Auteursarchief: Francis Gastmans

Wanneer ‘feiten’ op tafel worden gelegd

Artemisia Gentileschi, Judith and her Maidservant, 1613

Een voorval de afgelopen week heeft me er weer op gewezen: wanneer ‘feiten’ worden ingebracht in een gesprek, een discussie of een debat, gaat het op de eerste plaats om een relationele zaak; het is niet eerst een rationele, feitelijke kwestie.
Dit heeft er voor gezorgd dat ik de tekst ‘Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten’ heb herwerkt en een nieuwe versie (13.0) op de site heb gezet.

Wanneer we de aandacht richten op ‘feiten’ bestaat de neiging hierbij een rationele vraag te stellen: Wat zijn de feiten? Hoe werden ze vastgesteld? Door wie? Dit lijkt vanzelfsprekend maar dat is het niet. Het is verstandiger om eerst een relationele vraag te stellen! Wat is zijn intentie met het inbrengen van deze feiten? In welke mate is hij betrokken bij de feiten? Wie heeft er belang bij dat déze feiten, op déze tafel komen, op déze manier, net nu? Wat wil hij bereiken met déze feiten? Welke feiten worden niet meegenomen in het verhaal?

Er bestaan geen feiten op zich, er zweven niet ergens ‘feiten’ rond. ‘Feiten’ ontdek je, ontmoet je, en je kunt er door worden verrast of voelen dat ze je confronteren, maar ze staan niet ergens ‘feit’ te zijn. Dat de aarde rond de zon draait is een gegeven maar dat is slechts een ‘feit’ telkens jij een bepaalde waarneming doet, je er van bewust bent en dat inzicht gebruikt. (We beleven de beweging zon-aarde immers anders dan ze in werkelijkheid verloopt.) De aarde warmt op, daar zijn genoeg ernstig geregistreerde gegevens over, maar is slechts een ‘feit’ indien in de communicatie alle betrokkenen dit gegeven ernstig nemen. (We kunnen de opwarming anders beleven dan ze in werkelijkheid ontwikkelt.)
‘Feiten’ druk je uit als een interpretatie van een waarneming. Ze zijn niet de waarneming!
Vaststellingen zijn een deel van de interactie met jezelf, met anderen en met je omgeving. Ze zijn steeds een aspect binnen een communicatie. Feiten zijn een deel van jouw communicatief systeem. Feiten hebben een relationele functie binnen een gesprek met jezelf of met anderen.
Concreet betekent dit dat wanneer er feiten op tafel komen het op de eerste plaats niet gaat om de feiten op zich of om de feitelijkheid maar om ‘deze feiten leg ik op tafel’, ‘deze feiten stel ik voorop’. Het gaat om hoe je feiten inzet in je communicatie. Welke feiten je inbrengt en welke niet en hoe je dat doet is een deel van de kwaliteit van je communicatie en je relatie met je communicatiepartners.
Het gaat in de eerste plaats om de communicatie over en met de ‘feiten’: hoe, wanneer, met wie, waar, met welke intentie, met welk doel, … communiceer jij gegevens.

Illustratie © Wikiart

Acht vragen (12) Een teamproject leiden

De rubriek ‘Acht vragen’ biedt je een Vragenkompas rond een algemeen geformuleerde werkvraag. Het is een voorbeeld welke eerste vragen mogelijk zijn. Herken je de werkvraag? Wat is jouw werkvraag? Welke vraag uit het Kompas zet jou aan om te starten met je zoektocht naar een oplossing voor je werkvraag?
Deze rubriek geeft dus geen oplossingen of tips hoe jij het moet aanpakken.
De tekst ‘Ter inspiratie’ die volgt biedt je enkele korte inspirerende gedachten aan.
Ik help je bij het leren werken met het Vragenkompas en met het stellen van de ‘juiste’ vraag.
Contacteer me.

Hoe leid ik (mee) een teamproject?

Andere vragen van lezers:
Hoe kom je met een team tot een gedeeld perspectief en een gedeelde taal?
Hoe formuleer je als team een gemeenschappelijk doelstelling en ga je er voor?

