Auteursarchief: Francis Gastmans

Praten over gevoelens? Wat doe je en wat doe je niet?

Vaak klinken volgende uitspraken: “Mannen kunnen niet over hun gevoelens praten.”,  “Vrouwen praten vlot over hun gevoelens.”
Wat vind je van volgende uitspraken: “Vrouwen praten over hun emoties niet over gevoelens.”, “Vrouwen schatten niet empathisch de gevoelens in van mannen wanneer die er niet over praten.”, “Vrouwen stellen niet de juiste vragen aan mannen wanneer ze merken dat er gevoelens spelen bij hen en ze niet er over praten.”
Of wat vind je van kritische uitspraken als: “Praten over gevoelens torpedeert het uitdrukken van gevoelens.”, “Praten over een gedicht doodt het gedicht.”, “Kunst drukt vaak gevoelens uit, over kunst praten is geen kunst beleven.”
Beethoven kon niet praten over zijn gevoelens, maar luister naar het Concerto voor viool en orkest, vooral het ‘gesprek’ in het tweede deel, en ontmoet de kwetsbare man die Beethoven was.
Wil je even ruimte maken om er eens anders, kritisch, naar te kijken? Ben je bereid daarbij geen indeling te maken in ‘mannen zijn zo’ en ‘vrouwen zijn zo’? 

Praten over

Vooreerst, wat houdt ’praten over’ iets in? Je neemt afstand, je bent dan weg uit de ervaring, uit de beleving, uit het moment, je kijkt er op terug.  Waar je ‘over’ praat is er niet meer; de ervaring, de beleving, de ideeën, de gevoelens, de emoties, de gedachten, niets waarover je praat is nu aanwezig. ‘Over’ iets praten is praten over een herinnering, herinneringen zijn her-inneringen, nieuwe constructies over het verleden.
Praten over gevoelens roepen die gevoelens niet op. Dit zijn illusies die veel mensen hebben: a) wanneer ik praat over mijn gevoelens zijn die aanwezig (neen die zijn er niet meer, je voelt wel iets maar dat zijn nieuwe gevoelens die ook nu weer slechts even duren), b) wanneer ik praat kan ik mijn gevoelens helder weergeven (neen, dat kan je niet, gevoelens hebben meer nodig dan woorden om zich uit te drukken en je druk ze uit op het moment dat ze zich manifesteren, niet daarna).
Praten over gevoelens is een andere werkelijkheid dan het beleven van gevoelens.
Wanneer je ‘praat over’ je gevoelens deel je meestal je emoties, soms je reflecties mee, niet je gevoelens. Je gevoelens wanneer je praat over gevoelens zijn andere gevoelens dan de gevoelens waarover je praat.
Wat je wel kunt her-beleven zijn je emoties omdat dit je  eigen constructies zijn, al zal ook nu de constructie bij de her-beleving niet identiek zijn aan die van het verleden. 

Praat je over gevoelens of over emoties

Reeds vele jaren houdt Lisa Feldman-Barrett een pleidooi om ‘gevoelens’ en ‘emoties’ te onderscheiden, het zijn namelijk twee verschillende fenomenen. Bekijk haar Tedtalk You Aren’t at the Mercy of your Emotions: Your Brain Creates Them of haar korte video’s op haar website, zoals Why does our brain make emotions? Of lees haar boek How Emotions are Made: The Secret Life of the Brain (spijtig genoeg niet vertaald in het Nederlands. (Is een vertaling lastig omdat we in het Nederlands de begrippen gevoelens en emoties slordig door elkaar gebruiken? Zou het onderscheid maken een culturele revolutie betekenen?)
Gevoelens zijn wat je in jezelf waarneemt met diverse zintuigen bij een ervaring, soms vanuit wat je extern waarneemt, soms vanuit een interne waarneming of een gedachte. Je gebruikt veel meer dan vijf zintuigen, je hanteert er tien of twintig. Het hart is ook een zintuig! (2)
Hoog-gevoelig zijn of hoog-sensitief betekent voor mij dat je scherp kunt waarnemen met bepaalde zintuigen, bv. je ruikt de lichaamsgeur van de personen die je passeert op straat en herkent de geur, je proeft subtiele nuances in gerechten of in een glas wijn, je oren horen de kleinste verschillen in toonhoogte of ritme (zoals bv. een violist of een instrumentenbouwer dat kunnen), enz. 

Ik woon op de tweede verdieping, aan de andere kant van de brede straat met bomen is een begraafplaats, mijn kleindochter van vier bouwt met Lego een parcours op het tapijt, de ramen zijn dicht, plots zegt ze “Dat hondje heeft pijn.”, ik ga naar het venster maar zie geen hond in de straat, ik doe een raam open en luister aandachtig, nu hoor ik het ook, aan de andere kant van de begraafplaats (zo’n drie-vierhonderd meter verderop) hoor ik een hondje kermen, mijn kleindochter is gewoon aandachtig verder aan het spelen, ze heeft het geluid vastgesteld en het een plaats gegeven zonder er emotioneel op te reageren.

