Acht vragen (5) Nieuw spontaan gedrag?

De rubriek ‘Acht vragen’ bied je een Vragenkompas aan met vragen uit de acht richtingen zodat je je eigen antwoord kunt vinden op je werkvraag. Deze vragen zijn een opstap, om andere vragen te vinden. De rubriek geeft dus geen oplossingen of tips hoe jij het moet aanpakken. De tekst ‘Ter inspiratie’, heeft als intentie de werkvraag te verduidelijken of je te inspireren.

Hoe train ik nieuw ‘spontaan gedrag’?

Andere vragen van lezers:

Hoe bevrijd ik mezelf van onvruchtbare gewoonten die me in de ban houden?

Hoe leer ik een nieuwe basishouding aan?

Hoe leer ik gedrag dat ingaat tegen mijn ‘natuur’?
Hoe train ik de houding ‘presentie’ bij hulpverleners?

Het Vragenkompas is contextueel, d.w.z. dat bij alle vragen die je kunt stellen de vraag er bovenop luidt: Hoe beïnvloedt de context deze vraag en het antwoord? Klik op de afbeedling om ze te vergroten of te downloaden.

Ter inspiratie

In welke mate ‘ben’ jij je gewoonte?
Je handelt ‘spontaan’ wordt gezegd wanneer je handelt of reageert zonder dat je er moet bij nadenken. Het lijkt dan alsof je reactie samenvalt met hoe (of wie) jij ‘bent’. Vaak krijgt het de synoniemen ‘authentiek’, ‘eerlijk’ of ‘vanzelfsprekend’ mee. Spontaan gedrag is echter aangeleerd gewoonte gedrag. Het is zodanig ingesleten dat het lijkt alsof het vanuit jouw ‘basis’ vertrekt (vandaar authentiek) en bijgevolg niet zomaar kan worden gewijzigd.
Spontaan gedrag of gewoontepatronen zijn in veel gevallen nuttig. Iedere dag steun je op tientallen gewoonten. Je hoeft dan niet bij alles eerst na te denken alvorens te handelen. Echter niet iedere spontane reactie is een effectief of constructief antwoord op de situatie.
Sommigen beweren dat je ‘bent’ hoe je je gedraagt. Dit klinkt als een enge definiëring van jou (door anderen of door jezelf) als een strikt afgebakend ‘zelf’. Het verwoordt een overtuiging die jou werd aangeleerd: “Dit ben ik.”, “Dit hoort helemaal bij mij.”, “Dit kan ik en dit kan ik niet.”. Val jij samen met hoe jij je gedraagt? Of ervaar jij jezelf als een ‘mens-in-ontwikkeling’ die zich vandaag op een bepaalde manier gedraagt, gedrag dat evenwel kan worden afgeleerd of omgeleerd? (1) Hoe flexibel is jouw beeld van je ‘zelf’?

Wat doet je kiezen om je gedrag te veranderen?
Wanneer je je gedrag wilt veranderen is er sprake van ‘onvrede’, positief of negatief. Positieve onvrede toont zich wanneer je een nieuw doel wilt bereiken, of een ambitie wilt waarmaken, of verder wilt dan je vandaag staat, of bepaalde grenzen wilt verleggen. Negatieve onvrede toont zich wanneer je iets wilt vermijden, of een gewoonte met kwalijke gevolgen niet meer wilt, of je jezelf wilt bevrijden van wat aanvoelt als een keurslijf. Onder je wens om te veranderen zitten dan dringende behoeften die aandacht vragen, frustraties, pijnlijke ervaringen of ‘problemen’ die je wilt oplossen.
Het is een oude wijsheid dat negatieve motivatie minder sterkt werkt dan positieve. Daarnaast werkt een zwakke positieve onvrede minder sterk dan een pijnlijke negatieve onvrede. “De mens heeft een ‘crisis’ nodig om het roer echt om te gooien.”, wordt vaak gezegd en ervaren.
Het komt er bijgevolg op aan om bewust je onvrede te voelen en te erkennen en te zien hoe je je negatieve onvrede kunt omzetten in een sterke positieve onvrede.

