Acht vragen (14) Hoe bewaak ik mijn grenzen?

De rubriek ‘Acht vragen’ biedt je een Vragenkompas rond een algemeen geformuleerde werkvraag. Het is een voorbeeld welke eerste vragen mogelijk zijn. Herken je de werkvraag? Wat is jouw werkvraag? Deze rubriek geeft dus geen oplossingen of tips hoe jij het moet aanpakken. De tekst ‘Ter inspiratie’ die volgt biedt je enkele korte inspirerende gedachten aan. Graag wat hulp? Contacteer me.

Hoe bewaak ik mijn grenzen?

Andere vragen van lezers:
Hoe voorkom ik dat ik negatieve energie van anderen overneem?
Hoe bewaak ik mijn grenzen in de relatie tot de mensen van wie ik hou?
Hoe leer ik de grens voelen met de ander en erop vertrouwen dat het niet aan mij is om ‘the gap’ te vullen?

Hoe belemmer ik mezelf om te doen wat ik echt wil doen? (ik doe dus wat ik eigenlijk niet wil)

Het Vragenkompas is contextueel, d.w.z. dat bij alle vragen die je kunt stellen de vraag er bovenop luidt: Hoe beïnvloedt de context deze vraag en het antwoord?
Klik op de afbeedling om ze te vergroten of te downloaden.

Ter inspiratie

Een grens is een raak-vlak, letterlijk
Een grens betekent per definitie dat je op die plek een ander ontmoet, een ander ‘raakt’. Een grens is een ‘raak-vlak’. Bij elke ontmoeting kan je het raakvlak gewaarworden, aftasten, beperken of vergroten. Dat raakvlak is de plek van jullie verbinding. Je kunt grenzen zien als een ‘afscherming’ of als een ‘verbinding’.
Het raakvlak is geen gesloten wand maar bestaat uit een ‘scherm’ met openingen. Je leert als opgroeiend mens dat té grote openingen niet gezond zijn. Er komt dan teveel binnen (informatie, emotionele signalen, geluiden, geuren, beelden, enz.) en je laat teveel ongecontroleerd naar buiten vloeien (gedachten, gevoelens, emoties, enz.). Té nauwe grenzen hebben ook nadelen: je mist kansen die worden aangeboden; je neemt niet waar wat er zich aandient; je groeit op zonder verwondering; je toont niet wat er in jou zit en wat je wilt delen; je bereikt niet wat je wilt bereiken; enz.
Als kind leer je al snel dat er verschillende soorten grenzen zijn. Naast de fysieke grens ontdek je een emotionele grens (bv. je mag niet overal je emotioneel uiten); een intieme grens (bv. jij wil niet door om het even wie geknuffeld worden; je mag bepaalde vragen niet stellen); een gender grens (bv. als meisje mag je niet wat jongens mogen); een sociale grens (bv. je hoort je anders te gedragen in een ander milieu, bv. in een openbare ruimte); een hiërarchische grens (bv. je leert waar je staat op de ‘ladder’ en waar de ander staat); een ‘landschappelijke’ grens (bv. je mag niet zomaar overal naartoe of overal binnen stappen); een culturele grens (bv. op reis ontdek je wat mag en niet mag in een ander land).
Grenzen veranderen voortdurend, althans in een gezonde situatie. Dit is zeker zichtbaar bij de fysieke grens van levende wezens: de huid van een mens groeit mee met het opgroeien van het kind; de schors van een boom moet ruimte maken voor een dikkere stam. Ook de relationele grens verlegt zich. Als kind leer je om meer vertrouwen te schenken aan bepaalde mensen. Je leert hoe de wereld te verkennen verder van huis. Als tiener zoek je om gezond-flexibel om te gaan met je intieme grens.

Je ik-wand en hoe er flexibel mee omgaan
Alle grenzen die jij stelt vormen samen dat wat ik noem je ‘ik-wand’.(1) Je ik-wand zorgt voor je autonomie. Je onderscheid je van de anderen, anders zou je niet kunnen verbinden, samenwerken en samenleven. Het beleven van ‘binnen’ en ‘buiten’ heeft als gevolg, de creatie van een vast referentiepunt in jou van waaruit jij waarneemt, nadenkt, beslissingen neemt en handelt: een ‘ik’ of een ‘zelf’. Je ik-wand reikt tot waar jij jouw ‘binnen’ en jouw ‘buiten’ situeert en dit is afhankelijk van de situatie en van de interacties met de betrokken personen. Je wand is bijgevolg beweeglijk, flexibel en contextgebonden.
De ik-wand komt tot stand door de interactie met anderen. Eén hand alleen kan geen raakvlak creëren. Daar is een andere huid of een oppervlak voor nodig. Het is niet louter een creatie van binnenuit naar buiten of omgekeerd. Het is het resultaat van hoe jij omgaat met de interacties. Gezond-flexibel omgaan met je ik-wand houdt in dat je je bewust wordt dat het naar-binnen gericht zijn en het naar-buiten-gericht zijn samenwerken. Indien jij minder wilt ontvangen dien je minder te geven en omgekeerd. Een open houding naar buiten wordt geïnterpreteerd als het signaal dat jij ook veel wilt ontvangen. Een open houding van een ander kan je als een uitnodiging zien maar verplicht je niet om te geven. Het helpt wanneer je de communicatie ‘in het midden’ voert. (2)
Of jij je grenzen (dus je ik-wand) ziet als ‘afscherming’ dan wel als ‘raakvlak om te verbinden’, hangt niet alleen af van de interactie met de ander. Het gesprek dat je hebt met jezelf (met je ‘zelf’) bepaalt in grote mate het beeld. Zelfvertrouwen (vertrouwen in je ‘zelf’) is de basis om vertrouwen te kunnen krijgen. Zelf-mededogen kan je daar bij helpen.(3) Klagen, zielig doen, anderen verwijten, e.d. helpt niet, integendeel. Wanneer je de grenzen ziet als een ‘afscherming’ is de kans groot dat je een defensieve houding aanneemt of zelfs (onbewust) een aanvallende houding. In beide gevallen is dit een ‘zwakke’ positie. Wanneer je je grenzen ziet als een ‘verbinding’ is de kans groot dat je zoekt naar mogelijkheden om op een gezonde manier te verbinden en dit uit te stralen.
Gezond-flexibel omgaan met je ik-wand houdt in dat je zicht krijgt op de ‘openingen’ die jij toelaat in je wand. Daar spelen flink wat sociale normen in mee. Zo leven veel mensen met de norm dat je niet gewoon ‘nee’ mag zeggen, zonder je er voor te verantwoorden. Dat is een belemmerende overtuiging. Oefen om dat wél te doen. Ja, er zullen vreemde reacties komen want de sociale norm is algemeen verspreid.

