Tagarchief: Kunst vh vragen

Vraag van de week (50)

Welke vraag proefde ooit zo lekker dat je bij de herinnering opnieuw de smaak in je mond proeft?

Woorden hoor je, dat is gewoon. Zinnen, en in dit geval vragen, hebben een klank, een toon, zelfs een melodie. Dit geldt voor alle sprekers, niet alleen voor mensen uit die streken waar men zangerig spreekt.
De wijze waarop je je vraag formuleert, de non-verbale aspecten van je communicatie, hebben (vaak) een grotere invloed dan de inhoud van je vraag. De toon waarop je iets vraagt, de snelheid waarmee je spreekt of net de traagheid, de stiltes tijdens het vragen, je lichaam dat ‘vraagt’ zonder dat je spreekt, het is allemaal ontzettend nuttig om je daar van bewust te zijn wanneer je de ‘juiste’ vraag wilt stellen.
Sommige mensen beleven kleuren bij woorden, klanken, zinnen en vragen.
Sommige mensen proeven woorden, klanken en muziek. Ze beleven die als een smaak in hun mond.
Je kunt dit oefenen. Je kunt bv. een woord of een korte zin op verschillende manieren uitspreken: traag, snel, luid, zeer zacht, op hoge toon, met een zware stem, enz.
Proef de klanken in je mond. Slik ze niet snel door, laat ze niet snel je mond verlaten, laat ze even in je mond rondhangen.
Ik oefen de klank, de kleur en de smaak van woorden met mijn kleindochter van twee door haar naam op verschillende manieren te laten klinken. Ze vindt dit geweldig leuk. Ze antwoordt op dezelfde manier of zoekt om met een eigen klank “Va” tegen me te zeggen. Op deze manier oefenen we tegelijk het luisteren, wellicht het belangrijkste aspect bij de kunst van het vragen.

Vragen laten een smaak achter in je mond. Vragen zijn een melodie. Vragen tonen een kleur. Herinner je je nog een vraag die heerlijk proefde, zo mooi klonk of zo kleurrijk verscheen?
Welke vraag was dat en wat in de vraagsteller zorgde voor die ervaring?
Op welke manier zou je zelf graag een vraag kunnen stellen?

Vraag van de week (49)

Welke vraag, in welke context gesteld, heeft je de ruimte en de veiligheid geboden om je gevoelens te uiten?

Je weet het uit eigen ervaring: gevoelens kunnen uiten voelt goed aan; om dat vrij te kunnen doen is er een gevoel nodig dat er voldoende ruimte en veiligheid is.
Een uitnodiging via een ‘juiste’ vraag op het ‘juiste’ moment biedt de ‘juiste’ omstandigheden.*

Het is een cliché om te beweren dat mannen hun gevoelens niet vlot kunnen uiten. Volkomen onterecht. Dit is een fout verhaal. Dit wijst er enkel op dat de waarnemer niet scherp kan waarnemen en een vooroordeel heeft over hoe je gevoelens zou moeten uiten, waar en wanneer. Stilte bv. wordt zelden correct ‘gehoord’, ‘gezien’ of ‘gelezen’.
Iedere communicatie verloopt tussen minstens twee betrokkenen, jij en de ander (bij het innerlijk gesprek zijn dat jij en je ‘zelf’). Beiden hebben hun aandeel in de communicatie.
Iedere uitspraak over de ene betrokkene kan niet zonder tegelijkertijd te kijken naar het aandeel van de andere.
Soms kan of wil iemand (man of vrouw) op een bepaald moment geen gevoelens uiten.
Hoe staat het met de ‘uitnodiging’ van de ander? Werd er een ‘juiste’ vraag gesteld?
Vragen stel je zowel verbaal als non-verbaal, zonder woorden, met het ‘juiste’ gebaar.

Met de ‘juiste’ vraag op het ‘juiste’ moment ben je aanwezig bij de ander. Je bent dan niet bezig met je eigen inzichten of gevoelens.
Empathie is niet ‘vertellen wat het jou doet’ maar ‘voelen wat het de ander doet’ … zelfs al begrijp je er niets van, zelfs al voel jij de zaken anders aan. Empathie is niet ‘hetzelfde voelen’!
Op dit ogenblik is er geen bewijs dat vrouwen beter zijn in het stellen van de ‘juiste’ vraag.
Laat deze mythe voor wat ze is, louter een verhaal. Er is wél evidentie dat iedereen kan leren om de ‘juiste’ vraag te stellen, jongere en volwassene, vrouw en man, jong en oud.

*De ‘juiste’ vraag is de vraag die constructief wérkt voor de vraagontvanger, concreet, zelfs indien het effect ervan anders is dan je als vraagsteller verwachtte. Een ‘juiste’ vraag kan wérken op korte termijn en op lange termijn. Als vraagsteller ben je bijgevolg afhankelijk van de vraagontvanger om de kwaliteit van je vraag te beoordelen.

Vraag van de week (48)

Welke pijnlijke vraag die je kreeg bleek achteraf te zorgen voor een constructieve kentering?

