Tagarchief: Vraag vd week

Vraag van de week (38)

Met welke vraag voelt jouw tegenstander jouw wil om te verbinden?

Van mening verschillen is de gewoonste zaak van de wereld. Spijtig genoeg eindigen veel meningsverschillen in een ruzie of een strijd. Een van de redenen is dat er wordt gekeken naar de inhoud van de meningen. Wie heeft er gelijk? Dit stoelt op een té eenvoudige gedachtegang: wanneer er ruzie is dan gaat het steeds om ‘iets’, dat ‘iets’ is de inhoud, dus daar moet eerst overeenstemming over worden gevonden. Een verschil van mening leidt echter niet noodgedwongen tot ruzie, alsof er een causaal verband tussen zou zijn. Alles hangt af van de manier waarop er mee wordt omgegaan.
Ruzie maken is een ‘relationeel gevecht’ om het even wat de inhoudelijke oorzaak is. Er is iets mis met de verbinding tussen de betrokkenen. De vraag is dan: Wie verkiest ruzie boven een oplossing? Welke gedachtegang drijft iemand om te gaan voor ruzie? Welke belangen zijn gebaat met een ruzie meer dan met een oplossing? Wie is er bang om een oplossing te vinden zonder ruzie?
Niet iedereen wil een ruzie oplossen waarbij er voldoening is voor alle betrokken partijen. Wie voelt dat hij in de relatie over een bepaalde ‘macht’ beschikt is niet snel geneigd om te onderhandelen. Vechten (vaak letterlijk) voor het eigen gelijk is een eeuwenlang ingeburgerde strategie. We hebben een reeks termen gevormd om dat mooi te praten. Vechten wordt verwoord als: stevig discussiëren, stevig debatteren, niet afgeven, op je standpunt blijven staan, je waarden verdedigen, je hard tonen (niet je hart want dat is zwak zijn).
De stap naar het beëindigen van een ruzie is de blik te veranderen: van inhoud naar relatie.
Van de focus op het onderwerp stap je over op de aandacht voor de belangen die in het spel zijn. Je wijzigt een ‘ik-heb-gelijk spel’ in een ‘ik-heb-een-belang spel’. In dit tweede ‘spel’ aanvaard je dat de ander een belang heeft (wat ook het onderwerp is van het meningsverschil) en dat dit ‘anders’ is dan jouw belang.
Om het over belangen te hebben, moet je eerst aangeven dat je de verbinding wilt herstellen. Dan stel je de verbindende vraag. Met welke vraag richt je de aandacht op de relatie en niet op de inhoud van het geschil? Welke vraag is dermate oprecht verbindend dat de ander die niet hoort als een manoeuvre om de aandacht af te leiden en alsnog gelijk te krijgen? Welke verbindende lichaamstaal ondersteunt een verbindende vraag? Hoe leg je een verbindende vraag in het midden? (1)
Gaan voor verbinding wil niet zeggen dat je moet toegeven of inboeten op je waarden. Je gaat nog steeds voor je eigen belang, enkel, je doet dat niet meer blindelings of verblind door de angst om te verliezen. Je houdt nog steeds vol, ditmaal de verbinding.

(1) Lees meer in: Hoe hou je een gesprek ‘in het midden’?

Vraag van de week (37)

Met welke vraag herstel jij je focus?