Het Vragenkompas is contextueel, d.w.z. dat bij alle vragen die je kunt stellen de vraag er bovenop luidt: Hoe beïnvloedt de context deze vraag en het antwoord?
Klik op de afbeedling om ze te vergroten of te downloaden.

Ter inspiratie

Een doel of een richting of een thema?
Werken aan een teamproject veronderstelt een gemeenschappelijke, heldere kijk op wat men wil oplossen via dat project.  Wie heeft een probleem, welk probleem? (de ‘klant’, de organisatie, wij, zij?) Wat is onze grootste uitdaging? Wat kunnen we bereiken wanneer we deze situatie efficiënt aanpakken?(1) 
Welke mogelijkheden zijn er om een gemeenschappelijk project, een teamproject te starten? 
Een gemeenschappelijk doel wordt vaak genomen als startpunt. Het is als een schietschijf waar alle pijlen naar worden afgeschoten met de bedoeling het midden te raken. Het is als een punt op de horizon waar je naar verwijst als de te bereiken bestemming en waar je de snelste(?), de kortste (?) weg voor zoekt. Een gemeenschappelijk doel is pas efficiënt wanneer het klaar en duidelijk wordt geformuleerd. Het doel wordt scherp afgebakend met heldere objectieven zodat iedereen hetzelfde voor ogen heeft. Bij zo’n doel horen de gepaste middelen: de juiste mensen, financiële middelen, een stappenplan, een strategie en taakomschrijvingen. Een ‘gidsende’ leidinggevende ervaart een gemeenschappelijk doel als vanzelfsprekend én noodzakelijk. Hij kan zich niet voorstellen hoe je op een andere manier samen een project kunt aanpakken en resultaten halen.(2)
Een ‘pad-vindende’ leidinggevende daarentegen voelt meer voor een gemeenschappelijke richting. Zij zal de teamleden warm maken voor een zeer aantrekkelijk toekomstbeeld en hen uitnodigen om te onderzoeken wat ieder kan bijdragen om dit te realiseren. De teamleden hoeven niet noodzakelijk dezelfde weg af te leggen. Wel is het nodig om de bijdrage van ieder af te stemmen op dat van de anderen en zo tot een ‘efficiënt weefsel van bijdragen’ te komen. Ze zal een systemische kijk hanteren zodat het duidelijk is hoe iedere bijdrage de andere inspanningen kan versterken.(3) Zij weet dat een sterk team bestaat uit zowel gidsende als pad-vindende mensen én uit hun dynamisch samenspel.
Een minder formele aanpak maar niet minder efficiënt is die waarbij een team wordt geleid door een sterke focus, een gemeenschappelijk leidend thema. Als leidinggevende is het je taak om het thema te laten uitspitten door het team zodat het eenvoudig, helder en duidelijk kan worden gevat in een beeld. Een thema-gerichte aanpak werkt vanuit en met de creativiteit van alle betrokkenen, niet alleen die van het team. Er zijn strikt genomen geen ‘klanten’ meer en geen ‘leveranciers’; ieder wordt als ‘betrokkene’ aangesproken. Op geen enkel moment wordt er ‘over de hoofden heen’ van iemand gewerkt.
Werken aan en met een leidend thema kan ook deel uitmaken het werken vanuit een gemeenschappelijke richting.

Verbeelding Imaginatie
Welke van de drie wegen je ook kiest, je werkt effectiever wanneer je een rationele kijk combineert met een relationele visie op de opdracht en de aanpak. Dit samenspel is niet alleen nodig bij het formuleren van een doel, een ideaal of een gewenste oplossing. Wanneer je ‘harde feiten’ en ‘essentiële gegevens’ verzamelt is dit eveneens van belang. 
Je werkt tevens effectiever wanneer je niet-weten en falen toelaat (uiteraard zonder negatieve reacties). Je hoeft niet op alle vragen een antwoord te hebben om te kunnen ontwikkelen of een ‘probleem’ aan te pakken. De werkelijke kunst is om een nieuwe vraag te vinden, een vraag die de groep nog meer aanspreekt en jullie verder brengt.
Het werkelijke leven is geen laboratoriumsituatie waarin je tracht alle essentiële factoren streng onder controle te houden en de niet-essentiële elementen terzijde legt. Het leven is beweging, in vele richtingen, met verschillende snelheden. Leer de bewegingen kennen en er creatief mee te spelen. Daar is verbeelding voor nodig.
“Een beeld drukt veel meer uit dan woorden.” Gaan voor verbeelding, imaginatie, beeldende talen, kunst … is niet alleen een inspirerende weg maar het is vooral een verbindende weg. Een beeldende taal kan je dwingen om én nog rationeler te werken én een raam open te zetten voor nog-niet-onderzochte relaties en patronen.(4) Beeldende talen ondersteunen een systemische kijk op de interacties. 

