Acht vragen (6) Autonoom binnen een relatie

De rubriek ‘Acht vragen’ biedt je een Vragenkompas aan met vragen uit de acht richtingen rond een algemeen geformuleerde vraag. Deze vragen zijn een opstap, om nog andere, concrete vragen te vinden op jouw werkvraag. Hoe formuleer je jouw werkvraag? Deze rubriek geeft dus geen oplossingen of tips hoe jij het moet aanpakken.
De tekst ‘Ter inspiratie’ die volgt biedt je enkele korte inspirerende gedachten aan.

Hoe handel ik autonoom binnen een relatie?

Andere vragen van lezers:
Hoe laat ik me niet te sterk beïnvloeden door de mening van een ander?
Hoe blijf ik autonoom handelen binnen een hechte groep?
Hoe blijf ik mezelf in een intieme relatie?
Hoe laat ik me niet tegenhouden door angst voor verlies wanneer ik mijn (ex-)partner helemaal loslaat?

Het Vragenkompas is contextueel, d.w.z. dat bij alle vragen die je kunt stellen de vraag er bovenop luidt: Hoe beïnvloedt de context deze vraag en het antwoord? Klik op de afbeedling om ze te vergroten of te downloaden.

Ter inspiratie

Drie sociale basisbehoeften
Elk individu heeft drie sociale basisbehoeften (1). Deze drie behoeften zijn de kernthema’s bij de ontwikkeling van relaties, zowel relaties in een groep als een relatie met een individu, bv. een partner.
1. Erkenning of inclusie (de relatiedimensie ‘binnen – buiten’):
Iedereen wil meetellen en serieus genomen worden; niemand wil buitengesloten worden. Het gaat om ‘identiteit’, om erbij horen, om het gevoel opgevangen, aanvaard en verzorgd te worden zoals je bent. Waar liggen de grenzen tussen partner zijn/groepslid zijn en de eigen identiteit: kan ik in deze relatie/in deze groep mezelf uitdrukken? Welk soort gedrag is hier acceptabel en welke grenzen stelt de ander/stellen de anderen hier aan?
2. Genegenheid of affectie (de relatiedimensie ‘dichtbij – veraf’):
Iedereen wil gezien worden, sommigen hebben een sterke behoefte aan affectie en persoonlijke waardering. De voornaamste vragen hebben te maken met het omgaan met de eigen autonomie in een groep, in een relatie, met de vrees niet aardig gevonden te worden, maar tevens een vrees voor teveel intimiteit. Is de ander/de groep echt geïnteresseerd in mij en in wie ben ik echt geïnteresseerd ? Wordt mijn privacy gerespecteerd ? Hoeveel van mijn opvattingen en vooral van mijn emoties kan (of moet) ik tonen in deze relatie/in deze groep? In welke mate is het veilig om me hier bloot te geven?
3. Invloed of controle (de relatiedimensie ‘boven – onder’):
Iedereen wil invloed uitoefenen op de ander/op teamleden, sommigen willen een sterke invloed. Het gaat om het uittesten van de krachten en de competenties, waarbij iedereen in de relatie probeert invloed te verwerven. Hoeveel invloed kan ik hebben in deze relatie/in deze groep? Wie heeft er macht en invloed over mij en hoeveel?

Een relatie ontwikkelen betekent naar elkaar toe bewegen en dat vraagt tijd en ruimte. Bij een gezonde ontwikkeling geef je regelmatig en om beurten aandacht aan het vormgeven van elk van deze drie basisbehoeften. Af en toe houdt een relatie op, dan is het tijd om af te wikkelen. Dat gebeurt niet op één moment. Je geeft dan best om beurten aandacht aan het loslaten van elk van de drie behoeften in die relatie.

→ Lees ook de korte tekst: Hoe vertel je je levensverhaal? Je leven in beeld brengen.

Je ‘identiteit’  en je ‘zelf’
Je ‘identiteit’ is een gezonde sociale constructie, nodig om vlot samen te werken en te communiceren. Het is je antwoord op de vraag: “Wie ben jij?” Afhankelijk van de context waarin die vraag wordt gesteld, gebruik je dan woorden die verwijzen naar je posities in je relatieveld en/of naar een beroep of een functie en/of een talent of een deskundigheid en/of een geaardheid of overtuiging en/of naar een locatie of een cultuur. Bv. vader van, moeder van, zoon van, dochter van, partner van, … én werknemer bij, zelfstandige, ondernemer, therapeut, kunstenaar, volksvertegenwoordiger, advocaat, poetshulp, vrijwilliger, … én deskundig in, specialist in, teamspeler, … én hetero, homo, zwart, orthodox in het geloof, conservatief, … én Antwerpenaar, West-Vlaming, Fries, Belg, Nederlander, … , enz.
Uiteraard voel je je meer dan een bundel van posities en functies e.d., meer dan je ‘identiteit’. Je bent op al die momenten je ‘zelf’. Een functie of een positie kan je alternatief invullen, veranderen of loslaten. Je ‘zelf’ kan je niet loslaten, die is er altijd, overal, op elk moment, in iedere positie, in iedere functie. Je kunt wel je ‘zelf’ ontwikkelen of ‘opnieuw uitvinden’ (dit hangt af van hoe je het begrip ‘zelf’ invult).(2)

