Tagarchief: Vraag vd week

Vraag van de week (21)

Met welke vraag nodig je iemand uit om een vraag te stellen?

Een vragende cultuur is innovatiever en gezonder dan een stellende cultuur.
De stellende cultuur is de overwegende sfeer waarin mensen opgroeien en ontwikkelen. Daarbinnen leer je dat er op alle onzekerheden duidelijke antwoorden zijn; dat een scherpe mening er toe doet; dat debat, discussiëren en woordenstrijd tot inzicht leidt; dat het om ‘dé waarheid’ gaat en dat machtsstrijd de normale gang van zaken is. Nog steeds denken velen dat de ‘macht van de sterkste’ de evolutie bepaalt. Vandaar dat we zelfs i.v.m. virussen spreken over een ‘oorlog’. Het is een idee uit de achttiende eeuw, gegroeid uit revoluties.
Met een iets scherpere blik zie je dat veeleer ‘samenwerken’, ‘zich differentiëren’ en ‘flexibel en veerkrachtig bewegen’ de drijvende krachten achter de evolutie zijn. Die krachten bouw je op via een vragende, verkennende, onderzoekende houding naar wat er op je af komt. Een vragende cultuur bouw je op met de vaardigheden om de ‘juiste’ vraag te stellen en om die vraag op de ‘juiste’ manier te stellen.(1) Vragen stellen betekent een open houding naar het antwoord. Je stelt een vraag waar jij het antwoord niet op weet én waar je bij open staat om een antwoord van de ander te krijgen én waar je oprechte belangstelling voor hebt.
Eén van de vaardigheden om tot een vragende cultuur te komen in relaties, in groepen en organisaties is: stel de vraag die iemand uitnodigt om een vraag te stellen.
Welke vraag zou jij kunnen stellen aan de mensen die je deze week ontmoet zodat ze even stoppen met praten en overwegen om jou een goede vraag te stellen? Het is een type vraag als: Met welke vraag zou jij me steunen om de zaak verder te onderzoeken?

(1) Lees meer in: De kunst van het vragen en het Vragenkompas → Korte teksten

Vraag van de week (20)

Met welke vraag blijf je sterker bij de kern van de zaak?

Ik ben vast niet alleen. Tijdens een gesprek of een overleg heb je je zover van het onderwerp verwijderd dat je de draad kwijt bent. Of tijdens een opzoekwerk raak je afgedwaald en voel je dat je teveel randinformatie aan het verzamelen bent. Vaak is dat geen punt omdat het over een alledaagse conversatie gaat of omdat je geniet van het grasduinen op het internet of omdat je in een creatieve bui bent. Over zulke situaties gaat het hier niet. Geniet van het verdwalen is dan de boodschap.
Soms is het echter wel vervelend omdat de situatie, privé of professioneel, vraagt dat je ernstig tewerk gaat en de tijd beperkt is. Je uitleg of je zoeken heeft meer tijd gekregen dan nodig is. Je hebt je laten verleiden door paden die niet onmiddellijk met de kern van de zaak te maken hebben. Hoe kom je op een vlotte manier terug op het ‘juiste’ pad? Vaak loop je dan in gedachte de weg terug. Dat vraagt opnieuw tijd en het is niet zeker dat je terug uitkomt waar je vertrokken bent. Kun je wel gewoon terug starten op het vertrekpunt zonder invloed van wat er zich tussen toen en nu heeft afgespeeld in je hoofd of in de communicatie?
Voorkomen is beter dan genezen. Een wijsheid zo oud als de mensheid. En toch, ‘de mensheid’ loopt die wijsheid nog steeds iedere dag voorbij. Je start een belangrijk gesprek of een overleg wellicht met een ‘onderwerp’ of een ‘agendapunt’. Je gaat op zoek op internet met een idee of een eenvoudig woord. Zo’n vertrekpunt vraagt om te verdwalen. Het is als lopen in een wijds landschap zonder paden en richtingaanwijzers. Een ‘agendapunt’ is een uitnodiging om veel informatie op tafel te leggen, een mening te geven, te discussiëren of te verkennen. Wil je gericht en efficiënt werken dan vervang je het punt door een vraag, de vraag waar het écht om te doen is. Wanneer de agenda wordt opgesteld, vraag je dan eerst af: Op welke concrete vraag wil ik op het einde van het overleg een concreet antwoord? Hebben we dit overleg om inzicht te vergroten en naar een besluit te werken of om een beslissing te nemen? (1)
Ja, het formuleren van de vraag waar het echt om gaat vergt tijd. In het begin (wanneer je nog niet geoefend bent) zal je meerdere vragen noteren. Het komt er op aan om goed te weten wat je wilt en dus om een scherpe vraag te stellen. Het is echter een voorbereiding die je veel tijd zal besparen … op het overleg. Een ‘juiste’ vraag is to the point, kort en krachtig, wijst recht naar waar je wilt landen, wijst indien nodig recht naar het ‘pijnpunt’, is open en dus niet suggestief en houdt geen oordeel in. Bij een volgend overleg: verander ieder agendapunt in een ‘agendavraag’.
Hetzelfde gaat op voor opzoekwerk. Start het opzoeken met eerst te noteren op welke vraag je een antwoord wilt. Het formuleren van de vraag zal je helpen om gerichter te zoeken en de juiste zoekwoorden in te tikken.