Sommige mensen hebben door een neurodivergentie een verhoogde gevoeligheid voor specifieke prikkels, bv. erg gevoelig zijn voor drukte, lawaai, chaos, e.d. Zij zijn ook hoog-gevoelig.
Emoties zijn jouw reacties op wat je voelt bij een ervaring. Emoties maak je zelf, het zijn reacties die je hebt aangeleerd. Lisa Feldman-Barrett legt uit dat je brein emoties creëert om betekenis te geven aan je gewaarwordingen. Het is een ‘recept om te handelen’ zodat je je innerlijke balans kunt houden. Emoties zijn doelgericht, waarbij het uiteindelijke doel is het minimaliseren van onzekerheid en te zorgen voor een evenwichtige staat van homeostase in je lichaam. Emoties zijn intenser, heviger, uitdrukkelijker dan gevoelens.
Het onderscheid tussen gevoelens en emoties lijkt subtiel maar is wel fundamenteel. Alles hangt daarbij af van de woordenrijkdom van je woordentaal en de rijkdom van je andere talen (non-verbale en beeldende).
Hoog-emotioneel zijn betekent dat je snel emotioneel reageert op prikkels. Iemand die hoog-emotioneel is, is op dat moment niet hoog-sensitief, wel integendeel. Hoge emotionaliteit belemmert een scherp waarnemen. Iemand die hoog-emotioneel leeft reageert bliksemsnel op prikkels die anderen of niet hebben waargenomen of wel hebben waargenomen maar er geen extra aandacht aan geven.

Welk ‘zelf’ praat er over gevoelens of emoties?

Daniel Kahneman heeft gewezen op twee systemen die we gebruiken om te beslissen en te handelen. Hij spreekt in dit verband van twee ‘zelven’: een ervarend zelf (experiencing self) en een herinnerend zelf (remembering self). Het blijft meer dan de moeite waard om zijn Ted talk te herbekijken. (1) Je ervarend zelf beleeft de ervaring onbewust. Je ‘communiceert’ onbewust met dit zelf. Reeds enkele seconden na de ervaring start het herinnerend zelf innerlijk een gesprek ‘over’ de ervaring. Het ervarend zelf werkt onafgebroken, het is een ononderbroken dynamiek, het stopt nooit. Het innerlijk gesprek van het herinnerend zelf vormt een verhaal ‘over’ de ervaringen. Herinneringen zijn er vanaf 3 tot 5 seconden na de waarneming!
Er zijn meer dan twee ‘zelven’. Zo kan je naast het ervarend zelf en het herinnerend zelf andere aspecten van je ‘zelf’ onderscheiden die allemaal andere taken voor zich nemen. Wanneer je systemisch kijkt naar je ‘zelf’, is ‘zelf’ een dynamisch systeem waarbinnen duidelijk verschillende aspecten inter-ageren. Je kunt ze onderscheiden maar ze zijn niet te scheiden van het geheel, van dat wat jouw ‘zelf’ uitmaakt. Zo werken er meerdere ‘zelven’ in jouw ‘zelf’.
Het zijn geen afgelijnde stukjes maar aspecten die elkaar nodig hebben en beïnvloeden, en er is evenmin een strikte volgorde waarin ze aan de orde zijn. Vergelijk het met het spelen op een piano: je kunt geen muziek spelen met een enkele toets en het klinkt evenmin muzikaal wanneer je alle toetsen tegelijk zou indrukken en evenmin worden de toetsen een voor een van links naar rechts ingedrukt. Geen twee composities noteren de noten op identiek dezelfde plaats met een identieke aanslag.