Authenticiteit en eigen leiderschap
Ruth Cohn gebruikte de term ‘selectieve authenticiteit’ om aan te geven dat je kiest wat je toont of deelt van je ‘zelf’ in een concrete situatie.(3) Authentiek zijn met mate, met respect voor jezelf én voor de anderen én voor jullie relatie én voor de vraag op dat moment. Je neemt op ieder moment bewust de verantwoordelijkheid op voor de mate van openheid.
Selectieve authenticiteit is een kenmerk van eigen leiderschap.
 Het betekent bewust keuzes maken en verantwoordelijkheid nemen voor je gevoelens, je emoties, je behoeften en je gedrag.(4) Je laat datgene van jezelf zien dat past op dit moment en toch ben je transparant. Dat vraagt inschatten wat wel en niet verbindend of helpend werkt in de situatie en aandacht voor de juiste timing.
Meestal wordt over selectieve authenticiteit gesproken binnen het kader van het werken in een team. Het geldt echter in gelijke mate voor een op een relaties. In geen enkele relatie kan je altijd en volledig authentiek zijn. Die eis is onrealistisch en zelfs contra-productief.

Verbonden, niet gebonden
Alle levende wezens leven in verbinding. De mens handelt echter (wellicht) als het enige wezen dat anderen aan zich bindt. Een verbinding werkt vruchtbaar indien het aan beide kanten de mogelijkheid laat om de verbinding te verbreken. Indien dat niet het geval is dan is er sprake van binding. Een gezonde relatie is er een van verbinding, niet van binding.
In de psychologie heeft men het over de noodzaak voor een baby aan hechting. Het is de taak van de ouders om de baby te leren om gaandeweg ‘hechting’ los te laten en zich veilig te voelen bij ‘verbinding’. Ik merk bij veel volwassenen nog steeds een zoektocht om zich veilig te verbinden met een partner zonder zich aan de ander te binden, zich afhankelijk te maken van de ander, en de ander aan zich te binden.(5)

Interafhankelijk
Voor sommigen is het een moeilijk te aanvaarden gedachte: je bent een interafhankelijk wezen. Je hebt de ander(en) nodig om jezelf te kunnen ontwikkelen. Bij alles wat je ziet, voelt, denkt, uitdrukt, eet, doet, enz. word je beïnvloed door anderen en door je omgeving. Je kunt niets zonder de anderen. Het voedsel dat je eet, de kleren die je draagt, de activiteiten die je onderneemt, de tools die je nodig hebt voor je activiteiten, de wijze waarop je kunt communiceren met anderen, enz. Alles, letterlijk alles, krijg je van anderen, via schenken, ruilen, kopen of stelen. Dat geldt eveneens voor alle niet-materiële zaken, zoals: kennis, ideeën, inzichten, duizend manieren om je uit te drukken (verbaal, non-verbaal, beeldend), antwoorden op je vragen, enz. En interafhankelijkheid geldt vooral voor het vervullen van je basisbehoeften aan erkenning, liefde, genegenheid, intimiteit, het realiseren van je dromen en doelen, enz.

Aanbieden en ontvangen
Meestal wordt gesproken over ‘geven en nemen’, dat klinkt niet alleen anders dan ‘aanbieden en ontvangen’ dat werkt ook anders.(6) Een goed werkend team (twee tot twaalf personen) bestaat uit leden die verschillende talenten, kwaliteiten en geaardheden aanbieden. Je vormt geen goed voetbalteam met twaalf spitsen. Een orkest bestaat uit verschillende instrumenten en niet ieder instrument krijgt evenveel speeltijd. Alles hangt af van het gemeenschappelijk doel of wat er in het midden ligt.(7) Wantrouwen zorgt voor een slecht compromis, vertrouwen geven kan zorgen voor een vruchtbaar compromis.

(1) William C. Schutz, Elements of encounter, Joy Press, Big Sur CA 1973
(2) Inspiratie vind je in Ontmoetingen met je ‘zelf’ – Wat kunstenaars je aanbieden → Korte teksten
(3) Een heldere uitleg over selectieve authenticiteit: hier
(4) Lees meer over het onderscheid tussen gevoelens en emoties in het bericht van 8/3/21
(5) Bv. in: Jan Geurtz, Bevrijd door liefde – Praktijkboek voor zelfacceptatie en geluk in relaties, Ambo Amsterdam 2014
(6) lees het bericht van 13/5/19
(7) Lees meer in het hoofdstuk ‘Individueel, gedeeld of gemeenschappelijk?’ p.20 in Wie heeft er een probleem? Ik, hij, zij of wij? → Korte teksten
Lees ook Hoe hou je het gesprek ‘in het midden’? → Korte teksten

