Tagarchief: Oplossend vermogen

De zaken systemisch benaderen?

Een systemische kijk is een element van Vindend Leiderschap, van mensen die meer ‘vindend’ dan ‘zoekend’ leven en leiden. Om de veertien dagen zal ik een element van Vindend leiderschap bekijken. Vandaag: de zaken systemisch benaderen

Wat maakt het voor ons zo moeilijk om de zaken systemisch te benaderen?


Deze vraag kwam meerdere keren bij mij op de voorbije week. Aanleiding vormde o.a. de suggesties die ik ontving voor mijn nieuwe rubriek ‘Acht vragen’; de discussies rond de corona-vaccinatie; relatieproblemen bij een jong stel die me nauw aan het hart ligt; de uitzending ‘Interne keuken’ op Radio 1 vorige zaterdag (een boek over de opwarming van de aarde; een gesprek met een psychiater voor baby’s over de ontwikkeling van de gevoelswereld tussen de conceptie en de drie jaar; een gesprek over paddestoelen en hun intieme relatie met de bomen) (1).
Telkens was er sprake van ‘oorzaken’ en ‘gevolgen’ en van de vaststelling dat er praktische verbanden zijn tussen bepaalde fenomenen. De gesprekken illustreerden ons gewoon grondpatroon om met de wereld om te gaan: het lijnig grondpatroon. (2) We hebben geleerd om naar fenomenen te kijken als afzonderlijke ‘dingen’. Om ze te onderzoeken bakenen we ze af en specificeren we hun kenmerken. Op deze manier kunnen we vaststellen welke effecten hun aanwezigheid veroorzaakt. We gaan er gemakkelijkheidshalve van uit dat de fenomenen voor een groot gedeelte onafhankelijk zijn en slechts voor bepaalde aspecten afhankelijk zijn van enkele elementen. Een boom is een apart fenomeen dat weliswaar niet kan zonder water en zon. Maar de boom voor mijn deur heeft niets te maken met mij of mijn buren en omgekeerd. Dit gaat nog meer op voor mensen. Mensen zijn unieke wezens, met een eigen (sociale) identiteit en met een uniek ‘zelf’. We hebben wel relatie met elkaar maar ‘ik’ ben ‘ik’ en ‘jij’ bent ’jij’. Dat gaat ook op voor de wijze waarop we naar virussen kijken: afzonderlijke ‘dingen’ die we als een vijand zien en die we moeten bestrijden.
Alle fenomenen systemisch bekijken betekent dat je niet louter spreekt van ‘verbanden’ maar dat je ziet dat al de aspecten die je waarneemt een dynamisch geheel vormen, een systeem. (3) De beïnvloeding gebeurt niet in een bepaalde richting (in één richting) maar in alle richtingen tegelijkertijd, weliswaar niet steeds op dezelfde wijze en in dezelfde mate. De ‘vierde dimensie’ is ‘beweging’ (waarvan ‘tijd’ slechts één element is!) en heeft relatie met alle richtingen. Zoals wanneer je een steen werp in een vijver. Een beeld voor het systemische is een groot spinnenweb opgebouwd uit verschillende spinnenwebben. Wanneer in één van de spinnenwebben een insect gevangen wordt trilt het ganse, grote spinnenweb.
Bij een systemische benadering van het leven laat je los dat je de grond van de zaak kunt controleren. Als mens kunnen we wel systemen beïnvloeden en daardoor de beweging van een systeem in één richting sterker maken dan in een andere, maar we kunnen niet het systeem als geheel in één richting sturen. Wij houden niet het stuur van de ontwikkeling van het leven of van het klimaat vast!
In 2015 werd vastgesteld dat het klimaat op aarde bestendig met 1 graad is gestegen. De opwarming niet voorbij de 2 graden laten oplopen is essentieel omdat vanaf die temperatuur binnen het systeem zichzelf versterkende processen starten (feedback-lussen). In menselijke relaties en in de ontwikkeling van het gevoelsleven van een baby doet zich hetzelfde voor: we denken, voelen, communiceren en handelen vanuit patronen; onze patronen activeren bepaalde patronen bij de ander; op een gegeven moment ontstaat er in een relatie een zichzelf versterkend meta-patroon, meer opbouwend of meer onproductief of meer toxisch.
Wat maakt het voor ons zo moeilijk om op een systemische wijze de wereld te beleven en te benaderen?
Ons lijnig grondpatroon heeft al tienduizenden jaren zijn waarde bewezen: het is erg praktisch en functioneel en het wérkt, we kunnen daardoor de fenomenen controleren en manipuleren. We hebben er alle technieken kunnen door ontwikkelen vanaf de handbeitel tot de satellieten, vanaf de eerste geluiden om te communiceren tot de digitale wereld. Ook op het sacrale terrein hanteren we het lijnig grondpatroon: we zoeken middelen om met de ‘geestelijke wereld’ te onderhandelen. Dankzij het lijnig grondpatroon hebben we het gevoel dat we de fenomenen kunnen controleren en beheersen. Op deze manier gaan we aan de slag bv. ook bij de opwarming van de aarde: Hoe kunnen we de CO2 verminderen? Wat stoot het meeste CO2 uit? Terwijl de vragen dringender zijn: Hoe dienen we onze volledige levenswijze te veranderen? (= hoe we omgaan met arbeid, financiële middelen, armoede, mobiliteit, solidariteit, technische middelen, AI, onderwijs, … enz.)
Het is geen kwestie van de zaken óf lijnig óf systemisch te benaderen maar van én – én. Onze grote moeilijkheid is dat het lijnig grondpatroon zich heeft geïnstalleerd op de troon van ‘ik ben alleenheerser’, ‘mijn waarheid is de enige waarheid’, ‘mijn logica is de enige logische logica’.
Systemisch benaderen moet je leren, je bent er niet mee opgegroeid. Systemisch benaderen heeft inzicht nodig én een andere manier van waarnemen én een andere wijze van besluiten en beslissen. Om te leren het leven systemisch te benaderen hebben we elkaar nodig. We dienen van elkaar te leren want niemand weet alles of heeft een allesoverheersend inzicht. Het heeft weinig zin dat één ‘verlichte geest’ het op haar eentje waarmaakt en we haar zouden volgen. Dat is het gedragspatroon dat we volgen bij het lijnig grondpatroon: kritiekloos napraten en volgen. Om systemisch te leren denken dienen we samen te denken, in een open dialoog, in een open ruimte (Open Space).

