Tagarchief: Oplossend vermogen

Een ervaringsgerichte Inspiratiedag

Carl Milles – Pegasus (Middelheim Museum Antwerpen)

Een inspiratiedag 
rond de Kunst van het vragen of rond Woordenwolken

Geïnspireerd worden, uitgedaagd worden, uit je denkkader gelokt worden en ideeën verzamelen om het anders aan te pakken … en dat op een actieve, creatieve wijze rond een concrete case.

Kies uit twee thema’s

• Hoe stel je de ‘juiste’ vraag?

Om de ‘juiste’ vraag te kunnen stellen heb je een overzicht nodig van alle mogelijkheden op dat moment. Dat biedt je het Vragenkompas. Ervaar wat 360° kijken en bevragen je oplevert. 
(lees: De kunst van het vragen en het Vragenkompashttps://francisgastmans.com/korte-teksten/)
• Hoe communiceer je rijker en scherper?

Ontdek wat iedereen beleeft bij de woorden die vorm geven aan de ‘visie’, de ‘doelstellingen’ en de ‘aanpak’ van jullie groep. Maak de communicatie rijker en scheper. We maken een Woordenwolk rond een begrip dat voor jullie erg relevant is. 
(lees: Wat is een woordenwolk?https://francisgastmans.com/korte-teksten/)
Voor wie?
Ik richt me met dit aanbod tot professionals die anderen leiden, begeleiden, ondersteunen, helpen of  iets aanleren.
Praktisch
Jij organiseert de Inspiratiedag, binnen jouw bedrijf of organisatie, in jouw team, in jouw vereniging, in jouw club.
Je betaalt een bescheiden vergoeding waarvan ik 50% schenk aan een goed doel.
Vraag hier alle verdere voorwaarden: francisgastmans@icloud.com

Waarom niet de waarom-vraag stellen?

Dit bericht had jarenlang succes op de website van de Lemniscaat Academie. De site werd vandaag definitief afgesloten. Daarom herneem ik het bericht hier.
In De kunst van het vragen en het Vragenkompas (→ Korte teksten) lees je meer over het onderscheid tussen waarom-vragen en waardoor-vragen, hoe je waardoor (type)-vragen kunt stellen en wat gepaste waarom-vragen zijn.

Wat wil je bereiken?

“Waarom deed je dat?”, “Waarom moet jij zo nodig … (dit doen)?”, “Waarom bereiken we niet wat we hebben vooropgesteld?”, “Waarom doen de anderen het beter dan wij?”
Waarom, waarom, waarom? Why, why, why?
 Herken je dit type vraag?
Hoe vaak stel jij als leidinggevende (of ouder, leraar, therapeut, coach, mediator) deze vraag? 
Wat wil je bereiken met deze vraag? Wil je iets te weten komen voor jezelf? Wat dan wel? Of wil je de ander aanzetten tot nadenken? Waarover dan wel? Welk antwoord wil je bekomen op je vraag?
Uit de antwoorden op deze laatste vraag blijkt duidelijk dat vraagstellers het zelf niet zo goed weten wat ze vragen en dat het diverse kanten uit gaat.
Welk antwoord verwacht je? In welke mate komt het antwoord dat je krijgt, overeen met het verwachtte antwoord op je waarom-vraag? Welke gevoelens tonen de reacties van de ontvanger van je waarom-vraag? Voelt de ontvanger zich echt vrij om je vraag of ernstig te nemen of te laten liggen? D.w.z. voelt zij zich vrij wanneer zij niet antwoordt?

Wat zijn de effecten van de waarom-vraag?

