Categorie archief: Uncategorized

Acht vragen (10) Werk en privé in balans?

De rubriek ‘Acht vragen’ biedt je een Vragenkompas aan met vragen uit de acht richtingen rond een algemeen geformuleerde vraag. Deze vragen zijn een opstap, om nog andere, concrete vragen te vinden op jouw werkvraag. Hoe formuleer je jouw werkvraag? Deze rubriek geeft dus geen oplossingen of tips hoe jij het moet aanpakken.
De tekst ‘Ter inspiratie’ die volgt biedt je enkele korte inspirerende gedachten aan.

Hoe hou ik werk en privé in balans?

Andere vragen van lezers:
Hoe zorg ik er voor dat de kinderen niet lijden onder mijn thuiswerk?
Wat kan me stimuleren om fysiek in conditie te blijven bij thuiswerk?
Hoe zorg ik goed voor mezelf, zeker in deze corona-tijd?
Hoe zeg ik ‘nee’ wanneer collega’s op andere uren thuiswerken dan ik?
Hoe zorg ik er voor dat ik niet tussen wal en schip val?

Het Vragenkompas is contextueel, d.w.z. dat bij alle vragen die je kunt stellen de vraag er bovenop luidt: Hoe beïnvloedt de context deze vraag en het antwoord?
Klik op de afbeedling om ze te vergroten of te downloaden.

Ter inspiratie

Geen twee maar drie partijen
Bij het klassieke beeld van een balans tussen privé en werk vergeet men jou! Naast de relaties in de privésfeer en die in de werksfeer is er de belangrijke relatie met jezelf.
Er zijn dus drie belangen in het geding, drie gewichten om in balans te houden:
Hoe zorg ik voor het evenwicht tussen a) tijd voor de thuissituatie en de familie, b) tijd voor het werk en c) tijd voor mezelf?
Goed zorg dragen voor jezelf gebeurt niet alleen door iets te doen in huis maar ook buiten. Dat ‘buiten’ beperken tot de wereld van het werk is opnieuw een verarming van de aandacht voor jezelf. Dat roept de vraag op naar het vierde belang, naar de tijd voor vrienden en sociale relaties. Vallen die voor jou onder de privésfeer (we hebben gemeenschappelijke vrienden) of tot de werksfeer (mijn collega’s zijn mijn vrienden) of zijn die een steun in je persoonlijke sfeer (ik heb mijn eigen vrienden los van mijn familie)?
Jezelf wegcijferen mag edelmoedig klinken, het schept tegelijk een onrecht naar jezelf toe. Dat is het oude verhaal. Vertel jezelf een nieuw verhaal, een waarbij jij een erg zelfstandige figuur bent temidden van je zorg voor anderen.

Systemisch kijken
De tweedeling privé↔︎werk is het gevolg van het denken in tegenstellingen, duaal denken. Dat is zo oud als de mensheid. Aan de basis daarvan ligt het lijnig grondpatroon dat de mens heeft ontwikkeld van bij zijn ontstaan (1): je beleeft dag en nacht; er zijn mannen en vrouwen; we hebben twee benen om op te staan; er is goed en kwaad; er zijn vrienden en vijanden; er zijn leiders en volgers; etc.
Alles past daarenboven binnen een eenvoudig patroon van ‘oorzaak en gevolg’. Een probleem (en alle kwaad) heeft een oorzaak, de oplossing is het wegnemen van de oorzaak. Denken in tegenstellingen is slechts in beperkte gevallen erg nuttig. Het is een drastische vertekening van de werkelijkheid, het maakt alles erg simpel, té simpel. Het houdt daarenboven je denken en je verbeelding gevangen.
Wanneer je systemisch kijkt naar het leven (2) ontdek je dat patronen complexer zijn en dat er meer betekenisvolle samenhangen spelen. Je ziet een netwerk van factoren die elkaar beïnvloeden. (3) Privé staat niet los van werk, ze beïnvloeden elkaar wederzijds. Privé en werk beÏnvloeden hoe jij ontwikkelt en in welke mate jij ‘jezelf’ kunt zijn. Wanneer je eenvoudige schema’s verlaat (bv. een driehoek, een vierkant of een cirkel) en daarentegen een netwerk tekent (bv. een mindmap of een spinneweb) stel je al vlug vast dat veel meer factoren een sterke invloed hebben op een evenwichtige ontwikkeling en gezondheid: sociale relaties; opleiding, scholing, bijscholing en zelfstudie; ontspanning en sport; de natuur; gezonde voeding; zorg dragen voor anderen; iets betekenen voor de groep waar je deel van bent; etc.

Zorg dragen voor jezelf om zorg te dragen voor anderen
Zorgen voor evenwicht in je leven begint bij het goed zorg dragen voor jezelf. Jij bent de spil van je leven, diegene die keuzes maakt en beslist, ook al wordt je daarbij door vele mensen en diverse factoren beïnvloed. Wat jij vandaag doet of niet doet bepaalt mee wat morgen voor jou mogelijk is of niet (meer). Jij bent verantwoordelijk voor hoe jij reageert op wat er in jou, met jou en rondom jou gebeurt. (4). Je kunt overvallen worden door iets van buitenaf (thuis, op het werk, op de straat, in je buurt) maar hoe je dat aanpakt is jouw zaak.
Hoe je de uitdagingen in je leven zoveel mogelijk rustig en evenwichtig kunt aanpakken zijn vaardigheden die je leert in de ‘school van het leven’. Daarvoor is aandacht nodig voor jezelf. Je kunt maar goed zorg dragen voor iemand, een uitdaging of een project, indien je de opdracht rustig en evenwichtig aanpakt en dus eerst hebt gezorgd voor rust en evenwicht in jezelf, zowel fysiek als mentaal en emotioneel. Goed zorgen dragen voor jezelf is nodig om bv. een onderscheid te kunnen maken tussen wat is mijn ‘probleem’ en wat is het ‘probleem’ van de ander? (5)
Gericht en bewust aandacht geven, daar gaat het om. Aandacht geven aan jezelf, aan andere individuen, aan de groep waarin je leeft, aan de mensen waarmee je samenwerkt, aan grotere groepen waar je deel van bent. Geef extra aandacht aan de patronen die in elk van die situaties je leven mee bepalen. (3)