Zoals Daniel Kahneman opmerkte werkt je ervarend zelf onbewust, voortdurend. Lisa Feldman-Barrett wijst er op dat bijna gelijktijdig je emotionele zelf zorgt dat je de ‘gepaste’ emoties creëert die je innerlijke wereld in evenwicht houden. Je intuïtieve zelf helpt je om te ‘weten’ zonder bewust te (moeten) weten. Je herinnerend zelf tracht de ervaringen te vatten door die innerlijk te herhalen en op te slaan. Je herkennend zelf helpt je om mensen en ervaringen snel te herkennen. Je expressend zelf heb je nodig om je uit te drukken, om gevoelens en gedachten te ver-talen voor communicatie met jezelf of met anderen. Je verhalend zelf is voortdurend in de weer om alles wat je meemaakt in een verhaal te laten passen en zo te zorgen voor een zinvol geheel.(3) Je reflecterend zelf reageert met vragen en opmerkingen op je eigen ervaringen en gedachten en op die van anderen. Je twijfelend zelf zorgt er voor dat je niet zomaar alles voor ‘waar’ aanneemt, het is kritisch en verwonderend en de basis van een vruchtbaar leerproces. Je handelend zelf doet hét, gaat over tot actie. Je verlangend zelf kijkt naar de toekomst, laat je plannen maken en dromen. Je strevend zelf toont je wil om iets te bereiken, niet straks of later maar nu. Je creatieve zelf geeft een extra dimensie aan alles wat je doet, het helpt je om de wereld buiten het kader te beleven en uit te drukken. Je spelend zelf is eigenlijk een kwaliteit die je bij elk van de andere zelven kunt inzetten, het is een levensstijl die zorgt voor verwondering, genieten, ruimte scheppen.
Al je zelven kunnen zowel constructief als destructief worden ingezet, ten goede of ten kwade, om je met anderen te verbinden of je als volwassene te bevrijden van een te dominante band, om te genieten of om assertief tot agressief te reageren (je strevend zelf wordt dan een strijdend zelf).
Dit lijstje van ‘zelven’ wil niet volledig zijn, eigenlijk wil ik je aanzetten om in jezelf te ontdekken welke acties je nog allemaal herkent in jou, welke er nog spelen in je leven, wat nog bij jouw ‘zelf’ hoort.
Dan blijft tenslotte nog de vraag: Met welk zelf praat je ‘over’ gevoelens? Welk zelf drukt het best je gevoelens uit, hoe, wanneer, welke gevoelens?

Praten ‘over’ gevoelens of ze uitdrukken?

Praten over je gevoelens is niet de beste manier om te communiceren wat je zojuist voelde en welke emotionele reacties er voor jou op volgen. Dat sommigen het geweldig vinden dat ze kunnen praten over hoe ze zich zonet voelden is veeleer een teken dat ze onvoldoende weten hoe hun gevoelens breed en diep te uiten. Wanneer je woordentaal gebruikt om gevoelens uit te drukken is poëzie soms een schitterende weg. De woordentaal is echt te beperkt, zelfs al ben je een talen-kundig acrobaat. In welke talen druk jij het best welke gevoelens uit? 

Het is daarom nauwkeuriger om te zeggen “Hij of zij heeft nog niet geleerd gevoelens te uiten op een manier die de ander op dit moment kan ontvangen.” Het gaat om a) de persoon die gevoelens wil communiceren dient diverse talen te leren ‘spreken’, b) op zo’n manier dat de ander in staat is om de boodschap te kunnen ontvangen, c) daarvoor dient de ander wel de taal waarin de gevoelens worden uitdrukt ook te kennen (wanneer ik me uitdruk in een beeldentaal en de ander kent die niet dan bereiken we elkaar niet).
Niemand kan voelen wat jij voelt, en gevoelens uitdrukken is niet noodzakelijk iets dat vlot gebeurt. Soms is het uitdrukken van je gevoelens voor jezelf, op een manier die jij zelf wel ‘begrijpt’ voldoende op dat moment. Bescheidenheid van beide zijde is hier op z’n plaats, we zijn immers beperkte wezens.
Je moet je gevoelens niet te communiceren! Je bent niet verplicht, noch als vrouw noch als man, noch als kind noch als ouder, om voortdurend je gevoelens te delen. Doe beroep op je intuïtieve zelf om te oordelen wat je op welk moment deelt met wie. Soms kan het zelfs gevaarlijk zijn bepaalde gevoelens/emoties te delen en doe je er beter aan te ‘zwijgen’ in alle talen.

De illustratie bij dit bericht heb ik gemaakt op een middag in januari toen ik ‘het’ niet kon ‘zeggen’. Het tekenen was bedoeld om te communiceren met mezelf. Het was een manier om bij mezelf gevoelens en gedachten te onderzoeken. Wanneer ik dit nu aan jou toon zou ik er ‘over’ kunnen praten, het verhaal vertellen van wat voorafging aan het tekenen, wat ik beleefde bij het tekenen, welke reflecties ik maakte toen ik naar het resultaat keek, de reflecties die ik een week later maakte en wat ik zou kunnen meedelen wanneer jij er nu naar kijkt om het voor jou wat ‘begrijpbaar’ te maken, … als ik dat zou willen maar dat wil ik niet, ik vind dit niet zinvol, ik laat jou de ervaring om er naar te kijken er er je eigen gevoelens, gedachten, invulling en verklaring bij te hebben.

————

(1) Kahneman, Daniel, Thinking fast and slow, Allen Lane 2011, in het Nederlands vertaald: Ons feilbare denken, Business Contact 2014 – Lees Deel 5 Twee zelven en de Conclusies.  Bekijk de TedTalk met Daniel Kahneman
(2) Meer in de tekst Medeleven Empathie Mededogen
(3) Je leven speelt zich af in verhalen. Lees in: Jouw levensverhaal – Hoe vertel je dat?

