Tagarchief: Leren

Vraag van de week (43)

Welk ‘probleem’ van jou werd beantwoord door jou te wijzen op wat niet werkt?

Indien jij met een ‘probleem’ zat en je kreeg als eerste reactie te horen wat je allemaal fout doet, heb je wellicht ervaren dat dit je niet enthousiast maakt om er tegenaan te gaan.
Wanneer iemand bij jou komt met een ‘probleem’ vertelt hij meestal op een klagende toon een reeks vaststellingen, iets waar hij moeite mee heeft. Hoe vaak heb jij hem daarbij gewezen op wat niet werkt en dat hij de zaken fout aanpakt? Ik hoor en zie het nog iedere dag, zeker vandaag met de meningen over de aanpak van het corona-virus. Wijzen op het negatieve van een actie of op gevaren lijkt onze aangeboren houding maar dat is het niet, het is aangeleerd gedrag. Ja, in onze genen zitten aanzetten voor oude gedragspatronen (vecht-vlucht-verstijf) maar inmiddels zijn we enkele tienduizenden jaren verder en heeft opvoeding en socialisatie veel overgenomen. Wat werd aangeleerd kan je afleren.
Hoe vaak kreeg je een snel advies (hoe de ander het zou doen) zonder oog te hebben voor jouw ‘probleem’? Snel een advies geven is evenmin een oplossingsgerichte houding. Jullie zijn dan beiden gezellig in het ‘Redder-spel’ gestapt.(1)
Wanneer iemand het ‘foute’ gedrag blijft herhalen én klagen dat er een ‘probleem’ is, wijst dat op een dieper liggende vraag. Enkel het vinden van de vraag waar het écht om gaat, helpt om uit de vicieuze cirkel te geraken.
Wat was jouw ‘probleem’? Of beter, wat was jouw dringende, dwingende vraag? Een écht probleem is een dringende vraag die jij stelt en waar jij verantwoordelijkheid voor neemt. Indien aan deze voorwaarde niet wordt voldaan dan wijst het woord ‘probleem’ dat je gebruikt op: een wanhoopskreet, een ongemak, een vervelende zaak, iets waar jij je zorgen over maakt of één van de tweehonderd andere mogelijkheden die je vindt achteraan in het boek De Blauwe Rivier oversteken – Hoe ontwikkel ik een ‘probleem’ tot een duurzame ‘oplossing’?(2)
Dus, wat was jouw belangrijke vraag? Welke reactie had je daar graag op gekregen (of wil je nog steeds krijgen) zodat jij je achteraf gesterkt voelt om zelf de oplossing te vinden? Welke houding van de ander zou jij erg waarderen?
Hoe ga jij antwoorden de volgende keer dat iemand bij jou komt met een ‘probleem’?
Leer hoe jij je eigen ‘problemen’ het best constructief aanpakt, dan kan je anderen helpen dat ook te doen. Stel jezelf en de ander de juiste vragen.

(1) Lees meer in het hoofdstuk ‘De eigen kracht versterken’ p.33 in de tekst: De kunst van het vragen en het Vragenkompas
(2) Het boek vind je gratis onder ‘Boeken’

Edel zwijgen is actieve stilte

Ik heb een nieuwe ‘Korte tekst’ toegevoegd: De kunst van het edel zwijgen – Edel zwijgen werkt vaker efficiënter dan je mening geven.
We vinden het heel gewoon om regelmatig, zo niet voortdurend, onze mening te geven. Vrije meningsuiting is een recht van iedere burger. Gelukkig, want dankzij het duidelijk uiten van hun mening hebben burgers in het verleden politieke en sociale rechten verworven waarvan wij nog steeds genieten. Het is de laatste decennia echter een gewoonte geworden om vrij snel een mening te geven of ongenuanceerd feedback te geven. We wijzen anderen op wat wij denken en voelen bij hun gedrag of hun beslissingen. Er is een cultuur gegroeid die het begrip ‘assertiviteit’ in de praktijk gelijkschakelt met ‘ongezouten je mening geven’.
Sommigen zijn nog een stap verder gegaan en hebben de houding aangenomen dat ze om het even hoe hun mening mogen geven en om het even wanneer en dat ze niet verantwoordelijk zijn voor de reactie van de ander of voor de gevolgen. “Dat is het probleem van de ander.”
Er is echter een verschil tussen ‘ongezouten je mening geven’ en ‘respectvol je ongezouten mening geven’. In het eerste geval is je manier van communiceren ongezouten, niet respectvol. In het tweede geval gaat het om de aard van je mening, die stevig en zonder omwegen is (inhoudelijk) en die je respectvol meedeelt (zodat die ook wordt gehoord!).