(1) Zorgvuldig taalgebruik graag
Besluiten is een (voorlopige) conclusie trekken, een (voorlopig) punt zetten als afronding van een proces van wikken en wegen. Besluiten heeft wens-karakter, intentie-karakter. Daar blijft het bij. Een besluit kan morgen weer worden gewijzigd. Niermand draagt verantwoordelijkheid. Er is  geen garantie dat een besluit wordt uitgevoerd; het blijft open.
Beslissen betekent dat je werkelijk de stap zet naar de actie, dat je de intentie van een besluit omzet in een actie, dat je een besluit nu omzet in een gerichte daad én dat iemand er de verantwoordelijkheid voor opneemt. Een beslissing kan niet worden gewijzigd enkel aangevuld of vernietigd door een nieuwe beslissing.

Vraag van de week (19)

Met welke vraag zet je je bekommernis om in actiegerichtheid?

Een belangrijk element in het opbouwen van je zelfbeeld, van de persoon waarvan jij zegt ‘Dit ben ik’, is je bekommernis. Het is een drijfveer, het zet aan tot een sterke intentie.
Voor wie ben jij bekommerd vandaag? Voor welke situatie voel je je erg bekommerd vandaag? Waar geef je écht om?
Bekommernis kan betekenen (= wat er in de woordenwolk zit van dit begrip): sterk betrokken voelen, erg bezorgd zijn, een sterke verbinding hebben, er steeds klaar voor staan, extra aandacht hebben, bereid zijn om iets moeilijk te doen, er 100% voor klaar staan, steeds bereid zijn om alles te laten vallen waar je mee bezig bent en tijd te maken, blijvend engagement, de eerste prioriteit, alles doen wat nodig is om te slagen, je leven er voor in de waagschaal stellen, aan de grens van de actie staan, klaar staan om in te grijpen, bij het hart gegrepen worden, er vaak van wakker liggen, echt geven om iets, …
Bekommerd zijn om iemand of iets voelt sterker, dringender en dwingender aan dan bv.: verlangen naar, graag hebben dat, interesse hebben in.
Je bekommernis wijst naar een behoefte bij jezelf. Het werkt als een spiegel. Je bent bekommerd om iets dat met jou heeft te maken, met iets dat past in jouw biografie, bij jouw ‘natuur’. Naar welk stukje in jou wijst je bekommernis? Hoe bekommerd ben je voor jezelf?
Bekommernis wérkt niet wanneer er geen daad op volgt. Het is een ‘vaststelling’, een intentie, een eerste stap waarop de vraag volgt ‘So what?’. Bekommernis heeft een actiegerichte vraag nodig wil het echt werkzaam zijn. Welke vraag kan je bekommernis in de actie-modus zetten? Hoe zet je je bekommernis in de eerste versnelling?

Vraag van de week (18)

Welke vraag stelt de leraar in jou vandaag aan je?

Voor het leren zijn we zelf verantwoordelijk. Voor het aanleren zijn onze ‘aanleerders’ voor een groot deel verantwoordelijk.(1)  Wij zijn een stukje mee verantwoordelijk want we hebben, zodra we jong-volwassen zijn, de keuze hoe we omgaan met onze ‘aanleerders’ en onze ‘aanleeromgeving’.
Er klinken in jou vele stemmen. Die hoor je wanneer je het even stil maakt. Een van die stemmen is een leraar in jou, een stem die je helpt bij het leren. Je hebben de keuze om naar haar te luisteren of niet.(2) Die leraar heeft zich in de loop van de eerste twaalf-zestien jaar van je leven ontwikkeld op basis van de leer- en aanleer-ervaringen die je hebt beleefd. Deze innerlijke leraar is niet perfect, net zomin als al je externe leraren. De grote kracht van de interne leraar is wel dat zij jou kent van binnenuit. Haar aandacht is gericht op het vergroten van jouw leercapaciteit, wat de externe aanleerders ook mogen beweren. Deze laatsten zijn zo gefocust op het aanleren (wat zij willen dat jij opneemt) dat ze weinig zicht hebben hoe de leerprocessen innerlijk bij jou verlopen. Dat is de taak van je innerlijke leraar en dus van jou.
De leraar in jou is aan te spreken zoals je een externe leraar een vraag stelt. Daarenboven is je eigen leraar 24 7/7 beschikbaar. Welke vraag zou je haar op dit ogenblik willen stellen? Op welke belangrijke vraag kreeg je van niemand ooit een afdoend antwoord? Anderzijds, welke vraag stelt de innerlijke leraar aan jou en hoor je niet? Ik ben overtuigd dat zij jou vaker een vraag stelt. Alleen, jij bent druk bezig met andere dingen. Om haar vraag te horen dien je even de tijd te nemen en het stil te maken. Wanneer je voortraast loop je haar voorbij. Probeer het eens, trekt je even terug en maak het eens stil. Wat hoor je? Wellicht willen de andere stemmen in jou meer op de voorgrond komen. Dus dien je uitdrukkelijk tegen alle stemmen te zeggen dat je wilt luisteren naar de leraar en dat de anderen even moeten zwijgen. Zelfs indien het een tijdje duurt vooraleer haar vraag klinkt, luister aandachtig en noteer op de een of andere manier haar vraag. Het is eeuwenoude kennis in vele culturen: spreek de leraar in jezelf aan.