Gevoelens en emoties onderscheiden

Laura Knight, A dark pool,1918

(Je kunt dit bericht ook hier downloaden)
Bij een recent voorval voelde ik de noodzaak om opnieuw duidelijk te maken wat het onderscheid is tussen gevoelens en emoties en hoe je die uitdrukt. Iemand reageerde heftig emotioneel en rechtvaardigde dit gedrag door te beweren zeer gevoelig te zijn.
In het dagelijks taalgebruik worden de begrippen gevoelens en emoties door elkaar gebruikt, dat is onzorgvuldig.(1)
Gevoelens zijn de resultaten van een waarneming. Gevoel is een perceptie, een waarneming. Daarvoor denk je wellicht op de eerste plaats aan je huid en de aanrakingen. Je voelt andere sensaties met  je hart als zintuig.(2) Daarnaast neem je gevoelens waar tegelijk met het waarnemen via de andere zintuigen. Je hoort en voelt de klanken, je ziet en voelt de kleuren en vormen, je proeft en voelt de smaken, enz. Met welke zintuigen neem jij de temperatuur waar en hoe voel je dat? De uitdaging bestaat er in om fijngevoelig te leren voelen, scherper te leren waarnemen.
Emoties zijn het resultaat van een beoordeling en een waardering (positief, negatief, neutraal of onverschillig) van wat je voelt. Het is een reactie op je waarnemingen. Emoties zijn dat wat je doet met je gevoelens. (3) Daarin maak je keuzes. Emoties zijn nuttig en nodig om in beweging te komen en geven de richting aan van de ‘bewegingen’ in je leven. Ze verwijzen  naar je onderliggende behoeften. Hier is de uitdaging om je niet te laten meeslepen door sterke emoties en integendeel om je zo gedifferentieerd mogelijk uit te drukken, via meerdere ‘talen’.
Wanneer je bv. klanken waarneemt in de natuur of muziek beleeft in een concert, kan je leren de klanken tevens te voelen, wat iets anders betekent dan wat de klanken met jou doen, want dat laatste zijn je emoties.
Met gevoelens neem je waar. Dieren hebben vaak een of meerdere zintuigen die ultra gevoelig zelfs. Hun emotionele reacties daarentegen zijn meestal grover: angst, nieuwsgierigheid, droefheid, blijdschap, onzekerheid, kwaadheid, agressie (fysiek of ‘verbaal’), spelen, seksuele opwinding, onderdanigheid, drang om zich te hechten aan anderen of anderen aan hen te hechten; bij sommige dieren zie je ook tederheid en medeleven (toch maar opletten voor het projecteren van menselijke gevoelens in dieren, ook al zijn de uitdrukkingen van emoties zo gelijkend!).(4)
De meeste mensen tonen dat ze zowel in hun waarnemen als in hun emotionele reacties en in hoe ze die uitdrukkingen overwegend beperkt en ‘grof’ handelen (zie bv. de communicatie op de sociale media en in de politiek). (5) Opmerkingen of ongewenste feedback worden snel persoonlijk genomen en als een ‘aanval’ beschouwd. (6)
Het onderscheid tussen gevoelens en emoties kan je ervaren via meditatie of mindfulness. Je zit neer en neemt scherp de gewaarwordingen waar in en rond je lichaam en de gedachten die opkomen. Je leert het enkel te houden bij de waarnemingen. Al snel echter verbinden zich emoties aan de observaties en start je een innerlijk gesprek en ben je weg van het louter vaststellen en het hier-en-nu.
Wie sterk emotioneel reageert is daarom niet erg gevoelig, vaak integendeel.
Sterke emotionaliteit wordt, ten onrechte, verward met hoge gevoeligheid. Het betekent alleen dat die persoon niet heeft geleerd zijn emoties op verschillende en verfijnde manieren te uiten. Zijn uitingen zijn als primaire reacties. Wie de stem verheft of luid schreeuwt voelt niet meer pijn en heeft zeker niet meer gelijk dan iemand die heeft geleerd dit op andere manieren uit te drukken. Iemand of iets kan je prikkelen, verleiden, uitdagen, aanvallen, onrechtvaardig behandelen. Dat kan je vaststellen, daar voel je gevoelens bij. Het is echter jouw verantwoordelijkheid wat je ermee doet, hoe je er emotioneel op reageert.
Je emotioneel uitdrukken heb je geleerd. Mensen zijn minder genetisch gebonden aan emotionele uitdrukkingen. We zijn lerende wezens. Dat maakt ons verantwoordelijk voor de wijze waarop we onze emoties uiten. Je kunt je emotionele uitingen verfijnen. Dan leer je nieuwe woorden en nieuwe gedragingen en meer gebruik te maken van non-verbale en beeldende talen en van stilte. (7)
Beter je gevoelens inzetten om goed waar te nemen dien je ook te leren. Wandel door een bos en leer kleuren en vormen onderscheiden zonder de bedenking te maken dat die mooi zijn of niet, hou je oordeel in, kijk alleen en kijk aandachtiger. Voel (= neem innerlijk waar) hoe je de neiging hebt om daar toch iets van te vinden (= daar waarderend op te reageren). Wat dan in je opkomt zijn je emoties. Je kunt leren om scherper waar te nemen en het bij je gevoelens te houden.
Je kunt leren om bv. aandachtiger naar muziek te luisteren en veel meer klanken en intonaties te herkennen. Op dat moment wordt een concert een multidimensionale beleving.
Mensen die wel zéér gevoelig zijn, hoog sensitief, hebben zintuigen die op scherp staan en fijner waarnemen. Ze nemen meer schakeringen waar. Ze ruiken meer geuren, horen meer klanken, zien meer kleuren, proeven meer smaken en hun handen nemen veel meer waar wanneer ze iets aanraken. Ze voelen tevens hun waarnemingen. Niet zelden hebben ze meer tijd nodig om hun waarnemingen en hun gevoelens, te communiceren. Vaak zijn ze erg gevoelig voor té sterke geuren, té luide klanken, té felle kleuren, té scherpe smaken. Die ‘té’ zorgt immers voor vervlakking.
Wanneer je bewust zijn, voelen met het hart en denken als drie zintuigen beschouwt (8) dan zijn mensen met een hoge sensitiviteit in staat fijner waar te nemen wat de actie ‘bewust zijn’ bij hen doet. Ze voelen andere mensen, dieren en planten scherp aan. Ze zijn tevens gevoeliger voor denkpatronen en voor de woorden die gedachten uitdrukken.