Afspreken en aanspreken
Er is geen goede beslissing zonder dat duidelijk is wie welke verantwoordelijkheid neemt, met concrete afspraken wie wat gaat doen, wanneer en hoe. Daar hoort tevens de afspraak bij om aan te spreken. Wanneer en hoe spreek ik jou aan op het verloop van het uitvoeren van de beslissing? Daardoor kan je halverwege het project een signaal krijgen dat alles loopt zoals gepland. Dan hoef je niet te wachten tot het allerlaatste moment om een stand van zaken te maken en misschien te laat vast te stellen dat een afspraak toch niet helemaal werd afgewerkt (om welke gegronde reden dan ook).
De afspraak over het aanspreken wordt vaak ‘vergeten’. Er is onterecht weerstand tegen het afspreken van het aanspreken … “alsof ik de ander niet vertrouw”. Je kunt het ook omdraaien, je toont een gebrek aan vertrouwen indien je niet bereid bent om een afspraak te maken over aangesproken worden. Vertrouwen is de basis van goede samenwerking en heldere afspraken over aanspreken staat dit niet in de weg. Het aanspreken biedt enerzijds de gelegenheid om te bevestigen en te waarderen (!) wat reeds werd gepresteerd en is anderzijds noodzakelijk wil je op tijd kunnen bijsturen en zeker zijn het einddoel te halen. Niet zelden wordt op zo’n moment vastgesteld dat de afspraken toch onvoldoende duidelijk en concreet waren. Het bleef teveel bij een ‘besluit’ en werd geen echte ‘beslissing’.(5)
Bij het werken met een gemeenschappelijke richting is het een sterk punt wanneer iedereen zelf aangeeft op welk moment en hoe hij zal laten weten hoever de zaken staan. Daarbovenop maakt hij de afspraak hoe en wanneer je hem op dit punt kunt aanspreken.
Het gebeurt bij de besten dat iemand de gemaakte afspraak niet volledig is nagekomen en niet tijdig een signaal heeft gegeven. Dan dien je de ander aan te spreken, toch. Ditmaal echter in een minder prettige sfeer. Vraag dan eerst: Hoe ga je de zaken alsnog rechtzetten en wat heb je daar voor nodig? Bied je hulp aan, het is in het belang van het teamproject en voor een goede samenwerking. Later kom je daar op terug en stel je de vraag: Waardoor liep het fout? Wat weet je daar meer over? Wat heb je er voor jezelf uit geleerd? (geen ‘waarom’ vraag!) (6)

(1) Lees meer in Wie heeft er een probleem? Ik, hij, zij of wij? → Korte teksten
(2) Lees alles over gidsende en pad-vindende mensen in het gratis boek Pathfinder – Samen de juiste weg vinden.
(3) Lees het hoofdstuk ‘Het systemisch grondpatroon’ p. 27-30  in Drie grondpatronen om je leven te be-leven  → Korte teksten
(4) Een voorbeeld is The Turn Club, een netwerk van creatieve en vindingrijke ondernemers, verbinders en kunstenaars die vraagstukken aanpakken met een kunstenaarsmindset. Nog voorbeeld is de Academie voor onzekerheidsvaardigheid
(5) Lees meer in Besluiten of beslissen? → Korte teksten
(6) Lees meer in het hoofdstuk “Waarom?” of “Waardoor?” p.24-32 in de tekst De kunst van het vragen en het Vragenkompas → Korte teksten

Profeten stillen je honger naar kennis

Marisol Escobar, Cultural Head 1973

Met ‘profeten’ verwijs ik naar die mensen die ‘profetische uitspraken’ doen, over wat er speelt in de wereld, de maatschappij, de gemeenschap. Ik denk daarbij aan sommige … filosofen, wetenschappers, spirituele leiders, politieke leiders, professoren, therapeuten, ‘heilige mannen’ en ander soort slimmerikken. “Kijk, zo steken de zaken in elkaar. Dit zijn de gevolgen en dat gaat er gebeuren. Zo moet je het aanpakken. Volg dit plan.”