Als sociaal wezen dien je de kunst van het ‘alleen zijn’ te oefenen
Een tijdje alleen kunnen zijn, een eigen plekje hebben en inrichten (in huis, op het werk, in je omgeving), genieten van de stilte, je even afzonderen, … het zijn basiselementen van ieder sociaal wezen. De mens is een ‘sociaal dier’ wordt vaak gezegd, ja, maar sommigen leven graag als een ‘kuddedier’; dat hoeft niet.
Denken in de tegenstelling individu↔︎groep levert een vertekend beeld op. Wat goed was tienduizend jaar geleden is dat vandaag niet meer. Een sociaal wezen verdrinkt niet in de groep. Zij kan vlot bewegen in de groep, deelnemen aan groepsactiviteiten, én ze kan de groep verlaten, een tijdje alleen op pad gaan, andere groepen ontdekken en voelen hoe ze ook daar kan deelnemen.

(1) Lees het hoofdstuk ‘Het lijnig grondpatroon’ p. 19-26 in Drie grondpatronen om je leven te be-leven → Korte teksten
(2) Lees het hoofdstuk ‘Het systemisch grondpatroon’ p. 27-30 in Drie grondpatronen om je leven te be-leven → Korte teksten
(3) Op 12 mei 2021 verschijnt het nieuwe boek van de corporate antropoloog Danielle Braun: Patronen. Een must voor al wie relaties wil bekijken vanuit een ruimer, verbindend perspectief.
(4) Lees over het onderscheid tussen gevoelens en emoties in het hoofdstuk ‘Gevoelens en emoties’ in Medeleven Empathie Mededogen → Korte teksten
(5) Lees meer in Wie heeft er een probleem? Ik, hij, zij of wij? → Korte teksten

Acht vragen (9) Beter worden gehoord

De rubriek ‘Acht vragen’ biedt je een Vragenkompas aan met vragen uit de acht richtingen rond een algemeen geformuleerde vraag. Deze vragen zijn een opstap, om nog andere, concrete vragen te vinden op jouw werkvraag. Hoe formuleer je jouw werkvraag? Deze rubriek geeft dus geen oplossingen of tips hoe jij het moet aanpakken.
De tekst ‘Ter inspiratie’ die volgt biedt je enkele korte inspirerende gedachten aan.

Hoe wordt mijn inbreng beter gehoord?

Andere vragen van lezers:
Hoe blijf ik (bij) mezelf in een discussie?
Hoe stop ik op een goede manier een zinloze discussie?
Hoe voer ik een dialoog met iemand die een totaal tegengestelde visie heeft?
Hoe zorg ik er voor dat mijn inbreng werkt zelfs al krijg ik geen gelijk?

Het Vragenkompas is contextueel, d.w.z. dat bij alle vragen die je kunt stellen de vraag er bovenop luidt: Hoe beïnvloedt de context deze vraag en het antwoord?
Klik op de afbeedling om ze te vergroten of te downloaden.

Ter inspiratie

Je ‘hebt’ een mening, je ‘bent’ geen mening
Een mening is een (voorlopige) conclusie, een besluit, een statement, vaak echter een uiting van een emotie. Iedere mening is – sterk of zwak – gebouwd op ‘feiten’ en op een visie van de gevolgen in de toekomst. Dit alles geldt voor dit moment.(1) Vandaag heb je een andere mening dan toen je tiener was. Je hebt immers een en ander geleerd en gelezen en meer ervaren. Een mening is steeds context- en tijdgebonden. Het is bijgevolg nodig om een onderscheid te maken tussen wie jij ‘bent’ en welke mening jij op dit ogenblik verdedigt. Dat weet je wel, doch in het vuur van een discussie vergeet je dat.(2)
Een mening draait niet zomaar om een inhoud maar om jouw relatie met de inhoud van je mening. Wanneer jij je echter vereenzelvigt met je mening zal telkens iemand de inhoud ervan bestrijdt dit voor jou aanvoelen alsof de ander tegen jou strijdt. Dat is slechts in bepaalde gevallen het geval. Enkel wanneer jij het als een persoonlijke aanval beschouwt én er zo op reageert, is de kans groot dat de ander (samen met jou) een persoonsgerichte machtsstrijd start.
Wat geldt voor jou, geldt ook voor de ander. De ander ‘heeft’ een mening maar ‘isniet die mening. Wanneer iemand bv. een rascistische of sexistische uitspraak doet, ‘heeft‘ hij een zo gekleurde mening; hij ‘is‘ echter geen ‘rascist’ of ‘sexist’. Het blijft ook dan wenselijk het onderscheid te maken tussen een mening ‘hebben’ en een mening ‘zijn’. Daarmee laat je de ruimte dat een mening kan veranderen, voor jezelf en voor de ander. Wanneer jij het onderscheid niet maakt en hem als racistisch persoon aanspreekt mag je niet verwonderd zijn dat hij daarover met jou in de strijd gaat. Spreek de ander kordaat aan op de uitspraak, op de mening, op de visie maar niet op zijn persoon.

