Auteursarchief: Francis Gastmans

Effectiever werken? Begin met het einde

Yayoi Kusamah, Infinity Mirror Room 1965

Wat betekent ‘leven in het hier-en-nu’?
Strikt genomen kán je enkel in het hier en nu leven want gisteren is definitief voorbij en morgen is er nog niet. Uiteraard wijzen de pleitbezorgers niet op dit fysisch gegeven. Zij pleiten er evenmin voor om vanuit een primaire reactie (genoegen ja, gevaar nee) te handelen met de situatie zoals die zich op dit ogenblik voordoet, zelfs al biedt die bv. opportuniteiten. Het advies is niet om zoals een kip te pikken naar wat voor je neus ligt en dan weer verder te lopen, zelfs al vind je op deze manier veel ‘lekkers’. Harrison Owen, de ‘vader’ van de Open Space Technology, noemt dit het ‘smalle nu’, het nu dat slechts een seconde duurt. Willen we bewuster het leven ‘nu’ beleven als een Open Space vol aan mogelijkheden dan overzien we een ‘breder nu’.(1)
Dan zie je dat je op ieder moment een bundeling bent van lessen en trauma’s uit het verleden én strevingen en verlangens naar de toekomst. Het is daarbij nuttig een onderscheid te maken tussen ‘gevoelens’ en ‘emoties’. (2) Leven in het hier-en-nu daagt je uit om geen emotionele energie in het verleden te laten liggen en niet emotioneel te reageren op je dromen.
Met een ‘breder nu’ zie je dat je verantwoordelijk bent voor de gevolgen van je keuzes hier-en-nu. Je weet dat gevolgen en consequenties behoren bij het moment ‘nu’ en tegelijk veel langer dragen dan het moment ‘nu’.

Was is je actueel doel en in welke richting loopt je leven?
Vanuit Pad-vindend leiderschap kies je op ieder moment bewuster welke stap je zult zetten. Je bent niet bezig met de vierde stap die wellicht volgt op de drie stap, wel met de gevolgen van je eerstvolgende stap nu. Je weet immers niet waar je zult staan na drie stappen.
Of je pad hier-en-nu naar boven of naar beneden loopt,
naar links of naar rechts,
hangt af van je volgende stap niet meer van je vorige stappen.
Waar je nu staat, is het gevolg van al je vorige stappen,

al je keuzes in het verleden, je bewuste en vooral je onbewuste keuzes.
Je volgende stap kan enkel vertrekken van waar je hier-en-nu staat

niet vanaf het punt waar je zou willen dat je zou staan.
(3)
Tegelijk werkt Pad-vindend leiderschap vanuit duidelijke doelen die in een heldere richting gaan.
Een doel dient concreet en SMART te zijn (Specifiek Meetbaar Acceptabel Realistisch Tijdgebonden). Een doel is één stap op een lange weg. Een doel is als een knoopje dat je legt in een groot net dat je knoopt en dat je leven zal zijn. Daarom is het nuttig om zicht te hebben op welk type netwerk je wilt ontwikkelen en hoe dat kan binnen de gegeven actuele context. In welke ‘wereld’ wil jij leven? In welke ‘wereld’ kan jij je ontwikkelen? Aan welke ‘wereld’ geven jouw doelen mee vorm?
Dat is de richting die je geeft aan je leven. De richting helpt je om te kunnen beslissen welke stappen jij wilt stappen en welke niet, welke doelen er toe bijdragen en welke niet. Je hoeft de toekomst niet te kunnen voorspellen, maar het is deel van de uitdaging van je leven om zelf te bepalen wat zinvol is en wat niet. Wanneer je je richting kent, kan je op ieder moment duidelijker doelen stellen en je keuzes daar op afstemmen.
Voelen dat je op koers bent steunt je weerbaarheid en helpt je veerkracht groeien. Dan kan je hier-en-nu genoegens uitstellen en tegenslagen verdragen, ver dragen, want je weet waar je uiteindelijk naartoe wilt.
Met een beeld van je richting vind je tevens jouw balans tussen je eigenbelang en het gemeenschappelijk belang.
De stap die je vandaag zet wijzigt de condities voor al de volgende stappen.
Zo creëer je je eigen mogelijkheden, opportuniteiten, valkuilen,

uitdagingen, grenzen, muren, …
Met iedere stap creëer je je eigen weg.

Iedere stap is een knoop in je levensnetwerk.
Zo creëer je je eigen lot. (3)

Begin met het einde. Is ‘het’ einde, jouw einde?
In ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ benoemt Stephen R.Covey eigenschap 1 ‘Wees proactief’ en als de tweede eigenschap ‘Begin met het einde voor ogen’.(4) Een lang citaat:
“Ook al is eigenschap 2 toe te passen in allerlei verschillende omstandigheden, het meest fundamentele referentiekader is vandaag beginnen met je een voorstelling te maken van het einde van je leven. … Door je het einde van je leven voor ogen te houden kun je vaststellen in hoeverre de dingen die je op een bepaalde dag doet, in overeenstemming zijn met de criteria die je zelf belangrijk vindt. … Wellicht zijn we zeer actief, wellicht ook zeer efficiënt, maar we zijn pas werkelijk effectief als we het einde kennen. …”
‘Kennen’ betekent hier ‘zelf bepalen’. Dat is geen wetenschappelijk ‘weten’. Het gaat niet om evidence based facts. Het gaat er om hoe jij naar je leven kijkt en van daaruit naar wat je vandaag, in het hier-en-nu, ervaart en hoe je je mogelijkheden, je uitdagingen en je grenzen kent.(5)
“Alles wordt tweemaal geschapen. Iets wordt eerst geconcipieerd en daarna materieel vorm gegeven. …Eigenschap 2 is gebaseerd op principes van persoonlijk leiderschap. Dit betekent dat leiderschap de eerste schepping is. Management is de tweede schepping. … Naarmate je voor beide scheppingen meer verantwoordelijkheid neemt, vergroot je je Cirkel van invloed. Je verkleint je Cirkel van invloed wanneer je je minder verantwoordelijk voelt voor de eerste schepping. … Ik hoef mijn leven niet in te richten op basis van mijn geheugen, ik kan het ook doen met behulp van mijn voorstellingsvermogen. Ik hoef niet voortdurend te putten uit mijn beperkt verleden, ik kan ook beroep doen op mijn onbeperkt potentieel. Ik kan mijn eerste schepper zijn. … Een van de effectiefste manier om te beginnen met het einde voor ogen is een persoonlijk statuut te schrijven. Het is jouw filosofie, jouw credo. Het is bedoeld voor wat jij wilt zijn (je persoonlijkheid) en wat je wilt doen in het leven (jouw bijdragen en prestaties) en het spreekt zich uit over de waarden en principes die hierbij horen. … Je zou je persoonlijk statuut kunnen beschouwen als je eigen grondwet. … Je verandert door een persoonlijk statuut te schrijven en te herschrijven. Je wordt namelijk gedwongen om je prioriteiten goed te overdenken en je gedrag af te stemmen op je waarden. Als je een persoonlijk statuut schrijft, beginnen anderen te merken dat je je niet meer laat leiden door de dingen die je meemaakt. Je hebt een plan ten aanzien van alles wat je probeert te realiseren en dat is opwindend.”
Je persoonlijk statuut en je eerste schepping bepalen je richting, de tweede schepping zet het eerstvolgende doel voorop.