Welk element van je gedrag verander je opdat jouw nieuwe gewoonte zich kan ontwikkelen?
Elk gedrag wordt beïnvloed door verschillende elementen die tegelijk werken:
• je genetisch materiaal dat jou een basis geeft (fysiek, emotioneel, intellectueel, sociaal); • bewust aangeleerde gedachten, overtuigingen en gedragingen (bv. via opvoeding en opleiding); • onbewust opgenomen lessen, visies en overtuigingen (bv. via je socialisatie, via de wijze waarop je omgaat met de media); • je zelfbeeld, het beeld “Dit ben ik” dat jij wilt uitstralen (en dat niet hetzelfde is als het beeld dat anderen van jou hebben); • de wijze waarop en de mate waarin je verbonden (of gebonden) bent met de mensen in je omgeving (ieder gedrag werd en wordt beïnvloed door anderen); • je actuele behoeften, verlangens, wensen en intenties; • je dromen, doelen en ambities; • gedrag dat je herhaalt omdat het bevestigd werd (en wordt), ieder mens zoekt bevestiging; • sterke invloed van je onmiddellijke context (bv. de mensen met wie je samenleeft, je vrienden, je collega’s, de gemeenschap en de cultuur waarin je leeft, maar ook: de structuur van de gebouwen waarin je vertoeft, de weersomstandigheden, enz.).
Wanneer je een gewoonte wilt veranderen is het bijgevolg de vraag: Op welk van deze elementen richt jij je aandacht? Wanneer het moeilijk blijkt om nieuw gedrag vol te houden, heb je wellicht de invloed van een van de elementen onderschat.
Het is in dit kader ook nuttig je eigen grenzen en uitdagingen te kennen. (2)

Van oud gedrag naar nieuw gedrag zonder pauze?
Spontaan gedrag is hardnekkig en krijgt onbewust altijd voorrang. Het vraagt daarom een gerichte en doorgedreven aanpak om dat te veranderen. Wanneer je op het internet ‘gewoonte veranderen’ ingeeft krijg je een lange lijst met sites die allemaal een stappenplan aanprijzen. Meestal een kort plan met 5 of 7 stappen. Wat opvalt is dat ze je allemaal vertellen dat het relatief makkelijk gaat … wanneer je hun plan volgt. Steeds gaat het in een rechte lijn van een oude naar een nieuwe gewoonte. Is dat de werkelijkheid?
Is dat jouw ervaring? Ik werd zelf geconfronteerd (en zie anderen worstelen) met terugval, even de moed verliezen, twijfelen over de zin van de inspanningen, tegen mijn grenzen aanlopen. Tot ik leerde dat er tussen ‘oud’ en ‘nieuw’ een tussengebied ligt: het ‘niet weten’ (3). In dat tussengebied leer je ‘loslaten’ om daarna sterker verder te kunnen gaan. Je leert dat een tegenslag of een terugval hoort bij elke verandering. ‘Volhouden’ gaat in dat gebied samen met ‘aanvaarden dat je het even niet kunt, even niet weet’. Indien ‘volhouden’ een krachtpatserij is hou je het niet vol. Je leert evenwichtiger om te gaan met je energie. Je leert om liefdevol te zijn voor jezelf én tegelijk je doel scherp in het oog te houden.

(1) Lees het hoofdstuk 11 ‘Afleren’ p. 69 in de tekst Leerrijker worden kán! → Korte teksten
(2) Lees meer in De Held met de Duizend Grenzen en Uitdagingen → Korte teksten
(3) Lees meer in Wu-wei – Bereik meer door niet-doen → Korte teksten

Hoe laat je processen … processen zijn?

Alice Baber (1928-1982) 
The Way of the Wind (1977)

Een volgend element in de reeks Pad-vindend Leiderschap:
Hoe laat je processen processen zijn en maak je er geen ‘object’ van?
Met onze gewone wijze van omgaan met de dingen (= het lijnig grondpatroon) (1) willen we alle fenomenen duidelijk kunnen vatten, beschrijven en onderzoeken. Dan kunnen we ze manipuleren, controleren en begrijpen. Daarvoor zonderen we de fenomenen af, we zetten ze in een uniek vakje: een boom is niet de struik die ernaast groeit; een beuk is geen eik.
Een ander kenmerk van zo omgaan met de dingen is dat we heel wat processen omzetten in een ‘object’, in een afzonderlijk fenomeen met specifieke kenmerken. We ‘object-iveren’ processen, letterlijk, we maken het tot een object.
Bewustzijn is een proces maar om te beschrijven, te praten over en te onderzoeken hoe de werking verloopt, maken we er ‘hét bewustzijn’ van.