Moet ik dan leren mijn mond te houden? Moet ik dan alles inslikken? Gewoon alles over me heen laten komen? 
Neen, dit soort zwijgen is niet ‘edel’ en werkt negatief, zowel voor jezelf als voor de ander. Het betekent dat je je gevoelens blokkeert. Je houdt je frustraties en je kwaadheid vast in je hart en je hoofd. Dit soort ‘zwijgen’ is in feite conflict vermijdend gedrag.
Edel zwijgen is gans anders. Bij edel zwijgen voel je je goed, heb je respect voor je gevoelens en voor de gevoelens van de ander. Je houdt niets vast, integendeel, je laat de zaken los (1).
Je parkeert de dingen niet voor later, neen, je houdt er nu mee op, je geeft er niet langer energie aan, je voedt de gedachten niet verder, je houdt op met het innerlijk gesprek. Je ontspant je want je hecht je niet meer aan frustrerende gevoelens. Je doet dit niet omdat het moet maar omdat je dat wil, omdat je voelt dat het je deugd doet, dat je er beter van wordt.

Lees het volledige verhaal → Korte teksten

(1) Lees meer in: Wu-wei – Bereik meer met actief niet-doen → Korte teksten

Vraag van de week (40)

Welke ‘foute’ vraag bleek achteraf toch te werken?

In het vorig bericht stond wat een ‘juiste’ vraag is. Dat lees je tevens in de tekst ‘De kunst van het vragen en het Vragenkompas’.(1)  Je kunt met mij vaststellen dat jij en ik dagelijks meer ‘foute’ dan ‘juiste’ vragen stellen, vragen die op dat ogenblik voor de ander niet wèrken of volledig naast de kwestie blijken te zijn. Het is geen ramp om ‘foute’ vragen te stellen. Uit ‘foute’ vragen kan je leren. Dus, neem op het moment dat je dat beseft je woorden terug, leg eerst verbinding met de ander, ga na of een nieuwe vraag nodig is. Indien niet, dan is het de kunst om respectvol te zwijgen.
Toch kon ik in mijn praktijk ook andere gevolgen vaststellen.
Wanneer ik na een ‘foute’ vraag geen nieuwe vraag stel maar de stilte respecteer, gebeurt het dat er in die stilte toch een constructieve reactie komt. Daarvoor dien ik wel de stilte volledig stil te laten zijn, ook non-verbaal, ook met mijn lichaamstaal. Ik dien tegelijk echt ‘aanwezig’ te blijven. Ik dien die stilte-ruimte aan te bieden zolang de ander aangeeft (meestal non-verbaal) dat die voor haar aangenaam aanvoelt.
Het gebeurde meermaals dat ik na het stellen van een vraag die voor haar en op dat moment niet gepast was, ik weken later vernam dat mijn vraag toch een constructief effect had. Zij was op het moment dat ik de vraag stelde er niet mee gediend. Toch was de vraag ergens in haar blijven hangen. Klaarblijkelijk oordeelde haar onbewuste dat die misschien toch van pas kon komen. En ja, weken later, naar aanleiding van een voorval in een totaal andere situatie, heeft ze mijn ‘foute’ vraag terug opgenomen. Nu kwam ze wel van pas en bezorgde het haar een duwtje in de richting van een oplossing.
Achteraf bleek dat in beide gevallen de intentie waarmee ik mijn ‘foute’ vraag had gesteld op dat moment meer invloed te hebben dan de inhoud van mijn vraag.(2)
Welke ‘foute’ vraag die jij ooit hebt gesteld, heeft later toch goed gewerkt?