Het kan op vele vlakken verkeerd lopen bij de communicatie van gevoelens en van emoties.
Kan je gevoelens (= waarnemingen) communiceren zonder emoties?
Welke talen wil je hanteren om jouw gevoelens zo helder en nauwkeurig mogelijk te communiceren?
Hoe kan je je emoties communiceren op zo’n wijze dat alle schakeringen tot hun recht komen?
Hoe communiceer je met iemand die niet een zorgvuldige of nauwkeurige taal heeft geleerd en jou niet kan ‘horen’ wanneer je je nauwkeurig uitdrukt?
Hoe druk je je beeldend uit wanneer iemand geen beeldende taal verstaat?
Dien je op de eerste plaats er zorg voor te dragen dat je jezelf nauwkeurig uitdrukt (dit geldt zowel voor gevoelens als voor emoties)? Of dien je je aan te passen aan de ander?
Kan je met iedereen al je gevoelens en al je emoties delen? Is dit laatste niet een onmogelijkheid, teveel gevraagd?

(1) Lees meer in Talen en taalgebruik → Korte teksten
(2) Over het hart als zintuig een stukje meer in Medeleven Empathie Mededogen → Korte teksten
(3) Hoofdstuk 5 ‘Gevoelens en emoties’ in: Damasio, Antonio, Het zelf wordt zich bewust – Hersenen, bewustzijn, ik. Amsterdam, Wereldbibliotheek 2010
(4) de Waal, Frans, Mama’s laatste omhelzing – over emoties bij dieren en wat ze ons zeggen over onszelf, Atlas Contact 2020
(5) Over taalgebruik – dagelijks, zorgvuldig, nauwkeurig – lees je meer in: Talen en taalgebruik → Korte teksten
(6) Lees meer in: Hoe hou je het gesprek ‘in het midden’? → Korte teksten
(7) Over de verschillende ‘talen’ en de stilte als taal lees je in: Talen en taalgebruik → Korte teksten
(8) Boeddhisten beschouwen bewust zijn als een waarnemingsorgaan.
De jonge Duitse filosoof Markus Gabriel pleit er sterk voor denken als waarnemingsorgaan te beschouwen: De zin van denken, Uitg.Boom 2019
Ik sluit me voor een groot deel aan enerzijds bij het boeddhisme en anderzijds bij deze jonge Duitse filosoof. Voor mij zijn bewust zijn (werkwoord) en denken processen waarbij die acties als waarnemingsorgaan een grote rol spelen

De illustratie: Wikiart © Fair use

Acht vragen (5) Nieuw spontaan gedrag?

De rubriek ‘Acht vragen’ biedt je een Vragenkompas aan met vragen uit de acht richtingen rond een algemeen geformuleerde vraag. Deze vragen zijn een opstap, om nog andere, concrete vragen te vinden op jouw werkvraag. Hoe formuleer je jouw werkvraag? Deze rubriek geeft dus geen oplossingen of tips hoe jij het moet aanpakken.
De tekst ‘Ter inspiratie’ die volgt biedt je enkele korte inspirerende gedachten aan.

Hoe train ik nieuw ‘spontaan gedrag’?

Andere vragen van lezers:
Hoe bevrijd ik mezelf van onvruchtbare gewoonten die me in de ban houden?
Hoe leer ik een nieuwe basishouding aan?
Hoe leer ik gedrag dat ingaat tegen mijn ‘natuur’?
Hoe train ik de houding ‘presentie’ bij hulpverleners?

Het Vragenkompas is contextueel, d.w.z. dat bij alle vragen die je kunt stellen de vraag er bovenop luidt: Hoe beïnvloedt de context deze vraag en het antwoord? Klik op de afbeedling om ze te vergroten of te downloaden.

Ter inspiratie

In welke mate ‘ben’ jij je gewoonte?
Je handelt ‘spontaan’ wordt gezegd wanneer je handelt of reageert zonder dat je er moet bij nadenken. Het lijkt dan alsof je reactie samenvalt met hoe (of wie) jij ‘bent’. Vaak krijgt het de synoniemen ‘authentiek’, ‘eerlijk’ of ‘vanzelfsprekend’ mee. Spontaan gedrag is echter aangeleerd gewoonte gedrag. Het is zodanig ingesleten dat het lijkt alsof het vanuit jouw ‘basis’ vertrekt (vandaar authentiek) en bijgevolg niet zomaar kan worden gewijzigd.
Spontaan gedrag of gewoontepatronen zijn in veel gevallen nuttig. Iedere dag steun je op tientallen gewoonten. Je hoeft dan niet bij alles eerst na te denken alvorens te handelen. Echter niet iedere spontane reactie is een effectief of constructief antwoord op de situatie.
Sommigen beweren dat je ‘bent’ hoe je je gedraagt. Dit klinkt als een enge definiëring van jou (door anderen of door jezelf) als een strikt afgebakend ‘zelf’. Het verwoordt een overtuiging die jou werd aangeleerd: “Dit ben ik.”, “Dit hoort helemaal bij mij.”, “Dit kan ik en dit kan ik niet.”. Val jij samen met hoe jij je gedraagt? Of ervaar jij jezelf als een ‘mens-in-ontwikkeling’ die zich vandaag op een bepaalde manier gedraagt, gedrag dat evenwel kan worden afgeleerd of omgeleerd? (1) Hoe flexibel is jouw beeld van je ‘zelf’?

