Tagarchief: Vraag vd week

Vraag van de week (42)

Wat was de vraag toen jouw weg bij een ‘ravijn’ stopte?

Soms beland je in een situatie die lijkt op de rand van een ravijn. Je kunt niet meer verder want een stap verder zetten betekent ‘alles verliezen’, of ’een ongeluk’ of ‘naar beneden tuimelen’ of ‘gevangen zitten’. Vaak heb je op zo’n moment niet de reflex om te luisteren naar de vraag die de situatie stelt. Je hebt wel wat anders te doen. Je emoties vragen aandacht. Je moet omgaan met onzekerheid, angst, diepe twijfels, verdriet. Het gaat om overleven, rondkijken om een uitweg te vinden, grijpen naar een mogelijke houvast, een overzicht trachten te krijgen van de situatie, uitzoeken aan wie je gepaste hulp kunt vragen.
Heb je dit meegemaakt? Welke lessen haal je vandaag uit wat er toen allemaal is gebeurd of net niet gebeurd? Een van de manieren om lessen te trekken uit het verleden en vooral uit hevige kantelmomenten, is je af te vragen: Welke vraag stelde dat moment die ik niet heb gehoord of waar ik niet naar heb geluisterd? Belangrijker dan trachten ‘feiten’ terug op te halen uit je her-innering is het formuleren van die vraag.
Je een her-innering is een (her)constructie. Je raadpleegt niet gegevens die ergens onveranderd liggen opgeslagen in jou. Immers op het moment dat je iets opslaat is dat reeds een interpretatie.(1) Ja, een foto of een video kan je helpen te her-inneren, maar ook dan blijft het verhaal bij de foto of de video een her-interpretatie en her-actualisatie van het materiaal.
Met het oproepen van de vraag die die belangrijke situatie stelde, roep je in feite de vraag op die vandaag nog in jou leeft en wellicht onvoldoende antwoord heeft gekregen. Of het is een vraag die erg nauw daar aan is verwant. Indien het voorval van toen volledig is opgelost (letterlijk, zoals suiker in de thee) hoor je geen vraag meer over die situatie.

(1) Lees meer in: Hoe je zelf feiten creëert – Vier soorten feiten → Korte teksten,

Vraag van de week (41)

Welke vraag werkt beter dan een ‘had-vraag’?

Hoe vaak hoor je “Had je dat niet anders kunnen aanpakken?”? Nog veel te veel. Er zijn geen domme vragen … behalve deze. Het antwoord is bij voorbaat duidelijk: ja. Want alles kan altijd ‘anders’ aangepakt worden, slechter of beter of met een lichte variatie. Met deze vraag schiet je niets op. Evenmin met de vraag “Hoe had je het anders kunnen aanpakken?”. Met een had-vraag verwijs je naar het verleden … dat er niet meer is. Het leven is geen generale repetitie, het leven is voortdurend hier en nu op de planken staan voor een volle zaal. Je kunt niet even iets herhalen, even terugstappen en het anders gaan doen. Het levert niets op om iemand te wijzen (en te verwijten) dat hij iets verkeerds heeft aangepakt. Iedereen is er meer mee gebaat om lessen te trekken uit het verleden en de blik te richten op de volgende stap. Dat is de houding van de Pathfinder.(1)
Hoe kan je de had-vraag omzetten naar een werkende nu-vraag? Wanneer ik het Vragenkompas gebruik kan ik uit acht richtingen een vraag kiezen en de blik richten op de context. Dit zijn voorbeeldvragen, d.w.z. je past de woorden aan aan de persoon en aan de context. In iedere richting kunnen meer vragen worden gesteld. Het doel is om met één van deze vragen een ander gesprek te starten: constructief, oplossingsgericht, toekomstgericht, waarderend.
(1) Dat lees je in het gratis boek: Pathfinder – Samen de juiste weg vinden → Boeken

Vraag van de week (40)

Welke ‘foute’ vraag bleek achteraf toch te werken?

