Tagarchief: Dialoog

Vraag van de week (25)

Met welke vraag krijg je een gesloten deur open?

Wanneer was het laatst dat jij voelde dat je je voor een ‘gesloten deur’ stond? Een situatie als: een collega is niet bereid om met jou verder te werken; na een mail van jou krijg je geen reactie meer maar hoor je wel via-via dat die zeer slecht werd ontvangen; een ambtenaar weigert naar jouw argumenten te luisteren; je vriendin wil niet meer met je praten (“Het is genoeg geweest!”); iemand weigert je uitgestoken hand; je vraag om een gesprek wordt niet beantwoord; je tiener heeft zich opgesloten in haar kamer en weigert (letterlijk) de deur open te doen; je hebt het gevoel dat je tegen een muur praat; …
Niet zelden voel je je dan onrechtvaardig behandeld. Je had geen kwade bedoelingen, er werd onvoldoende naar jou geluisterd, je houding werd in een slecht daglicht geplaatst, men heeft jouw woorden verdraaid, de ander houdt geen rekening met het positieve uit het verleden.
Wat alleszins niet helpt op dat moment is hard op de deur kloppen of ze met kracht willen openduwen. Een deur gaat in zo’n situatie niet open door met argumenten of feiten jouw positie of jouw gedrag te rechtvaardigen of in een helderder licht te zetten en nog minder door te dreigen met ‘tegenmaatregelen’. Jouw ‘gelijk’ is geen sleutel die past op het slot. Vaak betekent dit enkel ‘meer van hetzelfde’ en bereik je het tegenovergestelde, d.w.z. de deur gaat nog steviger op slot.
Vooreerst dien je te aanvaarden dat de situatie is zoals ze is, zonder er een lang verhaal bij te bedenken. Een volgende stap is het aanvaarden van de gevoelens van de ander én je eigen gevoelens … zonder te oordelen. Naast jouw ‘pijn’ is er de ‘pijn’ van de ander. Het gaat daarbij niet om uit te maken hoe diep ieders ‘pijn’ aanvoelt; het gaat niet om ‘feiten’ en nog minder om ‘waarheid’. Het gaat om de relatie!
Dus kom je terecht bij jouw behoeften m.b.t. jullie relatie en bij jouw werkelijke intentie: Wat is het meest belangrijke voor jou in deze situatie, op dit moment? Wat wil je uiteindelijk bereiken?
Op basis van jouw antwoord op deze vragen kan je zoeken: Met welke vraag kom ik één stapje dichter bij de ander? (zonder bedreigend over te komen)
Een gesloten deur zwaait niet zomaar terug open. Indien je niet blij bent met ‘een deur op een kiertje’ kan nooit een grotere opening volgen. Misschien moet je wel eerst toelating vragen om een vraag te mogen stellen.
De regel is : hou je eerste vraag kort, zeer kort; je vraag mag jouw kwetsbaarheid tonen maar geen aandacht vragen voor jou; het gaat om de relatie  en je aandachtspunt richt zich op de ‘pijn’ van de ander.