Het is heel gewoon dat je de focus verliest. Je bent aan een taak bezig en wordt onderbroken. Soms door zaken die je niet kon voorzien, vaker echter door dingen die je zelf in de hand hebt. Zoals het signaal dat er een nieuw bericht is op je computer of je smartphone. Soms heb je een spannende opdracht of lees je een boeiende tekst en kan je je beter concentreren. Vaker ben je bezig met een activiteit die je niet fascineert en wordt je snel afgeleid. Misschien ben je een erg flegmatisch type en laat je je niet makkelijk uit je lood slaan. Wanneer je erg gevoelig bent voor prikkels valt focussen voor jou best moeilijker.
Het lastige van de onderbreking is dat het tijd en energie vraagt om terug op het focuspunt te komen. Er bestaat inmiddels een kleine bibliotheek aan boeken vol met praktische tips. Zij wijzen je de weg. Of is het toch niet jouw weg?
Wat eerst en vooral opvalt is dat ‘je focus verliezen’ als negatief wordt geïnterpreteerd. Dat mag niet, dat is niet verstandig, dat brengt alleen maar narigheid, dat betekent alleen maar oponthoud. Is dat zo? Weet je dat creatieve oplossingen worden gevonden wanneer je het zoeken loslaat?(1) Ken je dit uit eigen ervaring: wakker worden met een goed idee, een Aha! onder de douche? Het tegenovergestelde gebeurt ook. Sommigen die mediteren voelen de ‘plicht’ om in het hier-en-nu te blijven en zetten zichzelf onnodig onder druk. Resultaat: een strijd tegen de afdwalingen. Is dat verstandig?
Naast het creëren van een context die je helpt om minder af te dwalen (de vele tips en adviezen die je krijgt), bestaat er een positieve manier om met het afdwalen om te gaan. Die vertrekt van een constructieve houding: wat gebeurt is heel gewoon én het kan je iets leren; lief zijn voor jezelf werkt altijd beter; tegen de stroom ingaan geeft nooit een goede oplossing.
Hoe kom je met de stroom mee terug bij je focus? Welk element van je ‘zelf’ wil op dat moment de aandacht? Hoe kan je dit even aandacht geven en je er toch niet aan overgeven?
Je ‘zelf’ is niet een persoon die het commando heeft en op bepaalde momenten het bevel lijkt kwijt te zijn. Het is niet een ‘mannetje’ afgesloten door je ik-wand, niet je (sociale) ‘identiteit’.(2) Je ‘zelf’ is een dynamisch open systeem, een verhaal met vele actoren. (3) Je kunt verschillende elementen van je ‘zelf’ onderscheiden. De zelf-elementen zijn niet de ‘sociale rollen’, die zijn immers aangeleerd, gebonden aan sociale normen en zijn vaak heel formeel (‘vrouw’ of ‘man’, ’vader’ of ’moeder’, ‘dochter’ of ‘zoon’, ‘medewerker’, ‘leidinggevende’, enz.). Zelf-elementen ondersteunen de sociale rollen.
Wanneer je je weer eens laat afleiden betekent dit dat een van de zelf-elementen ongewenst op de voorgrond sprong. Dat gebeurt omdat een bepaalde behoefte even de aandacht wil opeisen.(4) Vaak versta je op dat ogenblik de eis niet en ervaar je dat zelf-element louter als vervelend. Zoals een kind dat blijft zeuren en je vervelend vindt en waar je nu geen aandacht aan wilt geven. ‘Nu niet.”
Je komt makkelijker terug op het focuspunt door het ‘storend zelf-element’ even aandacht te geven, even te waarderen dat het er is (ook al vind je het niet zo’n fijn kenmerk van jou) en aan te geven wanneer je er wel naar zal luisteren.
Alle zelf-elementen hebben recht op aandacht. Het is gezonder dat je elk van hen hun tijd en aandacht gunt. Dan vertonen ze minder ‘storend gedrag’ op ongewenste momenten. Jij mag er zijn in al jouw verscheidenheid! Zelfs al tonen zelf-elementen soms tegenstrijdige meningen en gedragingen.
Je kunt het zelf-element dat bezig was zich te focussen terug op de voorgrond krijgen, door het een eenvoudige vraag te stellen, bv. “Waar was jij mee bezig?”

Welke zelf-elementen leven er in jou? Welk element trekt vaak aan je mouw? Hoe kan je lief zijn voor een zelf-element waar je niet fier op bent?
Welke vraag zou jij aan ‘jezelf’ kunnen stellen telkens je aandacht afdwaalt?