(1) herbeluister de uitzending hier
(2) Meer over de grondpatronen en over de kenmerken van het lijnig grondpatroon in: Drie grondpatronen om je leven te be-leven. → Korte teksten
(3) Indien voor jou het lezen van de volledige tekst van 50 A5-tjes van de grondpatronen teveel van je vraagt, vindt je hier twee bladzijden over het systemisch grondpatroon.

Vraag van de week (51)

Welke vragen stel je om het voorbije jaar te evalueren, te beoordelen en te waarderen?

Vele mensen, organisaties en bedrijven blikken op het einde van het jaar terug op de voorbije 365 dagen. Sommigen doen dat ernstig en evalueren en te beoordelen de zaak. Nog teveel worden deze begrippen echter slordig gebruikt. Vaak wordt onvoldoende het onderscheid gemaakt.
‘Evalueren’ is meten zonder oordeel. Een correcte evaluatie oordeelt niet maar stelt vast; duidelijk, scherp, zo objectief mogelijk. Bij dit werk horen bijgevolg cijfers, maten, gewichten, statistieken, vergelijkingen, het verschil met de nul-meting, enz.
‘Beoordelen’ is per definitie subjectief zelfs al tracht je dit zo objectief mogelijk te doen en iedereen (of gelijke situaties) op dezelfde wijze te behandelen. Is dit laatste wel verstandig? Is het eerlijk? Beoordelen is een ethisch-relationele opdracht. Hoeveel is dit cijfer waard … voor déze persoon, bij déze taak, in déze situatie, in déze context? Om je beoordeling zo ‘objectief’ mogelijk te houden ga je een heldere maatstaf kiezen en transparant zijn over de wijze waarop je die hanteert.
Om een persoon of een gebeuren te ‘waarderen’ is het niet noodzakelijk om eerst te evalueren en te beoordelen.
Je zult bijgevolg verschillende vragen moeten stellen. Je stelt een specifieke vraag om een persoon of een situatie te evalueren en een andere vraag om dezelfde persoon of dezelfde situatie te beoordelen.
Welke vragen stel je om het voorbije jaar te evalueren en te beoordelen?