Eerst verbinden als gesprekspartners
Eigenlijk draait het in de meeste gesprekken, discussies en misverstanden op de eerste plaats om te worden gezien, gehoord en erkend. Dit geldt voor iedereen. Een stevig gesprek, een discussie of een debat kan maar vruchtbaar zijn indien eerst werk wordt gemaakt van verbinding. Je hoeft het hoegenaamd niet eens te zijn met de ander om verbinding te maken met haar zodat jullie je verbonden voelen als volwaardige gesprekspartners. Je voelt je een niet-volwaardige gesprekspartner wanneer je als niet-deskundig opzij wordt gezet of wanneer niet naar jouw mening wordt verwezen maar naar een kenmerk van jou als persoon.
Slechts wanneer de ander zich verbonden voelt, kan jij kordaat haar mening tegenspreken, zonder dat zij zich voelt aangevallen als persoon. Hetzelfde geldt voor jou; eenmaal in verbinding zal jij een kort “Neen, ik ben het hoegenaamd niet eens mee jou.” makkelijker aanvaarden.
Er dreigt spanning wanneer jij niet alleen verlangt om gezien te worden als gesprekspartner maar dat je tijdens het gesprek ook wilt worden gezien en erkend in een kenmerk van jou als persoon. Op dat ogenblik meng je twee verschillende vragen: a) de vraag die het onderwerp is van het gesprek (bv. “Hoe krijgen we meer duidelijkheid over deze zaak?”) en b) de vraag naar erkenning voor wie jij bent: een vrouw, Belg met een kleurtje, een lesbienne, een kwieke tachtiger, etc. (bv. “Kan jij aanvaarden dat ik als vrouw een belangrijke stem vertegenwoordig in deze zaak?”) of voor jouw functie: arts, leidinggevende, directeur, expert, etc. (bv. “Kan je erkennen dat ik dé expert ben in deze zaak?”). Indien jij wilt dat een bepaald aspect van jou (dat onderbelicht is) wordt erkend, is het nuttig dit als onderwerp van het gesprek te maken. Wil en kan jij het tot een thema maken?
Het behoort tot de gespreksvaardigheden om bij de aanvang a) elkaar te erkennen als volwaardige gesprekspartners en b) het thema van het gesprek helder te formuleren (Welke vraag willen we samen aanpakken?) (3)

Je inbreng hoeft niet je mening te zijn
Je bent heus niet de enige die ‘iets inbrengen’ verwart met ‘mijn mening geven’. Een constructieve bijdrage leveren betekent dat je iets in het midden legt dat de zaak vooruit helpt. Een mening is daarbij niet steeds de meest aangewezen weg. Overweeg andere mogelijkheden: een vraag stellen; samenvatten wat reeds werd aangereikt; het thema herformuleren of duidelijker stellen; een voorstel doen; even een betekenisvolle stilte laten; een mindmap presenteren van wat reeds werd ingebracht; een creatieve methode voorstellen; verwijzen naar leerrijke cases of vroegere ervaringen; luisteren naar de bezorgdheid die schuilt in de woorden van de ander en aangeven dat je dit opmerkt.
Belangrijk daarbij is dat je je inbreng letterlijk ‘in het midden’ legt.(4) Een mening wordt al gauw naar iemand gericht (rechtstreeks of onrechtstreeks) of gegeven als antwoord op de vorige spreker (een gerichte reactie dus).

Wat gebeurt er wanneer je de zaken systemisch bekijkt?
We zijn allemaal opgegroeid met het lijnig grondpatroon. Daardoor zetten we alle fenomenen, acties en reacties in vakjes; we denken in korte lijnen van oorzaken en gevolgen; we geloven dat er slechts één waarheid ‘waar’ en ‘logisch’ kan zijn. etc. (5)
De interacties en de ‘problemen’ zien er plots helemaal anders uit wanneer je systemisch naar de zaken kijkt.(6) Met een systemische bril zie je dat vele elementen een rol spelen, elkaar beïnvloeden en een dynamisch netwerk vormen. Dan zoek je niet meer naar ‘de oorzaak’ maar stel je de vraag ‘Welke dynamiek maakt dat we dit ongewenst resultaat bereiken? Welke elementen zijn daarbij betrokken, in welke mate en hoe beïnvloeden ze elkaar?’ Op deze manier krijg je een bredere kijk op de zaken.
De meeste meningen vertrekken vanuit een lijnige kijk op mensen en wat ze doen.

Een constructief compromis
Het lijnig grondpatroon doet je reageren in tegenstellingen: ‘Het is of wit of zwart!’. Soms voelt een situatie aan als: ‘Er is geen keuze mogelijk. Het is wit en geen zwart!’ Wanneer je overschakelt op een systemische benadering zie je dat er veel meer belangen meespelen of hebben belangen (jouw belang of dat van de ander) opeens een ander gewicht binnen het totale plaatje. Wanneer je dit vaststelt voel je dat het mogelijk is om in deze situatie te komen tot een constructief compromis. Daarenboven hoeft een compromis niet je laatste stap te zijn. Indien je je punt wilt maken, hangt veel af van de tijd en de ruimte die je laat om iets te laten groeien. Wil jij je punt nu halen of kan het ook later? Moet jij zo nodig nu scoren of is een beter resultaat over een jaar een optie? Niet zelden is snel scoren een pyrrusoverwinning.(7)

(1) Over ‘feiten’ lees je meer in Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten → Korte teksten
(2) Lees ook het hoofdstuk ‘Gevoelens en emoties’ in Medeleven Empathie Mededogen → Korte teksten
(3) Lees meer over het belang van het thema in Kies je voor een dialoog? Wat doe je dan? → Korte teksten
(4) Lees meer in Hoe hou je het gesprek ‘in het midden’? → Korte teksten
(5) Lees het hoofdstuk ‘Het lijnig grondpatroon’ p. 19-26 in Drie grondpatronen om je leven te be-leven → Korte teksten
(6) Lees het hoofdstuk ‘Het systemisch grondpatroon’ p. 27-30 in Drie grondpatronen om je leven te be-leven → Korte teksten
(7) Lees het bericht Geduld hebben is voor ongeduldige mensen