(1) Lees meer over het verschil tussen ‘zoeken’ en ‘vinden’ in het gratis boek Pathfinder – Samen de juiste weg vinden → Boeken
(2) Lees meer in: Hoe beleef jij je ‘ik-wand’? → Korte teksten
(3) Lees meer in: Ontmoetingen met je ‘zelf’ – Wat kunstenaars je aanbieden → Korte teksten
(4) Lees meer in hoofdstuk ‘Behoeften verscholen onder je gevoelens’ in het gratis boek: De Blauwe Rivier oversteken – Hoe ontwikkel ik een probleem tot een duurzame oplossin. → Boeken

Vraag van de week (36)

Welke vraag zou je nooit beantwoorden?

Je stelt niet alleen vragen aan anderen, het omgekeerde gebeurt uiteraard in dezelfde mate. Wanneer je aandacht geeft aan hoe je vragen stelt, wordt je gevoeliger voor de vragen die je krijgt. Omgekeerd, wanneer je aandacht geeft aan hoe je innerlijk reageert op de vragen die naar je toekomen, kan dit je veel leren over de manier waarop jij vragen stelt.
Heb deze week aandacht voor de vragen die je krijgt. Welke vraag maakt je blij? Welke ervaar je als ‘pittig’? Welke vraag is de dertiende in een dozijn? Hoeveel echt interessante vragen krijg je en hoe verhoudt dit aantal zich tot het totaal aantal vragen die je dient te beantwoorden? Hoe vaak valt de boodschap niet samen met de inhoud van de vraag maar wordt jij verondersteld tussen de lijnen te luisteren?
Vragen kunnen zo opdringerig zijn dat je ze lijfelijk voelt. Sommige roepen afweer in je op, andere doen je van vreugde opspringen. Gaat het daarbij enkel om de inhoud van de vraag of ook, of vooral, om de manier waarop ze wordt gesteld en het tijdstip?
Welke vraag zou je hoe dan ook nooit beantwoorden? Wat maakt dat dit een te vermijden vraag is? Waar doet die vraag je aan denken?

Vraag van de week (35)

Welke vraag wil jij voorleggen aan beleidsmakers die het advies van virologen volgen?

Er worden in deze coronatijd veel maatregelen opgelegd aan de bevolking op advies van virologen. Dat niet iedereen het ermee eens is mag inmiddels duidelijk blijken. Waar loopt het mis? Het is uiteraard verstandig om als beleidsmaker het advies van experten te vragen. Het is eigen aan experten om zich te focussen op hun vakgebied en daarin een specialist te worden op een klein onderdeel van dat gebied. Niets mis met experten. Er is wel iets mis wanneer niemand meer het overzicht houdt van het volledige blikveld. Om dat overzicht te krijgen dien je niet één type expert aan tafel te hebben maar een expert voor elk aspect van het leven. Beleidsmakers dienen ‘overzicht-specialisten’ te raadplegen, zij die deskundig zijn in het meer dan drie ballen in de lucht houden. Je kunt het bv. virologen niet kwalijk nemen dat zij in virus-hokjes denken, dat zij zich richten op deelaspecten van deelaspecten. Hun inzicht is meer dan waardewol … binnen het geheel. Voor een zicht op dat geheel heb je een andere bril nodig. Op z’n minst dien je systemisch te kijken en alle elementen van het systeem te kennen. Het volstaat niet om drie of vier elementen er uit te halen.
De maatregelen die nu worden opgelegd aan de bevolking zijn op één manier nuttig om verspreiding van het virus te voorkomen. Het zijn echter maatregelen die voorkomen uit een tunnel-visie, die van één soort specialist. De schade die ze aanrichten aan de andere kant van het systeem zien ze niet. Ze focussen enkel op het ‘beestje’, niet op het ganse systeem. In dat systeem zitten ook mensen, mensen die soms rationeel, soms irrationeel handelen, soms emotioneel, soms paniekerig. In het systeem zitten alle elementen van het leven van mensen: hun behoefte aan veiligheid, aan geborgenheid, aan inkomen, maar ook aan inzicht hebben alvorens iets opgelegd te krijgen, aan participeren, enz. We leven niet meer in tijd waar iets kan worden opgelegd van bovenaf en er van burgers worden verwacht dat ze slaafs de orders zullen volgen. “Wij willen het wél geweten hebben. Wij willen het wél weten!”
Indien burgers het niet begrijpen is er niets mis met de burgers maar met zij die de maatregelen opleggen en niet kunnen communiceren.
Het helpt wanneer de burgers dan laten horen wat ze willen weten en van welke specialisten. Daarvoor is het niet nodig te demonstreren en je frustratie te uiten. Het werkt efficiënter om vragen te stellen aan de beleidsmakers. Stel je vraag, leg die samen met anderen, verzamel vragen, geef die door aan je vertegenwoordiger in de klassenraad, in de schoolraad, in de patiëntenraad, in het parlement. De vertegenwoordigers dienen hun taak te vervullen: de vragen van betrokkenen verzamelen en op tafel leggen bij de beleidsmakers.
Alles start met jouw vraag. Wat is jouw vraag?
Het zou ook knap zijn indien specialisten hun bijdrage zien binnen het geheel. Dat ze zien dat ze slechts één aspect benaderen en dan nog op één manier. Dat ze begrijpen dat ze collega’s uit vele andere gebieden aan tafel moeten hebben, zelfs om hun eigen kennis te verdiepen. Niet alleen burgers dienen te leren hun vragen te stellen vanuit een zorg voor het systeem. Van experten mag worden verwacht dat ze dat ook leren..