Ik heb de tekst Evalueren – Beoordelen – Waarderen herwerkt. → Korte teksten
Misschien levert dit jou inspiratie op.

Vraag van de week (50)

Op welke vraag, die tot op heden niet werd beantwoord, wil je wel erg graag een antwoord?

Er zijn interessante vragen die geen antwoord krijgen of, misschien beter, nog niet hebben gekregen. Vaak zijn het weetjes-vragen, interessant doch zonder levensbelang. Een antwoord is niet noodzakelijk om vrolijk verder te gaan. Ieder mens heeft echter minstens één vraag waarop een antwoord wél erg nuttig zou zijn, nodig, noodzakelijk, belangrijk, zeer wenselijk, … .
Wat is de vraag die jou al een tijdje bezig houdt en waarop je nog geen antwoord hebt gekregen ook al verlang je er zo naar? In welke mate wordt je gedreven door meer dan nieuwsgierigheid? Wat maakt die vraag zo belangrijk? Welke reële, concrete behoefte zit er onder? (1) Met welke andere belangrijke vraag is ze verbonden?
Van wie verwacht jij een antwoord? Op wiens bordje dient deze vraag dan te liggen? Hoe slaag je er in om die daar neer te leggen? Hoe lang mag het antwoord nog uitgesteld worden? Wat doe je wanneer blijkt dat het geen ‘juiste’ vraag is en dat er dus nooit een antwoord op kán komen? Hoe vorm je je vraag om zodat die door de betrokkene kan worden beantwoord? Indien je je vraag niet zelf kunt of durft te stellen, aan wie kan je vragen om jouw ‘postbode’ te zijn?
Wat betekent het voor jou wanneer je die vraag uiteindelijk voor ‘eeuwig’ laat rusten, zonder antwoord?
Je kunt een vraag ook koesteren als ‘vraag’ en zelfs geen antwoord (meer) willen. Hoe voelt dat dan voor jou? Hoeveel innerlijke rust geeft jou dat? Hoe velt het om gewoon te genieten van het feit dat een vraag een ‘vraag’ is en in jou blijft vragend werken? Welke vraag houdt jouw gezonde twijfel in vorm? (2)

(1) Raadpleeg de lijst met concrete behoeften achteraan in het boek De Blauwe Rivier oversteken – Hoe ontwikkel ik een ‘probleem’ tot een duurzame ‘oplossing’? (p.210) Tip: je kunt deze pagina raadplegen op je computer zonder dat je het volledige boek moet downloaden, gewoon klikken op download hier en op je scherm naar de betrokken pagina gaan. → Boeken
(2) Lees meer over ‘gezonde twijfel’ in het hoofdstuk ‘Leerrijk mét onzekerheid en twijfels’ in de tekst Leerrijker worden kán! → Korte teksten

Vraag van de week (48)

Welke vraag zou jou helpen om los te laten?

