Tagarchief: Dialoog

Vraag van de week (36)

Welke vraag zou je nooit beantwoorden?

Je stelt niet alleen vragen aan anderen, het omgekeerde gebeurt uiteraard in dezelfde mate. Wanneer je aandacht geeft aan hoe je vragen stelt, wordt je gevoeliger voor de vragen die je krijgt. Omgekeerd, wanneer je aandacht geeft aan hoe je innerlijk reageert op de vragen die naar je toekomen, kan dit je veel leren over de manier waarop jij vragen stelt.
Heb deze week aandacht voor de vragen die je krijgt. Welke vraag maakt je blij? Welke ervaar je als ‘pittig’? Welke vraag is de dertiende in een dozijn? Hoeveel echt interessante vragen krijg je en hoe verhoudt dit aantal zich tot het totaal aantal vragen die je dient te beantwoorden? Hoe vaak valt de boodschap niet samen met de inhoud van de vraag maar wordt jij verondersteld tussen de lijnen te luisteren?
Vragen kunnen zo opdringerig zijn dat je ze lijfelijk voelt. Sommige roepen afweer in je op, andere doen je van vreugde opspringen. Gaat het daarbij enkel om de inhoud van de vraag of ook, of vooral, om de manier waarop ze wordt gesteld en het tijdstip?
Welke vraag zou je hoe dan ook nooit beantwoorden? Wat maakt dat dit een te vermijden vraag is? Waar doet die vraag je aan denken?

Het kruispunt

Eén beeld zegt vaak meer dan honderd woorden. Meertalig betekent ook – naast het inzetten van non-verbale en beeldende talen – je woordentaal beeldend gebruiken. Een kort verhaal zegt vaak meer dan een lang betoog (of een theoretische uitleg of een academische paper).

 

Het kruispunt

Daar staat hij dan, verbaasd. Zijn weg eindigt op een kruispunt waar nog vijf andere wegen vertrekken. Nergens staat er enige aanduiding waar die wegen naartoe lopen. Op de wegwijzer naar de weg waar hij net vandaan komt staat evenmin een aanduiding. Nochtans, ik weet wel waar ik vertrokken ben en ik kan dus anderen vertellen waar die weg naartoe loopt, zegt hij tegen zichzelf. Wacht even, is dat wel zo? Waar kom ik eigenlijk vandaan? Ik heb in de loop van de voorbije jaren verschillende malen een afslag genomen, om uiteindelijk op de laatste weg te komen die hier naartoe leidt. Wel heb ik steeds de wegwijzer “Succes verzekerd” gevolgd. Nu staat er niet zo’n pijl.
Langs de kant van de weg zit een meisje te spelen. Ze heeft een bordspel met daarop het kruispunt waar hij staat! Bij de richtingaanwijzer waar hij vandaan komt ligt een kaartje en daarop staat “Succes verzekerd”. Hoe kan dat nou? Waar heb ik iets gemist? Moet ik nu terug?
– Meisje, waar lopen die andere wegen heen?
– Dat weet ik niet. Dat kiest ieder die dit spel speelt. Kijk, ik heb vijf kaartjes en een dobbelsteen. Eerst schrijf je op ieder kaartje een bestemming. Die leg je dan bij de genummerde richtingaanwijzers. Vervolgens werp je de dobbelsteen. Het getal van de dobbelsteen geeft aan welke weg je moet lopen.
– Hoe kan dat nou? Wegen bereiken toch steeds hetzelfde doel? De wereld verandert toch niet zomaar en toch zeker niet omdat ik iets op een kaartje schrijf.
– Als jij dat zegt zal dat wel zo zijn voor jou. Maar zo speel je het spel niet.
– Hoe komt het dat er bij die ene pijl het kaartje “Succes verzekerd” ligt?
– Oh, dat is van de vorige speler. Wanneer je weggaat neem ik alle kaartjes weg behalve dat bij de weg die jij kiest. Dat laat ik liggen voor de volgende speler.
– Goed, ik heb het spel begrepen. Maar waarom zou ik het spel spelen? Ik ga mijn leven toch niet laten afhangen van een dobbelsteen! Ik kan toch gewoon een van de wegen kiezen en verder lopen.
– Ja, zei het meisje, dat kan je doen. Dan kies je uit vijf onbekende wegen. 
Je kunt ook naar mijn grote zus gaan die ginder zit. Zij heeft hetzelfde bordspel als ik, echter zonder dobbelsteen en met een spel kaarten die reeds zijn ingevuld. Je kiest dan blind vijf kaarten en zij helpt je daaruit de juiste keuze te maken.
– Ik wil eerst wel weten wat er op haar kaarten staat.
– Dat zal ze niet laten zien, zo werkt haar spel niet.
– Wacht even, ik kan jouw spel ook spelen zonder dobbelsteen! Ik kan iets op de kaartjes schrijven en zelf kiezen waar ik heen ga.
– Ja, zei het meisje, dat is een andere mogelijkheid, een die weinigen kiezen.
– Wat wordt er zoal op de kaartjes geschreven?
– Wat maakt het uit voor jou? Wil je de weg van een ander lopen of je eigen weg?
– O.K. dat heb ik begrepen. Ik zocht enkel wat inspiratie.
– Stel dat je twintig kaartjes mag invullen wat zou er voor jou op kunnen staan? Tracht eens jezelf te inspireren.
– Goed, ik denk dan aan:
Dit lukt je zeker
Een gevaarlijk avontuur
Hier hoef je weinig moeite voor te doen
Gewoon verder gaan met hoe je het doet
Dit vergt een totale ommekeer
Oefen, oefen, oefen
Vorder met kleine stappen
De eerste stappen zijn de belangrijkste
Opgelet voor de valkuilen
Doe, denk niet lang na
De weg is het doel
Jij bent de eerste op deze weg
Een uitdaging die je aankan
Wandel aandachtzaam (mindful)
Loop met iemand samen
Houdt vaak halt en kijk goed rond
Vermijd de voetsporen van anderen
Je bent wat je doet
Naar het land van Wu-wei (1)
Iemand wacht op jou
Oh ja, ook: Succes verzekerd
– Nu dan, je kunt er aan beginnen. Wil je vijf kaartjes? Of ga je toch liever naar mijn zus?