In het vorig bericht stond wat een ‘juiste’ vraag is. Dat lees je tevens in de tekst ‘De kunst van het vragen en het Vragenkompas’.(1)  Je kunt met mij vaststellen dat jij en ik dagelijks meer ‘foute’ dan ‘juiste’ vragen stellen, vragen die op dat ogenblik voor de ander niet wèrken of volledig naast de kwestie blijken te zijn. Het is geen ramp om ‘foute’ vragen te stellen. Uit ‘foute’ vragen kan je leren. Dus, neem op het moment dat je dat beseft je woorden terug, leg eerst verbinding met de ander, ga na of een nieuwe vraag nodig is. Indien niet, dan is het de kunst om respectvol te zwijgen.
Toch kon ik in mijn praktijk ook andere gevolgen vaststellen.
Wanneer ik na een ‘foute’ vraag geen nieuwe vraag stel maar de stilte respecteer, gebeurt het dat er in die stilte toch een constructieve reactie komt. Daarvoor dien ik wel de stilte volledig stil te laten zijn, ook non-verbaal, ook met mijn lichaamstaal. Ik dien tegelijk echt ‘aanwezig’ te blijven. Ik dien die stilte-ruimte aan te bieden zolang de ander aangeeft (meestal non-verbaal) dat die voor haar aangenaam aanvoelt.
Het gebeurde meermaals dat ik na het stellen van een vraag die voor haar en op dat moment niet gepast was, ik weken later vernam dat mijn vraag toch een constructief effect had. Zij was op het moment dat ik de vraag stelde er niet mee gediend. Toch was de vraag ergens in haar blijven hangen. Klaarblijkelijk oordeelde haar onbewuste dat die misschien toch van pas kon komen. En ja, weken later, naar aanleiding van een voorval in een totaal andere situatie, heeft ze mijn ‘foute’ vraag terug opgenomen. Nu kwam ze wel van pas en bezorgde het haar een duwtje in de richting van een oplossing.
Achteraf bleek dat in beide gevallen de intentie waarmee ik mijn ‘foute’ vraag had gesteld op dat moment meer invloed te hebben dan de inhoud van mijn vraag.(2)
Welke ‘foute’ vraag die jij ooit hebt gesteld, heeft later toch goed gewerkt?

(1) Het hoofdstuk ‘Vragen die werken’ p.12
(2) Lees meer in het hoofdstuk ‘De kracht van de intentie’ p.108 in het gratis boek 
De Blauwe Rivier oversteken – Hoe ontwikkel ik een ‘probleem’ tot een duurzame ‘oplossing’? → Boeken

Vraag van de week (39)

Welke vraag is in veel situaties zinloos?

Er worden veel vragen gesteld, teveel vragen. Sommige mensen stellen vragen om geen antwoord te moeten geven. Door de veelheid kun je in hun vragenbos geen antwoord meer vinden. Tegelijk ben ik een grote voorstander van het stellen van vragen, de ‘juiste’ vragen weliswaar. De ‘juiste’ vraag is die welke stilte als gevolg heeft, stilte omdat de vraagontvanger nadenkt, reflecteert. Hij kan niet zonder meer, zoals meestal het geval is, snel een antwoord geven. “Euh … “ De ‘juiste ‘ vraag is die welke een antwoord moèt krijgen, een vraag die hij niet meer naast zich kan leggen. Het is een vraag die hem wakker houdt op een positieve manier. Niet een vraag die zorgt voor nachtmerries.
Weet je niet of je wel de ‘juiste’ vraag stelt? Stel ze dan niet en overleg eerst met jezelf en overloop de acht richtingen van het Vragenkompas.(1)
Er kunnen in alle situaties enkele nuttige ‘juiste’ vragen worden gesteld (naast de massa onnuttige, nietszeggende, belerende, suggestieve of beoordelende vragen of vragen om de eigen nieuwsgierigheid te bevredigen). Toch zijn er vragen die in zeer veel situaties zinloos zijn om te stellen. Ik hoor ze vaker in interviews en in gesprekken van ouders of leraren met kinderen.
Het zijn die vragen waar niet op wordt geantwoord, ook al herhaal je ze, zelfs al stel je ze in een andere vorm, met andere woorden. Ze krijgen geen antwoord omdat de vraag niet kán aankomen. De vraagsteller heeft geen verbinding met de betrokkene gemaakt en stelt de zoveelste zinloze vraag. Politici krijgen vaak zinloze vragen. Dat merk je aan hun reactie. Sommige reporters zijn duidelijk hardleers. Hoort het bij de kunst van de journalistiek om aan te klampen met een zinloze vraag? Kinderen geven door hun gedrag aan dat ze niets kunnen met sommige ‘klassieke’ vragen van hun ouders of leraren.