Een vraag die begint met “Waarom … ?” lijkt een eenvoudige onderzoeksvraag of een vraag die gewoon ondervraagt, maar is dat wel steeds het geval? Niet zelden heeft de vraagsteller een ander (onderliggend) doel dat meeklinkt in de vraag. In bepaalde gevallen kan men zich zelfs afvragen of het wel een vraag is?
De waarom-vraag stellen we vanuit een gewoontepatroon. Het is meestal, zo niet altijd, een slordig gestelde vraag. Onze eerste zorg zou een zorgvuldig taalgebruik moeten zijn. 
Voor het stellen van vragen houdt dat in dat je met je vraag helder uitdrukt welke reactie je graag ontvangt als resultaat.
De reacties op een simpele waarom-vraag lopen uiteen van een uitgebreid antwoord aan de ene kant tot een agressieve houding aan de andere kant. Daartussen liggen diverse reacties die uiteenlopende gevoelens uiten (verbaal en vooral non-verbaal): ongenoegen, onzekerheid, schaamte, schuldgevoelen, vertwijfeling, ergernis, een gebrek aan zelfvertrouwen, maar ook verwondering, verbazing, ongeloof, … enz. Deze reacties zeggen iets over het relationele aspect van de communicatie en niet over de inhoud van de vraag!
De waarom-vraag werkt sterk in op het relationele aspect van de communicatie. Niet alleen omwille van de intonatie waarmee we de vraag stellen maar door de formulering zelf.
Heel vaak hoort de ontvanger een waarom-vraag als een vraag naar verantwoording. De waarom-vraag roept bij vele mensen het gevoel op dat ze verplicht worden om zich te verantwoorden, om duidelijk te maken om welke reden ze iets gedaan hebben of nagelaten hebben te doen. Ze voelen zich (de een al meer dan de ander) geviseerd omdat de verantwoordelijkheid, naar hun aanvoelen, volledig bij hen wordt gelegd.

Van een waarom-vraag naar een waardoor-vraag.

Er is een vruchtbare manier om de ongewenste effecten van een (niet gepaste) waarom-vraag te vermijden: stel een waardoor(type)-vraag! Bv. “Wat heeft er jou toe verleid om… ?”
• Een vraag van het waardoor-type peilt naar de mechanismen die tot een bepaald gedrag of een bepaalde situatie hebben geleid.
• Een waardoor-vraag roept de ondervraagde op om na te denken en de zaken op een rijtje te zetten. Ze helpt haar om zelf met een verklaring te komen (niet een verantwoording) en maakt haar daardoor minder afhankelijk van de vraagsteller.
• Een waardoor-vraag heeft kiemen van verandering in zich. Het is een vraag die mogelijkheden voor de toekomst kan bloot leggen.
• De waardoor-vraag legt meer de basis voor een open dialoog en helpt om een machtsstrijd te vermijden.
• Een waardoor-vraag biedt de ruimte om de context te betrekken bij wat er is gebeurd of dient te gebeuren.
• Een waardoor-vraag werkt aan twee kanten: ook jij als vraagsteller moet nadenken. Over het algemeen voelt een vraagsteller zich meer betrokken bij het stellen van een waardoor-vraag.

In: De kunst van het vragen en het Vragenkompas (→ Korte teksten)
staat concreet hoe je de waardoor(type)-vraag stelt.

Vraag van de week (39)

Met welke vraag ontmijn je een erg spannende situatie of een conflict?

Ze discussieerden nu reeds meer dan een uur. Ze stonden scherp tegenover elkaar en ieder moment kon er een bom ontploffen. Hij probeerde het met een vraag. Hij bedoelde het goed maar zijn vraag miste iets cruciaals. Het effect was dat de spanning tussen hen nog toenam en zij flink kwaad werd. Het lag niet aan zijn intentie, hij wou zo graag dat er rustiger werd gepraat en dat er rationeel naar de feiten werd gekeken. Zij misten echter beiden ‘de kijk van de andere zijde’.

Er zijn vragen die hoe dan ook niet werken in spannende situaties. Zoals “Wil je eerst even rustig luisteren?” (wat geen vraag is maar een verdoken instructie en daarenboven een vraag die jezelf vooropstelt als referentiepunt).
De meeste vragen die worden gesteld gaan uit van de eigen visie. Je vertrekt dan van je eigen gelijk. Je vertrekt tevens te vaak vanuit een gedachte, vanuit het denken en niet vanuit je voelen.
Sommige methoden adviseren je om te starten met het benoemen van de feiten en vervolgens aan te geven wat je daar bij voelt. Die stap is m.i. te snel. Vaak zijn jullie het net niet eens met wat de ‘feiten’ zijn en of dat wel ‘feiten’ zijn.
Bij spanningen gaat het immers om de relatie niet om de feiten! Het gaat om de positie waar ieder nu staat in het relatieveld en daarin verder beweegt.(1)
Vertrekken van de visie van de ander levert betere resultaten op:
Hoe bekijkt de ander de situatie? Hoe ziet zij onze relatie? Hoe vermijd ik te worden waargenomen als staand op een machtspositie?
Hoe voelt het om mij kwetsbaar op te stellen (en toch in mijn kracht te blijven)? Welke vraag zou daar bij passen?
Met welke vraag zou ze zich gezien voelen? Welke vraag zou haar doen kijken naar wat er ‘in het midden’ ligt? (2)