Je kunt de ander niet begrijpen zoals jij ‘begrijpen’ begrijpt

Wat doe je om iemand of iets te begrijpen?

Meer dan waarschijnlijk is je actie bij ‘ik wil dit begrijpen’: meer informatie verzamelen, andere vragen stellen, de beschikbare gegevens in een bepaald schema plaatsen en trachten daar een conclusie uit te trekken. Voor de meeste mensen liggen de acties voor ‘willen begrijpen’ dicht bij ‘zich een beeld en een oordeel vormen’, je positief of negatief verhouden tot wat je nog niet begrijpt.
Je wil datgene waar je mee wordt geconfronteerd niet zomaar aanvaarden, je wil weten ‘Waardoor is dit zo?’ of ‘Waarom is dit zo?’ of ‘Waartoe is dit zo?’, drie verschillende vragen.(1)
Wat opvalt is dat je meent dat je dit zelf moet doen, alleen en niet samen met de persoon die je wil begrijpen. Je wil van de ander wel meer ‘informatie’ krijgen, je raadpleegt misschien ook anderen, maar de actie ‘begrijpen’ is geen gemeenschappelijke actie, het is een individuele actie van jou alleen. Je gaat zonder dat je je er van bewust bent de rationele kant uit en niet de relationele.
Je inspanningen beperken zich daarbij meer dan waarschijnlijk tot woorden, tot een woordentaal (gesproken of geschreven). Je doet geen beroep op een of meer van de tien andere mogelijke talen. Om werkelijk te kunnen begrijpen – jezelf, een ander, een situatie, een gebeurtenis – heb je meerdere talen nodig.(2) 

(Klik op de afbeelding om ze te downloaden, klik hier om een uitgebreide versie  van dit schema te downloaden.)
De bewering dat datgene wat jij niet kunt begrijpen ‘onbegrijpbaar’ is, klopt niet. Enkel jij kunt het niet begrijpen, zoals jij ‘begrijpen’ begrijpt. Alles wat je waarneemt, voelt, denkt en doet vertrekt vanuit jouw aannames en overtuigingen. Willen begrijpen vertrekt bv. vanuit de aanname dat jij de ander of de situatie kúnt begrijpen en ‘begrijpen’ zoals jij dat verstaat en doet. Dat klopt niet met de werkelijkheid: je bent begrensd in datgene wat je kunt begrijpen.(3) 
Wanneer je tracht te begrijpen, doe je moeite om met jouw denkkader de gedachtengang van de ander te verstaan. Dat doet onrecht aan de ander.

Hoe begrijp jij ‘begrijpen’? Hoe wil jij begrepen worden?

Telkens je een gesprek voert ga je er vanuit dat de ander de woorden op dezelfde manier invult als jij. Dit is een algemene veronderstelling, maar dat klopt niet met de werkelijkheid. Nu ja, in je dagelijkse gesprekken is dit gerechtvaardigd en verloopt alles redelijk vlot, althans met kleine misverstanden. Wil je echter meer diepgang in je gesprek en zeker wanneer jij de ander écht wil begrijpen of zelf wil begrepen worden zoals jij je écht voelt, dan is dat niet de juiste weg.
Woorden krijgen een conventioneel overeengekomen definitie omdat dit makkelijk is in een gesprek, niet omdat dit de ‘juiste’ weg is om te communiceren. In werkelijkheid geeft immers ieder mens vanuit de eigen ervaringen een eigen betekenis aan woorden, heeft iedereen een eigen reeks van belevingen en beelden bij de woorden. Om daar naar te vragen en te luisteren naar het antwoord, daar hebben we echter geen tijd voor.
Je kan alvast beginnen met voor jezelf uit te maken hoe jij ‘begrijpen’ begrijpt en hanteert. Maak eens een woordenwolk rond het begrip ‘begrijpen’.(4) In het midden van een A4 zet je ‘Begrijpen’, daarrond noteer je tien keer wat ‘begrijpen’ voor jou betekent, je noteert ook tien belevingen die je hebt ervaren telkens iemand te kennen gaf dat jij haar begreep of dat jij je begrepen voelde, en je noteert tien beelden of muziek of bewegingen die in je opkomen bij het begrip ‘begrijpen. Je woordenwolk vertelt niet alleen hoe jij ‘begrijpen’ begrijpt maar tevens hoe jij graag begrepen zou willen worden.
Een werkblad A4 ziet er zo uit (klik op de afbeelding om te downloaden). 

