Tagarchief: Relatie

Vraag van de week (39)

Welke vraag is in veel situaties zinloos?

Er worden veel vragen gesteld, teveel vragen. Sommige mensen stellen vragen om geen antwoord te moeten geven. Door de veelheid kun je in hun vragenbos geen antwoord meer vinden. Tegelijk ben ik een grote voorstander van het stellen van vragen, de ‘juiste’ vragen weliswaar. De ‘juiste’ vraag is die welke stilte als gevolg heeft, stilte omdat de vraagontvanger nadenkt, reflecteert. Hij kan niet zonder meer, zoals meestal het geval is, snel een antwoord geven. “Euh … “ De ‘juiste ‘ vraag is die welke een antwoord moèt krijgen, een vraag die hij niet meer naast zich kan leggen. Het is een vraag die hem wakker houdt op een positieve manier. Niet een vraag die zorgt voor nachtmerries.
Weet je niet of je wel de ‘juiste’ vraag stelt? Stel ze dan niet en overleg eerst met jezelf en overloop de acht richtingen van het Vragenkompas.(1)
Er kunnen in alle situaties enkele nuttige ‘juiste’ vragen worden gesteld (naast de massa onnuttige, nietszeggende, belerende, suggestieve of beoordelende vragen of vragen om de eigen nieuwsgierigheid te bevredigen). Toch zijn er vragen die in zeer veel situaties zinloos zijn om te stellen. Ik hoor ze vaker in interviews en in gesprekken van ouders of leraren met kinderen.
Het zijn die vragen waar niet op wordt geantwoord, ook al herhaal je ze, zelfs al stel je ze in een andere vorm, met andere woorden. Ze krijgen geen antwoord omdat de vraag niet kán aankomen. De vraagsteller heeft geen verbinding met de betrokkene gemaakt en stelt de zoveelste zinloze vraag. Politici krijgen vaak zinloze vragen. Dat merk je aan hun reactie. Sommige reporters zijn duidelijk hardleers. Hoort het bij de kunst van de journalistiek om aan te klampen met een zinloze vraag? Kinderen geven door hun gedrag aan dat ze niets kunnen met sommige ‘klassieke’ vragen van hun ouders of leraren.

Welke vraag ervaar jij als zinloos? In welke situatie, door wie gesteld?
Welke vraag hoef je niet te krijgen want je weet dat je die toch niet kunt of wilt beantwoorden?
Welke vraag die jij stelde heeft nooit een antwoord gekregen?

(1) Lees meer in: De kunst van het vragen en het Vragenkompas → Kort teksten (nieuwe versie p.44)

Vraag van de week (38)

Met welke vraag voelt jouw tegenstander jouw wil om te verbinden?

Van mening verschillen is de gewoonste zaak van de wereld. Spijtig genoeg eindigen veel meningsverschillen in een ruzie of een strijd. Een van de redenen is dat er wordt gekeken naar de inhoud van de meningen. Wie heeft er gelijk? Dit stoelt op een té eenvoudige gedachtegang: wanneer er ruzie is dan gaat het steeds om ‘iets’, dat ‘iets’ is de inhoud, dus daar moet eerst overeenstemming over worden gevonden. Een verschil van mening leidt echter niet noodgedwongen tot ruzie, alsof er een causaal verband tussen zou zijn. Alles hangt af van de manier waarop er mee wordt omgegaan.
Ruzie maken is een ‘relationeel gevecht’ om het even wat de inhoudelijke oorzaak is. Er is iets mis met de verbinding tussen de betrokkenen. De vraag is dan: Wie verkiest ruzie boven een oplossing? Welke gedachtegang drijft iemand om te gaan voor ruzie? Welke belangen zijn gebaat met een ruzie meer dan met een oplossing? Wie is er bang om een oplossing te vinden zonder ruzie?
Niet iedereen wil een ruzie oplossen waarbij er voldoening is voor alle betrokken partijen. Wie voelt dat hij in de relatie over een bepaalde ‘macht’ beschikt is niet snel geneigd om te onderhandelen. Vechten (vaak letterlijk) voor het eigen gelijk is een eeuwenlang ingeburgerde strategie. We hebben een reeks termen gevormd om dat mooi te praten. Vechten wordt verwoord als: stevig discussiëren, stevig debatteren, niet afgeven, op je standpunt blijven staan, je waarden verdedigen, je hard tonen (niet je hart want dat is zwak zijn).
De stap naar het beëindigen van een ruzie is de blik te veranderen: van inhoud naar relatie.
Van de focus op het onderwerp stap je over op de aandacht voor de belangen die in het spel zijn. Je wijzigt een ‘ik-heb-gelijk spel’ in een ‘ik-heb-een-belang spel’. In dit tweede ‘spel’ aanvaard je dat de ander een belang heeft (wat ook het onderwerp is van het meningsverschil) en dat dit ‘anders’ is dan jouw belang.
Om het over belangen te hebben, moet je eerst aangeven dat je de verbinding wilt herstellen. Dan stel je de verbindende vraag. Met welke vraag richt je de aandacht op de relatie en niet op de inhoud van het geschil? Welke vraag is dermate oprecht verbindend dat de ander die niet hoort als een manoeuvre om de aandacht af te leiden en alsnog gelijk te krijgen? Welke verbindende lichaamstaal ondersteunt een verbindende vraag? Hoe leg je een verbindende vraag in het midden? (1)
Gaan voor verbinding wil niet zeggen dat je moet toegeven of inboeten op je waarden. Je gaat nog steeds voor je eigen belang, enkel, je doet dat niet meer blindelings of verblind door de angst om te verliezen. Je houdt nog steeds vol, ditmaal de verbinding.