Elke persoon heeft een ‘handleiding’
Grenzen krijgen vorm door de spelregels die horen bij de raakvlakken. Ze geven aan hoe en waar jij de ander mag ‘raken’. De sociale omgeving legt daar soms duidelijke normen voor op. De gemeenschap dringt een bepaalde ‘handleiding’ op (= sociale en culturele omgangsregels). Daarnaast zijn er de persoonlijke normen. Jij mag aangeven hoe en waar jij wel of niet wilt ‘geraakt’ worden en dus waar jouw grenzen liggen op dit moment, in déze situatie. Jij hebt jouw ‘handleiding’ en de ander heeft de hare.
In de persoonlijke ‘handleiding’ staat: spreek mij op deze manier (niet) aan; ga zo (niet) met mij om; doe dit (niet) wanneer ik emotioneel reageer; stel mij deze vragen (niet); zo respecteer je mijn grenzen; hier ben ik bang voor; dit zijn mijn interesses en deze niet; enz.
Het lastige van de persoonlijke handleidingen is dat ze geschreven worden met onzichtbare inkt, dat je ze moet ontdekken, vaak met vallen en opstaan. We hebben niet geleerd om duidelijk en kordaat aan te geven wat de eigen persoonlijke ‘spelregels’ zijn, wat bij de handleiding hoort. We hebben evenmin geleerd om de handleiding van de ander te verkennen en te lezen. Fouten maken is daardoor gewoon. Het is zelfs een vlotte weg om achter de handleiding te komen. Maak je (weer eens) een fout, klop dan niet op je eigen kop. Wees erg mild voor jezelf; je bent geen helderziende. Om dezelfde reden, wees vriendelijk en mild voor de ander wanneer die (weer eens) niet heeft geleerd hoe om te gaan met jou.
Tip 1: schrijf je eigen handleiding eens op: Wat wil je dat de ander doet? Hoe wil je behandeld worden? Wat doe jij dat voor jou vanzelfsprekend is en dat de anderen vreemd vinden? Laat je handleiding lezen aan je partner, een zeer goede vriendin of een leermaatje. Wellicht kan die persoon nog wat aanvullen.
Tip 2: telkens iemand iets doet dat tegen jouw spelregels ingaat, heb het dan uitdrukkelijk over jouw ‘handleiding’. Leer anderen dat woord kennen en gebruiken.

—————
Alle teksten waar naar wordt verwezen vind je op de pagina → ‘Korte teksten’ van deze website

(1) Dit komt uitgebreid aan bod in de tekst Hoe beleef jij je ‘ik-wand’, je ‘ik’, je ‘identiteit’ en je ‘zelf’?
(2) Lees de tekst Hoe hou je het gesprek ‘in het midden’?
(3) Lees de paragraaf over mededogen in de tekst Medeleven Empathie Mededogen

Herlees tevens bericht van 1 februari jl.: Acht vragen (3) Hoe voorkom ik conflictvermijdend gedrag?

De coach die helpt te ‘ontvlechten’