Vraag van de week (33)

Met welke vraag aan jezelf verlicht je de onrust in jou?

Voor velen wordt de onrust over de persoonlijke situatie vandaag sterk beïnvloed door externe factoren: de wisselende maatregelen van de overheid i.v.m. corona, werkloosheid, dreigend failliet van de moeizaam opgebouwde onderneming, onzekerheid over het leertraject van de kinderen, een gebrek aan fysiek contact met familie en vrienden, de politiekers die meer ruzie maken dan problemen aanpakken, het klimaat dat nu werkelijk laat voelen dat het de verkeerde kant opgaat, … enz. Allemaal factoren waarvan je het gevoel hebt dat je er niet onmiddellijk vat op kunt hebben. Dat zorgt voor veel onzekerheid, een gebrek aan duidelijke antwoorden en extra moeilijkheden bij het maken van keuzes.
De innerlijk knagende onrust wordt niet verlicht door snelle of tijdelijke ‘oplossingen’. Tenslotte blijken dat geen echte oplossingen te zijn, zeker niet op lange termijn.
Wat er ook buiten jou gebeurt, de enige die het innerlijk tot rust kan brengen ben jezelf.
Het is zeer begrijpelijk dat ook nu weer snel wordt gegrepen naar middelen die ‘bij de hand’ liggen. Ze worden aangeboden of aangeprezen door lieve vrouwelijke of kordate mannelijke ‘profeten’, ‘wetenschappers’, ‘experten’, ‘dorpsfilosofen’, zij die het voor jou ‘kunnen weten’.
En toch, om het even welk middel je inzet, je zal het zelf moeten doen. Je zult in de eerste plaats zelf voor je innerlijke rust zorg moeten dragen.
Bij het aanpakken van problemen is de grootste moeilijkheid niet of er wel genoeg middelen of wegen zijn om uit te kiezen. Essentieel is … de vraag die het vetrekpunt vormt van je drang om het aan te pakken. Wanneer je met de verkeerde vraag start loop je in de verkeerde richting, om het even welke oplossing je  kiest.
Dus, luister eerst eens naar d vragen die in jou klinken. Stel vervolgens de vraag die de onrust in jou werkelijk kan verlichten. Bij de juiste vraag is het vinden van een antwoord een vloeiend vervolg.