Niet alle vragen zijn op het eerste gezicht nuttig om te ontvangen. Dat geldt zeker voor vragen die erg pijnlijk aanvoelen wanneer je ze ontvangt. Je staat op zo’n moment niet te popelen om te mogen antwoorden.
Toch gebeurde het bij mij enkele malen dat ik achteraf vaststelde dat het wel belangrijk was dat iemand mij net die vraag stelde. Zelfs al stelde zij de vraag op een agressieve, niet-verbindende manier en op een voor mij ongelukkig moment bovendien.
Naast pijnlijke vragen kreeg ik lastige vragen die achteraf nuttig bleken.
Wat is jouw ervaring?
De kunst van het vragen bestaat er niet in om altijd ‘lieve’ vragen te stellen.
De kunst is evenmin om diegene aan wie jij je vraag aanbiedt tevreden te stellen.
Het hoort wél steeds bij de kunst om je eerst bewust te zijn van je intentie met het stellen van déze vraag.
Vervolgens is de opdracht om aandachtig aanwezig te zijn, de vraag in het midden te leggen* en alle tijd te laten aan de ander om de vraag op te nemen of niet en te beantwoorden of niet.
Wat telt is: wérkt de vraag en hoe wérkt ze? Aandachtig de ander waarnemen terwijl je de vraag stelt is de opdracht. Daarna zal je zoveel als mogelijk nagaan welk effect je vraag heeft, nu en op lange termijn (in de mate dat dit relevant is).
Het is niet omdat iemand aangeeft dat jouw vraag erg pijnlijk aanvoelt voor hem dat het geen ‘juiste’ vraag kan zijn, op dat moment.
Het stellen van confronterende vragen hoort bij de kunst van het vragen.

*Lees meer in: Hoe hou je het gesprek ‘in het midden’? → Korte teksten

Vraag van de week (47)

Welke vraag die een kind stelde deed je als volwassene op dat moment stil worden?

Het wordt soms als anekdote gezegd: “Kinderen zijn zo onschuldig dat ze rake vragen kunnen
stellen.”
Is dat zo? Heb je het zelf al eens meegemaakt? Wat was die vraag dan wel en wat waren de omstandigheden (de context) die er voor zorgde dat de vraag bij jou ‘binnenkwam’?
Was de vraag de belangrijkste factor of was het jouw innerlijke gemoedstoestand?
Soms kan een eenvoudige vraag een schot in de roos (in je hart) zijn zonder dat het zo werd bedoeld. De jonge vraagsteller heeft geen benul wat er zich afspeelt in jou. Hij stelt gewoon een eenvoudige, alledaagse vraag.
Wat valt er te leren?
Stel geen ingewikkelde vragen. Neem alvorens een vraag te stellen goed waar op verschillende niveaus: met je ogen, je oren, je hart en je buik(gevoel). Stop het onnodig denken en rationaliseren. Stop ermee je af te vragen of je wel een goede vraag stelt.
De kunst van het vragen stellen is vooral: de vraag waarnemen die bij de ander wil ‘geboren’ worden. Sommige kinderen voelen dat spontaan aan, als volwassene kan je dit opnieuw leren.

Vraag van de week (46)

Welke vraag hoorde je in een droom, een vraag die meteen een weg bood voor een ‘probleem’ waar je mee worstelde?

Ik ben vast niet de enige die in dromen materiaal krijgt aangeboden dat bruikbaar is voor de zaken in mijn wakker leven waar ik mee bezig ben.
Heb jij net als ik een paar keer een Aha! mogen beleven? Wel, je kan dit vaker meemaken want al je dromen hebben een ‘boodschap’.
Iedere ochtend, bij het ontwaken, kijk ik nog even naar de laatste fragmenten van de droom die ik me herinner. Dat heeft me al menig goed idee opgeleverd.
Wel is het nodig om de taal van je dromen juist te ‘vertalen’. Er bestaan boeken rond “De verklaring van je dromen”. Die hebben vooropgezette ideeën over symbolen en beweren dat zij een verklaring kunnen geven zelfs al kennen ze jou en je context niet. Die boeken leg je beter opzij.
Het is veel nuttiger om de ‘taal’ van jouw dromen te leren. Je ‘spreekt’ ook in je dromen je eigen taal! Wat je hoort is je eigen stem, niet een stem van buiten, niet ‘de stem van het Universum’.
Een tweede uitgangspunt: wees lief voor jezelf, je dromen zijn een onderdeel van je ‘zelf’ en dat heeft het goed met jou voor. Het is best verstandig om naar je ‘zelf’ te luisteren, ook als het ‘spreekt’ via je dromen.
Een derde uitgangspunt: maak je niet ongerust en pieker niet wanneer je niets begrijpt van de beelden en de geluiden in je dromen. Dromen zijn als een kunstwerk, je ziet de boodschap pas wanneer je enkele malen naar het werk hebt gekeken én dit hebt verbonden met wat er de vorige dagen gebeurde of de volgende dagen in en rondom jou gebeurt.
Een vierde uitgangspunt: geniet van je dromen, lach er mee indien je er niets van begrijpt, beleef ze als een wereld vol spannende avonturen. Ja, niet alle dromen zijn prettig of eindigen in een gevoel van rust. Maar ook mijn nare dromen hebben me geholpen.