Tagarchief: Levensthema

Vraag van de week (21)

Met welke vraag nodig je iemand uit om een vraag te stellen?

Een vragende cultuur is innovatiever en gezonder dan een stellende cultuur.
De stellende cultuur is de overwegende sfeer waarin mensen opgroeien en ontwikkelen. Daarbinnen leer je dat er op alle onzekerheden duidelijke antwoorden zijn; dat een scherpe mening er toe doet; dat debat, discussiëren en woordenstrijd tot inzicht leidt; dat het om ‘dé waarheid’ gaat en dat machtsstrijd de normale gang van zaken is. Nog steeds denken velen dat de ‘macht van de sterkste’ de evolutie bepaalt. Vandaar dat we zelfs i.v.m. virussen spreken over een ‘oorlog’. Het is een idee uit de achttiende eeuw, gegroeid uit revoluties.
Met een iets scherpere blik zie je dat veeleer ‘samenwerken’, ‘zich differentiëren’ en ‘flexibel en veerkrachtig bewegen’ de drijvende krachten achter de evolutie zijn. Die krachten bouw je op via een vragende, verkennende, onderzoekende houding naar wat er op je af komt. Een vragende cultuur bouw je op met de vaardigheden om de ‘juiste’ vraag te stellen en om die vraag op de ‘juiste’ manier te stellen.(1) Vragen stellen betekent een open houding naar het antwoord. Je stelt een vraag waar jij het antwoord niet op weet én waar je bij open staat om een antwoord van de ander te krijgen én waar je oprechte belangstelling voor hebt.
Eén van de vaardigheden om tot een vragende cultuur te komen in relaties, in groepen en organisaties is: stel de vraag die iemand uitnodigt om een vraag te stellen.
Welke vraag zou jij kunnen stellen aan de mensen die je deze week ontmoet zodat ze even stoppen met praten en overwegen om jou een goede vraag te stellen? Het is een type vraag als: Met welke vraag zou jij me steunen om de zaak verder te onderzoeken?

(1) Lees meer in: De kunst van het vragen en het Vragenkompas → Korte teksten

Drie grondpatronen

Vorige week schreef ik een bericht over drie manieren waarop je naar het coronavirus kunt kijken. Deze drie perspectieven steunen op drie verschillende grondpatronen om je leven te be-leven.
Wat zie je wanneer je vanop een korte afstand naar jezelf en naar de anderen kijkt? Je merkt wellicht verbanden op tussen je terugkerend dagelijks gedrag, tussen je intenties en doelen en je werkelijke gedrag, tussen je gedrag en de gevolgen. Je ziet hoe je verbonden bent met anderen en je merkt terugkerende interacties met hen. Zo’n afstand is nodig om jezelf en anderen beter te leren kennen.
Wat zie je wanneer je op een grote afstand gaat staan? Dan krijg je het beeld wat sociologen, antropologen en historici ontdekken. Zij zien nog wel individuen maar ze beschouwen die vooral in relatie tot de groep waartoe die personen expliciet behoren of waar hun gedrag naar verwijst. Ze zien grotere verbanden en patronen in het groepsgedrag en hoe die verlopen in de tijd. Ze zien grotere systemen; open en gesloten systemen.
Wat kan je zien wanneer je nog meer afstand neemt en het ganse menselijke gebeuren zou bekijken in één oogopslag, met een diepte-perspectief? (1) Dan kan je patronen ontwaren die onder het gedrag van individuen, groepen en volkeren schuilen; patronen onder zowel de kleine als de grote systemen. Deze patronen vormen de basis zowel van je dagelijks leven, de cultuur waarin je leeft als van de uitingen van ‘verheven gedachten’: het zijn de grondpatronen.

Grondpatronen sturen wat en hoe je waarneemt, wat en hoe je denkt en reflecteert, wat en hoe je beslist en handelt. Er is niet één grondpatroon maar er zijn drie fundamentele patronen: het lijnige, het systemische en het lemniscatische grondpatroon. Je bent niet gebonden aan één grondpatroon. Je kunt flexibel van perspectief wisselen. Meer nog, net het afwisselen van grondpatroon, wanneer je wordt geconfronteerd met een probleem of een ‘brandende vraag’, levert een helderder zicht op en de weg naar duurzame oplossingen.