(1) Lees meer in: Hoe hou je een gesprek ‘in het midden’?

Drie perspectieven

Aan de tekst “Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten” werd een kort hoofdstuk toegevoegd: Drie perspectieven – Eerste-, tweede- en derde-persoon perspectief.
Elk van de drie perspectieven levert telkens andere resultaten op, andere ‘feiten’.
Geen enkel perspectief en geen enkele methode (hoe wetenschappelijk ook) is de enig ‘juiste’ manier om naar mensen en fenomenen te kijken en zeker niet de enige invalshoek om alles te weten te komen over een mens of een fenomeen (bv. over het bewustzijn).
Eerste-persoon perspectief = je kijkt vanop een afstandje naar jezelf, naar wat er op dit moment in jou en met jou gebeurt. Enkel jij kunt zo waarnemen want enkel jij kunt rechtstreeks voelen wat er in jou omgaat. Van daaruit reflecteer je, noteer je een aantal vaststellingen en vorm je een beeld van ‘jezelf’. Dit is het ‘Ik en mezelf’ standpunt.
Tweede-persoon perspectief = iemand die voor jou als ‘mijn tweede persoon’ fungeert kijkt op een betrokken wijze naar jou. Zij kan zich inleven in jou, ze kijkt niet enkel naar je gedrag, ze heeft een goed oog op jouw zelfbeeld en neemt waar wat je intenties en diepste drijfveren zijn. Dit is een ‘Wij‘ standpunt.
Derde-persoon perspectief = een buitenstaander doet vaststellingen die betrekking hebben op jou en jouw gedrag. Vaak heb je het gevoel dat je hoofdzakelijk wordt geobserveerd vanuit een vooropgezet plan of denkkader en minder vanuit het hart, in sommige gevallen zelfs heel rationeel (bv. bij een medisch onderzoek). In veel gevallen wordt met jouw beleving (eerste-persoon perspectief) helemaal geen rekening gehouden. Dit is een ‘Ik ⟷ Jij’ standpunt.

De toevoeging is uiteraard weer te  kort om volledig te zijn. Het is bedoeld om meer helderheid te scheppen rond het waarnemen van ‘feiten’. Mijn intentie is tevens dat je meer aandacht zou hebben voor de drie perspectieven telkens je een uitspraak doet over een ander persoon.
Hoe lang mijn ‘Korte teksten’ ook zijn, het blijven samenvattingen. De volledig uitgewerkte tekst zou minstens vijfmaal langer zijn.

Vraag van de week (36)

Welke vraag zou je nooit beantwoorden?

Je stelt niet alleen vragen aan anderen, het omgekeerde gebeurt uiteraard in dezelfde mate. Wanneer je aandacht geeft aan hoe je vragen stelt, wordt je gevoeliger voor de vragen die je krijgt. Omgekeerd, wanneer je aandacht geeft aan hoe je innerlijk reageert op de vragen die naar je toekomen, kan dit je veel leren over de manier waarop jij vragen stelt.
Heb deze week aandacht voor de vragen die je krijgt. Welke vraag maakt je blij? Welke ervaar je als ‘pittig’? Welke vraag is de dertiende in een dozijn? Hoeveel echt interessante vragen krijg je en hoe verhoudt dit aantal zich tot het totaal aantal vragen die je dient te beantwoorden? Hoe vaak valt de boodschap niet samen met de inhoud van de vraag maar wordt jij verondersteld tussen de lijnen te luisteren?
Vragen kunnen zo opdringerig zijn dat je ze lijfelijk voelt. Sommige roepen afweer in je op, andere doen je van vreugde opspringen. Gaat het daarbij enkel om de inhoud van de vraag of ook, of vooral, om de manier waarop ze wordt gesteld en het tijdstip?
Welke vraag zou je hoe dan ook nooit beantwoorden? Wat maakt dat dit een te vermijden vraag is? Waar doet die vraag je aan denken?

Vraag van de week (34)

Met welke vraag geef je een 18-jarige een ‘geschenk’?

Straks opnieuw naar school: het ‘schooltje’, de ‘grote school’ of de ‘hogeschool’. Oef. Ieder start door de omstandigheden vandaag met een extra pakje onzekerheden.
Voor de 16-18-jarigen komt er nog bij dat voor velen van hen dit moment een sterk richtinggevende keuze inhoudt.
Welke vraag zou je op dat moment een 16-18-jarige geven? (Het kan gaan om je eigen kind, een familielid, een buur of een vriend.)
Welke vraag zou zij of hij als een ‘geschenk’ ontvangen?
Welk effect zou je graag zien na het stellen van je vraag?
Welke vraag had jij graag ontvangen op die leeftijd?

JA, DEZE VRAAG WERD EEN WEEK TE VROEG GEPOST.