Effectiever werken? Begin met het einde

Yayoi Kusamah, Infinity Mirror Room 1965

Wat betekent ‘leven in het hier-en-nu’?
Strikt genomen kán je enkel in het hier en nu leven want gisteren is definitief voorbij en morgen is er nog niet. Uiteraard wijzen de pleitbezorgers niet op dit fysisch gegeven. Zij pleiten er evenmin voor om vanuit een primaire reactie (genoegen ja, gevaar nee) te handelen met de situatie zoals die zich op dit ogenblik voordoet, zelfs al biedt die bv. opportuniteiten. Het advies is niet om zoals een kip te pikken naar wat voor je neus ligt en dan weer verder te lopen, zelfs al vind je op deze manier veel ‘lekkers’. Harrison Owen, de ‘vader’ van de Open Space Technology, noemt dit het ‘smalle nu’, het nu dat slechts een seconde duurt. Wil je bewuster het leven ‘nu’ beleven als een Open Space vol aan mogelijkheden dan hanteer je beter een ‘breder nu’.(1)
Dan zie je dat je op ieder moment een bundeling bent van lessen en trauma’s uit het verleden én strevingen en verlangens naar de toekomst. Het is daarbij nuttig een onderscheid te maken tussen ‘gevoelens’ en ‘emoties’. (2) Leven in het hier-en-nu daagt je uit om geen emotionele energie in het verleden te laten liggen en niet emotioneel te reageren op je dromen.
Met een ‘breder nu’ zie je dat je verantwoordelijk bent voor de gevolgen van je keuzes hier-en-nu. Je weet dat gevolgen en consequenties behoren bij het moment ‘nu’ en tegelijk veel langer dragen dan het moment ‘nu’.

Was is je actueel doel en in welke richting loopt je leven?
Vanuit Pad-vindend leiderschap kies je op ieder moment bewuster welke stap je zult zetten. Je bent niet bezig met de vierde stap die wellicht volgt op stap drie, wel met de gevolgen van je eerstvolgende stap, nu. Je weet immers niet waar je zult staan na drie stappen.
Of je pad hier-en-nu naar boven of naar beneden loopt,
naar links of naar rechts,
hangt af van je volgende stap niet meer van je vorige stappen.
Waar je nu staat, is het gevolg van al je vorige stappen,

al je keuzes in het verleden, je bewuste en vooral je onbewuste keuzes.
Je volgende stap kan enkel vertrekken van waar je hier-en-nu staat

niet vanaf het punt waar je zou willen dat je zou staan.
(3)
Tegelijk werkt Pad-vindend leiderschap vanuit duidelijke doelen die in een heldere richting gaan.
Een doel dient concreet en SMART te zijn (Specifiek Meetbaar Acceptabel Realistisch Tijdgebonden). Een doel is één stap op een lange weg. Een doel is als een knoopje dat je legt in een groot net dat je knoopt en dat je leven zal zijn. Daarom is het nuttig om zicht te hebben op welk type netwerk je wilt ontwikkelen en hoe dat kan binnen de gegeven actuele context. In welke ‘wereld’ wil jij leven? In welke ‘wereld’ kan jij je ontwikkelen? Aan welke ‘wereld’ geven jouw doelen mee vorm?
Dat is de richting die je geeft aan je leven. De richting helpt je om te kunnen beslissen welke stappen jij wilt stappen en welke niet, welke doelen er toe bijdragen en welke niet. Je hoeft de toekomst niet te kunnen voorspellen, maar het is deel van de uitdaging van je leven om zelf te bepalen wat zinvol is en wat niet. Wanneer je je richting kent, kan je op ieder moment duidelijker doelen stellen en je keuzes daar op afstemmen.
Voelen dat je op koers bent steunt je weerbaarheid en helpt je veerkracht groeien. Dan kan je hier-en-nu genoegens uitstellen en tegenslagen verdragen, ver dragen, want je weet waar je uiteindelijk naartoe wilt.
Met een beeld van je richting vind je tevens jouw balans tussen je eigenbelang en het gemeenschappelijk belang.
De stap die je vandaag zet wijzigt de condities voor al de volgende stappen.
Zo creëer je zelf je mogelijkheden, opportuniteiten, valkuilen,

uitdagingen, grenzen, muren, …
Met iedere stap creëer je je eigen weg.

Iedere stap is een knoop in je levensnetwerk.
Zo creëer je je eigen lot. (3)

Begin met het einde. Is ‘het’ einde, jouw einde?
In ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ benoemt Stephen R.Covey eigenschap 1 ‘Wees proactief’ en als de tweede eigenschap ‘Begin met het einde voor ogen’.(4) Een lang citaat:
“Ook al is eigenschap 2 toe te passen in allerlei verschillende omstandigheden, het meest fundamentele referentiekader is vandaag beginnen met je een voorstelling te maken van het einde van je leven. … Door je het einde van je leven voor ogen te houden kun je vaststellen in hoeverre de dingen die je op een bepaalde dag doet, in overeenstemming zijn met de criteria die je zelf belangrijk vindt. … Wellicht zijn we zeer actief, wellicht ook zeer efficiënt, maar we zijn pas werkelijk effectief als we het einde kennen. …”
‘Kennen’ betekent hier ‘zelf bepalen’. Dat is geen wetenschappelijk ‘weten’. Het gaat niet om evidence based facts. Het gaat er om hoe jij naar je leven kijkt en van daaruit naar wat je vandaag, in het hier-en-nu, ervaart en hoe je je mogelijkheden, je uitdagingen en je grenzen kent.(5)
“Alles wordt tweemaal geschapen. Iets wordt eerst geconcipieerd en daarna materieel vorm gegeven. …Eigenschap 2 is gebaseerd op principes van persoonlijk leiderschap. Dit betekent dat leiderschap de eerste schepping is. Management is de tweede schepping. … Naarmate je voor beide scheppingen meer verantwoordelijkheid neemt, vergroot je je Cirkel van invloed. Je verkleint je Cirkel van invloed wanneer je je minder verantwoordelijk voelt voor de eerste schepping. … Ik hoef mijn leven niet in te richten op basis van mijn geheugen, ik kan het ook doen met behulp van mijn voorstellingsvermogen. Ik hoef niet voortdurend te putten uit mijn beperkt verleden, ik kan ook beroep doen op mijn onbeperkt potentieel. Ik kan mijn eerste schepper zijn. … Een van de effectiefste manier om te beginnen met het einde voor ogen is een persoonlijk statuut te schrijven. Het is jouw filosofie, jouw credo. Het is bedoeld voor wat jij wilt zijn (je persoonlijkheid) en wat je wilt doen in het leven (jouw bijdragen en prestaties) en het spreekt zich uit over de waarden en principes die hierbij horen. … Je zou je persoonlijk statuut kunnen beschouwen als je eigen grondwet. … Je verandert door een persoonlijk statuut te schrijven en te herschrijven. Je wordt namelijk gedwongen om je prioriteiten goed te overdenken en je gedrag af te stemmen op je waarden. Als je een persoonlijk statuut schrijft, beginnen anderen te merken dat je je niet meer laat leiden door de dingen die je meemaakt. Je hebt een plan ten aanzien van alles wat je probeert te realiseren en dat is opwindend.”
Je persoonlijk statuut en je eerste schepping bepalen je richting, de tweede schepping zet het eerstvolgende doel voorop.