Zonder volgelingen geen ‘profeet’ . Er zijn slechts een handvol volgelingen nodig die starten met het herhalen van het verhaal van hun profeet. Wat nog beter werkt: wanneer ze enthousiast de wereld intrekken en zijn ‘boodschap’ verkondigen. Een profeet kan zijn volgelingen daartoe trainen door het voorbeeld te geven en zelf rond te trekken en ‘Hét Verhaal’ te vertellen (off of on line).
Deze dynamiek vertrekt bij de ‘honger’ van de volgelingen. Hun profeet zal hen het juiste ‘voedsel’ schenken (en tegelijk zijn behoefte bevredigen om een profeet te zijn).
Ik heb een nieuwe versie geplaatst van: Wat doet je grijpen naar een theorie? (→ Korte teksten).
Daarin focus ik op je primaire cognitieve behoeften (= willen weten, kennen, verklaren, begrijpen, voorspellen). ‘Honger’ verwijst naar een tekort aan voedsel voor je cognitieve behoeften. Ik noem er hier een paar als voorbeeld.
Je hebt behoefte aan zingeving en aan een verklaring voor het ‘onverklaarbare’. Je hebt ‘honger’ naar verhalen en beelden die je raken en die beklijven en die je verzekeren dat het leven zin heeft, wat je ook te verduren krijgt. Je hebt nood aan de zekerheid dat ‘rechtvaardigheid’ écht bestaat, boven de wisselvalligheden van het leven. Een misdadiger die rustig sterft moet zijn verdiende straf krijgen. Indien dit niet gebeurt bij leven dan toch zeker na zijn dood, via een ‘opperrechter’ of via een ‘laatste oordeel’ of via de ‘karmische link tussen oorzaak en gevolg’.
Het is de ‘honger’ van de volgelingen die een profeet maakt.
Het zijn je cognitieve behoeften die je doen grijpen naar een verhaal, een theorie of een verklaring.

Alle behoeften hebben een schaduwkant maar gelukkig zijn er ook mogelijkheden om creatief je eigen ‘licht’ aan te steken. Naast ‘profeten’ kan je degelijke informatie vinden (via bv. onderzoeksjournalisten, wetenschappers, filosofen die een ‘dialogische geest’ hebben) zodat je je eigen mening kunt vormen en leren om te leven met onzekerheid, met een ‘onvolledig verhaal’ en met het bewust niet-weten.

Naast je cognitieve behoeften heb je uiteraard ook andere behoeften: fysieke, emotionele en relationele behoeften, de behoefte aan de beleving van schoonheid, enz. Bij deze behoeften voel je de nood aan zintuigelijke belevingen, lichamelijk contact, kunst, e.d. Een succesvol profeet zal trachten aan zoveel mogelijk behoeften te voldoen en dus zijn volgelingen diverse soorten ‘voedsel’ aanbieden. Dit maakt een kritische blik op de boodschap van de profeet nog moeilijker.

De illustratie: Wikiart © Fair use

Acht vragen (11) Wachten of impulsief reageren?

De rubriek ‘Acht vragen’ biedt je een Vragenkompas rond een algemeen geformuleerde werkvraag. Het is een voorbeeld welke eerste vragen mogelijk zijn. Herken je de werkvraag? Wat is jouw werkvraag? Welke vraag uit het Kompas zet jou aan om te starten met je zoektocht naar een oplossing voor je werkvraag?
Deze rubriek geeft dus geen oplossingen of tips hoe jij het moet aanpakken.
De tekst ‘Ter inspiratie’ die volgt biedt je enkele korte inspirerende gedachten aan.
Ik help je bij het leren werken met het Vragenkompas en met het stellen van de ‘juiste’ vraag. Contacteer me.