“Emoties, gevoelens, bewustzijn, proto-zelf, zelf en autobiografisch zelf zijn processen, interafhankelijke processen, geen ‘dingen’. De ontwikkeling daarvan startte bij het eerste leven op aarde, bij de eerste neuronen. Een autobiografisch zelf ontwikkelde als laatste bij de mens en bestaat niet buiten deze ontwikkelingsstroom! (2)
Deze processen omvormen tot objecten is een kunstgreep ontstaan uit de behoefte van de ‘moderne mens’ om snel en effectief complexe ideeën over te dragen; processen zijn evenwel géén objecten of autonome fenomenen.”
(3)

We zijn ons niet bewust van dit ‘object-iveren’ omdat we op deze manier hebben geleerd te praten over ‘bewustzijn’. Eens we een ‘object’ hebben gecreëerd, gaan we op zoek naar een duidelijke lokalisatie, een omschrijving, de begrenzingen en de effecten van zijn aanwezigheid. Waar situeert zich ‘het bewustzijn’? Wat doet het? Hoe kunnen we het manipuleren?
Andere processen waarmee we dit doen zijn bijvoorbeeld: onbewust zijn, zelf, geest, ziel, ziek zijn, liefde, leven, willen, enz. We zetten deze processen om in in een ‘object’: hét onbewuste, hét zelf, dé geest, dé ziel, dé ziekte, dé liefde, hét leven, dé wil (al of niet vrij), enz.
Van een proces maken we een ‘iets’. Dat heeft voordelen voor onze gewone, dagelijkse communicatie (4), deze houding maakt het makkelijker om er over te praten, maar tegelijk verbergt het de werkelijkheid en zet het ons op een verkeerd spoor.
We gaan dan op zoek naar ‘het zelf’. We maken categorieën: het unieke zelf, het authentiek zelf, het ware zelf, het Zelf, het natuurlijke zelf, enz. We starten onnodige en onzinnige debatten en discussies over waar ‘het zelf’ zich bevindt; hoe je het aanspreekt en er soms niet naar luistert; we maken van ‘het zelf’ een persoon en kunnen zelfs spreken van meerdere ‘zelven’ (sommigen stellen ‘het zelf’ gelijk met een sociale rol); we zetten ‘het zelf’ af tegen andere objecten (die we maken van andere processen) zoals ‘het ego’, ‘het onbewuste’, ‘het imago’, ‘de indentiteit’, enz.

Om eens een ander geluid te laten horen:
duizenden jaren geleden kon je uit de Upanishads vernemen: … Strikt genomen is het zelf de bron noch van actie noch van wil. Het staat stil en observeert zichzelf terwijl het kijkt, hoort en denkt. Het is niet degene die ziet, noch degene die besluit te kijken, maar het bewustzijn van zien, van kijken. … Het zelf is dat op grond waarvan het subject van het bewustzijn zelf-bewust is, maar zelf geen object van bewustzijn is. … We bereiken het zelf niet rechtstreeks, maar vangen het op in zijn activiteit van voelen en denken. … Het zelf is zo moeilijk te vinden, juist omdat het altijd in ons aanwezig is, in alles wat we doen. (5)
Daarnaast is er de visie van de Boeddha dat we allemaal lijden door het vasthouden aan een persoonlijk ‘zelf’. De Boeddha verwerpt het idee dat er een onzichtbaar, onveranderlijk ‘identiteitscentrum’ is dat ten grondslag ligt aan alle cognitie, alle bewustzijn. De boeddhistische filosoof Nagarjuna (2e eeuw) zal later waarschuwen voor het geloof dat er een ‘zelf’ bestaat én het geloof dat er ‘geen-zelf’ bestaat (een foute interpretatie van de Boeddha). Beide standpunten maken ‘zelf’ tot een object.

Hoe kan je dan communiceren wanneer je processen processen laat en je er geen ‘object’ van maakt?
• De grootste uitdaging ligt niet in het feit dat je van processen een ‘object’ maakt, maar dat je gelooft dat het ‘object’ de werkelijkheid is.
Leer het woord ‘is’ te vervangen door een ander, actief werkwoord, een proces-term: verwijzen, vertegenwoordigen, tonen, representeren, aangeven, aanbieden, ….
Akkoord, dit is best moeilijk want dat vraagt dat je aandacht geeft aan je taalgebruik.
Je kunt vertellen wat je doet of wat je ziet dat de ander doet i.p.v. te zeggen wie je ‘bent’ of wie de ander ‘is’.
• Stel meer vragen, zoek daarbij de vragen die je uitdagen tot verandering. Stel alles in vraag.
• Wees terug dat nieuwsgierig kind dat verwonderd naar de wereld kijkt. Stop met op automatische piloot te kijken, je de dingen voor te stellen en te praten. Alles rondom jou zijn processen, werkelijk alles. Alles wat je doet toont jou (je zelf) als een systemisch proces!
• Leer systemisch te kijken naar de fenomenen. (6) Dan weet je dat bv. een organisatie of een project niet louter een aanwijsbaar, juridisch ‘object’ is maar een systeem dat groeit doordat vele processen en condities op een specifieke manier samenkomen en samenwerken. Je zet nog een andere stap wanneer je ziet dat een organisatie jou een systemisch proces toont en dat ieder element in de organisatie op zich een systemisch proces vertegenwoordigt én inter-afhankelijk werkt: medewerkers, leidinggevenden, stakeholders, leveranciers, klanten, maar ook structuren, regels, doelstellingen.