Een laatste gedicht

Ik heb altijd geweten
dat ik uiteindelijk deze weg zou inslaan.
Maar gisteren wist ik niet
dat het vandaag zou zijn.

Ariwara no Narihara (Japanse dichter, 825-880)

(1) Lees meer in Open Space, een unieke leerervaring → Korte teksten
(2) Lees het bericht van 08/03/21 ‘Gevoelens en emoties onderscheiden’
of de tekst Medeleven Empathie Mededogen → Korte teksten
(3) Uit: Eigenzennige gedachten, een boek dat ik op het einde van het jaar op mijn website zet.
(4) Covey, Stephen R., De zeven eigenschappen van effectief leiderschap, Uitgeverij Contact 1993
(5) Meer in De Held met de Duizend Grenzen en Uitdagingen → Korte teksten

Acht vragen (8) Wat is mijn verantwoordelijkheid?

De rubriek ‘Acht vragen’ biedt je een Vragenkompas aan met vragen uit de acht richtingen rond een algemeen geformuleerde vraag. Deze vragen zijn een opstap, om nog andere, concrete vragen te vinden op jouw werkvraag. Hoe formuleer je jouw werkvraag? Deze rubriek geeft dus geen oplossingen of tips hoe jij het moet aanpakken.
De tekst ‘Ter inspiratie’ die volgt biedt je enkele korte inspirerende gedachten aan.

Wat is mijn verantwoordelijkheid en wat is die van de ander?

Andere vragen van lezers:
Hoe trek ik voor mezelf duidelijk de grens zonder het eigenaarschap van anderen over te nemen?
Hoe laat ik de verantwoordelijkheid bij diegene bij wie ze hoort?
In welke mate moet ik verantwoordelijkheid nemen voor zaken buiten mijn functie?
Wat doe ik wanneer de verantwoordelijkheden mij te zwaar wegen?

Het Vragenkompas is contextueel, d.w.z. dat bij alle vragen die je kunt stellen de vraag er bovenop luidt: Hoe beïnvloedt de context deze vraag en het antwoord?
Klik op de afbeedling om ze te vergroten of te downloaden.

Ter inspiratie

Wat zit er in jouw woordenwolk rond ‘verantwoordelijkheid’?
Woorden horen echter steeds bij andere woorden. Ieder woord leeft in een omgeving van gelijkaardige woorden, woorden die dezelfde gedachte ondersteunen of die noodzakelijk zijn om de gedachte ‘logisch’ te doen klinken.(1) Zo is bv. het woord ‘schuld’ enkel helder en ‘logisch’ omdat het samen wordt gebruikt met woorden als: onschuld, dader, slachtoffer, straf, boete, rechtspraak, beperkingen, spijt, schade, strikt individueel aanspreekbaar zijn, enz.
Bij ieder woord beleef je een reeks andere woorden die voor jou allemaal in hetzelfde netwerk horen. Je spreekt dan wel met definities in je hoofd, in werkelijkheid leef je niet met afzonderlijke woorden in je hoofd en je hart maar met woordenwolken. De woorden die je uitspreekt brengen immers tegelijkertijd (onbewust en noodgedwongen) de andere woorden uit je wolk mee tot leven.
Wanneer je bijvoorbeeld zegt: “Ik wil transparantie in deze situatie.”, breng je tevens woorden tot leven als: verborgen, donkerte, zwaarte, duister, licht, kleur, schaduw, schakeringen, helderheid, enz. Misschien zitten er in jouw woordenwolk rond ‘transparantie’ ook woorden als: macht, machtsmisbruik, fraude, regelgeving, beleid, normen, normvervaging, enz.
Bij het beleven van de woorden die je gebruikt en bij het je bewust worden van je woordenwolk, gaat het niet om de ‘waarheid’. Je verlaat de wereld van strikte definities en tegenstellingen. Dan wordt duidelijk dat een discussie over de ‘juist definitie’ onvruchtbaar is. Dialoog is nodig. Op de eerste plaats een open dialoog met jezelf!
Dus mijn suggestie aan jou: doe de woordenwolk-oefening (2), noteer dertig woorden rond het begrip ‘verantwoordelijkheid’. Dertig lijkt veel maar die vind je vlot wanneer je goed luistert naar jezelf. Duid vervolgens de vijf belangrijkste woorden aan. Nu bekijk je opnieuw de situatie waar je een probleem mee hebt, vijfmaal, telkens met een van die vijf woorden. Wat verandert er daardoor aan jouw houding naar de situatie?