(1) Lees meer in: Wu-wei – Bereik meer met actief niet-doen → Korte teksten

World Café, dialoog in actie

World Café, dialoog in actie → ‘Korte teksten’
In tegenstelling tot de Open Space methodiek (die ik je vorige week presenteerde) is de World Café een erg gestructureerde aanpak. Het doel is om een duurzaam antwoord te vinden op een ‘brandende vraag’ vanuit een hoger perspectief dan het persoonlijk belang of het belang van het management.
Dat kan je bereiken door met een grote groep zeer efficiënt en effectief te werken. Je legt erg verschillende visies bijeen en zoekt naar de verbanden en patronen. Je overstijgt het persoonlijke ‘weten’ om vanuit ‘collectieve kennis’ betere resultaten te boeken.
De bijeenkomst zelf hoeft niet lang te duren: 3 à 4 uren. Wel gaat er een grondige voorbereiding aan vooraf en is de nazorg mee bepalend voor het uiteindelijke effect.

De focus van het World Café
Zoveel mogelijk vruchtbare gedachten bijeenbrengen en die volledig tot hun recht laten komen.
– Alle ideeën met elkaar verbinden zodat kruisbestuiving plaats vindt.
– Daardoor de onderliggende vragen, patronen, structuren of systemen kunnen ontdekken.
– Iedereen waarderen voor hun inbreng. “Alles wat je aandacht geeft groeit.”
– Gestructureerd en gefocust werken zodat de tijd nuttig en efficiënt wordt gebruikt.
– De tijd gebruiken om opbouwend te werken en te werken aan goede relaties. Geen tijd en energie stoppen in kritiek geven, discussie of debat.
– Kennismanagement. De resultaten op een praktische wijze bijeenbrengen, ordenen en delen met elkaar en met personen buiten de groep.
– Kort en krachtig werken. Op enkele uren tijd een efficiënte uitweg vinden voor het gestelde probleem of een degelijk antwoord op een brandende vraag.
– Praktijkgericht leren om te dialogeren i.p.v. te discussiëren.

Geniet van het lezen van de tekst en bekijk welke aspecten je morgen reeds in praktijk kunt brengen.

Een unieke leerervaring: Open Space

Er staat een nieuwe tekst op de pagina ‘Kort teksten’: Open Space – Een unieke leerervaring
Ik heb vele jaren ervaring met de Open Space methode. In 2001 nam ik deel aan een ‘training’ van Harrison Owen. Tussen 2001 en 2016 heb ik tientallen Open Spaces georganiseerd en gefaciliteerd in België en Nederland.
Daarnaast gebruikte ik in die periode veelvuldig een andere participatieve methode: de World Café. Ik had in 2001 ook kennisgemaakt met Juanita Brown, de ‘moeder’ van de World Café. Ik heb zeer veel World Café’s georganiseerd en gefaciliteerd.
De tekst die die ik publiceer is reeds eerder verschenen en is gebaseerd op mijn rijke persoonlijke ervaring. Ik voelde de wens om deze kennis en ervaring opnieuw te delen.
Er is vandaag vernieuwde aandacht voor ervaringsgericht leren, action learning en service-learning. Diverse vormen van participatief leren bieden daar een uitstekende werkvormen voor.
Hoe dan ook, doe er je profijt mee.

Vraag van de week (32)

Met welke vraag krijg je een jongere die ‘protesteert’ aan de gesprekstafel?

Wanneer burgers protesteren en betogen of werknemers staken, laat je – als beleid – hen dan rustig doen? Of stuur je er snel de ordediensten erop af? Wat tracht je daarmee te voorkomen? Op welk moment betrek je hen in een gesprek?
Wanneer een jongere ‘protesteert’ (in een gezin, in een instelling, in een school, in een jeugdbeweging, in een gemeenschap) hoe reageer je er op als ‘beleid’?
Vorig jaar kwamen vele jongeren op straat nadat voor een Zweedse tiener de maat vol was. Ze vond (en vindt) het onverantwoordelijk hoe volwassenen blijven omgaan met het milieu en het klimaat. De huidige aanpak bepaalt onze (en dus ook haar) toekomst. Werd er echt naar hen geluisterd of heeft ‘het beleid’ hen rustig laten doen? In welke beleidswerkgroep, in welk land, hebben ze inmiddels een permanente plaats aan tafel? Geen enkel.
Vandaag zwijgen de meeste jongeren weer. De corona-crisis heeft de dynamiek gewijzigd. Voor hoelang?
Moet je wachten tot de jongeren betogen of staken om na te denken over de relatie met hen en over de toekomst, hun toekomst?
In zeer veel landen staat de corona-crisis bovenaan de agenda. Het klimaat en het milieu staan onderaan de lijst (bv. bij de vorming van een nieuwe regering in België). Hoe kan dat? De corona-crisis is het logisch gevolg van hoe we omgaan met het milieu! Blind verder doen is vragen om een volgende crisis.
Het is niet verboden om voor te denken. Welke vragen kan je vandaag stellen aan jongeren en hoe neem je hen ernstig en betrek je hen in hun toekomst?
En voor de jongeren: Met welke vraag aan het beleid kom je als jongere mee aan de werktafel?