Hoe kies ik tussen wachten of impulsief handelen?

Andere vragen van lezers:
Hoe vind ik mijn weg in een dicht taken-bos vol met kreupelhout?
Hoe maak ik een onderscheid tussen hoofd- en bijzaken?
Wanneer is mijn beslissing evenwichtig?
Wanneer is het het juiste moment om een zware beslissing te nemen en te communiceren?

Het Vragenkompas is contextueel, d.w.z. dat bij alle vragen die je kunt stellen de vraag er bovenop luidt: Hoe beïnvloedt de context deze vraag en het antwoord?
Klik op de afbeedling om ze te vergroten of te downloaden.

Ter inspiratie

Snel reageren kent verschillende vormen
Bij ‘impulsief reageren’ denk je wellicht op de eerste plaats aan mensen die primair reageren. Zij handelen zonder nadenken, (ver)blind, vanuit een eerste en eenvoudige emotionele impuls: vluchten, vechten of verstijven (vandaar ‘primair’). Dit gedrag gaat terug op overlevingsgedrag dat de mens reeds meer dan honderdduizend jaar heeft ontwikkeld. Het zit dus diep geworteld in het brein bij ieder van ons.
De impuls om te reageren kan ook van ‘verder’ komen, vanuit een ‘intuïtief weten’. Bij dit ‘weten’ combineer je de input van je denken met de input van verschillende zintuigen, ook die van je hart. Het vereist fijnzinnig aanvoelen.(1) Opgelet, niet iedereen die beweert intuïtief te handelen doet dit vanuit een fijnzinnig gevoel; vaak gebeurt het vanuit emoties.(2)
Een andere dimensie toont diegene die na jaren oefenen zeer snel en adequaat kan reageren: de arts op de spoedafdeling, de kapitein van de brandweer, de topatlete, enz. Hierbij gaat om het bliksemsnel kunnen toepassen wat je door jaren ervaring hebt verinnerlijkt en in de vingers hebt. In de Chán (China) of Zen (Japan) is dit een streven. Via meditatie en concentratie leer je los te komen van je ‘zelf’ om op ieder moment snel en adequaat te kunnen reageren.(3)

Welke bewegingen volg je?
Je beweegt innerlijk en uiterlijk (neemt waar, denkt, handelt, reageert, enz.) in functie van de bewegingen in jou en rondom jou. Je leeft binnen een systeem van bewegingen; het aspect snelheid is daar slechts een van, naast: tijd, duur, moment, ritme, tempo, interval, stilte, richting, afstand en ruimte. Enerzijds heb je, zoals alle mensen, je eigen innerlijke snelheid, ritme en tempo. Anderzijds is er je reactie op de bewegingen (de snelheid, het ritme, het tempo) die je waarneemt buiten jou en waar je mee wordt geconfronteerd. Wanneer je vandaag gehaast reageert is het de vraag of dit in overeenstemming is met je eigen innerlijke snelheid dan wel of jij je aanpast aan de snelheid van het leven buiten jou.
Het taoïstische wu-wei betekent ‘niet-doen’ (niet ‘niets doen’), je handelt rekening houdend met de stroom der dingen, niet zomaar dwars tegen de bewegingen die je kunt waarnemen in de ‘natuur’ van de mensen en van de dingen rondom jou.(4) Sluit jouw snelheid van reageren aan bij het tempo van de situatie, van je geliefde, van je groep, van je gemeenschap, van je collega, van je klant, van de organisatie? Doe je dat blind of hou je rekening met je eigen tempo? Reageer je blind mee met de stroom (als een kuddedier of als een spreeuw in een zwerm) of beweeg je blind tegen de stroom in? Beweeg je bewust mee met de stroom of kan je bewust niet met de stroom mee bewegen? Dit laatste is ook wu-wei.