Anne kijkt de twee aandachtig aan. Ze heeft kennisgemaakt met Peter en Sofie. Hij is een zelfstandige met een geslaagde onderneming in de bouwsector. Zij heeft haar professionele loopbaan als sociaal werkster beperkt toen hun eerste kind werd geboren en zijn zaak op dat moment steun nodig had. Peter en Sofie hebben nu drie kinderen, twee dochters en een zoon. Er is de laatste jaren veel spanning en frustratie gegroeid tussen hen. Het stel spreekt vandaag over scheiden.
Anne heeft uitgelegd wat het betekent dat ze meerzijdig-partijdig is, dat ze het dus onvoorwaardelijk opneemt voor ieder van hen afzonderlijk, maar ook voor de kinderen. Want die zijn ieder op hun manier ook een ‘partij’ in deze geschiedenis. Ze geeft hen vervolgens ieder tien minuten om te antwoorden op de vragen: Wat is de concrete aanleiding voor jou om op mij beroep te doen? Welk resultaat wil je graag bereiken, hoe zie je dat en wanneer zie je dat? Hoe voel je je op dit moment?
Er volgt enkele minuten stilte, die Anne duidt als ‘luisteren naar de innerlijke echo van wat heeft geklonken’.
Sofie wil eerst beginnen. Peter luistert aandachtig. Wanneer hij aan de beurt is aarzelt hij vaak, hij zoekt de juiste woorden.
Nadat ze weer wat stilte heeft genomen, begint Anne langzaam. De woorden die we horen, zegt ze, roepen bij ieder van ons een reeks associaties op, een net of een wolk van woorden. Woorden als ‘liefde’, ‘aandacht geven’, ‘afwezig zijn’, ‘frustratie’, enzovoort roepen bij ieder van jullie verschillende woorden, beelden en gevoelens op. Die woorden-netwerken verschillen van persoon tot persoon.(1) Meer dan de definitie van de woorden bepaalt onze beleving van de woorden hoe we kijken naar de dingen, hoe we ons voelen en welke emotionele reacties in ons opwellen. Ik gebruik het woord ‘scheiden’ niet, ik spreek over ‘ontvlechten’. (2)
Jullie zijn jaren geleden begonnen aan de relatie en zijn toen gestart met een vlechtwerk waarover jullie afspraken hebben gemaakt maar zonder een duidelijk ontwerp vooraf. Het vlechtwerk heeft zijn huidige vorm gekregen door de dagelijkse acties en reacties van jullie beiden en later ook van de kinderen. De rechtopstaande structuur waarrond jullie hebben gevlochten zijn jullie belangrijke thema’s en aandachtspunten. Ik denk aan: werken en carrière; hoe geld uitgeven; de woonplek inrichten; de opvoeding van de kinderen; ontspannen en genieten, samen of met vrienden; omgaan met spanningen; enzovoort. Ik zie het als mijn taak om jullie te helpen ‘ontvlechten’. Het is mijn intentie om dat te doen met aandacht voor hoe jullie tot nu toe hebben gevlochten. Op de flip-over schrijft met in grote letters onder elkaar de woorden ‘vlechten’, ‘vlechtwerk’ en ‘ontvlechten’.
Na wat stilte vraagt Anne, welke beelden komen in jullie op rond deze woorden?
Ik wil eerst iets zeggen over het woord ‘scheiden’, begint Sofie. Door het woord ‘ontvlechten’ krijgt het woord ‘scheiden’ een andere klank. Scheiden klinkt voor mij nu nog meer als: verbreken, het doorsnijden van draden, het doorhakken van verbindingen, het bruusk uit elkaar halen van wat werd opgebouwd. ‘Ontvlechten’ beleef ik als langzaam en respectvol uit elkaar halen. Het hoeft ook niet helemaal tot op de bodem te gebeuren, het vlechtwerk moet misschien niet helemaal losgemaakt worden. Een aantal twijgen kunnen anders gevlochten worden en dan komt er een ander vlechtwerk tot stand. Ik word helemaal warm van dit beeld.
En jij Peter, hoe klinkt dit voor jou?, vraagt Anne.
Ik weet niet onmiddellijk wat te zeggen, ik heb wat tijd nodig.
Die heb je, zegt Anne, de tijd is zoveel van jou als van Sofie en van mij. Ik stel voor dat we even een pauze nemen. Geef maar aan wanneer je iets wil inbrengen.Nu ja, ik heb wel wat beelden bij die woorden, zegt hij dan. Langzaam gaat hij verder. Ik ervaar de woorden vlechtwerk en ontvlechten als positief, als constructief. Je kunt niet iets nieuw opbouwen zonder iets af te breken, maar dit laatste hoeft niet te gebeuren met de zware hamer. Bij het afbreken kan je ook beoordelen welke stukken je nog gaat gebruiken bij een volgend bouwsel. Je kunt een en ander recupereren. Het woord vlechtwerk geeft me het gevoel dat er sprake is van een organisch bouwwerk en niet iets van stenen, mortel en beton. Je hebt gelijk, onze relatie is organisch gegroeid. Maar misschien zitten er teveel kleine twijgjes in het vlechtwerk die het geheel onoverzichtelijk maken. Of waren de twijgen niet helemaal klaar om gebruikt te worden in het vlechtwerk, of heeft ieder van ons niet een zelfde soort twijg gebruikt, of twijgen met een verschillende dikte, … ik weet het niet. Ik ben benieuwd hoe je ons gaat helpen.
Wat mooi verwoord, reageert Sofie.
Peter is zichtbaar blij met haar reactie. Zijn lichaam ontspant, hij zet zich gemakkelijker in de kuipstoel.