(1) Lees het hoofdstuk ‘Het lijnig grondpatroon’ p.17 in: Drie grondpatronen om je leven te be-leven → Korte teksten
(2) De neuronen in onze hersenen hebben dezelfde vorm en kenmerken als de eerste neuron die honderden miljoenen jaren geleden verscheen in de kwallen!
(3) Damasio, Antonio, Het zelf wordt zich bewust. Hersenen, bewustzijn, ik.
Amsterdam, Wereldbibliotheek 2010 – A.Damasio is hoogleraar neurowetenschappen
(4) Over de tien vormen van taalgebruik lees je meer in: Talen en taalgebruik → Korte teksten
(5) uit: Adamson, Peter & Ganeri, Jonardon, Classical Indian Philosophy, Oxford University Press 2020, hoofdstuk 5 – Indra’s Search: The Self in the Upaniṣads
De Upanishads werden samengesteld tussen -600 en -200 in India en bouwden op de nog oudere Veda’s.
(6) Lees het hoofdstuk ‘Het systemisch grondpatroon’ p.26 in: Drie grondpatronen om je leven te be-leven → Korte teksten

Acht vragen (4) – Overvloed aan informatie

De rubriek ‘Acht vragen’ bied je een Vragenkompas aan met vragen uit de acht richtingen zodat je je eigen antwoord kunt vinden op je werkvraag. De rubriek geeft dus geen oplossingen of tips hoe jij het moet aanpakken. De tekst ‘Ter inspiratie’ onderaan, heeft als intentie de werkvraag te verduidelijken of je te inspireren.

Hoe beslis ik bij een overvloed aan informatie?

Andere vragen van lezers: 

Hoe ga ik meer doen ipv te piekeren en in cirkels te redeneren?
Hoe hou ik me staande tussen angst-profeten, hoera-profeten, anti-profeten en de alternatieve visies die mijn vrienden met me delen?
Hoe laat ik me niet verlammen door een overvloed aan informatie?

Het Vragenkompas is contextueel, d.w.z. dat bij alle vragen die je kunt stellen de vraag er bovenop luidt: Hoe beïnvloedt de context deze vraag en het antwoord? Klik op de afbeedling om ze te vergroten of te downloaden.