Zonder oordeel, wel met een effect
Wie tracht bewust te bewegen in het leven weet dat zij steeds zelf de snelheid bepaalt, of ze nu bewust of onbewust reageert, snel of traag. Snel reageren is niet beter dan afwachten, noch omgekeerd. Oordelen heeft eigenlijk geen zin. Wel heeft iedere reactie een effect. Dit laatste kan je soms voorzien, soms niet. Soms zijn er toffe effecten bv. waarmee je iemand gelukkig maakt, soms is het effect helemaal fout of schaadt het iemand. Bij de keuze om snel of afwachtend te reageren kan je rekening houden met de effecten die je kan verwachten. Gebeurt er iets anders dan je dacht dan ben je niettemin verantwoordelijk voor het effect, niet ‘schuldig’. Het begrip ‘schuld’ behoort tot een ander semantisch netwerk van woorden dan het begrip ‘verantwoordelijkheid’.(5) Leer verantwoordelijkheid te dragen ook voor de effecten die je niet had voorzien en misschien zelfs niet kón voorzien.

Wanneer je besluit heb je nog niet beslist
Reageren, snel of traag, betekent beslissen, dat is iets anders dan besluiten. Een besluit krijgt vorm in de keuze die je maakt. Een keuze maken is echter nog geen beslissing. Het wordt pas een beslissing indien je je keuze werkelijk uitvoert. Je kunt het onderscheid voelen wanneer je iemand die beweert een keuze te maken (een besluit te hebben genomen) onmiddellijk aanspreekt op haar verantwoordelijkheid voor alle gevolgen, de op dat ogenblik gekende én de ongekende. Wat is haar reactie?
Zorgvuldig taalgebruik helpt je de zaken helder te zien en helder te handelen, snel of trager.(6)
Besluiten (conclusion) betekent: een (voorlopige) conclusie trekken, een (voorlopig) punt zetten, een (voorlopige) afronding, een keuze vooropstellen, een voornemen. Besluiten heeft een wens-karakter, een intentie-karakter. Besluiten is de afronding van het proces van oordeelsvorming en per definitie voorlopig. Je kunt besluiten zowel bij het terugblikken (”Zo zie ik nu de dingen.”) als bij het vooruitblikken (”Dat zou een goede actie zijn.” of “Dit wil ik gaan doen.” of “Dit is de beste keuze, die wil ik maken!”).
In veel gevallen meent iemand dat zijn ‘mening’ een ‘besluit’ is. Dat is het echter zelden. De meeste meningen zijn ‘onvoltooide delen van oordeelsvorming’.
Beslissen (decision) betekent dat je daadwerkelijk de stap zet naar de actie, dat je de intentie van een besluit omzet in een actie, dat je een definitieve keuze maakt, dat je datgene wat in een besluit tot bewustzijn heeft geleid nu ‘gestalte’ geeft in een gerichte daad waar je verantwoordelijkheid voor opneemt! Beslissen is je engageren. Het is enkel ‘beslist’ wanneer er een actie is. Datgene wat werkelijk gebeurt, enkel dat, is écht beslist. Al de rest blijft een wens, een gedachte, een voornemen.

(1) Lees meer in het hoofdstuk ‘Zintuigen en wat je er mee doet ‘ p.4-7 in Medeleven Empathie Mededogen → Korte teksten
(2) Lees meer over het onderscheid tussen ‘gevoelens’ en ‘emoties’ p.8-11 in Medeleven Empathie Mededogen → Korte teksten
(3) De filosoof Eugen Herrigel leerde dit in Japan van een Zen Meester, via het boogschieten (Zen in de kunst van het boogschieten, Uitg. De Driehoek 1953/2009). Paulo Coelho heeft het op zijn beurt van Herrigel geleerd en besluit zijn nieuwste boek (De weg van de boog, De Arbeiderspers 2021): “De weg van de boog is de weg van de blijdschap, van de passie, van de perfectie en van de fout, van de techniek en van de intuïtie. Maar je zult de weg van de boog alleen maar leren kennen als je ook je pijlen afschiet.”.
(4) Lees meer in Wu-wei – Bereik meer met actief niet-doen → Korte teksten
(5) Lees meer in de paragraaf ‘Ieder begrip is een begrip binnen een context’ p.7-9 in Talen en taalgebruik → Korte teksten
(6) Lees meer in Besluiten of beslissen? → Korte teksten

Acht vragen (10) Werk en privé in balans?