Op zoek naar de waarheid die verzoent

Een zwarte ‘ex-crimineel’ tracht vandaag op het rechte pad te lopen. Toch wordt hij nog steeds negatief bekeken en afwijzend behandeld. Wanneer hij op een dag wordt gedood door de politie wordt hij een ‘slachtoffer’ en wordt de politieagent een ‘dader’ en voor sommigen een ‘crimineel’. De gedode zwarte man wordt binnen de context van het eeuwenlange racisme in de VS daarmee voor sommigen een ‘held’ en zelfs een ‘heilige’.
“Als er gerechtigheid komt voor je vader, zullen we op weg zijn naar raciale gerechtigheid in de VS”, zei Joe Biden, de Democratische presidentskandidaat tegen het meisje, “Dan zal je papa de wereld veranderd hebben”. Je kunt even rechtlijnig zeggen dat het gedrag van de politieagent dat heeft bewerkstelligd. (Dit is geen cynische opmerking.)
Neen, niet de gedode zwarte man heeft iets veranderd en evenmin de politieagent.
Wij kunnen iets veranderen door de manier waarop wij nu antwoorden op de situatie en op wat er (weer) is gebeurd, in de VS maar ook in eigen land.
Het huidig discours wijst terecht op grove onrechtvaardigheden maar de woorden zijn zo polariserend dat een waardige aanpak niet mogelijk is. We creëren daarmee een sfeer van vijandschap. Woede voelen is volkomen terecht, die agressief op de ander richten is dat niet, dat is een onvruchtbare houding, dat is meer van hetzelfde. Wraak leidt tot weerwraak, leren we uit de geschiedenis.
We hebben een ander denkpatroon en een ander taalgebruik nodig. Niet het rechtlijnig discours dat alles en iedereen in enge vakjes zet en dat spreekt in tegenstellingen (zwart-wit).
Er is evenmin eufemistisch of zalvend of verhullend taalgebruik nodig. We moeten zorgvuldig spreken! De zaken moeten helder op tafel komen, alle aspecten. Echter zonder te vechten en relaties te vernielen. We moeten leren systemisch te kijken naar wat er (weer) is gebeurd en nog steeds plaatsvindt.
We dienen meer dan ooit te verbinden en ethisch gezonde netwerken op te bouwen.

Albie Sachs kan ons nog steeds inspireren.(1) Hij was zelf slachtoffer van een (bijna) dodelijke bomaanslag door de politie van het Apartheidsregime in Zuid-Afrika. Als internationaal erkend jurist en rechter heeft hij na de wisseling van het regime geijverd voor rechtvaardigheid én verzoening (ook met de agent die de bom onder zijn auto had gestoken). Zijn zoektocht bracht hem bij het erkennen van vier waarheden. De vier waarheden vormen één systeem. Enkel door een dialoog tussen deze waarheden kan er gerechtigheid komen voor de slachtoffers, de erkenning van hun pijn en onrecht en kan tegelijk de stap gezet worden voor verzoening.(2)
Sachs noemt de eerste waarheid de feitelijke waarheid “microscopische waarheid” (microscopic truth) en stelt vast dat dit de eerste zorg is van een rechtbank: “of een bepaald persoon schuldig is aan onrechtmatig en opzettelijk doden van een andere persoon op een bijzonder moment op een bijzondere manier”. Deze waarheid is gedetailleerd en gefocust op de daad en op ‘feiten’.
De tweede waarheid noemt hij “logische waarheid” (logical truth): “de veralgemeende waarheid van stellingen, de logica inherent aan bepaalde beweringen … waar men toe komt via deductieve en afgeleide processen.” De focus is de manier van denken, de paradigma’s en uitgangspunten.
Sachs’ derde waarheid is de “ervaringsgerichte waarheid” (experiential truth). Dit sluit dicht aan bij wat de Waarheidscommissie de persoonlijke waarheid noemde: het verhaal van de gebeurtenissen zoals de betrokkenen dat beleefd hebben. Deze verhalen zijn “inzichten in pijn” en vormen een verhalende waarheid.
Voor de vierde waarheid tenslotte spreekt Sachs over de “dialoog waarheid” (dialogical truth): “dit houdt elementen in van de microscopische, de logische en de ervaringsgerichte waarheden, maar het neemt deze op in en het groeit door het (denk)beeld van een gemeenschap van vele stemmen en veelvoudige perspectieven (the notion of a community of many voices and multiple perspectives).
In het geval van Zuid Afrika (FG: toen en de VS vandaag), is er geen unieke correcte manier om te beschrijven op welke manier de grove schendingen van de mensenrechten plaats vonden. Er is niet één verslaggever die kan beweren dat hij/zij het enige definitief juiste perspectief bezit.”

Dit is geen post-modernistische suggestie dat objectieve waarheid niet zou bestaan. Het is veeleer de vooropstelling dat de weg naar zulk een waarheid verloopt via een zeer intense en vaak emotionele dialoog die begrensd wordt door het zorgvuldig uitpluizen van het bewijsmateriaal, om te komen tot een veel-kleurige, multi-perspectieven versie van de waarheid.