(1) Het hoofdstuk ‘Vragen die werken’ p.12
(2) Lees meer in het hoofdstuk ‘De kracht van de intentie’ p.108 in het gratis boek 
De Blauwe Rivier oversteken – Hoe ontwikkel ik een ‘probleem’ tot een duurzame ‘oplossing’? → Boeken

Drie perspectieven

Aan de tekst “Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten” werd een kort hoofdstuk toegevoegd: Drie perspectieven – Eerste-, tweede- en derde-persoon perspectief.
Elk van de drie perspectieven levert telkens andere resultaten op, andere ‘feiten’.
Geen enkel perspectief en geen enkele methode (hoe wetenschappelijk ook) is de enig ‘juiste’ manier om naar mensen en fenomenen te kijken en zeker niet de enige invalshoek om alles te weten te komen over een mens of een fenomeen (bv. over het bewustzijn).
Eerste-persoon perspectief = je kijkt vanop een afstandje naar jezelf, naar wat er op dit moment in jou en met jou gebeurt. Enkel jij kunt zo waarnemen want enkel jij kunt rechtstreeks voelen wat er in jou omgaat. Van daaruit reflecteer je, noteer je een aantal vaststellingen en vorm je een beeld van ‘jezelf’. Dit is het ‘Ik en mezelf’ standpunt.
Tweede-persoon perspectief = iemand die voor jou als ‘mijn tweede persoon’ fungeert kijkt op een betrokken wijze naar jou. Zij kan zich inleven in jou, ze kijkt niet enkel naar je gedrag, ze heeft een goed oog op jouw zelfbeeld en neemt waar wat je intenties en diepste drijfveren zijn. Dit is een ‘Wij‘ standpunt.
Derde-persoon perspectief = een buitenstaander doet vaststellingen die betrekking hebben op jou en jouw gedrag. Vaak heb je het gevoel dat je hoofdzakelijk wordt geobserveerd vanuit een vooropgezet plan of denkkader en minder vanuit het hart, in sommige gevallen zelfs heel rationeel (bv. bij een medisch onderzoek). In veel gevallen wordt met jouw beleving (eerste-persoon perspectief) helemaal geen rekening gehouden. Dit is een ‘Ik ⟷ Jij’ standpunt.

De toevoeging is uiteraard weer te  kort om volledig te zijn. Het is bedoeld om meer helderheid te scheppen rond het waarnemen van ‘feiten’. Mijn intentie is tevens dat je meer aandacht zou hebben voor de drie perspectieven telkens je een uitspraak doet over een ander persoon.
Hoe lang mijn ‘Korte teksten’ ook zijn, het blijven samenvattingen. De volledig uitgewerkte tekst zou minstens vijfmaal langer zijn.

Vraag van de week (36)

Welke vraag zou je nooit beantwoorden?

Je stelt niet alleen vragen aan anderen, het omgekeerde gebeurt uiteraard in dezelfde mate. Wanneer je aandacht geeft aan hoe je vragen stelt, wordt je gevoeliger voor de vragen die je krijgt. Omgekeerd, wanneer je aandacht geeft aan hoe je innerlijk reageert op de vragen die naar je toekomen, kan dit je veel leren over de manier waarop jij vragen stelt.
Heb deze week aandacht voor de vragen die je krijgt. Welke vraag maakt je blij? Welke ervaar je als ‘pittig’? Welke vraag is de dertiende in een dozijn? Hoeveel echt interessante vragen krijg je en hoe verhoudt dit aantal zich tot het totaal aantal vragen die je dient te beantwoorden? Hoe vaak valt de boodschap niet samen met de inhoud van de vraag maar wordt jij verondersteld tussen de lijnen te luisteren?
Vragen kunnen zo opdringerig zijn dat je ze lijfelijk voelt. Sommige roepen afweer in je op, andere doen je van vreugde opspringen. Gaat het daarbij enkel om de inhoud van de vraag of ook, of vooral, om de manier waarop ze wordt gesteld en het tijdstip?
Welke vraag zou je hoe dan ook nooit beantwoorden? Wat maakt dat dit een te vermijden vraag is? Waar doet die vraag je aan denken?