beleving of vaststelling heeft een consistente verklaring nodig waarvan de aannames en uitgangspunten helder zijn en de gedachtengang zichzelf niet tegenspreekt. Ik hoef het niet eens te zijn met jouw consistente verklaring. Hoe helderder jouw verklaring hoe beter ik kan aangeven waar ze voor mij niet correct is.
Het zoeken en formuleren van een verklaring (= het antwoord op de vraag Waardoor werkt het?’) werkt samen met en vanuit jouw waarden en normen (= het zoeken van een antwoord op de vraag Waarom moet het zó gebeuren?’). (1)
De geschiedenis staat vol met verhalen van verzet tegen het zoeken van een ‘algemene verklaring’, verzet op basis van waarden uitgedrukt in uitspraken als “Dit gaat in tegen onze leer.” of “Dit wordt tegengesproken door de traditie.” of “Dit staat niet zo in onze teksten.” of “Er zijn metafysische elementen waar je geen rekening mee houdt.”.

Elke verklaring moet je steeds opnieuw onderzoeken
Een verklaring, een theorie, een concept of een model dient ook onderzocht te kunnen worden los van de beleving, de ervaring of de vaststelling dat ‘het werkt’.
• De overtuiging dat de zon en de planeten rond de aarde draaien was tot de zeventiende eeuw ‘algemeen aanvaarde kennis’. Sterrenkundigen hadden daar diverse consistente verklaringen, theorieën en modellen voor én die ‘werkten’!
Inmiddels is er een andere wetenschappelijke theorie en hanteren we een ander model.
• Tot 1875 konden vrouwen niet studeren aan een universiteit in Europa. Het zou daarna nog langer dan vijftig jaar duren vooraleer een vrouw docent mocht zijn aan een universiteit. (4) De mannen hadden daar een ‘heldere verklaring’ voor, gestoeld op hun ‘kennis’ van vrouwen. Ze hadden er zelfs wetten voor gestemd. Én het ‘werkte’ (zolang de vrouwen zich hielden aan de regels). Vandaag worden vrouwen en mensen met een getinte huidskleur op verschillende terreinen nog steeds als minder behandeld op basis van een overtuiging die steunt op (vermeende) ‘kennis van zaken’ en een ‘consistente verklaring’. Én het ‘werkt’ tot …

‘Waarheid’?
Een geloof, een theorie, een concept, een model, kan nuttig zijn om kennis te verzamelen en een verklaring op te stellen en daaruit inzicht te ontwikkelen. Iets weten of ‘kennis’ hebben over iets, is echter nog geen ‘inzicht’. In dit laatste geval zie je verbanden binnen het systeem van wat je waarneemt én verbanden van dat systeem met een groter systeem. (hierover later meer)
Noch ‘persoonlijke kennis’, noch ‘kennis van een gemeenschap’, noch ‘algemeen aanvaarde, onderzochte kennis’, is ‘waarheid’. Het waarheidsgehalte gaat nooit verder dan de steun die deze ‘kennis’ krijgt van wie in die verklaring of die theorie gelooft.
Ernstige wetenschap werkt niet met ‘waarheid’ maar met de ‘actueel hoogste waarschijnlijkheid’ én ze verwelkomt daar kritische vragen over.

Praktisch
Wil je de wereld buiten je ‘kennis-cocon’ verkennen dan is het nodig om een open gesprek aan te gaan met mensen die het niet met je eens zijn en die andere methoden gebruiken die voor hen ‘werken’. Stop met het beoordelen van anderen en zoek wegen om samen te werken niettegenstaande de verschillen. Stel jezelf en anderen kritische vragen over wat als ‘feiten’ op tafel wordt gelegd en wat de onderliggende aannames, overtuigingen en vooronderstellingen zijn. Je vraagt en luister ook naar de waarden die belangrijk zijn voor de anderen en die mee hun intentie en hun doelen sturen.
Ja, ga voor wat voor jou ‘werkt’, maar stel jezelf kritische waardoor-vragen én sta open voor wat ‘werkt’ voor de ander.

——-
Noten
(1) Over het grote verschil tussen de vraag ‘Waardoor?’ en de vraag ‘Waarom?’ lees je meer in De kunst van het vragen en het Vragenkompas → Korte teksten
(2) Lees meer in: Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten → Korte teksten
(3) Voor meerdere mensen ‘werkt’ … wat door anderen als ‘irrationeel’ wordt bestempeld, bv.: trial and error; betogen; staken; iedere dag twee uren of langer mediteren; nauwgezet een ritueel uitvoeren; bidden tot God of de profeten of de heiligen; praten met de voorouders; een vraag stellen aan het Universum; praten met paarden; een homeopathisch geneesmiddel; een alternatieve genezer of ziener raadplegen; rekening houden met de volle maan; tarotkaarten of de I Tjing raadplegen; enz.
Bij andere strategieën die voor sommige mensen ‘werken’ kunnen vraagtekens worden gesteld: debatteren en ruzie maken; zich beroepen op absolute persoonlijke vrijheid; kinderen straffen; machtsvertoon; agressie en geweld gebruiken; dreigen en intimideren; een kleine of een grote oorlog; verhuizen naar de virtuele realiteit; drugs gebruiken; enz
(4) In 1879 promoveerde Aletta Jacobs als eerste vrouw aan een Nederlandse universiteit. In België promoveerde Emma Leclercq in 1885 tot doctor in de natuurwetenschappen. Ze was de eerste vrouw in België met een universitair diploma.
Tot 1930 kreeg Emmy Noether geen aanstelling als betaald docent aan een Duitse universiteit. Met de komst van het nazi-regime was het daarna voor een joodse vrouw helemaal uitgesloten. In 1933 trok ze naar de VS en had ze een betaalde baan op een universiteit uitsluitend voor vrouwen (gender segregatie).