(1) Lees meer over Albie Sachs in Sachs, Albie en de vier waarheden – Op zoek naar de waarheid die verzoent → Korte teksten
(2) Lees meer in het hoofdstuk Wat is waarheid? in Hoe je zelf feiten creëert – Vier soorten feiten → Korte teksten

 

Vraag van de week (22)

Welke vraag kan een ruzie helpen ophouden?

Ik geef toe, deze vraag is een persoonlijke uitdaging. Ik ben verzeild geraakt in een situatie waarin ik zelf dien te zoeken naar een ‘juiste’ vraag als antwoord op deze vraag van de week.
Ik heb ervaring met verschillende manieren waarop een ruzie niet ophoudt, waardoor een conflict blijft bestaan, of erger, nog wordt versterkt. Conflict vermijdend gedrag leidt niet naar een gezonde relatie. Dat heb ik met schade en schande moeten vaststellen. Uiteindelijk kom ik terug bij de basis van goede interactie: een vraag.
Nu is een vraag geen wondermiddel. Er zal wellicht in geen enkele conflictueuze situatie een vraag kunnen worden gesteld die eensklaps de zaak oplost. De ‘oplossing’ gaat steeds om een ‘af te leggen weg’. Het is niet een punt op de horizon maar de weg die je samen aflegt van het punt waar je nu staat naar de volgende stap en dan naar de volgende stap en dan naar …
Om deze beweging te starten is een vraag nodig. Aangezien iedere situatie contextueel is, d.w.z. beïnvloed wordt niet alleen door de ‘spelers’ maar door het ganse ‘speelveld’, zal telkens een erg concrete en specifieke vraag nodig zijn.
Ik ben inmiddels zeer goed in het stellen van vragen maar voor het conflict dat ik wens te veranderen sta ook ik voor een flinke opdracht. Hoe stel ik een vraag die verwijst naar een ‘opening’, naar een ‘weg’ die volledig open ligt om … gecreëerd te worden door ons beiden (de ‘weg’ is er nog niet)? Met welke vraag verleid ik de ander om te kijken naar de ‘opening’? Hoe stel ik een vraag waarin geen ‘oplossing’ schuilt (want dat zou een vooropgezet ‘eindpunt’ zijn en vertrekt vanuit mijn zienswijze, niet vanuit een zienswijze waar we beiden vanop een afstand kunnen kijken)? Hoe stel ik een vraag waar toch niet stiekem mijn mening in verpakt is?
Mijn ‘huiswerk’ bestaat inmiddels uit een aantal vragen die ik in een netwerk noteer. Ik zal een keuze moeten maken. Echter geen beslissing op basis van rationeel innerlijk overleg of overleg met mijn leermaatje. Wel werken op basis van mijn ‘uitgezuiverd gevoel’. Ik ga nog even op mijn meditatiematje zitten.

Vraag van de week (18)

Welke vraag stelt de leraar in jou vandaag aan je?

Voor het leren zijn we zelf verantwoordelijk. Voor het aanleren zijn onze ‘aanleerders’ voor een groot deel verantwoordelijk.(1)  Wij zijn een stukje mee verantwoordelijk want we hebben, zodra we jong-volwassen zijn, de keuze hoe we omgaan met onze ‘aanleerders’ en onze ‘aanleeromgeving’.
Er klinken in jou vele stemmen. Die hoor je wanneer je het even stil maakt. Een van die stemmen is een leraar in jou, een stem die je helpt bij het leren. Je hebben de keuze om naar haar te luisteren of niet.(2) Die leraar heeft zich in de loop van de eerste twaalf-zestien jaar van je leven ontwikkeld op basis van de leer- en aanleer-ervaringen die je hebt beleefd. Deze innerlijke leraar is niet perfect, net zomin als al je externe leraren. De grote kracht van de interne leraar is wel dat zij jou kent van binnenuit. Haar aandacht is gericht op het vergroten van jouw leercapaciteit, wat de externe aanleerders ook mogen beweren. Deze laatsten zijn zo gefocust op het aanleren (wat zij willen dat jij opneemt) dat ze weinig zicht hebben hoe de leerprocessen innerlijk bij jou verlopen. Dat is de taak van je innerlijke leraar en dus van jou.
De leraar in jou is aan te spreken zoals je een externe leraar een vraag stelt. Daarenboven is je eigen leraar 24 7/7 beschikbaar. Welke vraag zou je haar op dit ogenblik willen stellen? Op welke belangrijke vraag kreeg je van niemand ooit een afdoend antwoord? Anderzijds, welke vraag stelt de innerlijke leraar aan jou en hoor je niet? Ik ben overtuigd dat zij jou vaker een vraag stelt. Alleen, jij bent druk bezig met andere dingen. Om haar vraag te horen dien je even de tijd te nemen en het stil te maken. Wanneer je voortraast loop je haar voorbij. Probeer het eens, trekt je even terug en maak het eens stil. Wat hoor je? Wellicht willen de andere stemmen in jou meer op de voorgrond komen. Dus dien je uitdrukkelijk tegen alle stemmen te zeggen dat je wilt luisteren naar de leraar en dat de anderen even moeten zwijgen. Zelfs indien het een tijdje duurt vooraleer haar vraag klinkt, luister aandachtig en noteer op de een of andere manier haar vraag. Het is eeuwenoude kennis in vele culturen: spreek de leraar in jezelf aan.

