Tagarchief: Relatie

Edel zwijgen is actieve stilte

Ik heb een nieuwe ‘Korte tekst’ toegevoegd: De kunst van het edel zwijgen – Edel zwijgen werkt vaker efficiënter dan je mening geven.
We vinden het heel gewoon om regelmatig, zo niet voortdurend, onze mening te geven. Vrije meningsuiting is een recht van iedere burger. Gelukkig, want dankzij het duidelijk uiten van hun mening hebben burgers in het verleden politieke en sociale rechten verworven waarvan wij nog steeds genieten. Het is de laatste decennia echter een gewoonte geworden om vrij snel een mening te geven of ongenuanceerd feedback te geven. We wijzen anderen op wat wij denken en voelen bij hun gedrag of hun beslissingen. Er is een cultuur gegroeid die het begrip ‘assertiviteit’ in de praktijk gelijkschakelt met ‘ongezouten je mening geven’.
Sommigen zijn nog een stap verder gegaan en hebben de houding aangenomen dat ze om het even hoe hun mening mogen geven en om het even wanneer en dat ze niet verantwoordelijk zijn voor de reactie van de ander of voor de gevolgen. “Dat is het probleem van de ander.”
Er is echter een verschil tussen ‘ongezouten je mening geven’ en ‘respectvol je ongezouten mening geven’. In het eerste geval is je manier van communiceren ongezouten, niet respectvol. In het tweede geval gaat het om de aard van je mening, die stevig en zonder omwegen is (inhoudelijk) en die je respectvol meedeelt (zodat die ook wordt gehoord!).

Moet ik dan leren mijn mond te houden? Moet ik dan alles inslikken? Gewoon alles over me heen laten komen? 
Neen, dit soort zwijgen is niet ‘edel’ en werkt negatief, zowel voor jezelf als voor de ander. Het betekent dat je je gevoelens blokkeert. Je houdt je frustraties en je kwaadheid vast in je hart en je hoofd. Dit soort ‘zwijgen’ is in feite conflict vermijdend gedrag.
Edel zwijgen is gans anders. Bij edel zwijgen voel je je goed, heb je respect voor je gevoelens en voor de gevoelens van de ander. Je houdt niets vast, integendeel, je laat de zaken los (1).
Je parkeert de dingen niet voor later, neen, je houdt er nu mee op, je geeft er niet langer energie aan, je voedt de gedachten niet verder, je houdt op met het innerlijk gesprek. Je ontspant je want je hecht je niet meer aan frustrerende gevoelens. Je doet dit niet omdat het moet maar omdat je dat wil, omdat je voelt dat het je deugd doet, dat je er beter van wordt.

Lees het volledige verhaal → Korte teksten

(1) Lees meer in: Wu-wei – Bereik meer met actief niet-doen → Korte teksten

Vraag van de week (40)

Welke ‘foute’ vraag bleek achteraf toch te werken?

In het vorig bericht stond wat een ‘juiste’ vraag is. Dat lees je tevens in de tekst ‘De kunst van het vragen en het Vragenkompas’.(1)  Je kunt met mij vaststellen dat jij en ik dagelijks meer ‘foute’ dan ‘juiste’ vragen stellen, vragen die op dat ogenblik voor de ander niet wèrken of volledig naast de kwestie blijken te zijn. Het is geen ramp om ‘foute’ vragen te stellen. Uit ‘foute’ vragen kan je leren. Dus, neem op het moment dat je dat beseft je woorden terug, leg eerst verbinding met de ander, ga na of een nieuwe vraag nodig is. Indien niet, dan is het de kunst om respectvol te zwijgen.
Toch kon ik in mijn praktijk ook andere gevolgen vaststellen.
Wanneer ik na een ‘foute’ vraag geen nieuwe vraag stel maar de stilte respecteer, gebeurt het dat er in die stilte toch een constructieve reactie komt. Daarvoor dien ik wel de stilte volledig stil te laten zijn, ook non-verbaal, ook met mijn lichaamstaal. Ik dien tegelijk echt ‘aanwezig’ te blijven. Ik dien die stilte-ruimte aan te bieden zolang de ander aangeeft (meestal non-verbaal) dat die voor haar aangenaam aanvoelt.
Het gebeurde meermaals dat ik na het stellen van een vraag die voor haar en op dat moment niet gepast was, ik weken later vernam dat mijn vraag toch een constructief effect had. Zij was op het moment dat ik de vraag stelde er niet mee gediend. Toch was de vraag ergens in haar blijven hangen. Klaarblijkelijk oordeelde haar onbewuste dat die misschien toch van pas kon komen. En ja, weken later, naar aanleiding van een voorval in een totaal andere situatie, heeft ze mijn ‘foute’ vraag terug opgenomen. Nu kwam ze wel van pas en bezorgde het haar een duwtje in de richting van een oplossing.
Achteraf bleek dat in beide gevallen de intentie waarmee ik mijn ‘foute’ vraag had gesteld op dat moment meer invloed te hebben dan de inhoud van mijn vraag.(2)
Welke ‘foute’ vraag die jij ooit hebt gesteld, heeft later toch goed gewerkt?