(1) Over het onderscheid tussen ‘leren’ en ‘aanleren’ en wie je ‘aanleerders’ zijn (al diegenen in jouw leven die je iets willen aanleren) lees je meer in Leerrijker worden, het kán → Kort teksten
(2) Waar ‘zij’ en ‘haar’ staat, kan je even goed ‘hij’ en ‘zijn’ lezen. En wie weet is de innerlijke leraar bij sommige mannen wel een vrouw en bij sommige vrouwen wel een man.

Vraag van de week (17)

Welke vraag kan je jezelf stellen wanneer er onrust in je groeit?

Hoe langer de corona-sage duurt hoe onrustiger mensen worden. Jij ook? De lockdown was tot nu toe redelijk goed te verdragen. Echter hoe langer het duurt, hoe meer mensen naar het einde verlangen. Er is spijtig genoeg nog geen perspectief. Stapsgewijs krijgt de exit vorm maar er is nog geen volledig einde in zicht.
Waaraan herinnert jou de onrust die vandaag in jou groeit? Wanneer heb je ooit iets gelijkaardigs ervaren? Wat waren toen de omstandigheden? Het is wellicht niet de eerste keer dat je onrust voelt groeien. Het is waarschijnlijk wél dat je geen lockdown hebt moeten beleven. Zelfs al kan je de actuele onrust niet helemaal vergelijken met een vorige ervaring dan nog kan je iets leren over hoe jij – op jouw manier – best met de groeiende onrust omspringt.
Een van de meest efficiënte manieren van aanpakken is het stellen van vragen, of beter, het stellen van de vraag die er écht toe doet, nu. Hoe formuleer je die?
Eerst een stapje terug. Onder ieder gevoel schuilt een behoefte. Je behoeften zijn je diepste verlangens. Een verlangen naar wat er niet meer is, naar wat eens was of een verlangen naar iets dat er nog niet is, en dat je moeilijk kunt bereiken. Het is daarom nuttig om je bij onrust eerst af te vragen: Waar heb ik nu behoefte aan? Van een onmiddellijke, oppervlakkige behoefte stap je een trapje lager naar een meer fundamentele behoefte: Welke fundamentelere behoefte zit hier onder en wil een antwoord krijgen? Ik denk bv. aan: veiligheid voor mijn kinderen en voor mezelf, nabijheid en geborgenheid, autonomie, verdriet toelaten en rouwen, loslaten, ontspanning, innerlijke rust, erkenning, welzijn, verbinding. De volgende stap is het erkennen en toelaten dat je die behoefte hebt.
Dan is het nu tijd om de vraag te stellen. 1. Schrijf een aantal vragen op die spontaan in je opkomen. 2. Kies de vraag die je het meeste aanspreekt om iets te ondernemen. 3. Schrijf de vraag bovenaan een blad papier. De vraag verwoordt wat je wél wilt (dus niet wat je niet meer wilt). 4. Onderlijn het werkwoord in de vraag. 5. Noteer nu onder je vraag twintig andere werkwoorden als alternatief voor het werkwoord in je vraag, actieve werkwoorden geen passieve (bv. krijgen). Noteer synoniemen, associaties, tegenstellingen of zelfs gekke invallen. Ga snel tewerk en laat je niet afremmen door je innerlijke criticaster. 6. Kies vervolgens uit die twintig het werkwoord dat het best uitdrukt wat je nu, fundamenteel, nodig hebt. 7. Herformuleer je vraag. 8. Luister naar het antwoord dat onmiddellijk in je opkomt.