De rubriek ‘Acht vragen’ biedt je een Vragenkompas rond een algemeen geformuleerde werkvraag. Het is een voorbeeld welke eerste vragen mogelijk zijn. Herken je de werkvraag? Wat is jouw werkvraag? Welke vraag uit het Kompas zet jou aan om te starten met je zoektocht naar een oplossing voor je werkvraag?
Deze rubriek geeft dus geen oplossingen of tips hoe jij het moet aanpakken.
De tekst ‘Ter inspiratie’ die volgt biedt je enkele korte inspirerende gedachten aan.
Ik help je bij het leren werken met het Vragenkompas en met het stellen van de ‘juiste’ vraag. Contacteer me.

Hoe hou ik werk en privé in balans?

Andere vragen van lezers:
Hoe zorg ik er voor dat de kinderen niet lijden onder mijn thuiswerk?
Wat kan me stimuleren om fysiek in conditie te blijven bij thuiswerk?
Hoe zorg ik goed voor mezelf, zeker in deze corona-tijd?
Hoe zeg ik ‘nee’ wanneer collega’s op andere uren thuiswerken dan ik?
Hoe zorg ik er voor dat ik niet tussen wal en schip val?

Het Vragenkompas is contextueel, d.w.z. dat bij alle vragen die je kunt stellen de vraag er bovenop luidt: Hoe beïnvloedt de context deze vraag en het antwoord?
Klik op de afbeedling om ze te vergroten of te downloaden.

Ter inspiratie

Geen twee maar drie partijen
Bij het klassieke beeld van een balans tussen privé en werk vergeet men jou! Naast de relaties in de privésfeer en die in de werksfeer is er de belangrijke relatie met jezelf.
Er zijn dus drie belangen in het geding, drie gewichten om in balans te houden:
Hoe zorg ik voor het evenwicht tussen a) tijd voor de thuissituatie en de familie, b) tijd voor het werk en c) tijd voor mezelf?
Goed zorg dragen voor jezelf gebeurt niet alleen door iets te doen in huis maar ook buiten. Dat ‘buiten’ beperken tot de wereld van het werk is opnieuw een verarming van de aandacht voor jezelf. Dat roept de vraag op naar het vierde belang, naar de tijd voor vrienden en sociale relaties. Vallen die voor jou onder de privésfeer (we hebben gemeenschappelijke vrienden) of tot de werksfeer (mijn collega’s zijn mijn vrienden) of zijn die een steun in je persoonlijke sfeer (ik heb mijn eigen vrienden los van mijn familie)?
Jezelf wegcijferen mag edelmoedig klinken, het schept tegelijk een onrecht naar jezelf toe. Dat is het oude verhaal. Vertel jezelf een nieuw verhaal, een waarbij jij een erg zelfstandige figuur bent temidden van je zorg voor anderen.

Systemisch kijken
De tweedeling privé↔︎werk is het gevolg van het denken in tegenstellingen, duaal denken. Dat is zo oud als de mensheid. Aan de basis daarvan ligt het lijnig grondpatroon dat de mens heeft ontwikkeld van bij zijn ontstaan (1): je beleeft dag en nacht; er zijn mannen en vrouwen; we hebben twee benen om op te staan; er is goed en kwaad; er zijn vrienden en vijanden; er zijn leiders en volgers; etc.
Alles past daarenboven binnen een eenvoudig patroon van ‘oorzaak en gevolg’. Een probleem (en alle kwaad) heeft een oorzaak, de oplossing is het wegnemen van de oorzaak. Denken in tegenstellingen is slechts in beperkte gevallen erg nuttig. Het is een drastische vertekening van de werkelijkheid, het maakt alles erg simpel, té simpel. Het houdt daarenboven je denken en je verbeelding gevangen.
Wanneer je systemisch kijkt naar het leven (2) ontdek je dat patronen complexer zijn en dat er meer betekenisvolle samenhangen spelen. Je ziet een netwerk van factoren die elkaar beïnvloeden. (3) Privé staat niet los van werk, ze beïnvloeden elkaar wederzijds. Privé en werk beÏnvloeden hoe jij ontwikkelt en in welke mate jij ‘jezelf’ kunt zijn. Wanneer je eenvoudige schema’s verlaat (bv. een driehoek, een vierkant of een cirkel) en daarentegen een netwerk tekent (bv. een mindmap of een spinneweb) stel je al vlug vast dat veel meer factoren een sterke invloed hebben op een evenwichtige ontwikkeling en gezondheid: sociale relaties; opleiding, scholing, bijscholing en zelfstudie; ontspanning en sport; de natuur; gezonde voeding; zorg dragen voor anderen; iets betekenen voor de groep waar je deel van bent; etc.