Het is mooi hoe je het beeld van een vlechtwerk verbindt met het beeld van een bouwwerk, geeft Anne terug. Wat ik ga doen is hoofdzakelijk vragen stellen. Ik hanteer daarvoor een kompas, een vragenkompas, zodat ik aansluit bij hoe jullie zelf de volgende weg uitstippelen. Ik geef de weg niet aan, ik nodig je uit te kijken naar de mogelijke volgende stappen en de consequenties daarvan. Aan jullie om de richting en de stappen te kiezen.
Indien het een echt vlechtwerk is, komt Peter tussenbeide, dan kan je niet onderaan beginnen, bij de aanzet. Je moet dan starten bij de laatste twijgen en zo afbouwen, afwinden. Bij het afbreken begin je niet bij de fundering.
Terecht opgemerkt Peter, we gaan niet beginnen met het verre verleden, wel met hoe jullie gisteren nog hebben gevlochten, concreet. We gaan er geen diepgravend onderzoek van maken en er geen theoretisch discours bij halen. Ik wil het concreet houden bij wat jullie doen en deden, bij jullie intenties en gevoelens, bij jullie overtuigingen en gedachten. Een vlechtwerk vlechten is iets wat je ‘doet’, het toont jullie dynamiek. Naar elkaar luisteren is een belangrijke opdracht bij het ontvlechten en vooral luisteren naar wat de ander als echo heeft gehoord. Een relationeel vlechtwerk is een levendig orgaan geen theoretisch werk. Het bestaat zowel uit soepele twijgen als uit stugge stukken.
Misschien kan hier en daar het vlechtwerk hersteld worden zonder dat we het helemaal afbreken? vraagt Sofie.
Ja Sofie, jullie beslissen wat best wordt verwijderd, definitief en dat wat veeleer beter wordt vervangen of hersteld en datgene wat zeker moet blijven. Sommige communicatiepatronen zal je herbekijken. Maar nogmaals, ik zal jullie stimuleren om stap na stap tewerk te gaan, rond concreet gedrag, jullie dagelijkse communicatie. Ontvlechten is dubbel werk want het zet je aan om tegelijkertijd opnieuw te vlechten. Jullie totale vlechtwerk verandert bij elke actie die jullie ondernemen. Iedere stap die jullie zetten is een ontvlecht- én een vlecht-actie en zorgt voor een nieuwe vervlechting. Liefst een die voor jullie beiden én de kinderen, als aangenaam, correct en toekomstgericht aanvoelt. Het kan uiteindelijk misschien een kleiner vlechtwerk worden omdat bepaalde stukken er tussenuit worden gehaald of vervangen. Of het wordt groter omdat jullie andere mogelijkheden ontdekken.
Vervlechting klinkt voor mij intenser betrokken dan het woord ‘verbinding’, zegt Sofie. In het woord vervlechting zit meer het evenwaardig geven en nemen, het weven door aanbieden en ontvangen. Ieder houdt daarin ook haar eigenheid. Ieder biedt haar eigen twijgen aan.
Helemaal mee eens, reageert Peter.
Dit kaartje kreeg ik tijdens een workshop, zegt Anne, misschien inspireert het jullie ook. En ze geeft hen een exemplaar.
Daar kan ik een tijdje over nadenken, zucht Peter.

Ziezo, dan heb ik nog huiswerk voor jullie, twee opdrachten.
Ten eerste, lees de tekst over het onderscheid tussen gevoelens en emoties. Het is nodig om dit onderscheid te leren herkennen.(3)
Ten tweede, hier jullie eerste kaartje met een aantal vragen. Er volgen er nog. Neem de tijd om ze te overwegen en te beantwoorden. Je hoeft er met elkaar niet over te praten. Het mag maar het hoeft niet. Speel verder met het beeld van vlechten, vlechtwerk en ontvlechten. Ik zie jullie graag over veertiendagen terug, dit keer samen met de kinderen.

———————-
(1) Meer in de korte tekst Wat is een woordenwolk?
(2) Ik kreeg het woord ‘ontvlechting’ van Anita Meun, als een geschenk.
(3) De tekst staat in het hoofdstuk ‘Gevoelens en emoties’ p.8 in de korte tekst Medeleven Empathie Mededogen
© Illustratie: mandenvlechten.be

Nu jij

Wil jij ook met enkele collega begeleiders, coachen of mediators samenzitten en samen het beeld van ‘ontvlechten’ concreter maken? Of wil je mee onderzoeken wat er allemaal komt kijken bij ‘ontvlechten’? Of heb je zin om ervaringen uit te wisselen over ‘ontvlechten’? Of wil je meer weten over een ander onderwerp dat in het verhaal aan bod komt?
Neem deel aan de gratis ‘werkdag’.
Stuur me een berichtje via mail, dan stuur ik je een doodle om dit najaar een gemeenschappelijk moment te vinden: francisgastmans@icloud.com
De plek in Nederland: Den Dolder, bij Anita Meun
De plek in België: Antwerpen

Acht vragen (13) Dialoog of strijd?

De rubriek ‘Acht vragen’ biedt je een Vragenkompas rond een algemeen geformuleerde werkvraag. Het is een voorbeeld welke eerste vragen mogelijk zijn. Herken je de werkvraag? Wat is jouw werkvraag? Deze rubriek geeft dus geen oplossingen of tips hoe jij het moet aanpakken. De tekst ‘Ter inspiratie’ die volgt biedt je enkele korte inspirerende gedachten aan. Graag wat hulp? Contacteer me.

Hoe voer ik een dialoog en geen strijd?

Andere vragen van lezers:
Hoe voer ik een dialoog met iemand die een sterk tegengestelde visie heeft als ik?
Hoe voer ik een zinvol gesprek met iemand die me erg dierbaar is maar voor wie ik weinig beteken?
Hoe leg ik verbinding met mensen die een verborgen agenda hebben?
Hoe werk ik samen met iemand die een totaal andere visie heeft?

Het Vragenkompas is contextueel, d.w.z. dat bij alle vragen die je kunt stellen de vraag er bovenop luidt: Hoe beïnvloedt de context deze vraag en het antwoord?
Klik op de afbeedling om ze te vergroten of te downloaden.