Waar ben je voor verantwoordelijk en waar voel je je voor verantwoordelijk?
Verantwoordelijkheid is een relationele kwestie. De rationele of zakelijke aspecten komen in werkelijkheid op de tweede plaats. Alles draait om hoeveel vertrouwen er wordt gegeven. Indien er weinig vertrouwen is zullen er veel meer regels, criteria en afspraken nodig zijn om aan te geven waar de grenzen liggen van de gevraagde of gewenste verantwoordelijkheid.
Het maakt vaak een wereld van verschil tussen waar je verantwoordelijk voor bent en hoe je je verantwoordelijk voelt. In het eerste geval gaat het om opgelegde afspraken, regels, normen, plichten, toezicht, voorwaarden, grenzen, enz. In het tweede geval, hoe jij je verantwoordelijkheid voelt, ben jij diegene die bepaalt wat dit concreet inhoudt en in welke mate je je daaraan wilt houden. Wat bied jij aan diegenen aan wie jij jouw verantwoordelijkheid schenkt? Hoe duidelijk toon je dit? Hoe helder is het voor alle betrokkenen? Wat dient wel en wat dient niet te worden uitgesproken? Tot wat verplicht jij jezelf? En wat gebeurt er wanneer je je eigen opgelegde verplichtingen niet nakomt?
Met ‘verantwoordelijkheid’ is het zoals met (het gevoel van) ‘veiligheid’: het is sterker wanneer je het geeft of aanbiedt dan wanneer je het vraagt, oplegt of opeist of … je er aan onderwerpt. In dit laatste geval ben je meer dan waarschijnlijk in een machtsspel gestapt.

Wat heeft verantwoordelijkheid te maken met kwetsbaarheid?
Verantwoordelijk zijn wordt nog teveel opgevat als ‘sterk zijn’, ‘veel kunnen dragen’, ‘ter verantwoording worden geroepen’, ’fouten maken mag niet’ en ‘gestraft worden als het fout loopt’. Op deze manier het begrip invullen stamt uit de (oude) ‘mannenclub’. Wanneer in een ‘vrouwenkring’ over verantwoordelijkheid wordt gesproken wordt dat vaker geassocieerd met begrippen als ‘zorg dragen voor’, ‘geven om’, ‘verbonden zijn met’, ‘veerkracht tonen’ en ’kwetsbaar leiderschap’.
Je kunt niet op een krachtige wijze verantwoordelijkheid dragen wanneer je niet kwetsbaar bent. Dan mis je het hart.

Ben ik alleen verantwoordelijk of zijn we dat samen?
Er is een onderscheid tussen de begrippen ‘individueel’ en ‘persoonlijk’. ‘Individueel’ verwijst naar het aantal personen dat betrokken is. Individueel is bijgevolg anders dan een duo, een trio, een groep, een team, een organisatie. ‘Persoonlijk’ wijst naar de aard van de relatie, de persoonsgerichte aspecten van de verhoudingen. Tegenover ‘persoonlijk’ staat ‘onpersoonlijk’, ‘zonder persoon’, ‘structureel’ of ‘maatschappelijk’.
Alle verantwoordelijkheden zijn persoonlijk. Een verantwoordelijkheid opnemen of moeten dragen is steeds persoonlijk, je engageert jezelf en enkel jezelf.(3)
Er doen zich situaties voor waarin er sprake is ofwel van een gedeelde verantwoordelijkheid of van een gemeenschappelijk te dragen verantwoordelijkheid.(4)
In het eerste geval: “Ik ben de eigenaar van mijn ‘probleem’. Dat is mijn verantwoordelijkheid. Er zijn wel anderen die een gelijkaardige ‘probleem’ hebben. Ik kan dit met hen delen. Ik dien wel nog steeds mijn ‘probleem’ zelf aan te pakken en zij hun vraag. Ik blijf verantwoordelijk voor het aanpakken mijn ‘probleem en zij voor hun vraag. Wel kan ik in die situatie er voor kiezen om de verantwoordelijkheid voor een aspect van de aanpak met hen delen.”
In het tweede geval: “Dit ‘probleem’ in deze situatie is niet van mij alleen. Anderen bekennen zich expliciet tot mede-eigenaar. Wij verklaren ons daarmee samen verantwoordelijk voor de aanpak, zowel de keuze van de oplossing als voor de uitvoering. We moeten dit samen aanpakken. Wij kunnen dit niet oplossen zonder elkaar. Ik erken de anderen als mede-eigenaar en bijgevolg als mede-verantwoordelijk. Tegelijk blijft iedereen persoonlijk aanspreekbaar in dit engagement.”
Wie een verantwoordelijkheid heeft in een bepaalde situatie hangt af van het eigenaarschap. In iedere relatie is bijgevolg de vraag: In welke mate zijn de betrokkenen mede-eigenaar – en dus mede-verantwoordelijk – van het onderwerp van de relatie? (een gezin, een commercieel of sociaal project, een coaching, een hulpverlening). In veel relaties wordt er vaak ten onrechte vanuit gegaan dat dit voor iedereen duidelijk is. Wanneer je op consultatie gaat bij je huisarts, wie is de eigenaar van jouw lichaam en van jouw gezondheid, de arts of jijzelf? Waar is de arts voor verantwoordelijk en waarvoor niet?

Wat ‘bezit’ je bij eigenaarschap?
Wanneer je van iets de eigenaar bent, in welke mate ‘bezit’ je dat dan? En wat zijn de grenzen van ‘bezitten’? Met wie moet je nog iets delen of is het bezit helemaal van jou alleen? Waar moet je nog rekenschap over geven wanneer je iets bezit? Hoe wordt eigenaarschap opgevat in een project, in een coaching of in een therapeutisch proces? Wat betekent het dat je als medewerker (mede)eigenaarschap draagt voor een project? Kan je eigenaar zijn zonder de anderen?
In een maatschappij waarin het individu op een piëdestal, een voetstuk, staat is er al gauw sprake van individuele rechten en worden de plichten vaak vergeten. Vrijheid wordt eenvoudig vereenzelvigd met ‘individuele vrijheid’. Bezit wordt dan al gauw ‘volledig individueel bezit’, ‘dit is van mij alleen’.
Om nog een stapje verder te zetten: Bezit jij je leven of heb je dat in bruikleen? Is je leven ‘van jou’ of deel je dat met anderen?