Ter inspiratie

Reeds een aantal jaren groeit de informatie waarover we kunnen beschikken en het aantal gegevens om rekening mee te houden ontzettend snel. De grote moeilijkheid is niet louter de overvloed op zich. De hoeveelheid gegevens zal alleen maar toenemen. De moeilijkheid is het beoordelen van de ernst van de gegevens en het kiezen, kiezen welke informatie relevant is en welke niet en voor welke vraag. Via onze erg open houding naar nieuwsberichten in kranten, op radio, tv en sociale media krijgt ons brein iedere dag een massa gegevens te verwerken.
Is het allemaal relevante informatie? Welk doel dient het aandacht geven aan deze massa gegevens? Welke behoefte schuilt er bij jou die hunkert naar die informatie? Hoe groot is jouw ‘media-honger’?
Vandaag wordt in rijke landen meer gegeten dan het lichaam echt nodig heeft, meer dan een antwoord op de fysieke honger. Er is een ‘emotie-honger’ die vooral grijpt naar ongezonde voedingsmiddelen. De grote hang naar informatie lijkt meer op ‘emotie-honger’ dan op de nood aan relevante gegevens om te kunnen ontwikkelen. Het is ‘media-honger’ of ‘sensatie-honger’.
Je wordt daarenboven vandaag meer en meer teruggeworpen op je individuele oordeelsvorming. Je moet in de ganse wirwar van gegevens tot een eigen besluit komen en zelf een beslissing nemen. Maar vooral, je mag je niet laten verlammen door de veelheid aan tegenstrijdige informatie.
• Op welke vraag wil je een antwoord?
Zomaar gegevens verzamelen, zonder doel, kan leuk zijn, ontspannend of voor verstrooiing zorgen. Het is echter niet een effectieve manier om kennis te verwerven of een besluit te vormen, laat staan om een beslissing te nemen. Het is nog minder efficiënt om uit angst in het wilde weg nieuws te vergaren of allerlei gegevens bij te houden. Het dagelijks volgen van de nieuwsberichten of de berichten op sociale media zorgt in de meeste gevallen veeleer voor verwarring.
Vandaag zijn we in een situatie belandt waarin het belangrijk is om streng je informatiebronnen te selecteren en bijgevolg te beslissen welk medium je niet bekijkt, welke berichten je niet leest.
Het is nodig je de vraag te stellen op welke vraag je een antwoord zoekt. Formuleer eerst de vraag, dat helpt je bij de selectie van de gegevens.
• Om welk soort ‘informatie’ gaat het?
In de meeste gevallen ontvang je geen heldere gegevens of feiten (1) maar interpretaties, meningen, veronderstellingen, extrapolaties, invullingen, oordelen of zelfs fake news, verdraaiingen, vervormingen.
Stel de kritische vraag: Op welke gegevens is deze uitspraak gevestigd? Door wie en hoe werden de ‘feiten’ vastgesteld?
Onder iedere informatie zit tevens een mens- en maatschappijvisie. Er bestaat niet zoiets als ‘neutrale informatie’. Ook ‘wetenschappelijke gegevens’ zijn niet vrij van een visie op de mens als individu, als sociaal wezen en als deel van de natuur. De meeste wetenschappelijke studies vertrekken van een lijnig causale gedachtengang (oorzaak – gevolg). Niet zelden vertrekken ze vanuit de scheiding tussen lichaam en geest. Wie vertrekt van een systemische visie zegt dit gelukkig uitdrukkelijk. Het is vaak moeilijk om aan te voelen welke denkbeelden aan de basis liggen van de aangeboden gegevens. De onderliggende overtuigingen bepalen wel mee jouw denken en besluiten.
• Zoek je naar dat wat ‘ontegensprekelijk waar’ is of zoek je naar datgene wat jou op dit ogenblik een groter inzicht verschaft op je vraag?
Er zijn mensen die de wereld indelen in ‘waar’ versus ‘onwaar’ of in ‘dit is waarheid’ versus ‘dit is een onwaarheid of vals’. Zij kunnen alleen maar verder indien bepaalde informatie helemaal ‘waar’ is volgens hun referentie-waarheid.
Daarnaast zijn er mensen die weten dat wat vandaag ‘waar’ is morgen – met nieuwe gegevens – ‘minder waar’ kan zijn. Zij onderzoeken of de nieuwe gegevens vandaag hun inzicht vergroot, dan wel dat ze daarmee ongezonde twijfel op zich laden. Bij gezonde twijfel, twijfel je over de inhoud van de kennis, bij ongezonde twijfel, heb je twijfels over jezelf. (2)
Of zoals Nietzsche de vraag formuleerde: Verzwakt bepaalde kennis mijn leven of laat die kennis mijn leven juist floreren?
• Wie verkies je als een autoriteit?
We hebben allemaal nood aan een autoriteit die voor ons het waarheidsgehalte bepaalt van de informatie: een wetenschapper, een filosoof, een of andere professor, een ervaringsdeskundige, een geestelijk leider, een politiek leider, een therapeut, … (3) Voor ieder kennisterrein kan je een andere persoon als autoriteit beschouwen. Iemand als een autoriteit zien betekent hem/haar vertrouwen schenken. Vertrouwen geven is geen rationele afweging. Aan wie geef jij vertrouwen? Op welke basis? In de meeste gevallen zoek je bevestiging voor datgene wat je vermoedt of datgene wat je graag wilt horen. Iemand die jou tegenspreekt zie je niet makkelijk als autoriteit ook al heeft die persoon een zeer grote kennis en ervaring op een bepaald terrein.
Naar welke autoriteit je verlangt hangt af van je antwoord op de vorige vraag. Indien je de ‘waarheid’ zoekt heb je een ‘hoge autoriteit’ nodig. In het andere geval kijk je kritisch naar de kwaliteit van de gegevens en hoeft de autoriteit van de auteur niet boven alles en iedereen verheven te zijn. Bv. een expert-viroloog is enkel een autoriteit op zijn vakgebied. Behandel hem/haar niet zonder meer met gezag op andere terreinen.
• Wil je een besluit nemen of sta je op het punt om te beslissen?
Besluiten is een (voorlopige) conclusie trekken, een (voorlopig) punt zetten als afronding van een proces van wikken en wegen. Besluiten heeft wens-karakter, intentie-karakter. Daar blijft het bij. Een besluit kan morgen weer worden gewijzigd. Niemand draagt verantwoor-delijkheid. Er is ook geen garantie dat een besluit wordt uitgevoerd. Bij het besluiten wacht je nog om te beslissen (eigenlijk beslis je om niet te beslissen).
Beslissen betekent dat je werkelijk de stap zet naar de actie, dat je de intentie van een besluit omzet in een actie, in een gerichte daad én dat je er de verantwoordelijkheid voor opneemt. Een beslissing kan niet worden gewijzigd enkel aangevuld door een nieuwe beslissing. Doen is beslissen, beslissen is doen. Al je handelingen drukken je beslissingen uit, of je daar nu over hebt nagedacht of niet. Je beslist meestal onbewust, uit gewoonte.