Een woordenwolk is strikt persoonlijk én contextueel. Een maand later of in een andere situatie maak je wellicht een iets andere wolk. Een woordenwolk is geen ‘waarheid’, het is een overzicht van hoe iemand een bepaald begrip ‘invult’ met betekenissen, belevingen en beelden, en op basis daarvan communiceert en handelt. Door de woordenwolk van de ander te mogen lezen kan je beter begrijpen hoe zij ‘begrijpen’ begrijpt en hoe zij begrepen wil worden en dus wat jij moet doen om haar te kunnen begrijpen.
Ja, de eerste keer dat je een woordenwolk maakt is dat lastig. Je voelt dat je woordenschat tekort schiet, dat je niet geleerd hebt om met een bredere blik naar de vele werelden van de werkelijkheid te kijken dan met een aangeleerde rationele bril. Ik heb makkelijk praten want ik doe dit al jaren en ben bedreven in het tekenen van een woordenwolk. Uiteraard heb ik ook nu mijn eigen woordenwolk gemaakt. Die vindt je hier, maar nogmaals die geldt enkel voor mij, maar misschien kan ze je inspireren. Je mag me ook altijd vragen om je daarbij te helpen. Gewoon even bellen en langskomen en het is gratis (0497 54 98 70).

Hoe de ander begrijpen?

Om het gedrag van de ander (de gedachtengang, de handelingen, de uitspraken, de reacties, enz.) te kunnen begrijpen, is het nodig dat je je eigen visie en denkkader even parkeert. Wat ‘logisch’ is voor haar hoeft niet logisch te zijn voor jou, en omgekeerd. Je hoeft niet alles te kunnen begrijpen om goed te kunnen samenwerken. Je hoeft het zelfs niet eens te zijn met haar, je hoeft alleen het punt te willen vinden waar je elkaar wél kunt ontmoeten, jullie gemeenschappelijk belang.
Wil je de ander echt begrijpen? Help dan de ander om zichzelf te begrijpen! Daarvoor is het niet noodzakelijk dat jij eerst de ander begrijpt. Stel de ‘juiste’ vragen die haar helpen klaarder te zien in haar streven.
Werk samen met de ander om via haar denkkracht, haar emotionele kracht, haar zingeving, te zoeken naar zinvolle antwoorden. Haar zoektocht zal gans anders verlopen dan jouw zoektocht. In een dialoog telt haar zoektocht evenveel als de jouwe.
Op je eentje willen begrijpen legt vaak een flink obstakel op de weg. Het is een obstakel omdat je niet de gepaste vragen stelt die jullie samen op weg kunnen helpen, naar een gemeenschappelijke richting, niet enkel de weg volgens jouw inzicht. Het is een obstakel omdat je daardoor de krachten beknot om samen tot inzichten en keuzes te komen. Het is een obstakel omdat je hiermee ook haar zelfredzaamheid en haar ‘eigen kracht’ beperkt. Het is een obstakel omdat je in de meeste gevallen teveel verantwoordelijkheid op je schouders laadt en vroeg of laat als ‘Redder’ optreedt.
Wanneer je echt naar iemand wilt luisteren of met haar samenwerken stop dan met te trachten haar te willen begrijpen. Zet je veeleer in om te achterhalen welke de belangrijkste vraag is die op dit ogenblik in haar leeft. Wat is haar kernvraag op dit moment? (de kernvraag = de vraag die er écht doe doet, nu) Help haar om haar gedachtengang waar te nemen, de wijze waarop zij gedachten vormt en innerlijke beelden hanteert … zonder te oordelen. Enkel zo kan je een ‘juiste’ vraag stellen. 
“Maar ik wil ook begrepen worden.” hoor ik vaak als reactie. Dat jij vraagt om begrepen te worden is zeer menselijk, dat de ander dat vraagt is zeer menselijk, dat jij eerst wil begrepen worden alvorens haar te kunnen begrijpen is niet zo’n handig uitgangspunt. Het is een valkuil waar velen onder ons in vastzitten: eerst inzetten om aan de ander te vertellen waardoor jij zo op haar reageerde zodat zij jou zou kunnen begrijpen.
Ik weet uit eigen ervaring hoe zalig het voelt wanneer ik ervaar: “Deze persoon begrijpt mij.” (= op dit ogenblik, in deze context, voor deze situatie, bij deze vraag van mij). Daar kan ik van genieten. Ik heb in het verleden het vaak gans fout aangepakt en daardoor mensen van mij vervreemd. Inmiddels ben ik gestopt met “Ik wil eerst begrepen worden alvorens …”. Daardoor leg ik minder last op de ander, kijk ik naar wat er werkelijk tussen ons gebeurt nu en tracht ik daar constructief mee om te gaan. Dat doe ik ook wanneer ik beslis om “nee” te zeggen tegen de ander. Ik merk dat dit zowel mezelf als de ander veel ruimte biedt. De ander hoeft echt geen moeite te moeten doen om mij te begrijpen. Het is lief indien het gebeurt. Zodra ik het verlangen (of de vereiste) loslaat dat de ander mij begrijpt, kan ik de ander vrij laten in de manier waarop zij denkt, wat voor haar betekenisvol is, de waarden die voor haar belangrijk zijn, datgene waar zij in gelooft. Dan kan ik haar opmerkingen, reacties, kritiek, of wat dan ook open ontvangen, zonder er eerst allerlei eisen aan te stellen. Enkel zo kan ik iets ontvangen dat buiten mijn denkkader valt. Ik heb dan misschien niet de bevestiging dat mijn visie correct is maar wel een weg open gemaakt naar een duurzaam contact. 