We houden allemaal vast aan datgene wat we erg belangrijk vinden. Dat is gewoon, logisch, normaal. Het gaat dan zowel om een relatie als om een traditie, een droom, een doelstelling, een specifieke behoefte, een toekomstproject of een herinnering. Voor sommigen zou het geweldig mooi zijn indien ze altijd bereiken wat ze willen en voor altijd kunnen behouden waar ze aan gehecht zijn.
Zo ‘werkt’ het leven echter niet. Er zijn voortdurend omstandigheden waarin je wordt uitgedaagd om dat wat je vasthoudt los te laten, een beetje of voor een tijdje of zelfs helemaal. Je kunt de omstandigheden verwijten dat ze onrechtvaardig zijn; anderen verwijten dat ze niet ageren zoals jij wilt of dat ze jou onvoldoende steunen; je kunt zelfs je verontwaardiging richten tot een ‘hogere macht’. Verwijten sturen en klagen is echter een onvruchtbare reactie. Met klagen zet je je voeten nog steviger vast in het verleden, dat voorbij is.
Leren loslaten is deel van de magie van het leven. Wanneer je goed om je heen kijkt (en dus niet enkel naar jezelf in de spiegel) zal je merken dat heel veel mensen verplicht worden om een bepaalde zekerheid of een comfort los te laten (fysiek, emotioneel, relationeel of intellectueel). Er leeft geen mens op aarde die niet een paar keer in het leven met die situatie wordt geconfronteerd. Dat begint al in je leven als peuter. Gaandeweg hecht je je meer en meer aan familie, aan mensen, aan dieren, aan gewoonten, aan inzichten, aan objecten, aan comfort, aan situaties.
Loslaten doe je niet ‘vanzelf’. Het vraagt een flinke inspanning die voor velen gepaard gaat met pijn of frustraties. Je maakt het jezelf moeilijker indien je daarbij woorden hanteert als “Ik moet wel.” of “Ze verplichten mij.” of “Ik word daartoe gedwongen.” of “Ik word met de rug tegen de muur gezet.”. Met dit taalgebruik zet je jezelf in de slachtoffer-positie. Daarmee loop je een onvruchtbare richting uit.
Er bestaat een alternatief: formuleer een vraag. Een vraag zet aan tot verandering.
De vraag die jou in zo’n situatie kan steunen is een vraag die zowel het verleden, het heden als de toekomst als baarmoeder heeft. Het is een vraag van het type: Welke mogelijkheden biedt dit verlies mij vandaag? Wat kan ik vandaag zien doordat ik niet meer naar gisteren blijf kijken? Aan wie kan ik vragen mij een hand te geven om niet te vallen bij het oversteken van deze kloof?

Vraag van de week (47)

Welke vraag doorbreekt dat er wordt gezwegen over een onderwerp?

Er zijn onderwerpen die worden doodgezwegen, zowel maatschappelijk bv. binnen besturen, als professioneel binnen bedrijven en organisaties, als privé binnen gezinnen. We doen er allemaal aan mee. Het luidop zeggen voelt aan als bedreigend zowel voor ‘veroorzakers’, ‘waarnemers’, ’verderzetters’, als voor de ‘ondergaanders’ van dat wat wordt verzwegen. Het gaat om eenvoudige fouten, of kleine vergrijpen, maar soms ook om regelrechte misdaden.
Voor alle zwijgers is zwijgen meer waard dan het gevaar van de reactie op het aan de grote klok hangen. Wie wil er nu beschuldigd worden van ‘nestvervuilen’?
Zoals in alle situaties is er een middenweg. Ditmaal tussen zwijgen en aanklagen. Je kunt een vraag stellen en die vraag neerleggen waar ze gehoord kan worden. Een vraag wérkt enkel wanneer ze op het gepaste bordje wordt neergelegd.
Wanneer er thuis iets niet correct verloopt dien je je vraag aan je partner of je ouder voor te leggen. Kan dit niet, dan stap je naar een hulpverlenende persoon. Dat kan een vriend zijn maar soms moet je naar een professional stappen.
Zelf was ik tot vijf jaar geleden een conflict-vermijder. Ik zweeg meer dan goed was voor mijn relaties en voor mezelf. Ik stelde geen vraag of ik stelde de foute vraag. Dat is de vraag die tegelijk aanklaagt en een beschuldigende ondertoon heeft.
De ‘juiste’ vraag maakt op de eerste plaats verbinding, zelfs met diegene die volgens jou een fout heeft gemaakt, ook een grote fout. Op de tweede plaats wijs je niet op ‘feiten’, noch op dat wat de ‘feiten’ jou doen, op jouw gevoelens. ‘Feiten’ hebben zowat steeds onenigheid tot gevolg.(1) Verder, wees je bewust van wat je wilt bereiken en vooral … voel je intentie.(2) Je intentie zal het (eerste) resultaat bepalen. De ‘juiste’ vraag is een uitnodiging om de zaak te bekijken. Je hoeft niets te verbergen, je wilt niets meer verbergen. Hoe stop je het samen?

(1) Lees meer in: Hoe je zelf je ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten → Kort teksten
(2) Lees meer in de paragraaf ‘De kracht van de intentie’ in De Blauwe Rivier oversteken – Hoe ontwikkel ik een ‘probleem’ tot een duurzame ‘oplossing’? p.108 → Boeken