Wat doet je kiezen om je gedrag te veranderen?
Wanneer je je gedrag wilt veranderen is er sprake van ‘onvrede’, positief of negatief. Positieve onvrede toont zich wanneer je een nieuw doel wilt bereiken, of een ambitie wilt waarmaken, of verder wilt dan je vandaag staat, of bepaalde grenzen wilt verleggen. Negatieve onvrede toont zich wanneer je iets wilt vermijden, of een gewoonte met kwalijke gevolgen niet meer wilt, of je jezelf wilt bevrijden van wat aanvoelt als een keurslijf. Onder je wens om te veranderen zitten dan dringende behoeften die aandacht vragen, frustraties, pijnlijke ervaringen of ‘problemen’ die je wilt oplossen.
Het is een oude wijsheid dat negatieve motivatie minder sterkt werkt dan positieve. Daarnaast werkt een zwakke positieve onvrede minder sterk dan een pijnlijke negatieve onvrede. “De mens heeft een ‘crisis’ nodig om het roer echt om te gooien.”, wordt vaak gezegd en ervaren.
Het komt er bijgevolg op aan om bewust je onvrede te voelen en te erkennen en te zien hoe je je negatieve onvrede kunt omzetten in een sterke positieve onvrede.

Welk element van je gedrag verander je opdat jouw nieuwe gewoonte zich kan ontwikkelen?
Elk gedrag wordt beïnvloed door verschillende elementen die tegelijk werken:
• je genetisch materiaal dat jou een basis geeft (fysiek, emotioneel, intellectueel, sociaal); • bewust aangeleerde gedachten, overtuigingen en gedragingen (bv. via opvoeding en opleiding); • onbewust opgenomen lessen, visies en overtuigingen (bv. via je socialisatie, via de wijze waarop je omgaat met de media); • je zelfbeeld, het beeld “Dit ben ik” dat jij wilt uitstralen (en dat niet hetzelfde is als het beeld dat anderen van jou hebben); • de wijze waarop en de mate waarin je verbonden (of gebonden) bent met de mensen in je omgeving (ieder gedrag werd en wordt beïnvloed door anderen); • je actuele behoeften, verlangens, wensen en intenties; • je dromen, doelen en ambities; • gedrag dat je herhaalt omdat het bevestigd werd (en wordt), ieder mens zoekt bevestiging; • sterke invloed van je onmiddellijke context (bv. de mensen met wie je samenleeft, je vrienden, je collega’s, de gemeenschap en de cultuur waarin je leeft, maar ook: de structuur van de gebouwen waarin je vertoeft, de weersomstandigheden, enz.).
Wanneer je een gewoonte wilt veranderen is het bijgevolg de vraag: Op welk van deze elementen richt jij je aandacht? Wanneer het moeilijk blijkt om nieuw gedrag vol te houden, heb je wellicht de invloed van een van de elementen onderschat.
Het is in dit kader ook nuttig je eigen grenzen en uitdagingen te kennen. (2)

Van oud gedrag naar nieuw gedrag zonder pauze?
Spontaan gedrag is hardnekkig en krijgt onbewust altijd voorrang. Het vraagt daarom een gerichte en doorgedreven aanpak om dat te veranderen. Wanneer je op het internet ‘gewoonte veranderen’ ingeeft krijg je een lange lijst met sites die allemaal een stappenplan aanprijzen. Meestal een kort plan met 5 of 7 stappen. Wat opvalt is dat ze je allemaal vertellen dat het relatief makkelijk gaat … wanneer je hun plan volgt. Steeds gaat het in een rechte lijn van een oude naar een nieuwe gewoonte. Is dat de werkelijkheid?
Is dat jouw ervaring? Ik werd zelf geconfronteerd (en zie anderen worstelen) met terugval, even de moed verliezen, twijfelen over de zin van de inspanningen, tegen mijn grenzen aanlopen. Tot ik leerde dat er tussen ‘oud’ en ‘nieuw’ een tussengebied ligt: het ‘niet weten’ (3). In dat tussengebied leer je ‘loslaten’ om daarna sterker verder te kunnen gaan. Je leert dat een tegenslag of een terugval hoort bij elke verandering. ‘Volhouden’ gaat in dat gebied samen met ‘aanvaarden dat je het even niet kunt, even niet weet’. Indien ‘volhouden’ een krachtpatserij is hou je het niet vol. Je leert evenwichtiger om te gaan met je energie. Je leert om liefdevol te zijn voor jezelf én tegelijk je doel scherp in het oog te houden.

(1) Lees het hoofdstuk 11 ‘Afleren’ p. 69 in de tekst Leerrijker worden kán! → Korte teksten
(2) Lees meer in De Held met de Duizend Grenzen en Uitdagingen → Korte teksten
(3) Lees meer in Wu-wei – Bereik meer door niet-doen → Korte teksten

Hoe laat je processen … processen zijn?