Ter inspiratie

Verbinding is de basis voor ieder gesprek
Zonder verbinding worden jouw woorden niet gehoord en hoor jij de ander niet. Zonder verbinding wordt lichaamstaal niet juist ingeschat, door jou, door de ander. Zonder verbinding worden misverstanden niet of te laat aangepakt. Zonder verbinding krijgt stilte onvoldoende ruimte, van jou, van de ander; je verdraagt ze zelfs niet. Zonder verbinding weet je niet hoe het moment te waarderen dat jij ‘ik-weet-het niet-meer’ beleeft. Het plots niet meer weten of niet meer zien zitten, is een rustpauze, vaak in een te geforceerd gesprek.
Hoe zorg je voor de ‘eerste verbinding’?
Door aandacht te hebben voor jouw lichaamstaal en die van de ander. Drukt die echt je intentie uit om te verbinden, om het even wat er het volgende moment zal gebeuren? Of ben je reeds bezig met het moment na de eerste vijf seconden van de ontmoeting, met wat je gaat zeggen of vragen? Ben je reeds bezig met het verhalende gesprek in jezelf? (1) Of ben je reeds bezig met de stappen die je tijdens een opleiding hebt geleerd? (2) Om verbinding te leggen dien je bewust de intentie te voelen om je met de ander te verbinden. Zo kan je lichaam dat onbewust uitdrukken. De eerste stap, alvorens jullie elkaar ontmoeten, is dus: je bewuste intentie. Dit is best een uitdaging wanneer er zonder afspraak plots iemand voor je staat. Dit betekent dat de intentie om eerst te verbinden een basishouding is die je dient aan te leren zodat het ‘vanzelfsprekend’ kan worden.
Het woord ‘intentie’ wijst op de drijfveer, de stuwende gerichtheid die een doelstelling onderbouwt. Het is niet gelijk aan ‘doelstelling’. Het verwijst naar de werkelijke innerlijke drijfveer van je handelen. Het is nauw verbonden met datgene wat voor jou zinvol is in het leven. Intentie slaat op datgene wat je diep in je hart echt wilt bereiken, los van de schone schijn, los van wat anderen daar van zullen vinden, los van wat er van jou wordt verwacht, los van angst voor het resultaat. Je intentie toont de kwaliteit van je verbinding met jezelf en met anderen. Intentie is de echte aansteker van je gedrag en van het effect van je gedrag. Intentie is het ware doel van een ontmoeting of een gesprek.(3)

Je behoeften respecteren én de vraag voelen die eronder schuilt
Essentieel bij ieder gesprek is het bewust zijn van wat op dat moment je behoeften zijn en de overweging of dit prioriteit krijgt dan wel of dit kan worden uitgesteld. Gehoord en gezien willen worden, begrepen willen worden, gelijk willen krijgen of geliefd willen zijn, het zijn algemeen menselijke behoeften. Iedereen heeft ze. Ga daar maar vanuit wanneer je iemand ontmoet. Wanneer je even stilstaat bij jouw behoeften kan je ontdekken welke de werkelijke vraag is die er onder schuilt. Op welke belangrijke vraag wil ik een antwoord? Zoek eerst innerlijk naar je vraag, je hoeft ze niet onmiddellijk in het midden te leggen. Niet zelden uit je een verzoek (dat de ander iets zou doen of laten) op basis van wat je op dat moment als een behoefte beleeft zonder de werkelijke vraag te voelen, de vraag in jou waar het écht om gaat, je werkvraag.

Een vruchtbaar gesprek verloopt ‘in het midden’
In ieder gesprek is er fysiek een ruimte tussen de gesprekspartners, hoe miniem ook. Voor een vruchtbaar gesprek laat je die ruimte ook mentaal en emotioneel ‘open’ en ‘vrij’. Wanneer de ander een ‘vrije ruimte in het midden’ kan ervaren, waarin hij zonder gevaar iets in het midden kan leggen, kan vertrouwen groeien en een gevoel van gelijkwaardig zijn. Vertrouwen dien je eerst aan te bieden om het daarna van de ander te kunnen ontvangen. (4)
Wanneer je een dialoog wil dan zijn dit noodzakelijke houdingen: stop met te willen begrijpen en begrepen te willen worden (5); stop met oordelen uit te spreken; gebruik een zorgvuldig en verbindende taal. (6)

Hoe leg je een moeilijk onderwerp ‘in het midden’?
Wat alleszins niet werkt: rond de hete brij draaien; de boodschap in wol inpakken; praten in metaforen-taal. Wat je ook in het midden legt zorg er voor dat je dit doet in de vorm van een vraag. Bereid je voor door te zoeken naar de vraag waar het je écht om te doen is. Gebruik een zorgvuldige taal en wees duidelijk. Vooral, formuleer een constructieve, oplossingsgerichte werkvraag. (7)
Essentieel daarbij is dat je het onderscheid maakt tussen je gevoelens en je emoties. Vooral bij een moeilijk onderwerp en bij spanningen is het nodig om terug te gaan naar je gevoelens om de juiste vraag formuleren en je niet te laten meeslepen door je emoties.
Gevoelens zijn de resultaten van een waarneming. Gevoel is een perceptie, een waarneming. Je voelt met al je zintuigen! Je hoort en voelt de klanken, je ziet en voelt de kleuren en vormen, je proeft en voelt de smaken, enz. Met welke zintuigen neem jij de temperatuur waar en hoe voel je dat? Je hart is ook een zintuig. De uitdaging bestaat er in om scherper te leren waarnemen en fijngevoelig te leren voelen.
Emoties zijn het resultaat van een beoordeling en een waardering (positief, negatief, neutraal of onverschillig) van wat je voelt. Het is een ‘spontane’ (primaire) reactie op wat je waarneemt. Emoties zijn dat wat je doet met je gevoelens. Emoties verwijzen  naar je onderliggende behoeften. Hier is de uitdaging om je niet te laten meeslepen door sterke emoties en integendeel om je zo gedifferentieerd mogelijk emotioneel uit te drukken. (8)