Een laatste gedicht

Ik heb altijd geweten
dat ik uiteindelijk deze weg zou inslaan.
Maar gisteren wist ik niet
dat het vandaag zou zijn.

Ariwara no Narihara (Japanse dichter, 825-880)

(1) Lees meer in Open Space, een unieke leerervaring → Korte teksten
(2) Lees het bericht van 08/03/21 ‘Gevoelens en emoties onderscheiden’
of de tekst Medeleven Empathie Mededogen → Korte teksten
(3) Uit: Eigenzennige gedachten, een boek dat ik op het einde van het jaar op mijn website zet.
(4) Covey, Stephen R., De zeven eigenschappen van effectief leiderschap, Uitgeverij Contact 1993
(5) Meer in De Held met de Duizend Grenzen en Uitdagingen → Korte teksten

Acht vragen (8) Wat is mijn verantwoordelijkheid?

De rubriek ‘Acht vragen’ biedt je een Vragenkompas aan met vragen uit de acht richtingen rond een algemeen geformuleerde vraag. Deze vragen zijn een opstap, om nog andere, concrete vragen te vinden op jouw werkvraag. Hoe formuleer je jouw werkvraag? Deze rubriek geeft dus geen oplossingen of tips hoe jij het moet aanpakken.
De tekst ‘Ter inspiratie’ die volgt biedt je enkele korte inspirerende gedachten aan.

Wat is mijn verantwoordelijkheid en wat is die van de ander?

Andere vragen van lezers:
Hoe trek ik voor mezelf duidelijk de grens zonder het eigenaarschap van anderen over te nemen?
Hoe laat ik de verantwoordelijkheid bij diegene bij wie ze hoort?
In welke mate moet ik verantwoordelijkheid nemen voor zaken buiten mijn functie?
Wat doe ik wanneer de verantwoordelijkheden mij te zwaar wegen?

Het Vragenkompas is contextueel, d.w.z. dat bij alle vragen die je kunt stellen de vraag er bovenop luidt: Hoe beïnvloedt de context deze vraag en het antwoord?
Klik op de afbeedling om ze te vergroten of te downloaden.

Ter inspiratie

Wat zit er in jouw woordenwolk rond ‘verantwoordelijkheid’?
Woorden horen echter steeds bij andere woorden. Ieder woord leeft in een omgeving van gelijkaardige woorden, woorden die dezelfde gedachte ondersteunen of die noodzakelijk zijn om de gedachte ‘logisch’ te doen klinken.(1) Zo is bv. het woord ‘schuld’ enkel helder en ‘logisch’ omdat het samen wordt gebruikt met woorden als: onschuld, dader, slachtoffer, straf, boete, rechtspraak, beperkingen, spijt, schade, strikt individueel aanspreekbaar zijn, enz.
Bij ieder woord beleef je een reeks andere woorden die voor jou allemaal in hetzelfde netwerk horen. Je spreekt dan wel met definities in je hoofd, in werkelijkheid leef je niet met afzonderlijke woorden in je hoofd en je hart maar met woordenwolken. De woorden die je uitspreekt brengen immers tegelijkertijd (onbewust en noodgedwongen) de andere woorden uit je wolk mee tot leven.
Wanneer je bijvoorbeeld zegt: “Ik wil transparantie in deze situatie.”, breng je tevens woorden tot leven als: verborgen, donkerte, zwaarte, duister, licht, kleur, schaduw, schakeringen, helderheid, enz. Misschien zitten er in jouw woordenwolk rond ‘transparantie’ ook woorden als: macht, machtsmisbruik, fraude, regelgeving, beleid, normen, normvervaging, enz.
Bij het beleven van de woorden die je gebruikt en bij het je bewust worden van je woordenwolk, gaat het niet om de ‘waarheid’. Je verlaat de wereld van strikte definities en tegenstellingen. Dan wordt duidelijk dat een discussie over de ‘juist definitie’ onvruchtbaar is. Dialoog is nodig. Op de eerste plaats een open dialoog met jezelf!
Dus mijn suggestie aan jou: doe de woordenwolk-oefening (2), noteer dertig woorden rond het begrip ‘verantwoordelijkheid’. Dertig lijkt veel maar die vind je vlot wanneer je goed luistert naar jezelf. Duid vervolgens de vijf belangrijkste woorden aan. Nu bekijk je opnieuw de situatie waar je een probleem mee hebt, vijfmaal, telkens met een van die vijf woorden. Wat verandert er daardoor aan jouw houding naar de situatie?