(1) Lees meer in Hoe beweeg je binnen het relatieveld? → Kort teksten
(2) Lees meer in Hoe hou je een gesprek ‘in het midden’? → Kort teksten

Je weet het niet, dus vraag je het niet

Een werk van Geertje Kapteijns – Portrait III 2017
“Het portret maakt deel uit van een doorgaande serie waarbij ik de identiteit van de geportretteerde slechts deels definieer. Herkenning ligt bij de toeschouwer.

Je weet niet dat je niet weet en dus weet je niet dat dit↓ mogelijk is en wérkt en vraag je het niet

De kunstenaar in mij wil geen ‘mooie plaatjes’ maken. Kunstenaars gebruiken beeldende taal om iets uit te drukken wat niet ‘volledig’ is wanneer je het enkel met woorden weergeeft of iets aan te bieden wat helemaal niet met woorden kàn worden uitgedrukt.
De filosoof in mij is er niet om een ‘mening’ te formuleren. Filosofen onderzoeken de manier van denken, de gedachten-patronen in een verhaal of een betoog. Woordentaal ‘juist’ gebruiken wordt een kunst.
Soms koppelen kunstenaars en filosofen hun onderzoek aan het praktische. Dan ontstaat er een kunst-creatief moment, een werkelijk out-of-the-box gebeuren.
Enkele voorbeelden van wat mogelijk is binnen bedrijven en organisaties.

  • Een dialoog zonder dat je elkaar kunt zien … in het donker of met een blinddoek of met de rug naar elkaar
  • Samen een kunstwerk maken … rond jullie visie of doelstellingen of een project
  • Een tentoonstelling opzetten over jullie bedrijf … i.p.v. een zoveelste stand of presentatie
  • Een World Café in een écht café … met mensen die je niet verwacht (klanten?) om te dialogeren rond een vraag die voor jullie belangrijk is
  • Een Open Space Conferentie in stilte … schrijven en met beeldentaal ‘spreken’ en zo dichter bij de kern van de zaak komen
  • Het MT ontwikkelt enkele ‘gezelschapsspelen’ … om enthousiasme te wekken voor de nieuwe aanpak of een nieuw project
  • Beeldende taal in combinatie met de Woordenwolk … en zo creatief het steriele jargon vervangen door heldere communicatie

Bij een volgende gelegenheid, geef duidelijk aan waar je wilt landen en laat aan ons creatief overleggen om daar de gepaste beeldende taal en de ervaren kunstenaars bij te brengen.
Contacteer me om jouw thema te helpen formuleren, om de voorwaarden te kennen en afspraken te maken: francisgastmans@icloud.com

Vraag van de week (38)

Welke vraag zet je aan om verder te gaan dan ‘je best doen’ voor de actuele opdracht?

Uiteraard is het goed om ‘je best’ te doen. Maar geef toe, het klinkt zelden enthousiasmerend. Zelden krijgen de anderen het gevoel dat je ‘flink’ je best zal doen. “I will do whatever it takes”, “Ik zal alles doen wat nodig is om te slagen”, klinkt er niet doorheen.
Het is een kwestie van gradatie of intensiteit, van meer en verder engagement, betrokkenheid, verbintenis.
Met welke vraag voel jij je uitgedaagd om verder te gaan, voorbij het vanzelfsprekende doel?
Met welke vraag heb je ooit iemand zover gekregen dat zij haar streefdoel toch een beetje vooruit schoof?
Wie gaat voor het ‘kleine doel’ zal dat bereiken. Wie gaat voor het ‘grote doel’ zal dat ook bereiken. Het verschil zit in de intentie, het verzamelen van energie, steun, middelen en de wil om door te zetten, voorbij ‘je best doen’.