Alice Baber (1928-1982) 
The Way of the Wind (1977)

Een volgend element in de reeks Pad-vindend Leiderschap:
Hoe laat je processen processen zijn en maak je er geen ‘object’ van?
Met onze gewone wijze van omgaan met de dingen (= het lijnig grondpatroon) (1) willen we alle fenomenen duidelijk kunnen vatten, beschrijven en onderzoeken. Dan kunnen we ze manipuleren, controleren en begrijpen. Daarvoor zonderen we de fenomenen af, we zetten ze in een uniek vakje: een boom is niet de struik die ernaast groeit; een beuk is geen eik.
Een ander kenmerk van zo omgaan met de dingen is dat we heel wat processen omzetten in een ‘object’, in een afzonderlijk fenomeen met specifieke kenmerken. We ‘object-iveren’ processen, letterlijk, we maken het tot een object.
Bewustzijn is een proces maar om te beschrijven, te praten over en te onderzoeken hoe de werking verloopt, maken we er ‘hét bewustzijn’ van.

“Emoties, gevoelens, bewustzijn, proto-zelf, zelf en autobiografisch zelf zijn processen, interafhankelijke processen, geen ‘dingen’. De ontwikkeling daarvan startte bij het eerste leven op aarde, bij de eerste neuronen. Een autobiografisch zelf ontwikkelde als laatste bij de mens en bestaat niet buiten deze ontwikkelingsstroom! (2)
Deze processen omvormen tot objecten is een kunstgreep ontstaan uit de behoefte van de ‘moderne mens’ om snel en effectief complexe ideeën over te dragen; processen zijn evenwel géén objecten of autonome fenomenen.”
(3)

We zijn ons niet bewust van dit ‘object-iveren’ omdat we op deze manier hebben geleerd te praten over ‘bewustzijn’. Eens we een ‘object’ hebben gecreëerd, gaan we op zoek naar een duidelijke lokalisatie, een omschrijving, de begrenzingen en de effecten van zijn aanwezigheid. Waar situeert zich ‘het bewustzijn’? Wat doet het? Hoe kunnen we het manipuleren?
Andere processen waarmee we dit doen zijn bijvoorbeeld: onbewust zijn, zelf, geest, ziel, ziek zijn, liefde, leven, willen, enz. We zetten deze processen om in in een ‘object’: hét onbewuste, hét zelf, dé geest, dé ziel, dé ziekte, dé liefde, hét leven, dé wil (al of niet vrij), enz.
Van een proces maken we een ‘iets’. Dat heeft voordelen voor onze gewone, dagelijkse communicatie (4), deze houding maakt het makkelijker om er over te praten, maar tegelijk verbergt het de werkelijkheid en zet het ons op een verkeerd spoor.
We gaan dan op zoek naar ‘het zelf’. We maken categorieën: het unieke zelf, het authentiek zelf, het ware zelf, het Zelf, het natuurlijke zelf, enz. We starten onnodige en onzinnige debatten en discussies over waar ‘het zelf’ zich bevindt; hoe je het aanspreekt en er soms niet naar luistert; we maken van ‘het zelf’ een persoon en kunnen zelfs spreken van meerdere ‘zelven’ (sommigen stellen ‘het zelf’ gelijk met een sociale rol); we zetten ‘het zelf’ af tegen andere objecten (die we maken van andere processen) zoals ‘het ego’, ‘het onbewuste’, ‘het imago’, ‘de indentiteit’, enz.

Om eens een ander geluid te laten horen:
duizenden jaren geleden kon je uit de Upanishads vernemen: … Strikt genomen is het zelf de bron noch van actie noch van wil. Het staat stil en observeert zichzelf terwijl het kijkt, hoort en denkt. Het is niet degene die ziet, noch degene die besluit te kijken, maar het bewustzijn van zien, van kijken. … Het zelf is dat op grond waarvan het subject van het bewustzijn zelf-bewust is, maar zelf geen object van bewustzijn is. … We bereiken het zelf niet rechtstreeks, maar vangen het op in zijn activiteit van voelen en denken. … Het zelf is zo moeilijk te vinden, juist omdat het altijd in ons aanwezig is, in alles wat we doen. (5)
Daarnaast is er de visie van de Boeddha dat we allemaal lijden door het vasthouden aan een persoonlijk ‘zelf’. De Boeddha verwerpt het idee dat er een onzichtbaar, onveranderlijk ‘identiteitscentrum’ is dat ten grondslag ligt aan alle cognitie, alle bewustzijn. De boeddhistische filosoof Nagarjuna (2e eeuw) zal later waarschuwen voor het geloof dat er een ‘zelf’ bestaat én het geloof dat er ‘geen-zelf’ bestaat (een foute interpretatie van de Boeddha). Beide standpunten maken ‘zelf’ tot een object.