Andere middelen inzetten dan woorden?

Om jezelf of de ander te begrijpen, om aan een kernvraag te werken, om een oplossing te zoeken voor aan dwingende situatie, kan je meer doen dan praten. Je kunt naast of samen met het praten (dat mag er nog altijd zijn) gans andere activiteiten doen om dichter te komen bij “Wat wil zij zeggen?” en bij “Wat ik wil zeggen”.
Ik som even enkele mogelijkheden op: • ieder afzonderlijk maakt een mindmap van de situatie en die deel je met elkaar; • samen een mindmap maken; • op een groot tekenblad samen het grote spinnenweb tekenen van alle elementen die spelen in de situatie (het systeem tekenen), ieder begint in een andere hoek van het blad; • samen het ‘battlefield’ tekenen van wat speelt in de situatie of het uitbeelden met Lego figuurtjes en blokjes; • een wandeling maken in de natuur, in stilte, ieder met de eigen kernvraag en die afronden in een gezellige plek; • ieder brengt foto’s mee die iets weergeven van wat speelt en die hang je aan een muur; • samen een lang (ketting)verhaal vertellen door om beurten een stukje te vertellen; • samen in het park van het Middelheimmuseum wandelen en beelden beleven en bespreken; • ieder stelt een optreden voor en daar ga je samen naartoe (een concert, een theater, een tentoonstelling, een (religieuze) viering, een dienst voor iemand die is overleden); • samen een werkje doen als vrijwilliger bij een project dat past bij jullie kernvraag (bv. voor kinderen met een beperking, voor ouderen met dementie, voor een project in een locale school of een natuurcentrum, …); • samen een ‘kunstwerk’ creëren al schilderend of met klei; • samen een warme deken maken voor iemand (breien of patchwork); • ieder stelt een activiteit voor en die doe je samen (dansen, mediteren, wandelen, sporten, opruimen); … kunnen deze enkele voorbeelden jou inspireren tot een ander idee? Doen!

Uit: De Kleine Prins, van Antoine De Saint-Exupéry
Vaarwel, zei de vos. Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig,
alleen met het hart kan je goed zien.
Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.
XXI

———

(1) Herlees het bericht Waarom? Waarom? Waarom? Daarom!
(2) Meer in Talen en taalgebruik
(3) Lees meer in De Held met de Duizend Grenzen en Uitdagingen
(4) Wat is een woordenwolk?

Illustratie: de beelden staan in Antwerpen, het Middelheimmuseum, in het gedeelte ‘Menselijke natuur’ (M11 en M12), meer dan de moeite waard.
Ik ben graag je gids (0497 54 98 70).

Geduld hebben is voor ongeduldige mensen

Wees de leider van ‘jouw tijd’, niet het slachtoffer.
Wie is de leider van jouw tijd? Hoe ga jij om met wat jij beleeft als ‘jouw’ tijd?
Geduld hebben  is een belediging voor wie jouw ‘geduld’ aangeboden krijgt.
Eigen leiderschap houdt in dat je bewust kiest hoeveel tijd je geeft aan iets – een mens, een activiteit, een event, een situatie, een ervaring, een voorval. 
Luisteren naar iemand die te lang praat of zelfs zeurt, je kind helpen bij een moeilijke taak terwijl het tegenstribbelt, vaststellen dat je partner weer eens niet doet wat werd afgesproken, beleven dat een ambtenaar zonodig net nu even weg moet voor een pauze, in de rij staan aan de kassa terwijl een oude vrouw voor jou niet meer weet waar ze haar centjes heeft gestoken, in een wachtzaal zitten en bericht krijgen van je huisarts dat zij dringend even weg moet, in een ziekenhuis wachten voor een antwoord op een dringende aanvraag, in een lange file staan op de autobaan en vaststellen dat enkele automobilisten je voorbij steken via de pechstrook, luisteren naar een persoon met dementie die heel veel tijd nodig heeft – althans volgens jouw beleving van ‘tijd’ – om zijn brein een antwoord te laten samenstellen, enz. 
Dit zijn allemaal louter ‘situaties’, die jij op jouw manier ervaart; de ander ervaart die op haar manier! In al deze situaties moet je best geen geduld tonen, wél duidelijk kiezen hoeveel tijd en aandacht je er nu aan wilt geven.
Geeft de situatie aan dat jouw voorziene tijd onvoldoende is? Kies dan opnieuw maar heb geen geduld. Heb je het gevoel dat je gedwongen wordt er meer tijd voor uit te trekken? Kies hoeveel het je waard is om meer tijd te geven aan die activiteit. Wellicht is dit je meer waard dan de consequenties te dragen wanneer je er mee zou stoppen en er geen extra tijd aan zou geven. Kies je er voor om in die situatie niet meer van jouw tijd te geven, kan je frustratie voelen maar wees niet beschaamd of voel je niet schuldig. Jij kiest hoe emotioneel te reageren op het gevoel van frustratie. (1)