(1) Het hoofdstuk ‘Vragen die werken’ p.12
(2) Lees meer in het hoofdstuk ‘De kracht van de intentie’ p.108 in het gratis boek 
De Blauwe Rivier oversteken – Hoe ontwikkel ik een ‘probleem’ tot een duurzame ‘oplossing’? → Boeken

Vraag van de week (39)

Welke vraag is in veel situaties zinloos?

Er worden veel vragen gesteld, teveel vragen. Sommige mensen stellen vragen om geen antwoord te moeten geven. Door de veelheid kun je in hun vragenbos geen antwoord meer vinden. Tegelijk ben ik een grote voorstander van het stellen van vragen, de ‘juiste’ vragen weliswaar. De ‘juiste’ vraag is die welke stilte als gevolg heeft, stilte omdat de vraagontvanger nadenkt, reflecteert. Hij kan niet zonder meer, zoals meestal het geval is, snel een antwoord geven. “Euh … “ De ‘juiste ‘ vraag is die welke een antwoord moèt krijgen, een vraag die hij niet meer naast zich kan leggen. Het is een vraag die hem wakker houdt op een positieve manier. Niet een vraag die zorgt voor nachtmerries.
Weet je niet of je wel de ‘juiste’ vraag stelt? Stel ze dan niet en overleg eerst met jezelf en overloop de acht richtingen van het Vragenkompas.(1)
Er kunnen in alle situaties enkele nuttige ‘juiste’ vragen worden gesteld (naast de massa onnuttige, nietszeggende, belerende, suggestieve of beoordelende vragen of vragen om de eigen nieuwsgierigheid te bevredigen). Toch zijn er vragen die in zeer veel situaties zinloos zijn om te stellen. Ik hoor ze vaker in interviews en in gesprekken van ouders of leraren met kinderen.
Het zijn die vragen waar niet op wordt geantwoord, ook al herhaal je ze, zelfs al stel je ze in een andere vorm, met andere woorden. Ze krijgen geen antwoord omdat de vraag niet kán aankomen. De vraagsteller heeft geen verbinding met de betrokkene gemaakt en stelt de zoveelste zinloze vraag. Politici krijgen vaak zinloze vragen. Dat merk je aan hun reactie. Sommige reporters zijn duidelijk hardleers. Hoort het bij de kunst van de journalistiek om aan te klampen met een zinloze vraag? Kinderen geven door hun gedrag aan dat ze niets kunnen met sommige ‘klassieke’ vragen van hun ouders of leraren.

Welke vraag ervaar jij als zinloos? In welke situatie, door wie gesteld?
Welke vraag hoef je niet te krijgen want je weet dat je die toch niet kunt of wilt beantwoorden?
Welke vraag die jij stelde heeft nooit een antwoord gekregen?

(1) Lees meer in: De kunst van het vragen en het Vragenkompas → Kort teksten (nieuwe versie p.44)

Vraag van de week (38)

Met welke vraag voelt jouw tegenstander jouw wil om te verbinden?