(1) Lees meer in het hoofdstuk ‘Je beleeft woorden binnen woordenwolken’ p.30 Talen en taalgebruik → Korte teksten
(2) Enkele voorbeelden van zo’n oefening vind je in Wat is een woordenwolk? → Korte teksten
Ik kan je ook helpen en begeleiden bij deze oefening. Vraag het me.
(3) lees het hoofdstuk ‘Wie heeft er een probleem met structuren?’ p.132 in het gratis boek De Blauwe Rivier oversteken – Hoe ontwikkel ik een ‘probleem’ tot een duurzame ‘oplossing’? → Boeken
Of het hoofdstuk ‘Wat is een écht probleem’ in: Wie heeft er een probleem? Ik, hij, zij of wij? → Korte teksten
(4) Lees meer in het hoofdstuk ‘Individueel, gedeeld of gemeenschappelijk?’ in: Wie heeft er een probleem? Ik, hij, zij of wij? → Korte teksten

Scherp waarnemen met tien zintuigen

Lourdes CastroSombras projetadas – 1964

Pad-vindend Leiderschap steunt op het waarnemen van heldere ’feiten’, op scherp waarnemen en het ontwikkelen van al je zintuigen. Je kiest je volgende stap met de kennis van het verleden én met een heldere blik op waar je nu staat. De uitdaging bestaat er in om jezelf en anderen te stimuleren fijngevoeliger waar te nemen.

Waarnemen om kennis te verwerven en te beslissen
We hebben waarnemen nodig én reflecteren én delen of uitwisselen om solide kennis te verwerven. Voor onze inzichten, meningen, conclusies, besluiten of beslissingen steunen we op datgene wat we ‘feiten’ noemen. Of iets een ‘feit’ is ontvangen we meestal uit de tweede, derde of vierde hand. We halen ze uit boeken en via de vele mediakanalen en de sociale media. Daarbij vergeten we meestal de kritische vraag te stellen: Op basis van welke waarnemingen wordt dit als een ‘feit’ vooropgesteld, wie heeft die feiten vastgesteld, op welke manier? Zonder waarnemingen geen ‘feiten’, met slordige vaststellingen slordige beslissingen.

Informatie uit de eerste hand
Feiten uit de eerste hand zijn die zaken die je zelf hebt waargenomen. En dan volgt de vraag: Hoe scherp neem jij waar? Uiteraard kan je niet alles zelf vaststellen. Noodgedwongen doe je beroep op de mening en inzichten van anderen. Vanuit Pad-vindend Leiderschap pleit ik er voor om toch meer zelf waar te nemen, om meer informatie uit de eerste hand te verzamelen. Dit kan in veel meer situaties dan je vermoedt. Vooral wanneer het gaat om de relatie tussen mensen waarmee je leeft, werkt of ontspant kan je meer afgaan op eigen vaststellingen.
Ja, je zintuigen kunnen je bedriegen en ja, je beschikt niet steeds over de juiste instrumenten en ja, je laat je vangen door getallen wegens een gebrek aan kennis over statistieken, enz. (1) En toch, het is vandaag meer dan nodig om te leren meer af te gaan op wat je zelf waarneemt. Niet enkel met je ogen, niet enkel met de vijf zintuigen, maar met al je zintuigen.
Je dient dan wel een vreselijk obstakel te overwinnen: je smartphone. Je zult moeten leren minder op je scherm te kijken en meer je aandacht te richten op de mensen om je heen, op je omgeving, op je context, op de natuur om je heen (zelfs in de stad!)

Hoeveel zintuigen gebruik je?
Bij ‘zintuigen’ denk je aan: oren, ogen, neus, tong en handen/huid. Daarmee kan je horen, zien, ruiken, proeven en tasten.(2) Daarnaast zijn er echter nog meerdere zintuigen die je onbewust inzet. Er is het evenwichtsorgaan dat je helpt om voortdurend je evenwicht te vinden bij al je trage en vooral snelle bewegingen. Voor Zhuang Zi (de taoist, 4e eeuw BCE) is aandachtzaam handelen (3) een zintuigelijke actie, het handelend waarnemen. Voor boeddhisten is bewustzijn of geest een zintuig. Dat ligt dicht bij de overtuiging dat denken een zintuig is.(4)
Proprioceptie slaat op de waarneming van de houding- en bewegingszin via de zintuigen in je spieren en gewichten. Dit voel je bv. wanneer je struikelt en je je lichaam terug in evenwicht brengt. De interoceptie (van binnenuit waarnemen) biedt je waarnemingen door weefsels in je lichaam (bv. wanneer je voelt dat je dringend moet plassen). Met thermoceptie ben je in staat om de temperatuur waar te nemen rondom jou. Daartoe gebruik je de thermoreceptoren. Pijn ervaar je dankzij nociceptie via de nocireceptoren in de huid, je gewrichten en je interne organen. En hoe werkt telepathie? En via welk zintuig ontvang je ‘intuïtieve informatie‘?