Hoe kan je dan communiceren wanneer je processen processen laat en je er geen ‘object’ van maakt?
• De grootste uitdaging ligt niet in het feit dat je van processen een ‘object’ maakt, maar dat je gelooft dat het ‘object’ de werkelijkheid is.
Leer het woord ‘is’ te vervangen door een ander, actief werkwoord, een proces-term: verwijzen, vertegenwoordigen, tonen, representeren, aangeven, aanbieden, ….
Akkoord, dit is best moeilijk want dat vraagt dat je aandacht geeft aan je taalgebruik.
Je kunt vertellen wat je doet of wat je ziet dat de ander doet i.p.v. te zeggen wie je ‘bent’ of wie de ander ‘is’.
• Stel meer vragen, zoek daarbij de vragen die je uitdagen tot verandering. Stel alles in vraag.
• Wees terug dat nieuwsgierig kind dat verwonderd naar de wereld kijkt. Stop met op automatische piloot te kijken, je de dingen voor te stellen en te praten. Alles rondom jou zijn processen, werkelijk alles. Alles wat je doet toont jou (je zelf) als een systemisch proces!
• Leer systemisch te kijken naar de fenomenen. (6) Dan weet je dat bv. een organisatie of een project niet louter een aanwijsbaar, juridisch ‘object’ is maar een systeem dat groeit doordat vele processen en condities op een specifieke manier samenkomen en samenwerken. Je zet nog een andere stap wanneer je ziet dat een organisatie jou een systemisch proces toont en dat ieder element in de organisatie op zich een systemisch proces vertegenwoordigt én inter-afhankelijk werkt: medewerkers, leidinggevenden, stakeholders, leveranciers, klanten, maar ook structuren, regels, doelstellingen.

(1) Lees het hoofdstuk ‘Het lijnig grondpatroon’ p.17 in: Drie grondpatronen om je leven te be-leven → Korte teksten
(2) De neuronen in onze hersenen hebben dezelfde vorm en kenmerken als de eerste neuron die honderden miljoenen jaren geleden verscheen in de kwallen!
(3) Damasio, Antonio, Het zelf wordt zich bewust. Hersenen, bewustzijn, ik.
Amsterdam, Wereldbibliotheek 2010 – A.Damasio is hoogleraar neurowetenschappen
(4) Over de tien vormen van taalgebruik lees je meer in: Talen en taalgebruik → Korte teksten
(5) uit: Adamson, Peter & Ganeri, Jonardon, Classical Indian Philosophy, Oxford University Press 2020, hoofdstuk 5 – Indra’s Search: The Self in the Upaniṣads
De Upanishads werden samengesteld tussen -600 en -200 in India en bouwden op de nog oudere Veda’s.
(6) Lees het hoofdstuk ‘Het systemisch grondpatroon’ p.26 in: Drie grondpatronen om je leven te be-leven → Korte teksten

De illustratie: Wikiart © Fair use

Acht vragen (4) – Overvloed aan informatie

De rubriek ‘Acht vragen’ biedt je een Vragenkompas aan met vragen uit de acht richtingen rond een algemeen geformuleerde vraag. Deze vragen zijn een opstap, om nog andere, concrete vragen te vinden op jouw werkvraag. Hoe formuleer je jouw werkvraag? Deze rubriek geeft dus geen oplossingen of tips hoe jij het moet aanpakken.
De tekst ‘Ter inspiratie’ die volgt biedt je enkele korte inspirerende gedachten aan.

Hoe beslis ik bij een overvloed aan informatie?

Andere vragen van lezers:
Hoe ga ik meer doen ipv te piekeren en in cirkels te redeneren?
Hoe hou ik me staande tussen angst-profeten, hoera-profeten, anti-profeten en de alternatieve visies die mijn vrienden met me delen?
Hoe laat ik me niet verlammen door een overvloed aan informatie?

Het Vragenkompas is contextueel, d.w.z. dat bij alle vragen die je kunt stellen de vraag er bovenop luidt: Hoe beïnvloedt de context deze vraag en het antwoord? Klik op de afbeedling om ze te vergroten of te downloaden.