Je leest meer in de nieuwe ‘Korte tekst’: Drie grondpatronen om je leven te be-levenKorte teksten

(1) ‘Diepteperspectief’ is het waarnemen van de relaties en de afstanden van fenomenen én de globale wereld in vier dimensies. Je kijkt door de oppervlakte en de diepte en de tijd heen.

Vraag van de week (19)

Met welke vraag zet je je bekommernis om in actiegerichtheid?

Een belangrijk element in het opbouwen van je zelfbeeld, van de persoon waarvan jij zegt ‘Dit ben ik’, is je bekommernis. Het is een drijfveer, het zet aan tot een sterke intentie.
Voor wie ben jij bekommerd vandaag? Voor welke situatie voel je je erg bekommerd vandaag? Waar geef je écht om?
Bekommernis kan betekenen (= wat er in de woordenwolk zit van dit begrip): sterk betrokken voelen, erg bezorgd zijn, een sterke verbinding hebben, er steeds klaar voor staan, extra aandacht hebben, bereid zijn om iets moeilijk te doen, er 100% voor klaar staan, steeds bereid zijn om alles te laten vallen waar je mee bezig bent en tijd te maken, blijvend engagement, de eerste prioriteit, alles doen wat nodig is om te slagen, je leven er voor in de waagschaal stellen, aan de grens van de actie staan, klaar staan om in te grijpen, bij het hart gegrepen worden, er vaak van wakker liggen, echt geven om iets, …
Bekommerd zijn om iemand of iets voelt sterker, dringender en dwingender aan dan bv.: verlangen naar, graag hebben dat, interesse hebben in.
Je bekommernis wijst naar een behoefte bij jezelf. Het werkt als een spiegel. Je bent bekommerd om iets dat met jou heeft te maken, met iets dat past in jouw biografie, bij jouw ‘natuur’. Naar welk stukje in jou wijst je bekommernis? Hoe bekommerd ben je voor jezelf?
Bekommernis wérkt niet wanneer er geen daad op volgt. Het is een ‘vaststelling’, een intentie, een eerste stap waarop de vraag volgt ‘So what?’. Bekommernis heeft een actiegerichte vraag nodig wil het echt werkzaam zijn. Welke vraag kan je bekommernis in de actie-modus zetten? Hoe zet je je bekommernis in de eerste versnelling?

Vraag van de week (15)

Welke vraag heeft gezorgd voor de grootste doorbraak in je leven?

Weet je nog het moment waarop je leven een grote wending kreeg? Niet zomaar een verandering maar een flinke doorbraak. Het was een draai van 180°, een ongelofelijke Aha!, een keerpunt dat je leven volledig overhoop haalde (positief of negatief), een switch op het juiste moment en die zich nooit kon herhalen.
Er gebeurde iets dat je niet had zien aankomen. Iemand zei iets tegen je dat je niet had verwacht. Je bevond je plots in een situatie die je niet had kunnen voorzien. Iets sloeg in als een bom. Je werd overweldigd door een natuurfenomeen. Je hoorde je reageren met woorden die voor jezelf vreemd klonken, alsof ze niet van jou waren. Je kreeg een klap op je hoofd, zo voelde het, of werd door een bliksem neergeslagen.
Op zo’n moment was je helemaal in beslag genomen met wat er gebeurde. Je aandacht ging naar het effect, naar wat het met je deed en hoe je er op reageerde.
Er zijn verschillende manieren om naar zo’n gebeurtenis terug te kijken. Je kunt het bekijken als een geweldig toeval. Je kunt het beschouwen als een tussenkomst van ‘het universum’. Je kunt het vatten als ‘logisch’ gevolg van een interactiesysteem waarin je je op dat moment bevond. 
Een wat vreemde manier om zo’n moment te vatten is te luisteren naar de vraag die in en door het gebeuren aan jou werd gesteld. Alles wat je doet is een antwoord op een vraag. Alleen, je hoort zelden de vraag in de actie (tenzij ze uitdrukkelijk wordt gesteld).
Bijvoorbeeld: “Wil je werkelijk op deze manier verder gaan?” of “Hoe vaak moet dit je nog overkomen om het te zien?” of “Wat is je keuze, NU?” of “Hoe ga jij dit oplossen?” of “Om wie geef je het meest?” of “Hoeveel heviger moet de pijn zijn opdat je zou stoppen?” of “…. “
Door de vraag te horen, al is het jaren later, kan je oordelen of je reactie ‘volledig’ was. Vandaag kan je nog bijsturen. Het kan je ook aanzetten om dezelfde vraag nu als vraag te stellen aan iemand in je omgeving die zo’n vraag nodig heeft, nu.