Geduld hebben is iets voor ongeduldige mensen.
‘Geduld hebben’ wijst op een relationele ongelijkheid tussen jou en diegenen voor wie jij zegt dat je geduld hebt. Je plaatst je dan relationeel innerlijk op een trapje hoger tegenover de ander. Jullie zijn niet meer gelijk. Jij creëert ongelijkheid! Er is nog meer aan de hand: je beledigt diegene voor wie jij zegt geduld te tonen! Het kan best edelmoedig lijken dat jij geduld toont maar in werkelijkheid neem je de ander niet helemaal zoals die zich op dat moment toont. Er is iets ‘mis’ met die persoon. De gebeurtenissen kunnen niet ‘gewoon’ verlopen omdat de ander niet doet zoals jij verwacht of wilt.
In de uitdrukking “Ik moet geduld hebben.” maakt ‘moeten’ het nog een beetje erger. Zo benadruk je een onderdanige, volgzame, onmachtige houding. Je toont je het slachtoffer van de situatie. Slachtoffers zeuren, klagen, verwijten de anderen, bekritiseren de structuren, enz.
Het begrip ‘tijd’ is een menselijke constructie, ‘dé tijd’ bestaat niet. Er is de gemeten tijd, de chronologische tijd, van de Griekse god Kronos, en er is de beleefde tijd, de tijd van het hier-en-nu, het vatten van het moment in het moment, de Kairos tijd, Kairos is de jongste zoon van Zeus.(2) 
In een mensenleven verleg je het accent. Als kleuter ligt je accent op de beleefde tijd, gaandeweg leer je dat de chronologische tijd belangrijk is onder mensen, wanneer je ouder wordt komt het accent weer meer te liggen op de beleefde tijd. Bij personen die Alzheimer en dementie ontwikkelen komt het accent volledig op de beleefde tijd te liggen. Dat geeft vaak frictie met acties van de de verzorgenden die sterk in de chronologische tijd leven.
Je ‘bezit’ geen tijd, tijd kan je niet ‘bezitten’ en dus ook nooit ‘verliezen’! Uiteraard beleef je ‘jouw’ tijd. Jij gaat op jouw manier om met jouw tijd, de ander doet dat op haar manier met haar tijd. Wees je eigen leider, wees de leider van je tijd, ieder moment in je leven is jouw moment. Wat jij doet op ieder moment is jouw keuze. Zelfs indien externe factoren een dwingend karakter hebben dan is het ervaren van iets als een ‘dwingende zaak’ jouw keuze. Jij kiest om je zo te voelen! 

Eigen leiderschap
Eigen leiders aanvaarden dat alle mensen, situaties, interacties en processen hún tijd nodig hebben. Ze leren om de dynamiek en het systeem van mensen, situaties, interacties en processen te ‘lezen’. Ze overwegen, kiezen én nemen de verantwoordelijkheid op voor hun keuze. Ze verwijzen niet naar externe factoren die hen (als onmachtige of slachtoffer) dwingen iets te doen. Ze houden de zaken flexibel en zorgzaam in handen en weten op het juiste moment bewust los te laten. Eigen leiders weten wat ze kunnen krijgen en wat niet, waar ze toe in staat zijn en waartoe niet, waar hun kracht ligt en waar hun zwakheden. Ze kennen hun Eigen Kracht.
Verliezen ze toch eens hun geduld dan kloppen ze niet op hun kop. Fouten maken is menselijk. Eigen leiders weten dat, nemen hun verantwoordelijkheid, zetten de zaken recht zoveel zij nog kunnen en nemen de verantwoordelijkheid voor de consequenties, ook voor die gevolgen die zij niet konden voorzien. Dit alles zonder te zeuren. De blik is gericht op wat nu mogelijk is + in de toekomst + rekening houdend met de lessen geleerd uit het verleden én met de onmogelijkheden.