Waar ben je voor verantwoordelijk en waar voel je je voor verantwoordelijk?
Verantwoordelijkheid is een relationele kwestie. De rationele of zakelijke aspecten komen in werkelijkheid op de tweede plaats. Alles draait om hoeveel vertrouwen er wordt gegeven. Indien er weinig vertrouwen is zullen er veel meer regels, criteria en afspraken nodig zijn om aan te geven waar de grenzen liggen van de gevraagde of gewenste verantwoordelijkheid.
Het maakt vaak een wereld van verschil tussen waar je verantwoordelijk voor bent en hoe je je verantwoordelijk voelt. In het eerste geval gaat het om opgelegde afspraken, regels, normen, plichten, toezicht, voorwaarden, grenzen, enz. In het tweede geval, hoe jij je verantwoordelijkheid voelt, ben jij diegene die bepaalt wat dit concreet inhoudt en in welke mate je je daaraan wilt houden. Wat bied jij aan diegenen aan wie jij jouw verantwoordelijkheid schenkt? Hoe duidelijk toon je dit? Hoe helder is het voor alle betrokkenen? Wat dient wel en wat dient niet te worden uitgesproken? Tot wat verplicht jij jezelf? En wat gebeurt er wanneer je je eigen opgelegde verplichtingen niet nakomt?
Met ‘verantwoordelijkheid’ is het zoals met (het gevoel van) ‘veiligheid’: het is sterker wanneer je het geeft of aanbiedt dan wanneer je het vraagt, oplegt of opeist of … je er aan onderwerpt. In dit laatste geval ben je meer dan waarschijnlijk in een machtsspel gestapt.

Wat heeft verantwoordelijkheid te maken met kwetsbaarheid?
Verantwoordelijk zijn wordt nog teveel opgevat als ‘sterk zijn’, ‘veel kunnen dragen’, ‘ter verantwoording worden geroepen’, ’fouten maken mag niet’ en ‘gestraft worden als het fout loopt’. Op deze manier het begrip invullen stamt uit de (oude) ‘mannenclub’. Wanneer in een ‘vrouwenkring’ over verantwoordelijkheid wordt gesproken wordt dat vaker geassocieerd met begrippen als ‘zorg dragen voor’, ‘geven om’, ‘verbonden zijn met’, ‘veerkracht tonen’ en ’kwetsbaar leiderschap’.
Je kunt niet op een krachtige wijze verantwoordelijkheid dragen wanneer je niet kwetsbaar bent. Dan mis je het hart.

Ben ik alleen verantwoordelijk of zijn we dat samen?
Er is een onderscheid tussen de begrippen ‘individueel’ en ‘persoonlijk’. ‘Individueel’ verwijst naar het aantal personen dat betrokken is. Individueel is bijgevolg anders dan een duo, een trio, een groep, een team, een organisatie. ‘Persoonlijk’ wijst naar de aard van de relatie, de persoonsgerichte aspecten van de verhoudingen. Tegenover ‘persoonlijk’ staat ‘onpersoonlijk’, ‘zonder persoon’, ‘structureel’ of ‘maatschappelijk’.
Alle verantwoordelijkheden zijn persoonlijk. Een verantwoordelijkheid opnemen of moeten dragen is steeds persoonlijk, je engageert jezelf en enkel jezelf.(3)
Er doen zich situaties voor waarin er sprake is ofwel van een gedeelde verantwoordelijkheid of van een gemeenschappelijk te dragen verantwoordelijkheid.(4)
In het eerste geval: “Ik ben de eigenaar van mijn ‘probleem’. Dat is mijn verantwoordelijkheid. Er zijn wel anderen die een gelijkaardige ‘probleem’ hebben. Ik kan dit met hen delen. Ik dien wel nog steeds mijn ‘probleem’ zelf aan te pakken en zij hun vraag. Ik blijf verantwoordelijk voor het aanpakken mijn ‘probleem en zij voor hun vraag. Wel kan ik in die situatie er voor kiezen om de verantwoordelijkheid voor een aspect van de aanpak met hen delen.”
In het tweede geval: “Dit ‘probleem’ in deze situatie is niet van mij alleen. Anderen bekennen zich expliciet tot mede-eigenaar. Wij verklaren ons daarmee samen verantwoordelijk voor de aanpak, zowel de keuze van de oplossing als voor de uitvoering. We moeten dit samen aanpakken. Wij kunnen dit niet oplossen zonder elkaar. Ik erken de anderen als mede-eigenaar en bijgevolg als mede-verantwoordelijk. Tegelijk blijft iedereen persoonlijk aanspreekbaar in dit engagement.”
Wie een verantwoordelijkheid heeft in een bepaalde situatie hangt af van het eigenaarschap. In iedere relatie is bijgevolg de vraag: In welke mate zijn de betrokkenen mede-eigenaar – en dus mede-verantwoordelijk – van het onderwerp van de relatie? (een gezin, een commercieel of sociaal project, een coaching, een hulpverlening). In veel relaties wordt er vaak ten onrechte vanuit gegaan dat dit voor iedereen duidelijk is. Wanneer je op consultatie gaat bij je huisarts, wie is de eigenaar van jouw lichaam en van jouw gezondheid, de arts of jijzelf? Waar is de arts voor verantwoordelijk en waarvoor niet?

Wat ‘bezit’ je bij eigenaarschap?
Wanneer je van iets de eigenaar bent, in welke mate ‘bezit’ je dat dan? En wat zijn de grenzen van ‘bezitten’? Met wie moet je nog iets delen of is het bezit helemaal van jou alleen? Waar moet je nog rekenschap over geven wanneer je iets bezit? Hoe wordt eigenaarschap opgevat in een project, in een coaching of in een therapeutisch proces? Wat betekent het dat je als medewerker (mede)eigenaarschap draagt voor een project? Kan je eigenaar zijn zonder de anderen?
In een maatschappij waarin het individu op een piëdestal, een voetstuk, staat is er al gauw sprake van individuele rechten en worden de plichten vaak vergeten. Vrijheid wordt eenvoudig vereenzelvigd met ‘individuele vrijheid’. Bezit wordt dan al gauw ‘volledig individueel bezit’, ‘dit is van mij alleen’.
Om nog een stapje verder te zetten: Bezit jij je leven of heb je dat in bruikleen? Is je leven ‘van jou’ of deel je dat met anderen?