Eigenzennige gedachte: Je eigen-aard

Onderstaande gedachte noteerde ik in mijn leerboekje.
Ik heb ze toegevoegd aan het boek Eigenzennige gedachten → Boeken

Ontdek en zie je eigen-aard.
Aanvaard je eigen-aard.
Waardeer je eigen-aard.
Handel vanuit je eigen-aard en dus
verraad je eigen-aard niet.

Leer dan verbindend om te gaan
met de eigen-aard van de ander.
Leer de anderen hoe ze verbindend kunnen omgaan
met jouw eigen-aard.

Om uiteindelijk te komen tot het inzicht:
dat je zelf-aard gelijk is aan geen-aard.
Je hebt geen concept van ‘zelf’ of ‘zelf-aard’ nodig
om jezelf te zijn.

Met dank aan zen-meester Hakuin Ekaku (1686-1768)
Stevens, John, Drie zen meesters: Ikkyu, Hakuin, Ryokan, Uitg.Karnak Amstersam 1993

Inzicht (2) Alle kennis is collectief

Alle kennis is collectieve kennis. Strikt individuele kennis bestaat niet.
Alle kennis is samengesteld uit duizenden stukjes kennis van anderen.
Een patent nemen op een stukje ‘individuele kennis’
is het zich onterecht toe-eigenen van een stukje collectieve kennis.
De vaststelling dat alle kennis collectief is en
dat er geen strikt individuele kennis bestaat,
neemt niet weg dat het bezit van alle collectieve kennis begrensd is.
Indien er geen fysieke, psychische, emotionele, economische,
sociale en politieke grenzen zouden zijn
zouden we allemaal alle kennis kunnen bezitten.
Niet de kennis is begrensd wel onze mogelijkheden
om de kennis te bereiken, te verzamelen, te vatten, bij te houden en
ze – in interactie met anderen – te gebruiken en mee te vergroten.

De collectieve kennis groeit door het delen
van jouw kleine stukje kennis dat je meent te hebben verworven.
Het is jouw verantwoordelijkheid om de kennis die je ontvangt,
aan te vullen, te verbeteren, wanneer nodig om te zetten in het tegendeel, enz.

Door je bewust te worden van de collectiviteit van kennis
kan je zien dat je eigen perspectief en je individuele kennis
begrensd zijn en verankerd zijn binnen de ‘collectieve menselijke kennis’
die op haar beurt deel is van het ‘globale systeem van kennis’.
De collectieve kennis van mensen is slechts een klein stukje
van het ‘globale systeem van kennis’ van alle levende wezens op aarde, vanaf de eencelligen.
Wat het ‘globale systeem van kennis’ allemaal omvat
kan geen mens bevatten, enkel trachten aan te voelen.

Praktisch
Om kennis over een onderwerp te verwerven is delen van gegevens en inzichten met anderen noodzakelijk. Je hoeft daarvoor niet in een team te werken. Ieder van ons verrijkt haar inzichten door kennis te delen. Delen doe je door te dialogeren, niet door te debatteren of te discussiëren. In dat laatste geval ga je voor gelijk halen en winnen, je eerste intentie is niet er mee voor te zorgen dat gemeenschappelijke inzichten groeien.
Debatteren en discussiëren is een weinig vruchtbare manier om inzichten te delen, te vergroten of te ontwikkelen. De juiste vragen stellen, kritisch luisteren en dialogeren levert zoveel meer op.
Iedereen heeft gelijk … vanuit het eigen beperkte standpunt.

Een groep of een gemeenschap heeft gelijk … binnen de muren van de eigen aannames en overtuigingen.
Niemand heeft gelijk … vanuit het globale standpunt.
We zouden de sociale media ook kunnen gebruiken om gedachten te delen ( en niet louter om onszelf te promoten of onze diensten of producten). Dan dienen we wel te leren om te dialogeren en te schenken via de sociale media. Dan schenk je stukjes gedachten en inzichten zodat die door iedereen kritisch kunnen worden behandeld en op een
vrije manier kunnen worden gebruikt. Dan verkondig je geen mening en stelt je niet “Zo is het.”. Via sociale media discussiëren is nog onvruchtbaarder dan wanneer je dit face to face doet.

“Kennis is macht.” geldt voor die mensen die uit zijn op eigen macht en dus op de onmacht van anderen. Ja, anderen in onmacht zetten door hen kennis te onthouden werkt al eeuwen. Het ontzeggen van onderwijs aan (bepaalde) kinderen en vrouwen is een machtsmiddel. Net zoals mensen het spreek- of schrijfrecht weigeren.
Politieke macht, economische macht, militaire macht, … alle vormen van macht groeien door het ontzeggen van kennis en het verbergen van data en gegevens.
Want:
“Wie meer weet zou wel eens kunnen handelen tegen mijn belangen in!”
Er zijn geen domme mensen, wel mensen die dom worden gehouden.
Wil je een ‘betere’ wereld?
Deel dan je kennis.

——-
Het is nuttig om enkele van deze teksten te lezen → Korte teksten
Kies je voor een dialoog? Wat doe je dan?
Hoe hou je het gesprek ‘in het midden’?
De kunst van het edel zwijgen
Evalueren – Beoordelen – Waarderen
Wat maakt een gesprek helder?