(1) lees het hoofdstuk ‘Vier soorten feiten’ p. 12 in Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten → Korte teksten
(2) Lees het hoofdstuk ‘Leerrijk mét onzekerheid en twijfels’ p. 33 in de tekst Leerrijker worden kán! → Korte teksten
(3) Lees het inleidend hoofdstuk ‘Wat zijn feiten?’ in de tekst Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten → Korte teksten

Fundamentele vragen stellen

Chung-Im Kim – Mutation 8 (2015)

Wie gaat voor Pad-vindend Leiderschap stelt vragen die dieper gaan, laag na laag, tot je bij een fundamentele vraag komt. Hier alvast een actuele poging.
Hoe kan onze manier van samenleven muteren en wat kan ik daar toe bijdragen?
Er wordt vaak gezegd dat er een ecologische crisis groeit. Tegelijk is er de corona-crisis en de klimaatcrisis. Hoe kunnen deze ‘crisissen’ zorgen voor een fundamentele verandering in onze manier van samenleven? Voor een mutatie zelfs?
Een mutatie is een sprongsgewijze wijziging in de ‘fundamentele eigenschappen’ van een fenomeen (bv. het erfelijk materiaal in het het genoom van een cel) of het plotseling verschijnen of wegvallen van kenmerken.
Kan een samenleving muteren? Wat zijn de fundamentele eigenschappen van een menselijke samenleving? Wat is het DNA van ‘gezond menselijk samenleven’? Is het DNA van het menselijk samenleven wel gericht op ‘gezond samenleven’? Beteket dit gezond samenleven voor iedereen op gelijke wijze? Wat kan er gebeuren indien er plots een wijziging optreedt in dat DNA? Wat kan zo’n sprong bewerkstelligen?
De Franse socioloog en filosoof Bruno Latour stelt het zo:
“Spreken van ’crisis’ is een manier om onszelf gerust te stellen, als we daarmee bedoelen dat die ‘van voorbijgaande aard is’, dat de crisis gauw genoeg ‘achter ons zal liggen’. …
… We zouden beter kunnen spreken van ‘mutatie’: we waren een wereld gewend, we gaan over, we muteren naar een andere wereld. En wat het adjectief ‘ecologisch’ betreft, ook dat gebruiken we maar al te vaak ter geruststelling, om ons af te schermen voor de verstoringen waarop dreigend onze aandacht wordt gevestigd. …
… We doen net als de mensen in de vorige eeuw die het hadden over het ‘milieu’, waarmee ze doelden op de levende wezens in de natuur, gezien van een afstandje, veilig achter glas. …
… Normaal gesproken zou het zich opstapelende slechte nieuws ons het gevoel moeten geven dat we van een ‘gewone milieucrisis’ zijn afgegleden naar wat eerder zou moeten worden bestempeld als een diepgaande mutatie van onze verhouding tot de wereld.” (1)
Helaas, dit laatste toont zich niet.
We zijn meer dan zeven jaar verder dan het moment waarop Bruno Latour zijn lezingen gaf (Edinburgh 2013). Met het coronavirus krijgen we opnieuw de gelegenheid om fundamentele vragen te stellen zoals hij ze toen opperde. Zullen we ze stellen of gaan we zo snel als mogelijk terug over naar de orde van de dag?
Even de focus op het coronavirus
Wat doet je vermoeden dat het coronavirus te ‘overwinnen’ zal zijn? Hoe kunnen we volledig komaf maken met het virus? Wat deden we met de reeds gekende virussen? Hoe hebben onze inspanningen om virussen ‘te lijf te gaan’ invloed op de eigenschappen van de menselijke samenleving? Welke andere houding is mogelijk tegenover het virus dan ‘ten oorlog’ te trekken? Indien het virus een blijvende ‘natuurlijke speler’ zal zijn van onze wereld, hoe kunnen we ons dan best reorganiseren? Welke constructieve inzichten biedt het verschijnen van het coronavirus vandaag reeds?
Wat gebeurt er vandaag: minder auto’s op de weg door online werken = minder luchtvervuiling; meer lokale producten kopen = meer lokaal produceren = een economisch model dat dichter bij de mensen staat; meer lokaal toerisme = meer verbinding met mensen uit de eigen regio of het eigen land; het belang van kunsten ervaren = kunsten als motor voor persoonlijke ontwikkeling maar ook voor sociale relaties;
Wat gebeurt er indien we alle aspecten van het menselijk leven als een samenhangend systeem zien in ‘samenwerking’ met virussen? Hoe moet je je dan een ‘gezonde samenleving’ voorstellen? Kunstenaars zijn de mensen die je daarbij kunnen helpen, politici net niet.
We hebben echter geen nieuw groots utopisch wereldbeeld nodig. Wel praktische ‘utopische daden’.(2) Denk niet in termen van een ‘nieuwe wereld’ maar in termen van een ‘nieuwe dynamiek’, een ‘nieuwe weg’, op basis van principes die het eigen gelijk overstijgen.
Hoe komen we aan die principes? Wat hebben we nodig om die ‘nieuwe dynamiek’ te bedenken en in gang te zetten? Door welke externe factoren wordt die gestimuleerd?
Hoe gaan we dan om met onze niet te stillen excessieve honger naar ‘meer’ = ‘meer dan de ander heeft’ (geld, aanzien, macht, controle, kennis, techniek, voldoening, bevestiging, erkenning)? Indien we allemaal samen en evenveel ‘meer’ hebben dankzij de ontwikkeling van kennis en techniek en verbindende relaties is er geen ongelijkheid en geen hebzucht. Dit klinkt utopisch. Dat is utopisch! Is het DNA van het menselijk samenleven wel gericht op ‘gezond samenleven voor iedereen op gelijke wijze’? Is ‘iedereen gelijk’ het ideaal en wat betekent dit concreet? Hoe zijn mensen ‘gelijk’? (3)
Welke elementen van de menselijke samenleving moeten muteren willen we komen tot een ‘gezonde samenleving’? Welk economisch model komt ten goede aan alle mensen Welke constructieve acties kunnen zo’n mutatie uitlokken?
Zullen we de zaak eens systemisch bekijken? (4)