(1) Lees meer in het hoofdstuk ‘Je beleeft woorden binnen woordenwolken’ p.30 Talen en taalgebruik → Korte teksten
(2) Enkele voorbeelden van zo’n oefening vind je in Wat is een woordenwolk? → Korte teksten
Ik kan je ook helpen en begeleiden bij deze oefening. Vraag het me.
(3) lees het hoofdstuk ‘Wie heeft er een probleem met structuren?’ p.132 in het gratis boek De Blauwe Rivier oversteken – Hoe ontwikkel ik een ‘probleem’ tot een duurzame ‘oplossing’? → Boeken
Of het hoofdstuk ‘Wat is een écht probleem’ in: Wie heeft er een probleem? Ik, hij, zij of wij? → Korte teksten
(4) Lees meer in het hoofdstuk ‘Individueel, gedeeld of gemeenschappelijk?’ in: Wie heeft er een probleem? Ik, hij, zij of wij? → Korte teksten

Scherp waarnemen met tien zintuigen

Lourdes CastroSombras projetadas – 1964

Pad-vindend Leiderschap steunt op het waarnemen van heldere ’feiten’, op scherp waarnemen en het ontwikkelen van al je zintuigen. Je kiest je volgende stap met de kennis van het verleden én met een heldere blik op waar je nu staat. De uitdaging bestaat er in om jezelf en anderen te stimuleren fijngevoeliger waar te nemen.

Waarnemen om kennis te verwerven en te beslissen
We hebben waarnemen nodig én reflecteren én delen of uitwisselen om solide kennis te verwerven. Voor onze inzichten, meningen, conclusies, besluiten of beslissingen steunen we op datgene wat we ‘feiten’ noemen. Of iets een ‘feit’ is ontvangen we meestal uit de tweede, derde of vierde hand. We halen ze uit boeken en via de vele mediakanalen en de sociale media. Daarbij vergeten we meestal de kritische vraag te stellen: Op basis van welke waarnemingen wordt dit als een ‘feit’ vooropgesteld, wie heeft die feiten vastgesteld, op welke manier? Zonder waarnemingen geen ‘feiten’, met slordige vaststellingen slordige beslissingen.

Informatie uit de eerste hand
Feiten uit de eerste hand zijn die zaken die je zelf hebt waargenomen. En dan volgt de vraag: Hoe scherp neem jij waar? Uiteraard kan je niet alles zelf vaststellen. Noodgedwongen doe je beroep op de mening en inzichten van anderen. Vanuit Pad-vindend Leiderschap pleit ik er voor om toch meer zelf waar te nemen, om meer informatie uit de eerste hand te verzamelen. Dit kan in veel meer situaties dan je vermoedt. Vooral wanneer het gaat om de relatie tussen mensen waarmee je leeft, werkt of ontspant kan je meer afgaan op eigen vaststellingen.
Ja, je zintuigen kunnen je bedriegen en ja, je beschikt niet steeds over de juiste instrumenten en ja, je laat je vangen door getallen wegens een gebrek aan kennis over statistieken, enz. (1) En toch, het is vandaag meer dan nodig om te leren meer af te gaan op wat je zelf waarneemt. Niet enkel met je ogen, niet enkel met de vijf zintuigen, maar met al je zintuigen.
Je dient dan wel een vreselijk obstakel te overwinnen: je smartphone. Je zult moeten leren minder op je scherm te kijken en meer je aandacht te richten op de mensen om je heen, op je omgeving, op je context, op de natuur om je heen (zelfs in de stad!)

Hoeveel zintuigen gebruik je?
Bij ‘zintuigen’ denk je aan: oren, ogen, neus, tong en handen/huid. Daarmee kan je horen, zien, ruiken, proeven en tasten.(2) Daarnaast zijn er echter nog meerdere zintuigen die je onbewust inzet. Er is het evenwichtsorgaan dat je helpt om voortdurend je evenwicht te vinden bij al je trage en vooral snelle bewegingen. Voor Zhuang Zi (de taoist, 4e eeuw BCE) is aandachtzaam handelen (3) een zintuigelijke actie, het handelend waarnemen. Voor boeddhisten is bewustzijn of geest een zintuig. Dat ligt dicht bij de overtuiging dat denken een zintuig is.(4)
Proprioceptie slaat op de waarneming van de houding- en bewegingszin via de zintuigen in je spieren en gewichten. Dit voel je bv. wanneer je struikelt en je je lichaam terug in evenwicht brengt. De interoceptie (van binnenuit waarnemen) biedt je waarnemingen door weefsels in je lichaam (bv. wanneer je voelt dat je dringend moet plassen). Met thermoceptie ben je in staat om de temperatuur waar te nemen rondom jou. Daartoe gebruik je de thermoreceptoren. Pijn ervaar je dankzij nociceptie via de nocireceptoren in de huid, je gewrichten en je interne organen. En hoe werkt telepathie? En via welk zintuig ontvang je ‘intuïtieve informatie‘?

Het hart als zintuig
Het hart werkt eveneens als een zintuig. Het kan zaken waarnemen die de andere zintuigen niet kunnen vatten. Het is het hart dat het onderscheid kan ontdekken tussen ‘medelijden’, ‘medeleven’, ‘empathie’ en ‘mededogen’. (5) Dat ontdek je niet met je hoofd, niet met je intellect en niet louter met je ogen. Om het hart als zintuig te ontdekken dien je wel je leeraanpak te verbreden. Van een louter intellectuele, rationele en technische aanpak dien je andere talen in te schakelen: de literaire kunsten, de beeldende kunsten, de bewegingskunsten en de ambachten. Je dient met je volledige lichaam te leren waarnemen niet enkel met je hoofd.
Daarbij is het nodig een onderscheid te maken tussen gevoelens en emoties.
Gevoelens zijn de resultaten van een waarneming. Gevoel is een waarneming. Daarvoor denk je wellicht op de eerste plaats aan je huid en de aanrakingen. Je voelt andere sensaties met  je hart als zintuig. Daarnaast neem je gevoelens waar tegelijk met het waarnemen via de andere zintuigen. Je hoort en voelt de klanken, je ziet en voelt de kleuren en vormen, je proeft en voelt de smaken, enz.
Emoties zijn het resultaat van een beoordeling en een waardering (positief, negatief, neutraal of onverschillig) van wat je voelt. Het is een reactie op je waarnemingen. Emoties zijn dat wat je doet met je gevoelens. (6)