Ieder mens heeft haar eigen ritme. Heb geen geduld
Een nefaste houding voor een goed gesprek is “Ik moet geduld hebben met hem/haar.” Deze houding werkt negatief. Je moet geen geduld hebben, met niets of niemand. Geduld hebben is voor ongeduldige mensen! Geduld hebben is een slechte zaak voor de relatie. Geduld hebben betekent een neerbuigende houding naar de ander. Je zet je daarmee – relationeel – boven de ander. Kies er voor om haar ‘haar tijd’ te geven of niet. Is de ander het waard om de ruimte en de tijd te krijgen die zij nodig heeft? Mag ze op haar manier en haar tempo ontwikkelen? Laat haar die dan gewoon. Punt. Je hoeft geen ‘extra tijd’ te maken. Meer nog, je ‘bezit’ geen tijd en ‘extra tijd’ bestaat niet! (9)
Je moet geen geduld hebben met de planten zodat ze vruchten krijgen. Ze hebben hun tijd en die is interafhankelijk verbonden met de context (warmte, water, voeding in de grond, op tijd gesnoeid worden, enz.). Hetzelfde geldt voor mensen. Ieder mens heeft haar eigen tijd om te ontwikkelen en die is interafhankelijk verbonden met: het vertrouwen dat ze krijgt, het zelfvertrouwen dat ze heeft opgebouwd, de eerlijke aandacht die ze krijgt, de ruimte voor haar leerproces, haar leervaardigheden, de ontwikkeling van haar ‘eigen kracht’, enz. (10)
—————
Alle teksten waar naar wordt verwezen vind je op de pagina → ‘Korte teksten’ van deze website
(1) Lees meer over je ‘ervarend zelf’ en je ‘verhalend zelf’ in de tekst Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten
(2) Op vele plekken wordt ‘Geweldloze communicatie’ aangeleerd. Meestal geeft zo’n cursus echter ‘teveel ineens’. Je krijgt een rechtlijnig uitgewerkte aanpak (‘Doe dit zo.’) en daarin ontbreekt de aandacht voor de ‘eerste verbinding’ en voor het plots opdoemen van ‘ik-weet-niet-meer’. Ik spreek uit ervaring: een tweedaagse Introductie, een driedaagse basistraining, een driedaagse met een buitenlandse lesgeefster en ik ben een jaaropleiding gestart die ik vroegtijdig heb afgebroken (de ‘eerste verbinding’ ontbrak, ook bij de trainer, en er werden teveel ‘foute’ vragen aangeleerd; zoals: suggestieve, belerende, gesloten en sturende vragen).
(3) Lees het hoofdstuk ‘Je intentie is je werkelijke drijfveer’ in de tekst Kies je voor een dialoog? Wat doe je dan?
(4) Lees meer in de tekst Hoe hou je het gesprek ‘in het midden’?
(5) Lees het hoofdstuk ‘Kan je de ander begrijpen?’ in de tekst Medeleven Empathie Mededogen
(6) Lees meer in de tekst Kies je voor een dialoog? Wat doe je dan?
(7) Lees de paragraaf ‘Is de werkvraag constructief en oplossingsgericht?’ in De kunst van het vragen en het Vragenkompas
(8) Lees het volledige bericht van 8 maart 2021
(9) Lees het bericht van 3/8/20: Geduld hebben is voor ongeduldige mensen
(10) Over leervaardigheden lees je meer in de tekst Leerrijker worden kán!

Wanneer ‘feiten’ op tafel worden gelegd

Artemisia Gentileschi, Judith and her Maidservant, 1613

Een voorval de afgelopen week heeft me er weer op gewezen: wanneer ‘feiten’ worden ingebracht in een gesprek, een discussie of een debat, gaat het op de eerste plaats om een relationele zaak; het is niet eerst een rationele, feitelijke kwestie.
Dit heeft er voor gezorgd dat ik de tekst ‘Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten’ heb herwerkt en een nieuwe versie (13.0) op de site heb gezet.

Wanneer we de aandacht richten op ‘feiten’ bestaat de neiging hierbij een rationele vraag te stellen: Wat zijn de feiten? Hoe werden ze vastgesteld? Door wie? Dit lijkt vanzelfsprekend maar dat is het niet. Het is verstandiger om eerst een relationele vraag te stellen! Wat is zijn intentie met het inbrengen van deze feiten? In welke mate is hij betrokken bij de feiten? Wie heeft er belang bij dat déze feiten, op déze tafel komen, op déze manier, net nu? Wat wil hij bereiken met déze feiten? Welke feiten worden niet meegenomen in het verhaal?