Ter inspiratie

Reeds een aantal jaren groeit de informatie waarover we kunnen beschikken en het aantal gegevens om rekening mee te houden ontzettend snel. De grote moeilijkheid is niet louter de overvloed op zich. De hoeveelheid gegevens zal alleen maar toenemen. De moeilijkheid is het beoordelen van de ernst van de gegevens en het kiezen, kiezen welke informatie relevant is en welke niet en voor welke vraag. Via onze erg open houding naar nieuwsberichten in kranten, op radio, tv en sociale media krijgt ons brein iedere dag een massa gegevens te verwerken.
Is het allemaal relevante informatie? Welk doel dient het aandacht geven aan deze massa gegevens? Welke behoefte schuilt er bij jou die hunkert naar die informatie? Hoe groot is jouw ‘media-honger’?
Vandaag wordt in rijke landen meer gegeten dan het lichaam echt nodig heeft, meer dan een antwoord op de fysieke honger. Er is een ‘emotie-honger’ die vooral grijpt naar ongezonde voedingsmiddelen. De grote hang naar informatie lijkt meer op ‘emotie-honger’ dan op de nood aan relevante gegevens om te kunnen ontwikkelen. Het is ‘media-honger’ of ‘sensatie-honger’.
Je wordt daarenboven vandaag meer en meer teruggeworpen op je individuele oordeelsvorming. Je moet in de ganse wirwar van gegevens tot een eigen besluit komen en zelf een beslissing nemen. Maar vooral, je mag je niet laten verlammen door de veelheid aan tegenstrijdige informatie.
• Op welke vraag wil je een antwoord?
Zomaar gegevens verzamelen, zonder doel, kan leuk zijn, ontspannend of voor verstrooiing zorgen. Het is echter niet een effectieve manier om kennis te verwerven of een besluit te vormen, laat staan om een beslissing te nemen. Het is nog minder efficiënt om uit angst in het wilde weg nieuws te vergaren of allerlei gegevens bij te houden. Het dagelijks volgen van de nieuwsberichten of de berichten op sociale media zorgt in de meeste gevallen veeleer voor verwarring.
Vandaag zijn we in een situatie belandt waarin het belangrijk is om streng je informatiebronnen te selecteren en bijgevolg te beslissen welk medium je niet bekijkt, welke berichten je niet leest.
Het is nodig je de vraag te stellen op welke vraag je een antwoord zoekt. Formuleer eerst de vraag, dat helpt je bij de selectie van de gegevens.
• Om welk soort ‘informatie’ gaat het?
In de meeste gevallen ontvang je geen heldere gegevens of feiten (1) maar interpretaties, meningen, veronderstellingen, extrapolaties, invullingen, oordelen of zelfs fake news, verdraaiingen, vervormingen.
Stel de kritische vraag: Op welke gegevens is deze uitspraak gevestigd? Door wie en hoe werden de ‘feiten’ vastgesteld?
Onder iedere informatie zit tevens een mens- en maatschappijvisie. Er bestaat niet zoiets als ‘neutrale informatie’. Ook ‘wetenschappelijke gegevens’ zijn niet vrij van een visie op de mens als individu, als sociaal wezen en als deel van de natuur. De meeste wetenschappelijke studies vertrekken van een lijnig causale gedachtengang (oorzaak – gevolg). Niet zelden vertrekken ze vanuit de scheiding tussen lichaam en geest. Wie vertrekt van een systemische visie zegt dit gelukkig uitdrukkelijk. Het is vaak moeilijk om aan te voelen welke denkbeelden aan de basis liggen van de aangeboden gegevens. De onderliggende overtuigingen bepalen wel mee jouw denken en besluiten.
• Zoek je naar dat wat ‘ontegensprekelijk waar’ is of zoek je naar datgene wat jou op dit ogenblik een groter inzicht verschaft op je vraag?
Er zijn mensen die de wereld indelen in ‘waar’ versus ‘onwaar’ of in ‘dit is waarheid’ versus ‘dit is een onwaarheid of vals’. Zij kunnen alleen maar verder indien bepaalde informatie helemaal ‘waar’ is volgens hun referentie-waarheid.
Daarnaast zijn er mensen die weten dat wat vandaag ‘waar’ is morgen – met nieuwe gegevens – ‘minder waar’ kan zijn. Zij onderzoeken of de nieuwe gegevens vandaag hun inzicht vergroot, dan wel dat ze daarmee ongezonde twijfel op zich laden. Bij gezonde twijfel, twijfel je over de inhoud van de kennis, bij ongezonde twijfel, heb je twijfels over jezelf. (2)
Of zoals Nietzsche de vraag formuleerde: Verzwakt bepaalde kennis mijn leven of laat die kennis mijn leven juist floreren?
• Wie verkies je als een autoriteit?
We hebben allemaal nood aan een autoriteit die voor ons het waarheidsgehalte bepaalt van de informatie: een wetenschapper, een filosoof, een of andere professor, een ervaringsdeskundige, een geestelijk leider, een politiek leider, een therapeut, … (3) Voor ieder kennisterrein kan je een andere persoon als autoriteit beschouwen. Iemand als een autoriteit zien betekent hem/haar vertrouwen schenken. Vertrouwen geven is geen rationele afweging. Aan wie geef jij vertrouwen? Op welke basis? In de meeste gevallen zoek je bevestiging voor datgene wat je vermoedt of datgene wat je graag wilt horen. Iemand die jou tegenspreekt zie je niet makkelijk als autoriteit ook al heeft die persoon een zeer grote kennis en ervaring op een bepaald terrein.
Naar welke autoriteit je verlangt hangt af van je antwoord op de vorige vraag. Indien je de ‘waarheid’ zoekt heb je een ‘hoge autoriteit’ nodig. In het andere geval kijk je kritisch naar de kwaliteit van de gegevens en hoeft de autoriteit van de auteur niet boven alles en iedereen verheven te zijn. Bv. een expert-viroloog is enkel een autoriteit op zijn vakgebied. Behandel hem/haar niet zonder meer met gezag op andere terreinen.
• Wil je een besluit nemen of sta je op het punt om te beslissen?
Besluiten is een (voorlopige) conclusie trekken, een (voorlopig) punt zetten als afronding van een proces van wikken en wegen. Besluiten heeft wens-karakter, intentie-karakter. Daar blijft het bij. Een besluit kan morgen weer worden gewijzigd. Niemand draagt verantwoor-delijkheid. Er is ook geen garantie dat een besluit wordt uitgevoerd. Bij het besluiten wacht je nog om te beslissen (eigenlijk beslis je om niet te beslissen).
Beslissen betekent dat je werkelijk de stap zet naar de actie, dat je de intentie van een besluit omzet in een actie, in een gerichte daad én dat je er de verantwoordelijkheid voor opneemt. Een beslissing kan niet worden gewijzigd enkel aangevuld door een nieuwe beslissing. Doen is beslissen, beslissen is doen. Al je handelingen drukken je beslissingen uit, of je daar nu over hebt nagedacht of niet. Je beslist meestal onbewust, uit gewoonte.

(1) lees het hoofdstuk ‘Vier soorten feiten’ p. 12 in Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten → Korte teksten
(2) Lees het hoofdstuk ‘Leerrijk mét onzekerheid en twijfels’ p. 33 in de tekst Leerrijker worden kán! → Korte teksten
(3) Lees het inleidend hoofdstuk ‘Wat zijn feiten?’ in de tekst Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten → Korte teksten