Zintuigen beter gebruiken
Onze neiging om de fenomenen op te delen en in vakjes te stoppen (omdat dit ‘wetenschappelijk’ zou zijn) leidt er toe dat we niet opmerken dat de zintuigen samenwerken. Om het even duidelijk te stellen, geen enkel zintuig werkt los van een van de andere. Het is bijgevolg nodig en nuttig dat je nagaat wat je via een van de andere zintuigen ontmoet wanneer je bv. luistert of kijkt.
Waarnemen is niet ‘iets opmerken dat zich buiten mij bevindt’. Waarnemen is ‘ontmoeten’. Je bent als waarnemer integraal deel van wat er op dat moment gebeurt. Je ziet enkel wat je kunt zien, wilt zien, wenst te zien. (dit geldt voor alle zintuigen) Bij het waarnemen heb jij een actieve rol. Je neemt steeds waar vanuit een bepaald standpunt, vanuit een bepaald perspectief. Het is nodig om je bewust te zijn van je beperkingen bij het waarnemen en het verwerken van de ‘gegevens’. (7)
Je gebruikt je zintuigen meer dan enkel om te registreren wat er buiten je leeft. Je behandelt dat wat je opmerkt. Je merkt niet louter een geluid, een geur of een smaak op. Je wilt het lokaliseren, het een naam geven en in sommige gevallen vraag je je onmiddellijk af wat je er mee kunt doen. Je wilt het vaak ook kunnen verklaren. Tenslotte, en vooral, beoordeel je wat je waarneemt en je geeft het een waardering (positief, negatief, neutraal of onverschillig). Dat laatste druk je uit in een mening of een overtuiging of een emotionele reactie.(8)

Zintuigen zijn er om te genieten
Een belangrijke taak van het gebruik van de zintuigen is om je nieuwsgierigheid te bevredigen, om je te verbinden met anderen, om je te helpen genieten en om te spelen! Genieten van het eenvoudige, het kleine en het mooie is nodig om zo volledig mogelijk te leven in jouw concrete situatie. (9) Zonder te genieten sluit je jezelf af van de bijzondere belevingen die bij het waarnemen horen. Genieten heb je nodig om de humor te ontdekken in een situatie en om op een gepaste manier te kunnen relativeren wat er gebeurt.
Nieuwsgierigheid en genieten zijn ervaringen die veel meer dan angst aan de basis liggen van de menselijke ontwikkeling, honderdduizend jaar geleden. Het heeft er o.a. voor gezorgd dat mensen in grotere groepen gingen leven op het ogenblik dat ze voor het eerst een (semi)vaste woonplaats kozen. Handel was er van bij het prille begin. Dat bewijzen de pigmenten die werden gebruikt bij de grottekeningen – 30.000 jaar oud – en de eerste grafgeschenken, die waren het resultaat van handel over honderden kilometers. Om handel te drijven is er nieuwsgierigheid nodig en genot om wat je via ruilen wilt bekomen.
Kennis verwerven doe je niet louter door op je eentje waar te nemen en te reflecteren. Wat essentieel is: delen en uitwisselen van gegevens, inzichten en kennis.(10) Kennis is een relationele zaak, niet enkel een rationele! Het gaat dan niet enkel om de relatie met iets buiten jou maar om de verbinding met anderen en hoe die zich verhouden tot de rationeel verworven gegevens. Kennis staat niet los van de levensvisie. De belangrijkste kennis in je leven bereik je door te genieten van het delen met anderen.

Noten
(1) Kahneman, Daniel, Ons Feilbaar Denken (Thinking, Fast and Slow), Business Contact 2016
(2) De lijst van vijf zintuigen hebben we te danken aan Aristoteles (384-322 BCE) in zijn Anima. Toch vind je dit lijstje ook terug in het oude India (al voegde de Boeddha er een zesde aan toe) en het klassieke China. Het zijn de vijf zintuigen die verbonden zijn met een duidelijk uiterlijk fysiek kenmerk.
(3) In het Westen wordt vandaag vaak de term mindfulness gebruikt. Toch valt dit niet helemaal samen met waar Zhuang Zi op wijst.
(4) De jonge Duitse filosoof Markus Gabriel pleit er sterk voor het denken als zintuig te beschouwen: De zin van denken, Boom 2019
(5) Lees meer in Medeleven Empathie Mededogen → Korte teksten
(6) Hoofdstuk 5 ‘Gevoelens en emoties’ in: Damasio, Antonio, Het zelf wordt zich bewust. Hersenen, bewustzijn, ik. Amsterdam, Wereldbibliotheek 2010 (A.Damasio is hoogleraar neurowetenschappen)
(7) Lees meer over je beperkingen in De Held met de Duizend Grenzen en Uitdagingen → Korte teksten
(8) Lees meer in Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten → Korte teksten
(9) Voor alle duidelijkheid, genieten is niet ‘belust zijn op lusten’!
(10) Je kunt hier het onderscheid ervaren tussen de begrippen ‘dataverzameling’, ‘theorie’, ‘concepten’, ‘kennis’, ‘inzicht’ en ‘wijsheid’.

Illustratie: Wikiart – © Fair use

Acht vragen (7) Passende hulp aanbieden

De rubriek ‘Acht vragen’ biedt je een Vragenkompas aan met vragen uit de acht richtingen rond een algemeen geformuleerde vraag. Deze vragen zijn een opstap, om nog andere, concrete vragen te vinden op jouw werkvraag. Hoe formuleer je jouw werkvraag? Deze rubriek geeft dus geen oplossingen of tips hoe jij het moet aanpakken.
De tekst ‘Ter inspiratie’ die volgt biedt je enkele korte inspirerende gedachten aan.

Hoe bied ik ‘passende hulp’ aan?

Andere vragen van lezers:
Hoe weet ik als leidinggevende of ‘helpen’ nu op z’n plaats is?
Wanneer ga ik te ver in mijn taak als coach?
Hoe bied je als kinderen op een passende wijze zorg aan aan je 70plus-ouders?
Hoe zorg ik voor innerlijke rust bij mijn kind die vastzit tussen tegenstrijdige loyaliteiten?

Het Vragenkompas is contextueel, d.w.z. dat bij alle vragen die je kunt stellen de vraag er bovenop luidt: Hoe beïnvloedt de context deze vraag en het antwoord? Klik op de afbeedling om ze te vergroten of te downloaden.