Er bestaan geen feiten op zich, er zweven niet ergens ‘feiten’ rond. ‘Feiten’ ontdek je, ontmoet je, en je kunt er door worden verrast of voelen dat ze je confronteren, maar ze staan niet ergens ‘feit’ te zijn. Dat de aarde rond de zon draait is een gegeven maar dat is slechts een ‘feit’ telkens jij een bepaalde waarneming doet, je er van bewust bent en dat inzicht gebruikt. (We beleven de beweging zon-aarde immers anders dan ze in werkelijkheid verloopt.) De aarde warmt op, daar zijn genoeg ernstig geregistreerde gegevens over, maar is slechts een ‘feit’ indien in de communicatie alle betrokkenen dit gegeven ernstig nemen. (We kunnen de opwarming anders beleven dan ze in werkelijkheid ontwikkelt.)
‘Feiten’ druk je uit als een interpretatie van een waarneming. Ze zijn niet de waarneming!
Vaststellingen zijn een deel van de interactie met jezelf, met anderen en met je omgeving. Ze zijn steeds een aspect binnen een communicatie. Feiten zijn een deel van jouw communicatief systeem. Feiten hebben een relationele functie binnen een gesprek met jezelf of met anderen.
Concreet betekent dit dat wanneer er feiten op tafel komen het op de eerste plaats niet gaat om de feiten op zich of om de feitelijkheid maar om ‘deze feiten leg ik op tafel’, ‘deze feiten stel ik voorop’. Het gaat om hoe je feiten inzet in je communicatie. Welke feiten je inbrengt en welke niet en hoe je dat doet is een deel van de kwaliteit van je communicatie en je relatie met je communicatiepartners.
Het gaat in de eerste plaats om de communicatie over en met de ‘feiten’: hoe, wanneer, met wie, waar, met welke intentie, met welk doel, … communiceer jij gegevens.

Illustratie © Wikiart

Acht vragen (12) Een teamproject leiden

De rubriek ‘Acht vragen’ biedt je een Vragenkompas rond een algemeen geformuleerde werkvraag. Het is een voorbeeld welke eerste vragen mogelijk zijn. Herken je de werkvraag? Wat is jouw werkvraag? Welke vraag uit het Kompas zet jou aan om te starten met je zoektocht naar een oplossing voor je werkvraag?
Deze rubriek geeft dus geen oplossingen of tips hoe jij het moet aanpakken.
De tekst ‘Ter inspiratie’ die volgt biedt je enkele korte inspirerende gedachten aan.
Ik help je bij het leren werken met het Vragenkompas en met het stellen van de ‘juiste’ vraag.
Contacteer me.

Hoe leid ik (mee) een teamproject?

Andere vragen van lezers:
Hoe kom je met een team tot een gedeeld perspectief en een gedeelde taal?
Hoe formuleer je als team een gemeenschappelijk doelstelling en ga je er voor?

Het Vragenkompas is contextueel, d.w.z. dat bij alle vragen die je kunt stellen de vraag er bovenop luidt: Hoe beïnvloedt de context deze vraag en het antwoord?
Klik op de afbeedling om ze te vergroten of te downloaden.

Ter inspiratie

Een doel of een richting of een thema?
Werken aan een teamproject veronderstelt een gemeenschappelijke, heldere kijk op wat men wil oplossen via dat project.  Wie heeft een probleem, welk probleem? (de ‘klant’, de organisatie, wij, zij?) Wat is onze grootste uitdaging? Wat kunnen we bereiken wanneer we deze situatie efficiënt aanpakken?(1) 
Welke mogelijkheden zijn er om een gemeenschappelijk project, een teamproject te starten? 
Een gemeenschappelijk doel wordt vaak genomen als startpunt. Het is als een schietschijf waar alle pijlen naar worden afgeschoten met de bedoeling het midden te raken. Het is als een punt op de horizon waar je naar verwijst als de te bereiken bestemming en waar je de snelste(?), de kortste (?) weg voor zoekt. Een gemeenschappelijk doel is pas efficiënt wanneer het klaar en duidelijk wordt geformuleerd. Het doel wordt scherp afgebakend met heldere objectieven zodat iedereen hetzelfde voor ogen heeft. Bij zo’n doel horen de gepaste middelen: de juiste mensen, financiële middelen, een stappenplan, een strategie en taakomschrijvingen. Een ‘gidsende’ leidinggevende ervaart een gemeenschappelijk doel als vanzelfsprekend én noodzakelijk. Hij kan zich niet voorstellen hoe je op een andere manier samen een project kunt aanpakken en resultaten halen.(2)
Een ‘pad-vindende’ leidinggevende daarentegen voelt meer voor een gemeenschappelijke richting. Zij zal de teamleden warm maken voor een zeer aantrekkelijk toekomstbeeld en hen uitnodigen om te onderzoeken wat ieder kan bijdragen om dit te realiseren. De teamleden hoeven niet noodzakelijk dezelfde weg af te leggen. Wel is het nodig om de bijdrage van ieder af te stemmen op dat van de anderen en zo tot een ‘efficiënt weefsel van bijdragen’ te komen. Ze zal een systemische kijk hanteren zodat het duidelijk is hoe iedere bijdrage de andere inspanningen kan versterken.(3) Zij weet dat een sterk team bestaat uit zowel gidsende als pad-vindende mensen én uit hun dynamisch samenspel.
Een minder formele aanpak maar niet minder efficiënt is die waarbij een team wordt geleid door een sterke focus, een gemeenschappelijk leidend thema. Als leidinggevende is het je taak om het thema te laten uitspitten door het team zodat het eenvoudig, helder en duidelijk kan worden gevat in een beeld. Een thema-gerichte aanpak werkt vanuit en met de creativiteit van alle betrokkenen, niet alleen die van het team. Er zijn strikt genomen geen ‘klanten’ meer en geen ‘leveranciers’; ieder wordt als ‘betrokkene’ aangesproken. Op geen enkel moment wordt er ‘over de hoofden heen’ van iemand gewerkt.
Werken aan en met een leidend thema kan ook deel uitmaken het werken vanuit een gemeenschappelijke richting.