——
(1) Meer over het onderscheid tussen gevoelens en emoties in: Medeleven Empathie Mededogen
Dé autoriteit als het om emoties gaat: Lisa Feltman-Barrett Op haar website vindt je een grote bron aan informatie. Haar boeken voor het grote publiek:
How Emotions Are Made – The Secret Life of the Brain, Pan Books 2017
Seven And A Half Lessons About The Brain” (2020). 
(2) Meer over ‘tijd’ in de tekst Drie grondpatronen om je leven te be-leven, het hoofdstuk 3.1 Het lijnig grondpatroon

Waarom? Waarom? Waarom? Daarom!

Hoe vaak stel jij de vraag “Waarom?”? Hoe vaak stellen kinderen deze vraag? Waarom stellen ze die vraag? Of beter, Hoe hebben zij geleerd steeds deze vraag te stellen? Geen enkel kind wordt geboren met die vraag. Wanneer een baby de baarmoeder verlaat vraagt zij niet “Waarom moet ik hier uit?”
Alle volwassenen stellen duizend keer de waarom-vraag aan kinderen, vanaf het eerste moment, zelfs wanneer hun baby nog niet kan spreken. Alle volwassenen stellen de waarom-vraag onbewust, ‘spontaan’, zonder nadenken.
Ik loop in het park en zie een paar maanden jonge peuter in een kinderwagen die voor de derde keer haar flesje op de grond werpt. De reactie van de moeder: “Maar schatje, waarom doe je dat? Dat mag niet!”
De waarom-vraag wordt al ‘eeuwen’ aangeleerd door volwassenen die niet hebben geleerd om eerst even na te denken (voor te denken) wat ze eigenlijk willen bereiken en die tijdens hun leven niet hebben geleerd dat de waarom-vraag in feite een luie vraag is.
Stel driemaal achter elkaar de waarom-vraag en je ziet bij de ander … ongemak, ongenoegen, gevoelens van beschuldiging, frustratie, irritatie, ergernis, … tot: “Daarom!”
Wanneer je goed kijkt zie je vaak reeds van bij de eerste keer dat je “Waarom?” vraagt deze reacties, het ongemakkelijk zoeken van een antwoord of het snel roepen van een reactie om zich te verantwoorden.
Doe de test: vraag gewoon “Waarom (doe je dat, meen je dat, enz)?”, bij het antwoord (om het even wat het antwoord is) stel je opnieuw gewoon “Waarom (is dat zo, denk je dat, enz.)?”, bij het nieuwe antwoord (om het even wat het antwoord is) stel je opnieuw gewoon “Waarom (is dat zo, denk je dat, enz.)?”  Voelt de ander zich gezien, begrepen en gelukkig?

Hoe kan het beter?
Wanneer je aandacht geeft aan de situatie die het vertrekpunt is om uit gewoonte de waarom-vraag te stellen, kan je merken dat je drie kanten uit kunt:
a) wil je inzicht verwerven in de oorzaken van wat gebeurt of wordt gezegd, wil je weten waar dit gedrag vandaan komt, wil je een verklaring, … dan stel je een waardoor-vraag
b) wil je weten waar het gesprek echt over gaat, wat de situatie je oplevert, waar dit gedrag naartoe leidt, wil je de intentie en het streven achter het gedrag van de ander kennen, … dan stel je een waartoe-vraag
c) je ben werkelijk geïnteresseerd in de zin en de betekenis van het gedrag van de ander (voor je eigen inzicht of voor het inzicht van de ander), … dan stel je de juiste waarom-vraag

Leer elke vraag die je stelt bewust(er) te stellen.
Je hebt dan twee opdrachten: eerst jezelf reflecterende vragen stellen, vervolgens een juiste formulering vinden voor je vraag.
Je voelt het onmiddellijk, gewoon “Waarom?” vragen is veel en veel gemakkelijker.
Eerst jezelf vragen stellen: Wat wil ik bereiken met het stellen van mijn vraag? Stel ik mijn vraag louter voor mezelf, om meer informatie te hebben, wat is dan mijn verbinding met de ander? Stel ik mijn vraag om de ander aan het denken te zetten, om haar te helpen reflecteren? Vanuit welke aannames stel ik die vraag? Of stel ik mijn vraag om haar te kunnen beoordelen, of om haar ‘van antwoord te dienen!’?
De ‘juiste’ formulering van mijn vraag, verdorie waar moet ik dan niet allemaal op letten? Is ze verbindend, helder, to the point, kort? Is het een open vraag, zonder oordeel, zonder aannames? Geeft ze weer wat mijn intentie is? 

Op mijn de pagina Korte teksten vind je de tekst Waarom? Waardoor? Waartoe?
Het is een uittreksel uit de tekst De kunst van het vragen & Vragen stellen als kunst