Ter inspiratie

Een vaststelling is geen probleemstelling
Niet iedereen die een vaststelling doet of wijst op iets onrechtvaardigs, vervelends of pijnlijks maakt daar een echt probleem van. We gebruiken het woord ‘probleem’ in de meeste gevallen te onpas, enkel om aan te geven dat we ons ongemakkelijk voelen met een bepaalde situatie. Het is wellicht het meest misbruikte woord ter wereld, in alle media, vooral door journalisten en politici. Mensen die ‘macht’ hebben maken daar handig gebruik van om zich een status te geven van ‘iemand die de dingen aanpakt’ zonder evenwel de zaken werkelijk ernstig te nemen en op te lossen. Een écht probleem wordt gemaakt door iemand die verantwoordelijkheid neemt voor het zoeken én voor het vinden én voor het uitwerken van een oplossing. (1)

Klagen betekent niet om hulp vragen
Niet iedereen die bij jou komt klagen of die jij hoort klagen vraagt om hulp. Klagen is een sociaal aanvaarde vorm van ‘het hart luchten’. Dit brengt evenwel geen zoden aan de dijk en lucht in werkelijkheid niets op maar is een algemeen aanvaard ‘sociaal spel’. Sommige mensen herkennen dit sociaal spel niet en menen dat hen een vraag om hulp wordt gesteld of dat er van hen een advies of zelfs een oplossing wordt verwacht. Mannen trappen in die val wanneer ze vrouwen over iets horen klagen, moeders wanneer kinderen klagen. Een kenmerk van veel mensen: je neemt opmerkingen te persoonlijk. Niet alles wat jouw kant op komt is in werkelijkheid voor jou bedoeld. (2)

De ‘hulpvraag’ is niet de ‘werkvraag’ en veronderstelt een mandaat
De vraag waar jouw hulp bij nodig zou kunnen zijn, is de werkvraag van de betrokkene. Een werkvraag dient met zorg geformuleerd te worden wil je vermijden dat je werkt aan een schijnprobleem of dat je maanden of zelfs jaren in rondjes draait. (3)
De hulpvraag is de manier waarop iemand om ‘hulp’ vraagt. Indien het al moeilijk is voor sommigen om hulp te vragen, het is nog moeilijker om een duidelijke hulpvraag te stellen. Als ‘helper’ is het je eerste verantwoordelijk om de ander daar bewust van te maken en te vragen naar wat zij werkelijk van jou vraagt.
In iedere relatie worden er spelregels gevolgd. Soms zijn die op voorhand afgesproken, meestal echter niet en kom je daar pas achter wanneer er wrijvingen ontstaan. Iedere actie van ‘helpen’ gebeurt binnen een mandaat. In de meeste gevallen handel je echter vanuit een onuitgesproken mandaat; je bent je er niet eens van bewust. Het mandaat bepaalt wat hoort en wat niet hoort in de relatie, waar de grenzen liggen van wat ieder doet, wat mag verwacht worden van de ‘helper’ en wat niet, enz. Ieder mandaat biedt mogelijkheden én grenzen. Het mandaat geeft concreet aan wat de verantwoordelijkheid is van de ‘helper’ en die van de ‘hulpvrager’ en tot waar die reikt. Je doet er goed aan als ‘helper’ om je mandaat te kennen en expliciet te maken.

Wat is jouw behoefte als ‘helper’?
Het wordt sociaal erg gewaardeerd wanneer je anderen helpt. Het is een wezenlijk kenmerk van levende wezens die om elkaar geven of die een gemeenschap vormen of die samen iets willen opbouwen. Dieren tonen helpend gedrag niet alleen naar soortgenoten maar ook naar andere dieren in nood. Of dat gebeurt uit empathie laat ik even in het midden. (4) Een relatie starten en vormgeven is een interafhankelijk proces. Dit geldt zeker voor de ‘helpende relatie’. Bij beiden zijn er behoeften die zich uitdrukken, bij de een om geholpen te worden (?), bij de ander om te helpen.
Wat drijft jou om iemand te ‘helpen’? Welke behoefte zit er bij jou dat jij je aangesproken voelt om hier iets te doen? Het is niet zo heel vreemd dat bv. een ‘helper’ helpt omdat hij zelf behoefte heeft aan hulp. Zelfs professionele hulpverleners richten zich soms op problemen bij anderen waarmee zij zelf worstelen en die zij via de ‘ik-help-truc’ denken te kunnen oplossen.
In verschillende situaties is het duidelijk dat de behoefte van de ‘helper’ om te helpen groter is dan de behoefte van diegene die als hulpvrager wordt gezien. Dit zie je bv. bij vele ‘helpers’ die iets willen doen aan armoede in eigenland of in ontwikkelingslanden. Dan wordt er over de hoofden van de betrokkenen heen een bepaalde ‘hulp’ geboden. Er wordt niet eerst aan hen gevraagd wat zij wensen. Er wordt niet eerst geluisterd naar de werkelijke ‘hulpvraag’!

Je hoeft geen inzicht te hebben in het probleem van de ander
Het is een klassieke valkuil van ‘helpers’: “Ik moet het probleem van de ander eerst goed kennen alvorens ik haar kan helpen het op te lossen.” en “De ander verwacht van mij dat ik op z’n minst een goed advies geef.” Je meent dat je moet voldoen aan het klassiek hulp-model om als ‘expert’ ernstig te worden genomen. Je koppelt je deskundigheid dan aan: een heldere diagnose kunnen stellen en een werkend middel (oplossing) voorschrijven.
De échte deskundigheid van een vaardig ‘helper’ is: ten volle aanwezig zijn wanneer iemand met een ernstige vraag bij jou komt + de hulpvraag verduidelijken + de werkvraag waar het écht om gaat helpen scherp stellen + vaardig zijn in het luisteren en in het waarnemen + de ‘juiste’ vragen stellen = vragen die ‘de helpende vraag in de ander zelf’ oproept (!). Om heldere, werkzame, constructief helpende vragen te stellen heb je geen duidelijk beeld van het probleem nodig. Laat dat beeld groeien in de ander! (5)

Vermijd het Redder-spel
Wellicht dé grootste valkuil van ‘helpers’ is wel dat ze teveel verantwoordelijkheid op zich nemen. Daarmee nemen ze de verantwoordelijkheid van de betrokkene af en verminderen haar eigen kracht om de zaken aan te pakken! Dat heet het ‘Redder-spel’. (6) Redders kunnen niet wachten tot de betrokkene langzaam tot inzicht komt of een volgende stap zet. (7) Ze kunnen niet aanvaarden dat hun goed advies niet wordt gevolgd. Ze zijn zeer gevoelig voor afwijzing (“Jij bent geen goede helper.”). Resultaat: stress bij de ‘helper’ (de ‘helper’ heeft zelf hulp nodig).