Long ago I heard
That this is the road we must all
Travel in the end,
But I never thought it might
Be yesterday or today.

Lang geleden heb ik het vernomen
Dat dit  uiteindelijk de weg is
Die we allemaal hebben af te leggen.
Ik dacht echter nooit dat dit
gisteren of vandaag kon zijn.

Ariwara no Narihara (Japanse dichter, 825-880)

Leerrijk omgaan met onzekerheid en twijfels

Naar aanleiding van een vraag heb ik een hoofdstuk toegevoegd aan de tekst Leerrijker worden, het kán! die ik vorige week op deze site heb gezet: Leerrijk mét onzekerheid en twijfels.
Er is dus een nieuwe versie 2.0


Op een moment van grote onzekerheid en twijfels zie je geen uitweg meer, geen horizon, geen pad meer want het is mistig en donker. Indien de situatie lang aanhoudt en je er niet efficiënt mee kunt omgaan dreigen angst en depressie. Zover laat een leerrijk mens het niet komen.
Kan twijfel gezond zijn? In welke mate? Is het realistisch te streven naar een leven zonder twijfel? Toont zekerheid zich in een vastberaden, stellende houding? Is een vragende houding een teken van onzekerheid? Of net een uiting van een gezonde wetenschappelijke basishouding? Tot waar is het stellen van vragen ‘gezond’? Vanaf welk punt is er sprake van een ‘ongezonde’ situatie, en dus van ‘ongezonde twijfel’?
De tegenstelling twijfel—zekerheid is een onjuiste weergave van de werkelijkheid.
De extremen zijn ongezonde twijfel—zonder twijfel en té onzeker—té zeker.
Het evenwichtige midden is: gezonde twijfel en evenwichtige zekerheid.In een evenwichtig gevoel van zekerheid zit altijd een portie gezonde twijfel, een stukje gezonde onzekerheid. Steeds opnieuw sta je voor de keuze hoe je je in een concrete situatie zult opstellen; hoeveel onzekerheid je toelaat en hoeveel je met zekerheid wilt en kunt stellen. Ongezond wordt het wanneer je teveel naar één van de twee uitersten neigt; wanneer je te lang twijfelt en dreigt je in het twijfelen te nestelen of wanneer je je te zeker waant en niet duldt dat de zaken nog in vraag worden gesteld.
De leerrijke persoon weet dat onzekerheid groeit uit een drang naar te grote zekerheid en dat die drang het gevolg is van een innerlijke onzekerheid. Het is een cirkelbeweging waarin je gevangen zit! Het is een overlevingspatroon. Denken dat je onzekerheid kunt doen verdwijnen door meer kennis en zekerheid te verzamelen is meer van hetzelfde en leidt uiteindelijk tot meer onzekerheid. 
Net zoals je zelf je ‘feiten’ creëert (1), creëer je ook zelf je zekerheid of onzekerheid. De cirkel ‘innerlijke onzekerheid—drang naar te grote zekerheid’ wordt gevoed door het onrustig op zoek gaan naar meer en meer informatie, door voortdurend bezig te zijn met het idee ‘ik voel me onzeker’, door bezig te zijn met wat je niet wilt, door teveel vragen te stellen zonder een antwoord af te wachten, door nooit niet-bevestigende vragen te stellen (2). 
Onzekerheid wordt doorbroken door ‘in het midden’ te gaan staan. Dat is de plek van je ‘eigen kracht’ en je zelfvertrouwen.
Je leest de volledige tekst in de nieuwe versie van Leerrijker worden, het kán! 2.0 → Korte teksten

1. Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten → Korte teksten
2. De kunst van het vragen en het Vragenkompas → Korte teksten