(1) Over het onderscheid tussen ‘leren’ en ‘aanleren’ en wie je ‘aanleerders’ zijn (al diegenen in jouw leven die je iets willen aanleren) lees je meer in Leerrijker worden, het kán → Kort teksten
(2) Waar ‘zij’ en ‘haar’ staat, kan je even goed ‘hij’ en ‘zijn’ lezen. En wie weet is de innerlijke leraar bij sommige mannen wel een vrouw en bij sommige vrouwen wel een man.

Vraag van de week (16)

Met welke vraag verander je klagen in een positieve reactie?

Deze vraag lag jaren geleden mee aan de basis van het boek De Blauwe Rivier oversteken dat in 2017 verscheen (→ Boeken) en dat op het einde van het jaar terug beschikbaar zal zijn, gratis ditmaal. Dat ik de vraag vandaag opnieuw stel wordt gestimuleerd door de actualiteit. Wordt er alleen in de middens waar ik contact mee heb en in de berichten die ik lees geklaagd over de maatregelen die de overheid neemt (te veel, te weinig, te vroeg, te laat, te weinig concreet, te betuttelend, …)?
Klagen is de meest gebruikte methode om sociaal contact te leggen en te onderhouden. Klagen biedt een uitlaatklep en voldoet daarmee aan een reële menselijke behoefte: even het hart luchten. Klagen over het weer komt als onderwerp op plaats 1. Dan volgt de overheid en de maatregelen dat die neemt, zoals onrechtvaardige belastingen en onnodige regelgeving. Dat was duizenden jaren geleden reeds zo en is nu nog het geval. In deze zin levert klagen een sociale bijdrage. Klagen lost echter niets op, wel integendeel. Het effect van deze wijze van contact leggen en onderhouden, is dat het het slachtoffergedrag versterkt. Het werkt als een neerwaarts draaiende spiraal. Klagen legt de verantwoordelijkheid altijd ‘buiten’. Iemand anders – een persoon of een instantie – moet iets doen om de situatie te doen keren (in de door de klagers gewenste richting wel te verstaan).
Met welke vraag zou jij een klager kunnen verbazen zodat hij even stopt en de andere kant uit kijkt? De andere kant is: zicht op een constructief antwoord of de aanzet voor een oplossing of een breder zicht op de situatie. Uiteraard kan het geen vraag zijn die ‘klaagt over de klager’. Evenmin een waarin zich een negatief oordeel verschuilt. Het dient alleszins een verbindende vraag te zijn want contact is de onderliggende behoefte bij de klager.

Er is slechts één letter verschil: van klachtgericht naar krachtgericht. Krachtgericht betekent: werken vanuit je ‘eigen kracht’, met je talenten én je beperkingen. Misschien kunnen de tien aandachtspunten van krachtgericht en oplossingsgericht werken je inspireren.(1)
(1) uit het boek: De Blauwe Rivier oversteken – Hoe ontwikkel ik een probleem
 tot een duurzame oplossing?