Zorg dragen voor jezelf om zorg te dragen voor anderen
Zorgen voor evenwicht in je leven begint bij het goed zorg dragen voor jezelf. Jij bent de spil van je leven, diegene die keuzes maakt en beslist, ook al wordt je daarbij door vele mensen en diverse factoren beïnvloed. Wat jij vandaag doet of niet doet bepaalt mee wat morgen voor jou mogelijk is of niet (meer). Jij bent verantwoordelijk voor hoe jij reageert op wat er in jou, met jou en rondom jou gebeurt. (4). Je kunt overvallen worden door iets van buitenaf (thuis, op het werk, op de straat, in je buurt) maar hoe je dat aanpakt is jouw zaak.
Hoe je de uitdagingen in je leven zoveel mogelijk rustig en evenwichtig kunt aanpakken zijn vaardigheden die je leert in de ‘school van het leven’. Daarvoor is aandacht nodig voor jezelf. Je kunt maar goed zorg dragen voor iemand, een uitdaging of een project, indien je de opdracht rustig en evenwichtig aanpakt en dus eerst hebt gezorgd voor rust en evenwicht in jezelf, zowel fysiek als mentaal en emotioneel. Goed zorgen dragen voor jezelf is nodig om bv. een onderscheid te kunnen maken tussen wat is mijn ‘probleem’ en wat is het ‘probleem’ van de ander? (5)
Gericht en bewust aandacht geven, daar gaat het om. Aandacht geven aan jezelf, aan andere individuen, aan de groep waarin je leeft, aan de mensen waarmee je samenwerkt, aan grotere groepen waar je deel van bent. Geef extra aandacht aan de patronen die in elk van die situaties je leven mee bepalen. (3)

Als sociaal wezen dien je de kunst van het ‘alleen zijn’ te oefenen
Een tijdje alleen kunnen zijn, een eigen plekje hebben en inrichten (in huis, op het werk, in je omgeving), genieten van de stilte, je even afzonderen, … het zijn basiselementen van ieder sociaal wezen. De mens is een ‘sociaal dier’ wordt vaak gezegd, ja, maar sommigen leven graag als een ‘kuddedier’; dat hoeft niet.
Denken in de tegenstelling individu↔︎groep levert een vertekend beeld op. Wat goed was tienduizend jaar geleden is dat vandaag niet meer. Een sociaal wezen verdrinkt niet in de groep. Zij kan vlot bewegen in de groep, deelnemen aan groepsactiviteiten, én ze kan de groep verlaten, een tijdje alleen op pad gaan, andere groepen ontdekken en voelen hoe ze ook daar kan deelnemen.

(1) Lees het hoofdstuk ‘Het lijnig grondpatroon’ p. 19-26 in Drie grondpatronen om je leven te be-leven → Korte teksten
(2) Lees het hoofdstuk ‘Het systemisch grondpatroon’ p. 27-30 in Drie grondpatronen om je leven te be-leven → Korte teksten
(3) Op 12 mei 2021 verschijnt het nieuwe boek van de corporate antropoloog Danielle Braun: Patronen. Een must voor al wie relaties wil bekijken vanuit een ruimer, verbindend perspectief.
(4) Lees over het onderscheid tussen gevoelens en emoties in het hoofdstuk ‘Gevoelens en emoties’ in Medeleven Empathie Mededogen → Korte teksten
(5) Lees meer in Wie heeft er een probleem? Ik, hij, zij of wij? → Korte teksten