(1) Bruno Latour, Oog in oog met Gaia – Acht lezingen over het Nieuwe Klimaatregime, Octavo 2017 – uit: Eerste lezing, Over de instabiliteit van ‘de natuur’ (als begrip)
(2) Bekijk korte filmpjes: Atlas van kleine praktische Utopieën of luister naar gesprekken op Zwijgen is geen optie
(3) Wat indien ‘de meeste mensen die deugen’ enkel de minder gegoeden en minder machtigen zijn? Bregman zal wellicht niet akkoord gaan.
Bregman, Rutger, De meeste mensen deugen, de Correspondent 2019
(4) Lees hier enkele bladzijden uit de tekst Drie grondpatronen om je leven te be-leven → Kort teksten
Herlees ook het bericht van van 11 januari jl.

Acht vragen (3) – Conflictvermijdend

De rubriek ‘Acht vragen’ bied je een Vragenkompas aan met vragen uit de acht richtingen zodat je je eigen antwoord kunt vinden op je werkvraag. De rubriek geeft dus geen oplossingen of tips hoe jij het moet aanpakken. De tekst ‘Ter inspiratie’ onderaan, heeft als intentie de werkvraag te verduidelijken of je te inspireren.

Hoe voorkom ik conflictvermijdend gedrag?

Andere vragen die ik heb ontvangen:
Hoe zorg ik er voor dat ik niet meer met mijn partner in conflict geraak?
Hoe leer ik conflictvermijdend gedrag af?

Hoe kan ik een conflict positief aanpakken en zien als een leerkans?
Hoe kan ik mijn mening geven zonder in een conflict te geraken?
Hoe voorkom ik dat een ruzie escaleert?

Het Vragenkompas is contextueel, d.w.z. dat bij alle vragen die je kunt stellen de vraag er bovenop luidt: Hoe beïnvloedt de context deze vraag en het antwoord? Klik op de afbeedling om ze te vergroten of te downloaden.