Noten
(1) Lees het eerste hoofdstuk ‘Een ‘probleem’ zeg je?’ p.1-11 in Wie heeft er een probleem? Ik, hij, zij of wij? → Korte teksten
(2) Lees de inleiding ‘Wat is er aan de hand?’ p.1-2 van Hoe hou je het gesprek ‘in het midden’? → Korte teksten
(3) Lees bijlage E – Twaalf kwaliteiten van een scherp geformuleerde brandende vraag’ p.217-220 in het gratis boek De Blauwe Rivier oversteken – Hoe ontwikkel ik een ‘probleem’ tot een duurzame ‘oplossing’? → Boeken
(4) Toch maar opletten voor het projecteren van menselijke gevoelens in dieren, ook al zijn de uitdrukkingen van emoties zo gelijkend! Lees meer in Medeleven Empathie Mededogen → Korte teksten
(5) Herlees het bericht van 23/3/20 ‘De ander willen begrijpen en begrepen willen worden’
(6) Lees het hoofdstuk ‘Opgepast voor het ‘Redder-spel’’ p. 36-37 in De kunst van het vragen en het Vragenkompas → Korte teksten
(7) Herlees het korte bericht van 3/8/20 ‘Geduld hebben is voor ongeduldige mensen’

Louise Bourgeois – The blind leading the blind 1949

Ik lanceer een nieuw begrip: buddytalk of buddy-gesprek. Een buddy-gesprek is essentieel voor individuen en groepen die maatschappelijke uitdagingen samen willen aanpakken: klimaat, milieu, ongelijkheid, armoede.
Vanuit Pad-vindend Leiderschap is het belangrijk dat iedereen haar oplossingen ontdekt vanuit eigen kracht, haar eigen pad uitstippelt en handelt naar eigen waarden en normen, … in verbinding met anderen.
(Je kunt dit bericht ook hier downloaden)

Laat ons er een buddy-gesprek over voeren

Let’s have a buddytalk about this

Een buddy-gesprek

Bij een buddy-gesprek zijn jullie ‘buddy’ voor elkaar. Dit wil zeggen, jullie zijn er om elkaar te helpen de eigen visie en overtuiging helderder te krijgen. Ieder helpt de ander om beter te verwoorden wat zij denkt, om de feiten waarop zij steunt scherper te kunnen zien, om de argumenten beter te kunnen formuleren. Je helpt de ander bijgevolg om gelijk te hebben. Wat?! Ga ik de ander steunen om meer overtuigd te zijn van haar overtuiging? Ja! Als buddy ga je vragen stellen zodat de ander nog beter weet wat zij meent te weten, nog beter ziet wat zij meent te zien, nog beter kan verwoorden wat zij voelt en denkt. Tegelijk helpt zij jou om klaarder te zien wat jij ziet, om sterker overtuigd te zijn van jouw overtuiging, om de feiten voor jezelf beter op een rijtje te hebben.
Dit is dus regelrecht het tegenovergestelde van wat we gewoon zijn te doen. In het ‘normale’ gesprek trachten we de ander te overtuigen dat we gelijk hebben en dat de ander fout zit. Dus gaan we debatteren en discussiëren om te trachten de ander te overtuigen dat zij ongelijk heeft. Zelfs wanneer we zeggen dat we willen dialogeren vertrekken we (onbewust) met de houding dat de ander het niet helemaal juist ziet. We leggen op een vriendelijke manier ons standpunt er tegenaan en zorgen er voor dat dit meer gewicht in de schaal legt. Daar wijst het kunstwerk van Louise Bourgeois op: de blinde, die niet ziet dat hij blind is, leidt de blinde die niet ziet dat zij blind is.
Het buddy-gesprek werkt sterk door het stellen van vragen. Wat je vanuit Pad-vindend Leiderschap niet doet en evenmin in een buddy-gesprek: adviezen geven, de woorden van de ander verbeteren of een oordeel uitspreken over de visie van de ander. Je hebt daarbij aandacht voor je lichaamstaal. Je lichaam ‘spreekt’ immers sneller dan je mond.

Vanuit welke intentie vertrekt een buddy-gesprek?

De intentie van een buddy-gesprek is om een sterkere gesprekspartner te hebben. Je bent overtuigd dat je enkel een echt vruchtbare dialoog kunt voeren wanneer de zaken voor jou helder zijn én dat je praat met iemand die voor haarzelf de zaken helder op een rijtje heeft. In plaats van te hopen op de zwakte van de ander om zo gelijk te krijgen (Wat is er zo triomfantelijk aan aan het overwinnen van een zwakke tegenstander?) besef je dat je er zelf sterker van wordt wanneer je kunt sparren met iemand die minstens even sterk is als jij. Je wint meer wanneer je niet onoverwinnelijk bent. Een buddy-gesprek is de basis voor een echte dialoog … daarna. Bij dit alles is het belang van de ander belang-rijk. 
Pas wanneer je met een gelijke partner een overeenkomst kunt maken, kan je er van op aan dat de afspraken sterk zijn en worden nageleefd. Dan druipt zij niet af met het gevoel verloren te hebben en zint ze niet op revanche.
In een buddy-gesprek zijn jullie je bewust dat ieder voelt, denkt en handelt vanuit een verschillende levensvisie. Iedere persoon die je ontmoet is het ‘actuele, voorlopige resultaat’ van haar levensgeschiedenis. Jullie hebben andere opleidingen genoten en andere leerwegen gevolgd. Jullie hebben verschillende misschien zelfs tegengestelde politieke overtuigingen. Jullie staan achter andere waarden en normen. In sommige gevallen spreken je (groot)ouders een andere moedertaal en geniet je van andere tradities.
Je weet dat de verschillen tussen jullie niet zullen veranderen via een gesprek, ook niet via een dialoog. Je weet dat de verschillen tussen jullie kunnen leiden tot misverstanden, niet gewild weliswaar, omdat dit deel uitmaakt van de specifieke perspectieven van waaruit ieder communiceert. Je bent echter overtuigd dat de verschillen een positieve zijde hebben: ze bieden constructieve mogelijkheden om iets te ontdekken wat je binnen je eigen leefwereld niet kúnt vinden.