Van mening verschillen is de gewoonste zaak van de wereld. Spijtig genoeg eindigen veel meningsverschillen in een ruzie of een strijd. Een van de redenen is dat er wordt gekeken naar de inhoud van de meningen. Wie heeft er gelijk? Dit stoelt op een té eenvoudige gedachtegang: wanneer er ruzie is dan gaat het steeds om ‘iets’, dat ‘iets’ is de inhoud, dus daar moet eerst overeenstemming over worden gevonden. Een verschil van mening leidt echter niet noodgedwongen tot ruzie, alsof er een causaal verband tussen zou zijn. Alles hangt af van de manier waarop er mee wordt omgegaan.
Ruzie maken is een ‘relationeel gevecht’ om het even wat de inhoudelijke oorzaak is. Er is iets mis met de verbinding tussen de betrokkenen. De vraag is dan: Wie verkiest ruzie boven een oplossing? Welke gedachtegang drijft iemand om te gaan voor ruzie? Welke belangen zijn gebaat met een ruzie meer dan met een oplossing? Wie is er bang om een oplossing te vinden zonder ruzie?
Niet iedereen wil een ruzie oplossen waarbij er voldoening is voor alle betrokken partijen. Wie voelt dat hij in de relatie over een bepaalde ‘macht’ beschikt is niet snel geneigd om te onderhandelen. Vechten (vaak letterlijk) voor het eigen gelijk is een eeuwenlang ingeburgerde strategie. We hebben een reeks termen gevormd om dat mooi te praten. Vechten wordt verwoord als: stevig discussiëren, stevig debatteren, niet afgeven, op je standpunt blijven staan, je waarden verdedigen, je hard tonen (niet je hart want dat is zwak zijn).
De stap naar het beëindigen van een ruzie is de blik te veranderen: van inhoud naar relatie.
Van de focus op het onderwerp stap je over op de aandacht voor de belangen die in het spel zijn. Je wijzigt een ‘ik-heb-gelijk spel’ in een ‘ik-heb-een-belang spel’. In dit tweede ‘spel’ aanvaard je dat de ander een belang heeft (wat ook het onderwerp is van het meningsverschil) en dat dit ‘anders’ is dan jouw belang.
Om het over belangen te hebben, moet je eerst aangeven dat je de verbinding wilt herstellen. Dan stel je de verbindende vraag. Met welke vraag richt je de aandacht op de relatie en niet op de inhoud van het geschil? Welke vraag is dermate oprecht verbindend dat de ander die niet hoort als een manoeuvre om de aandacht af te leiden en alsnog gelijk te krijgen? Welke verbindende lichaamstaal ondersteunt een verbindende vraag? Hoe leg je een verbindende vraag in het midden? (1)
Gaan voor verbinding wil niet zeggen dat je moet toegeven of inboeten op je waarden. Je gaat nog steeds voor je eigen belang, enkel, je doet dat niet meer blindelings of verblind door de angst om te verliezen. Je houdt nog steeds vol, ditmaal de verbinding.

(1) Lees meer in: Hoe hou je een gesprek ‘in het midden’?

Drie perspectieven

Aan de tekst “Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten” werd een kort hoofdstuk toegevoegd: Drie perspectieven – Eerste-, tweede- en derde-persoon perspectief.
Elk van de drie perspectieven levert telkens andere resultaten op, andere ‘feiten’.
Geen enkel perspectief en geen enkele methode (hoe wetenschappelijk ook) is de enig ‘juiste’ manier om naar mensen en fenomenen te kijken en zeker niet de enige invalshoek om alles te weten te komen over een mens of een fenomeen (bv. over het bewustzijn).
Eerste-persoon perspectief = je kijkt vanop een afstandje naar jezelf, naar wat er op dit moment in jou en met jou gebeurt. Enkel jij kunt zo waarnemen want enkel jij kunt rechtstreeks voelen wat er in jou omgaat. Van daaruit reflecteer je, noteer je een aantal vaststellingen en vorm je een beeld van ‘jezelf’. Dit is het ‘Ik en mezelf’ standpunt.
Tweede-persoon perspectief = iemand die voor jou als ‘mijn tweede persoon’ fungeert kijkt op een betrokken wijze naar jou. Zij kan zich inleven in jou, ze kijkt niet enkel naar je gedrag, ze heeft een goed oog op jouw zelfbeeld en neemt waar wat je intenties en diepste drijfveren zijn. Dit is een ‘Wij‘ standpunt.
Derde-persoon perspectief = een buitenstaander doet vaststellingen die betrekking hebben op jou en jouw gedrag. Vaak heb je het gevoel dat je hoofdzakelijk wordt geobserveerd vanuit een vooropgezet plan of denkkader en minder vanuit het hart, in sommige gevallen zelfs heel rationeel (bv. bij een medisch onderzoek). In veel gevallen wordt met jouw beleving (eerste-persoon perspectief) helemaal geen rekening gehouden. Dit is een ‘Ik ⟷ Jij’ standpunt.

De toevoeging is uiteraard weer te  kort om volledig te zijn. Het is bedoeld om meer helderheid te scheppen rond het waarnemen van ‘feiten’. Mijn intentie is tevens dat je meer aandacht zou hebben voor de drie perspectieven telkens je een uitspraak doet over een ander persoon.
Hoe lang mijn ‘Korte teksten’ ook zijn, het blijven samenvattingen. De volledig uitgewerkte tekst zou minstens vijfmaal langer zijn.