Verbeelding Imaginatie
Welke van de drie wegen je ook kiest, je werkt effectiever wanneer je een rationele kijk combineert met een relationele visie op de opdracht en de aanpak. Dit samenspel is niet alleen nodig bij het formuleren van een doel, een ideaal of een gewenste oplossing. Wanneer je ‘harde feiten’ en ‘essentiële gegevens’ verzamelt is dit eveneens van belang. 
Je werkt tevens effectiever wanneer je niet-weten en falen toelaat (uiteraard zonder negatieve reacties). Je hoeft niet op alle vragen een antwoord te hebben om te kunnen ontwikkelen of een ‘probleem’ aan te pakken. De werkelijke kunst is om een nieuwe vraag te vinden, een vraag die de groep nog meer aanspreekt en jullie verder brengt.
Het werkelijke leven is geen laboratoriumsituatie waarin je tracht alle essentiële factoren streng onder controle te houden en de niet-essentiële elementen terzijde legt. Het leven is beweging, in vele richtingen, met verschillende snelheden. Leer de bewegingen kennen en er creatief mee te spelen. Daar is verbeelding voor nodig.
“Een beeld drukt veel meer uit dan woorden.” Gaan voor verbeelding, imaginatie, beeldende talen, kunst … is niet alleen een inspirerende weg maar het is vooral een verbindende weg. Een beeldende taal kan je dwingen om én nog rationeler te werken én een raam open te zetten voor nog-niet-onderzochte relaties en patronen.(4) Beeldende talen ondersteunen een systemische kijk op de interacties. 

Afspreken en aanspreken
Er is geen goede beslissing zonder dat duidelijk is wie welke verantwoordelijkheid neemt, met concrete afspraken wie wat gaat doen, wanneer en hoe. Daar hoort tevens de afspraak bij om aan te spreken. Wanneer en hoe spreek ik jou aan op het verloop van het uitvoeren van de beslissing? Daardoor kan je halverwege het project een signaal krijgen dat alles loopt zoals gepland. Dan hoef je niet te wachten tot het allerlaatste moment om een stand van zaken te maken en misschien te laat vast te stellen dat een afspraak toch niet helemaal werd afgewerkt (om welke gegronde reden dan ook).
De afspraak over het aanspreken wordt vaak ‘vergeten’. Er is onterecht weerstand tegen het afspreken van het aanspreken … “alsof ik de ander niet vertrouw”. Je kunt het ook omdraaien, je toont een gebrek aan vertrouwen indien je niet bereid bent om een afspraak te maken over aangesproken worden. Vertrouwen is de basis van goede samenwerking en heldere afspraken over aanspreken staat dit niet in de weg. Het aanspreken biedt enerzijds de gelegenheid om te bevestigen en te waarderen (!) wat reeds werd gepresteerd en is anderzijds noodzakelijk wil je op tijd kunnen bijsturen en zeker zijn het einddoel te halen. Niet zelden wordt op zo’n moment vastgesteld dat de afspraken toch onvoldoende duidelijk en concreet waren. Het bleef teveel bij een ‘besluit’ en werd geen echte ‘beslissing’.(5)
Bij het werken met een gemeenschappelijke richting is het een sterk punt wanneer iedereen zelf aangeeft op welk moment en hoe hij zal laten weten hoever de zaken staan. Daarbovenop maakt hij de afspraak hoe en wanneer je hem op dit punt kunt aanspreken.
Het gebeurt bij de besten dat iemand de gemaakte afspraak niet volledig is nagekomen en niet tijdig een signaal heeft gegeven. Dan dien je de ander aan te spreken, toch. Ditmaal echter in een minder prettige sfeer. Vraag dan eerst: Hoe ga je de zaken alsnog rechtzetten en wat heb je daar voor nodig? Bied je hulp aan, het is in het belang van het teamproject en voor een goede samenwerking. Later kom je daar op terug en stel je de vraag: Waardoor liep het fout? Wat weet je daar meer over? Wat heb je er voor jezelf uit geleerd? (geen ‘waarom’ vraag!) (6)

(1) Lees meer in Wie heeft er een probleem? Ik, hij, zij of wij? → Korte teksten
(2) Lees alles over gidsende en pad-vindende mensen in het gratis boek Pathfinder – Samen de juiste weg vinden.
(3) Lees het hoofdstuk ‘Het systemisch grondpatroon’ p. 27-30  in Drie grondpatronen om je leven te be-leven  → Korte teksten
(4) Een voorbeeld is The Turn Club, een netwerk van creatieve en vindingrijke ondernemers, verbinders en kunstenaars die vraagstukken aanpakken met een kunstenaarsmindset. Nog voorbeeld is de Academie voor onzekerheidsvaardigheid
(5) Lees meer in Besluiten of beslissen? → Korte teksten
(6) Lees meer in het hoofdstuk “Waarom?” of “Waardoor?” p.24-32 in de tekst De kunst van het vragen en het Vragenkompas → Korte teksten