Welke vraag ervaar jij als zinloos? In welke situatie, door wie gesteld?
Welke vraag hoef je niet te krijgen want je weet dat je die toch niet kunt of wilt beantwoorden?
Welke vraag die jij stelde heeft nooit een antwoord gekregen?

(1) Lees meer in: De kunst van het vragen en het Vragenkompas → Kort teksten (nieuwe versie p.44)

Vraag van de week (38)

Met welke vraag voelt jouw tegenstander jouw wil om te verbinden?

Van mening verschillen is de gewoonste zaak van de wereld. Spijtig genoeg eindigen veel meningsverschillen in een ruzie of een strijd. Een van de redenen is dat er wordt gekeken naar de inhoud van de meningen. Wie heeft er gelijk? Dit stoelt op een té eenvoudige gedachtegang: wanneer er ruzie is dan gaat het steeds om ‘iets’, dat ‘iets’ is de inhoud, dus daar moet eerst overeenstemming over worden gevonden. Een verschil van mening leidt echter niet noodgedwongen tot ruzie, alsof er een causaal verband tussen zou zijn. Alles hangt af van de manier waarop er mee wordt omgegaan.
Ruzie maken is een ‘relationeel gevecht’ om het even wat de inhoudelijke oorzaak is. Er is iets mis met de verbinding tussen de betrokkenen. De vraag is dan: Wie verkiest ruzie boven een oplossing? Welke gedachtegang drijft iemand om te gaan voor ruzie? Welke belangen zijn gebaat met een ruzie meer dan met een oplossing? Wie is er bang om een oplossing te vinden zonder ruzie?
Niet iedereen wil een ruzie oplossen waarbij er voldoening is voor alle betrokken partijen. Wie voelt dat hij in de relatie over een bepaalde ‘macht’ beschikt is niet snel geneigd om te onderhandelen. Vechten (vaak letterlijk) voor het eigen gelijk is een eeuwenlang ingeburgerde strategie. We hebben een reeks termen gevormd om dat mooi te praten. Vechten wordt verwoord als: stevig discussiëren, stevig debatteren, niet afgeven, op je standpunt blijven staan, je waarden verdedigen, je hard tonen (niet je hart want dat is zwak zijn).
De stap naar het beëindigen van een ruzie is de blik te veranderen: van inhoud naar relatie.
Van de focus op het onderwerp stap je over op de aandacht voor de belangen die in het spel zijn. Je wijzigt een ‘ik-heb-gelijk spel’ in een ‘ik-heb-een-belang spel’. In dit tweede ‘spel’ aanvaard je dat de ander een belang heeft (wat ook het onderwerp is van het meningsverschil) en dat dit ‘anders’ is dan jouw belang.
Om het over belangen te hebben, moet je eerst aangeven dat je de verbinding wilt herstellen. Dan stel je de verbindende vraag. Met welke vraag richt je de aandacht op de relatie en niet op de inhoud van het geschil? Welke vraag is dermate oprecht verbindend dat de ander die niet hoort als een manoeuvre om de aandacht af te leiden en alsnog gelijk te krijgen? Welke verbindende lichaamstaal ondersteunt een verbindende vraag? Hoe leg je een verbindende vraag in het midden? (1)
Gaan voor verbinding wil niet zeggen dat je moet toegeven of inboeten op je waarden. Je gaat nog steeds voor je eigen belang, enkel, je doet dat niet meer blindelings of verblind door de angst om te verliezen. Je houdt nog steeds vol, ditmaal de verbinding.

(1) Lees meer in: Hoe hou je een gesprek ‘in het midden’?