Het hart als zintuig
Het hart werkt eveneens als een zintuig. Het kan zaken waarnemen die de andere zintuigen niet kunnen vatten. Het is het hart dat het onderscheid kan ontdekken tussen ‘medelijden’, ‘medeleven’, ‘empathie’ en ‘mededogen’. (5) Dat ontdek je niet met je hoofd, niet met je intellect en niet louter met je ogen. Om het hart als zintuig te ontdekken dien je wel je leeraanpak te verbreden. Van een louter intellectuele, rationele en technische aanpak dien je andere talen in te schakelen: de literaire kunsten, de beeldende kunsten, de bewegingskunsten en de ambachten. Je dient met je volledige lichaam te leren waarnemen niet enkel met je hoofd.
Daarbij is het nodig een onderscheid te maken tussen gevoelens en emoties.
Gevoelens zijn de resultaten van een waarneming. Gevoel is een waarneming. Daarvoor denk je wellicht op de eerste plaats aan je huid en de aanrakingen. Je voelt andere sensaties met  je hart als zintuig. Daarnaast neem je gevoelens waar tegelijk met het waarnemen via de andere zintuigen. Je hoort en voelt de klanken, je ziet en voelt de kleuren en vormen, je proeft en voelt de smaken, enz.
Emoties zijn het resultaat van een beoordeling en een waardering (positief, negatief, neutraal of onverschillig) van wat je voelt. Het is een reactie op je waarnemingen. Emoties zijn dat wat je doet met je gevoelens. (6)

Zintuigen beter gebruiken
Onze neiging om de fenomenen op te delen en in vakjes te stoppen (omdat dit ‘wetenschappelijk’ zou zijn) leidt er toe dat we niet opmerken dat de zintuigen samenwerken. Om het even duidelijk te stellen, geen enkel zintuig werkt los van een van de andere. Het is bijgevolg nodig en nuttig dat je nagaat wat je via een van de andere zintuigen ontmoet wanneer je bv. luistert of kijkt.
Waarnemen is niet ‘iets opmerken dat zich buiten mij bevindt’. Waarnemen is ‘ontmoeten’. Je bent als waarnemer integraal deel van wat er op dat moment gebeurt. Je ziet enkel wat je kunt zien, wilt zien, wenst te zien. (dit geldt voor alle zintuigen) Bij het waarnemen heb jij een actieve rol. Je neemt steeds waar vanuit een bepaald standpunt, vanuit een bepaald perspectief. Het is nodig om je bewust te zijn van je beperkingen bij het waarnemen en het verwerken van de ‘gegevens’. (7)
Je gebruikt je zintuigen meer dan enkel om te registreren wat er buiten je leeft. Je behandelt dat wat je opmerkt. Je merkt niet louter een geluid, een geur of een smaak op. Je wilt het lokaliseren, het een naam geven en in sommige gevallen vraag je je onmiddellijk af wat je er mee kunt doen. Je wilt het vaak ook kunnen verklaren. Tenslotte, en vooral, beoordeel je wat je waarneemt en je geeft het een waardering (positief, negatief, neutraal of onverschillig). Dat laatste druk je uit in een mening of een overtuiging of een emotionele reactie.(8)

Zintuigen zijn er om te genieten
Een belangrijke taak van het gebruik van de zintuigen is om je nieuwsgierigheid te bevredigen, om je te verbinden met anderen, om je te helpen genieten en om te spelen! Genieten van het eenvoudige, het kleine en het mooie is nodig om zo volledig mogelijk te leven in jouw concrete situatie. (9) Zonder te genieten sluit je jezelf af van de bijzondere belevingen die bij het waarnemen horen. Genieten heb je nodig om de humor te ontdekken in een situatie en om op een gepaste manier te kunnen relativeren wat er gebeurt.
Nieuwsgierigheid en genieten zijn ervaringen die veel meer dan angst aan de basis liggen van de menselijke ontwikkeling, honderdduizend jaar geleden. Het heeft er o.a. voor gezorgd dat mensen in grotere groepen gingen leven op het ogenblik dat ze voor het eerst een (semi)vaste woonplaats kozen. Handel was er van bij het prille begin. Dat bewijzen de pigmenten die werden gebruikt bij de grottekeningen – 30.000 jaar oud – en de eerste grafgeschenken, die waren het resultaat van handel over honderden kilometers. Om handel te drijven is er nieuwsgierigheid nodig en genot om wat je via ruilen wilt bekomen.
Kennis verwerven doe je niet louter door op je eentje waar te nemen en te reflecteren. Wat essentieel is: delen en uitwisselen van gegevens, inzichten en kennis.(10) Kennis is een relationele zaak, niet enkel een rationele! Het gaat dan niet enkel om de relatie met iets buiten jou maar om de verbinding met anderen en hoe die zich verhouden tot de rationeel verworven gegevens. Kennis staat niet los van de levensvisie. De belangrijkste kennis in je leven bereik je door te genieten van het delen met anderen.

Noten
(1) Kahneman, Daniel, Ons Feilbaar Denken (Thinking, Fast and Slow), Business Contact 2016
(2) De lijst van vijf zintuigen hebben we te danken aan Aristoteles (384-322 BCE) in zijn Anima. Toch vind je dit lijstje ook terug in het oude India (al voegde de Boeddha er een zesde aan toe) en het klassieke China. Het zijn de vijf zintuigen die verbonden zijn met een duidelijk uiterlijk fysiek kenmerk.
(3) In het Westen wordt vandaag vaak de term mindfulness gebruikt. Toch valt dit niet helemaal samen met waar Zhuang Zi op wijst.
(4) De jonge Duitse filosoof Markus Gabriel pleit er sterk voor het denken als zintuig te beschouwen: De zin van denken, Boom 2019
(5) Lees meer in Medeleven Empathie Mededogen → Korte teksten
(6) Hoofdstuk 5 ‘Gevoelens en emoties’ in: Damasio, Antonio, Het zelf wordt zich bewust. Hersenen, bewustzijn, ik. Amsterdam, Wereldbibliotheek 2010 (A.Damasio is hoogleraar neurowetenschappen)
(7) Lees meer over je beperkingen in De Held met de Duizend Grenzen en Uitdagingen → Korte teksten
(8) Lees meer in Hoe je zelf ‘feiten’ creëert – Vier soorten feiten → Korte teksten
(9) Voor alle duidelijkheid, genieten is niet ‘belust zijn op lusten’!
(10) Je kunt hier het onderscheid ervaren tussen de begrippen ‘dataverzameling’, ‘theorie’, ‘concepten’, ‘kennis’, ‘inzicht’ en ‘wijsheid’.

Illustratie: Wikiart – © Fair use