Wat doet je kiezen voor een buddy-gesprek?

Je start een buddy-gesprek omdat een thema jullie beiden erg raakt of omdat jullie een oplossing zoeken voor een maatschappelijk probleem of omdat je anderen wilt uitnodigen (of uitgenodigd wordt) om samen te zitten rond een ernstige vraag. Je beseft dat je betere resultaten behaalt en betere oplossingen vindt indien je er personen bij betrekt met een totaal andere visie op de zaak. Dit vergroot de kans dat je niet-bevestigende vragen of opmerkingen zult krijgen. (1) Het buddy-gesprek helpt geweldig goed om je blinde vlekken te ontdekken.

Wat is het resultaat van een buddy-gesprek?

Jullie houden het gesprek best ‘in het midden’.(2) Dat kan je letterlijk nemen. Jullie starten met het formuleren van een gemeenschappelijk thema (liefst in de vorm van een open vraag), daar waar het gesprek over zal gaan. Noteer het thema op een blad en leg dat in het midden. Wanneer je een ander thema aansnijdt noteer je dat op het blad. Zo blijft het buddy-gesprek gefocust.
Het resultaat van een buddy-gesprek is dat voor beiden het helder is waar ieder naar verwijst wanneer jullie het hebben over ‘feiten’. Het wordt duidelijk wat voor jou en voor de ander de feiten ‘feitelijk’ maken.(3) 
Je ervaart in een buddy-gesprek een groeiend vertrouwen in elkaar, los van ieders mening. Je kunt vertrouwen schenken loskoppelen van een bepaalde mening (die hoe dan ook zal wijzigen, zowel de jouwe als die van de ander). Je beseft dat de ander je overtuiging heeft begrepen al is zij het er niet (volledig) mee eens. Na een buddy-gesprek kan je met meer helderheid zeggen: “Ik meen dat ik je heb begrepen en zie nu beter dat ik het met een aantal van je punten hoegenaamd niet eens ben.” en krijg je als antwoord: “Ja dat kan ik nu begrijpen, dit geldt ook voor mij.” Dit is de basis waarop je de volgende stap kunnen zetten: Hoe gaan we samen de vraag oplossen die in het midden ligt en die we beiden belangrijk vinden?

Waarin verschilt een buddy-gesprek van een dialoog?

Een echte dialoog is steeds te waarderen.(4) Echter de lat van de verwachtingen erg hoog leggen kan een onnodig obstakel vormen voor een vruchtbaar traject met elkaar. Het doel van een buddy-gesprek is dat ieder zich gehoord en gezien voelt en dat jullie elkaar kunnen inspireren en dat jullie je laten inspireren, niet dat jullie het eens worden. Het is een stap vooruit wanneer na het eerste gesprek jullie vaststellen dat een gesprek zinvol is en je uitnodigt om dit verder te zetten. Een buddy-gesprek is per definitie een traject en loopt over meerdere ontmoetingen, het is geen eenmalig gesprek. De aanpak houdt in dat je trager en stapsgewijs tewerk gaat. 
In een eerste fase zal ‘verkennen’ de hoofdtoon vormen, zowel het verkennen van elkaar, van elkaars visie, als het verkennen van het thema. In een volgende fase kan de drijfveer ‘oplossingsgericht’ zijn en schep je ruimte voor alle mogelijke invalshoeken. Dan kan je intenser de zaken systemisch bekijken. (5)
Een buddy-gesprek is noodzakelijk een face to face gesprek, zelfs in corona-tijd. Het is belangrijk dat je de ander kunt voelen wanneer je haar ziet, hoort, ruikt. Fijngevoelig waarnemen wat er hier en nu gebeurt is essentieel. Je communiceert meer dan de woorden die klinken. Je kunt enkel verbindend communiceren wanneer je al je zintuigen gebruikt.
In een buddy-gesprek kunnen creatieve werkvormen worden ingezet (het is geen verplichting!). Mensen groeien makkelijker dichter naar elkaar toe via samen hetzelfde blad papier schrijven, eten, muziek maken, zingen, dansen, uitbeelden, wandelen of spelen.

Is een buddy-gesprek wel haalbaar?

Een gesprek in volledige gelijkheid vormt de grote moeilijkheid van een buddy-gesprek. Voor de duur van het buddy-traject zijn jullie volledig gelijk en evenwaardig, los van opleidingsniveau, functie, competenties. Op een andere plaats heb ik dit het gesprek met je ‘leermaatje’ genoemd. (6) Je vermijdt om onbewust toch de ‘ik-zal-jou-eens-helpen’ houding aan te nemen (leraar-leerling, coach – coachee, zorgende -zorgvrager, gids – volger). Dit is best erg lastig want de verschillen als ‘ongelijk’ ervaren is heel gewoon. Daar is ook niets mis mee, enkel … dan voer je een ander gesprek. Een buddy-gesprek is moeilijk wanneer je het gevoel hebt dat de ander een ‘foute’ mening heeft of een ‘foute’ volgende stap zal zetten en je dit niet kunt aanvaarden. Op dat moment is in een buddy-gesprek een ‘juiste’ vraag op z’n plaats, niet een mening of een advies.

Noten
(1) Lees de paragraaf ‘De niet-bevestigende vraag’ p.19 in: De kunst van het vragen en het Vragenkompas → Korte teksten
(2) Lees meer in: Hoe hou je het gesprek ‘in het midden’? → Korte teksten
(3) Lees meer in: Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten → Korte teksten
(4) Lees meer in: Kies je voor een dialoog? Wat doe je dan? → Korte teksten
(5) Lees het hoofdstuk ‘Systemisch grondpatroon’ p.26-29 in: Drie grondpatronen om je leven te be-leven → Korte teksten
(6) Lees het hoofdstuk ‘Los je probleem op zonder ‘hulp’ maar met een leermaatje’ p.184-185 in het gratis boek De Blauwe Rivier oversteken – Hoe ontwikkel ik een ‘probleem’ tot een duurzame ‘oplossing’? → Boeken (je kunt die twee bladzijden even lezen op het scherm door gewoon te klikken op ‘Klik hier om het boek te downloaden’ en dan naar p.184 te scrollen)

De illustratie: Wikiart © Fair use