Ter inspiratie

Een ‘conflict’ is een spanning tussen (grote) verschillen in waarden, belangen, behoeften, verlangens, doelen of plannen. Wanneer dit binnen in jou gebeurt spreken we van een ‘innerlijk conflict’, in het andere geval gaat het om een ‘uiterlijk conflict’. In beide gevallen gaat het om een ‘relationeel conflict’. Een conflict is het tipje van de ijsberg, d.w.z. er liggen verschillende lagen onder waarop het innerlijke, voelbare of uiterlijke, zichtbare conflict steunt.
Een conflict vermijden doe je wanneer je de groeiende spanningen binnen het relatie- en interactieveld niet wilt of kunt zien, herkennen en erkennen. (1) Je belandt dan op een eenzijdige randpositie in het relatieveld = ver van het midden waar je vlotter van positie kunt wisselen.

Onder conflictvermijdend gedrag zit een behoefte en een belang dat niet wordt erkend, door geen enkel van de ‘partijen’, ook niet door de betrokkene zelf.
Door conflictvermijdend gedrag worden spanningen onder de oppervlakte gestopt. Ze leven verder in het donker. Je ziet daardoor een conflict niet meer aankomen. Op een dag komt het wel naar boven, de ontsteking barst open en de etter moet er uit.
Conflictvermijdend gedrag kent vele gezichten.
Het klassieke beeld is die van de persoon die kiest voor: pleasen; lief zijn ook al voelt hij/zij zich anders; teveel water in de wijn doen; snel en met (te)veel akkoord gaan; snel de ander sussen of kalmeren; schuld op zich laden; in de schulp kruipen; irritatie verbergen (tot de emmer overloopt); vluchten in een ‘het komt wel allemaal goed’ verhaal, zich het slachtoffer voelen, … (= een randpositie ‘onder’ in het relatieveld).
Bij dit gedrag hoort het complementaire gedrag van de ander: beschuldigen; schuldinductie; verwijten; het eigen aandeel ontkennen; agressief emotioneel gedrag; emotionele chantage; de ander op afstand zetten; eigen gevoel van onmacht omzetten in een ‘heerser’-gedrag; …(= een randpositie ‘boven’ in het relatieveld). Ook dit is conflictvermijdend gedrag!
Ander conflictvermijdend gedrag is: zich als de ‘begripvolle helper’ gedragen; voortdurend willen helpen en daarbij de ander zien als hulpeloos; voluit Redden; niet kunnen omgaan met belangrijke verschillen in visie; de verschillen wegwuiven; niet zien dat men zelf gebaat is met hulp en begeleiding, … (= een randpositie ‘samen’ in het relatieveld).
Bij dit laatste gedrag hoort de complementaire positie: agressief reageren bij het minste teken van verschil in mening; niet willen luisteren en onmiddellijk in de aanval gaan; de ander wegduwen; een hoger muur optrekken tussen zichzelf en de ander; … (= een randpositie ‘tegen’ in het relatieveld). Voor het minste ruzie maken is conflictvermijdend!
In al deze eenzijdige randposities wordt vermeden dat er wordt gekeken naar de kern van de zaak, naar waar het werkelijk om gaat, naar de behoeften en belangen die verborgen worden gehouden. Je kijkt dan niet naar de opbouw van de verschillende lagen van het interactiepatroon dat tot een conflict kan leiden. Je bekijkt het gebeuren op een enkelvoudige causale manier en niet met een systemische bril (2): Wat ging vooraf aan het gedrag dat de ander nu toont? Welk gedrag van mij ging het gedrag van de ander vooraf en wat ging vooraf aan mijn gedrag? Binnen welke context gedroeg de ander zich zo? Hoe beïnvloedde de context mijn gedrag? Enz.
De uitweg schuilt in het opschuiven naar het midden van het relatieveld (= minder randgedrag) én in het evenwichtig balanceren rond ‘samen’ én in het goed zorg dragen voor jezelf én in het nemen van de verantwoordelijkheid voor je eigen gevoelens en gedrag én in het ophouden met willen begrijpen of begrepen willen worden. (3)
Steun van een leermaatje (4) of een professionele begeleider is hierbij van harte welkom.

(1) Meer over het relationele veld in: Hoe je beweegt binnen het relatie- en interactieveld? → Korte teksten
(2) Lees hier enkele bladzijden uit de tekst Drie grondpatronen om je leven te be-leven
(3) Lees het bericht van 23/3/20 ‘De ander willen begrijpen en begrepen willen worden’
(4) Lees hier twee bladzijden over ‘leermaatje’ uit De Blauwe Rivier oversteken – Hoe ontwikkel ik een ‘probleem’ tot een duurzame ‘oplossing’?